|
Uitspraak
02/3461 ZFW
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
de erven van wijlen [betrokkene], gewoond hebbende te [woonplaats],
appellanten,
en
Stichting Ziekenfonds VGZ, gevestigd te Eindhoven, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Namens appellanten heeft mr. H. Houtsmuller, advocaat te Hilversum, op
de bij een aanvullend beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep
ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 15 mei 2002,
reg.nr. 01/1253 ZFW, waarnaar hierbij wordt verwezen.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Appellanten en gedaagde hebben nadere stukken ingezonden.
Het geding is behandeld ter zitting van 14 april 2004. Appellanten
hebben zich laten vertegenwoordigen door M. Muller, weduwnaar van
[betrokkene] (hierna: betrokkene), met bijstand van mr. Houtsmuller en
B. Felperlaan, arts te Baarn. Gedaagde heeft zich laten
vertegenwoordigen door mr. M.A. Booy Liewes, medewerker juridische zaken
bij gedaagde, en H. van de Werf, medisch adviseur van gedaagde.
II. MOTIVERING
Voor de toepasselijke algemeen verbindende voorschriften verwijst de
Raad naar de aangevallen uitspraak.
De Raad gaat, mede gelet op de gedingstukken, uit van de volgende
feiten.
Bij betrokkene is borstkanker - met uitzaaiingen in de lever -
geconstateerd, waarvoor zij gedurende twee jaar (tot haar overlijden op
1 december 2001) is behandeld met chemotherapie. In juni 2000 is zij,
naast de chemotherapie, gestart met niet-toxische tumortherapie. Deze
therapie, die bekend staat als de Houtsmullertherapie, bestaat uit het
innemen van een combinatie van uit voedingsstoffen geοsoleerde
middelen, die magistraal worden bereid.
Bij brief van 9 oktober 2000 heeft betrokkene gedaagde in het kader van
de Ziekenfondswet verzocht om volledige vergoeding van onder meer de
magistraal bereide middelen Megagenistin, Epigallo-catechine en
KSM-itake.
Bij primair besluit van 14 november 2000 heeft gedaagde volledige
vergoeding van de gevraagde middelen geweigerd.
Bij het bestreden besluit van 15 augustus 2001 heeft gedaagde,
overeenkomstig het advies van het College voor zorgverzekeringen
(hierna: Cvz) van 9 augustus 2001, het bezwaar tegen het besluit van 14
november 2000 ongegrond verklaard. Daarbij heeft gedaagde zich op het
standpunt gesteld dat weliswaar in beginsel aanspraak kan worden gemaakt
op vergoeding van door een arts voorgeschreven magistraal bereide
middelen, maar dat de gevraagde middelen Megagenistin,
Epigallo-catechine en KSM-itake niet voor vergoeding in aanmerking komen
omdat die magistrale bereidingen niet kunnen worden beschouwd als
rationele therapie bij kanker.
De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het
besluit van 15 augustus 2001 ongegrond verklaard. Daarbij is onder meer
overwogen dat de beschikbare gegevens (brieven van artsen, het handboek
Nutritional Oncology en de - bij brief van 6 oktober 2000 van de arts
J.K. Bolhuis te Dieren aan gedaagde overgelegde - lijst van 38
gerandomiseerde studies naar het effect van voedingssupplementen op
kanker) niet kunnen worden aangemerkt als (objectief) wetenschappelijk
verantwoorde gerandomiseerde onderzoeken, nu deze gegevens geen inzicht
geven in de onderhavige door betrokkene gebruikte middelen bij de
specifieke indicatie van betrokkene.
Appellanten hebben zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen
uitspraak gekeerd. Zij hebben aangevoerd dat het besluit van 15 augustus
2001 onzorgvuldig is voorbereid en ondeugdelijk is gemotiveerd. Volgens
appellanten blijkt uit het advies van het Cvz niet dat toetsing heeft
plaatsgevonden aan de hand van wetenschappelijke bronnen. Tevens hebben
zij naar voren gebracht dat in dat advies geen woord wordt gewijd aan de
overgelegde lijst van onderzoeken.
De Raad is van oordeel dat het hoger beroep doel treft, omdat het
besluit van 15 augustus 2001 - in strijd met artikel 7:12, eerste lid,
eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht - niet op een
deugdelijke motivering berust. Zowel aan het besluit van 14 november
2000 als aan het besluit van 15 augustus 2001 ligt geen controleerbaar
medisch advies aan gedaagde ten grondslag. In feite is het in het
besluit van 15 augustus 2001 neergelegde standpunt van gedaagde
gebaseerd op het advies van het Cvz. Daarin is niet meer vermeld dan dat
de medisch-farmaceutisch adviseur van het Cvz kennis heeft genomen van
de stukken, op grond waarvan hij - kennelijk - van oordeel is dat geen
van de gevraagde middelen kan worden beschouwd als rationele therapie
bij kanker. De medisch-farmaceutisch adviseur is echter niet
(gemotiveerd) ingegaan op de, ter onderbouwing van de aanvraag, aan
gedaagde overgelegde lijst van onderzoeken. Ook overigens wordt daaraan
in de besluiten van 14 november 2000 en 15 augustus 2001 niet op
enigerlei wijze aandacht besteed.
Uit het voorgaande volgt dat, met vernietiging van de aangevallen
uitspraak, het beroep gegrond dient te worden verklaard en het besluit
van 15 augustus 2001 dient te worden vernietigd.
Gedaagde dient een nieuw besluit op bezwaar te nemen, waarbij tevens
dient te worden betrokken hetgeen van de zijde van appellanten in deze
procedure met betrekking tot het bestaan van wetenschappelijke
publicaties overigens naar voren is gebracht.
De Raad ziet ten slotte aanleiding gedaagde te veroordelen in de
proceskosten van appellanten, begroot op 644,-- in beroep en
644,-- in hoger beroep wegens verleende rechtsbijstand.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep gegrond;
Vernietigt het besluit van 15 augustus 2001;
Bepaalt dat gedaagde een nieuw besluit op bezwaar neemt met inachtneming
van deze uitspraak;
Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellanten tot een bedrag
van 1.288,--;
Bepaalt dat gedaagde aan appellanten het betaalde griffierecht van in
totaal 109,23 vergoedt.
Aldus gegeven door mr. M.I. 't Hooft als voorzitter en mr. drs. Th.G.M.
Simons en mr. G.M.T. Berkel-Kikkert als leden, in tegenwoordigheid van
I.J.M. Peereboom-Nieuwenburg als griffier, en uitgesproken in het
openbaar op 26 mei 2004.
(get.) M.I. 't Hooft.
(get.) I.J.M. Peereboom-Nieuwenburg.
|
|