|
Uitspraak
enkelvoudige kamer 03/1723 ZFW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel
8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposante], wonende te [woonplaats], opposante,
en
de onderlinge waarborgmaatschappij Agis Zorgverzekeringen U.A.,
gevestigd te Amersfoort, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij uitspraak van 13 augustus 2003 met toepassing van artikel 8:54 van
de Awb heeft de Raad het namens opposante door mr. drs. J.G.C. van
Schaik, juridisch adviseur en procesjurist te Velp, ingestelde hoger
beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 31 januari
2003, reg.nr. 01/3619 ZFW, niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft mr. drs. Van Schaik bij brief van 2 oktober
2003, aangevuld bij brief van 24 november 2003, namens opposante verzet
gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 18 mei 2004, waar opposante zich
heeft laten vertegenwoordigen door mr. drs. Van Schaik, en waar
geopposeerde - met voorafgaand bericht - zich niet heeft laten
vertegenwoordigen.
II. MOTIVERING
De uitspraak van de Raad van 13 augustus 2003 berust hierop, dat het bij
het instellen van het hoger beroep ingevolge artikel 22 van de
Beroepswet verschuldigde griffierecht van € 87,-- niet binnen de
termijn van vier weken gesteld bij de - aangetekend verzonden - brief
van 8 mei 2003 is betaald en dat op grond van de beschikbare gegevens
redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat opposante niet in verzuim
is geweest.
In het kader van de verzetprocedure is komen vast te staan dat de
aangetekend verzonden brief van 8 mei 2003 op 9 mei 2003 aan mr. drs.
Van Schaik is uitgereikt. Ter zitting heeft hij dit ook uitdrukkelijk
bevestigd.
Mr. drs. Van Schaik heeft voor het niet binnen de gestelde termijn
betalen van het griffierecht geen andere verklaring kunnen geven dan dat
hij de brief van 8 mei 2003 moet zijn kwijtgeraakt. Daarin is,
uiteraard, geen grond gelegen om te oordelen dat het verzuim opposante
niet zou kunnen worden tegengeworpen.
Het verzet dient ongegrond te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen
aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. drs. Th.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van mr.
P.E. Broekman als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 29 juni
2004.
(get.) Th.G.M. Simons.
(get.) P.E. Broekman.
|
|