|
Uitspraak
meervoudige kamer 03/2221 REA
P R O C E S - V E R B A A L
van de mondelinge uitspraak op 29 juni 2005.
Zitting hebben: mr. M.I. ’t Hooft, als voorzitter, mr. R.M. van Male
en mr. G.M.T. Berkel-Kikkert, als leden en M. Pijper als griffier.
2e zaak, reg.nr. 03/2221 REA.
Inzake: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, verschenen bij
gemachtigde mr. H.J.A.B. Bellemakers.
tegen
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, gedaagde, verschenen bij gemachtigde J.M.
Aarts.
Bij het bestreden besluit van 6 juni 2002 heeft gedaagde zich op het
standpunt gesteld dat de kosten van de door appellant gevolge
computeropleiding, in het kader van artikel 22 van de wet Reďntegratie
Arbeidsgehandicapten (Wet Rea), niet voor vergoeding in aanmerking
komen, omdat de gevraagde opleiding geen reële kans geeft op duurzame
inschakeling in het arbeidsproces.
De rechtbank Breda heeft het tegen het bestreden besluit ingestelde
beroep bij uitspraak van 23 april 2003, reg.nr. 02/1350 REA, ongegrond
verklaard en heeft hiertoe onder meer als volgt overwogen;
“Het ontbreken van duurzaam benutbare arbeidsmogelijkheden is blijkens
onderzoek van de verzekeringsarts, in het kader van de aanvraag tot
voorziening in de kosten van de computeropleiding, een gevolg van in
eiser gelegen factoren in relatie tot zijn psychiatrische aandoening. De
door de verzekeringsarts genoemde problematiek heeft onder meer in 1990,
1992 en 2002 geleid tot het oordeel dat eiser niet beschikt over
duurzame arbeidsmogelijkheden en is dus al lange tijd aanwezig. Door
eiser is geen medische informatie naar voren gebracht, waaruit volgt dat
verweerder niet mocht afgaan op de recente rapportage van de
verzekeringsarts. De beperkingen van eiser kunnen niet worden verholpen
met een computercursus. Het verrichten van vrijwilligerswerk kan in het
geval van eiser, mede gelet op de rapportage van de arbeidsdeskundige
van 27 februari 2002, niet worden aangemerkt als een opstap naar de vrije
arbeidsmarkt. Voorts blijkt uit de door eiser ingevulde
verzekeringsgeneeskundige vragenlijst bij punt 3 dat eiser zichzelf niet
in staat acht tot het verrichten van werkzaamheden in het vrije bedrijf.
Verweerder kon er dus vanuit gaan dat de computeropleiding geen reële
kans geeft op duurzame reďntegratie en heeft dit uitgangspunt voldoende
toegelicht.”
De Raad heeft, gelet op de van toepassing zijnde regelgeving, in hetgeen
door appellante in hoger beroep is aangevoerd geen aanknopingspunten
gevonden om het oordeel van de rechtbank niet te volgen.
Ook de Raad is van oordeel dat ten tijde in geding niet met de voor de
toepassing van artikel 22 van de Wet Rea vereiste redelijke mate van
zekerheid viel te verwachten dat met de gevraagde opleiding een adequate
compensatie kon worden verkregen voor het door appellants handicap
veroorzaakte verlies aan verdiencapaciteit. Vrijwilligerswerk wat
appellant verricht en beoogt (in verband met zijn geringe
stressbestendigheid en zijn afkeer van autoriteit) verdient op zich zelf
waardering; dit laat evenwel onverlet dat blijkens de gedingstukken ten
tijde in geding geen sprake was van een reëel uitzicht op duurzaam
benutbare arbeidsmogelijkheden in het vrije bedrijfsleven, als bedoeld
in artikel 22 van de Wet Rea.
De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
De Raad beslist daarom als volgt.
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Waarvan proces-verbaal.
Utrecht, 29 juni 2005
De fungerend voorzitter, mr. M.I. ‘t Hooft.
De plv. griffier, M. Pijper.
|
|