|
Uitspraak
98/4395 ZFW
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,
en
de Onderlinge waarborgmaatschappij Amicon Zorgverzekeraar te Wageningen,
gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij besluit van 10 april 1996 heeft gedaagde de namens appellant
ingediende aanvraag om vergoeding van de medische kosten van een
operatieve ingreep aan zijn linkerhand afgewezen.
De rechtbank Arnhem heeft het beroep tegen dat besluit bij de
aangevallen uitspraak van 24 april 1998 (reg.nr. 97/385) gegrond
verklaard, het bestreden besluit vernietigd, bepaald dat de
rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven en bepaald dat gedaagde
het door appellant betaalde griffierecht vergoedt.
Namens appellant heeft mr. L. van Etten, advocaat te Arnhem, op de bij
aanvullend beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld
tegen die uitspraak.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad van 28 augustus 1999,
waarna het onderzoek is geschorst.
Het onderzoek is heropend ter zitting van de Raad van 22 september 2004.
Appellant is daar in persoon verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde
mr. L. van Etten. Gedaagde heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. J.H.
de Boer werkzaam bij de Onderlinge waarborgmaatschappij Amicon
Zorgverzekeraar te Wageningen.
II. MOTIVERING
De Raad overweegt het volgende.
Ter zitting van de Raad is, gelet op de bijzondere omstandigheden van
dit geval, op initiatief van de Raad tussen partijen de volgende
schikking tot stand gekomen.
Gedaagde zal alsnog ter zake van de in geding zijnde aanvraag aan
appellant een tegemoetkoming verstrekken van € 1750,--, te voldoen
binnen een termijn van vier weken. Appellant heeft verklaard in te
stemmen met dit aanbod en af te zien van een verzoek om vergoeding van
proceskosten en van het door hem in hoger beroep betaalde griffierecht.
Ten slotte hebben partijen elkaar desgevraagd finale kwijting verleend.
Gelet hierop, bestaat thans geen belang meer bij beoordeling van het
hoger beroep. Dit dient dan ook wegens vervallen procesbelang
niet-ontvankelijk te worden verklaard.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven door mr. M.I. ’t Hooft als voorzitter, en mr. R.M. van
Male en mr. G.M.T. Berkel-Kikkert als leden, in tegenwoordigheid van B.M.
Biever-van Leeuwen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 3
november 2004.
(get.) M.I. ’t Hooft.
(get.) B.M. Biever-van Leeuwen.
|
|