|
Uitspraak
01/994 ZFW
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
OWM Nuts Zorgverzekering u.a., appellante,
en
[gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij besluit van 12 juli 1999 heeft appellante het verzoek van gedaagde
om vergoeding van kosten van geneeskundige verzorging genoten in Marokko
afgewezen.
Het tegen dat besluit ingediende bezwaar is door gedaagde bij het
bestreden besluit van 29 november 1999 ongegrond verklaard.
De rechtbank 's-Gravenhage heeft het beroep tegen dat besluit bij
aangevallen uitspraak van 22 december 2000 gegrond verklaard, het
bestreden besluit vernietigd en bepaald dat appellante een nieuw besluit
neemt met inachtneming van hetgeen in die uitspraak is overwogen. Naar
die uitspraak wordt hier verwezen.
Appellante is van deze uitspraak in hoger beroep gekomen op bij
beroepschrift aangegeven gronden.
Namens gedaagde heeft mr. L.C. Blok, advocaat te Katwijk, een
verweerschrift ingezonden.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad van 22 april 2002, waar
appellante zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. E. van der Marel,
werkzaam bij appellante, en waar gedaagde is verschenen bij mr. L.C.
Blok, voornoemd.
II. MOTIVERING
De Raad overweegt het volgende.
Ter zitting van de Raad is op initiatief van de Raad een schikking tot
stand gekomen.
Namens appellante is verklaard dat zij gelet op de bijzondere
omstandigheden van dit geval bereid is om een bedrag te vergoeden van
€ 635,29 (f 1.400,--), inclusief proceskosten.
Namens gedaagde is met dit aanbod ingestemd en verklaard dat daarmee
thans geacht kan worden volledig te zijn tegemoetgekomen aan het beroep.
Desgevraagd hebben partijen elkaar finale kwijting verleend, in verband
waarmee namens gedaagde onder meer is gesteld dat wordt afgezien van
vergoeding van het in eerste aanleg betaalde griffierecht.
Gelet hierop stelt de Raad vast dat appellante haar in het bestreden
besluit neergelegde standpunt heeft verlaten en ten genoege van gedaagde
is tegemoetgekomen aan het beroep. Aangezien van het tegendeel niet is
gebleken bestaat geen belang meer bij een beoordeling van het hoger
beroep. Dit dient dan ook wegens vervallen procesbelang
niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Beslist wordt als volgt.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven door mr. M.I. 't Hooft als voorzitter, mr. R.M. van Male
en mr. G.M.T. Berkel-Kikkert als leden, in tegenwoordigheid van mr. E.W.F.
Menkveld-Botenga als griffier en uitgesproken in het openbaar op 22 mei
2002.
(get.) M.I. 't Hooft.
(get.) E.W.F. Menkveld-Botenga.
|
|