|
Uitspraak
04/1588
TW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel
8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats] (Marokko), opposant,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Opposant heeft bij de Raad hoger beroep ingesteld tegen de door de
rechtbank Amsterdam op 11 december 2003, kenmerk AWB 02/2998 TW, tussen
partijen gegeven uitspraak.
Bij uitspraak van 13 augustus 2004 heeft de Raad het hoger beroep
niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het hoger beroepschrift niet
binnen de daartoe geldende termijn bij de Raad is ingediend.
Tegen deze uitspraak heeft opposant een verzetschrift ingediend
gedateerd 9 september 2004.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de
Raad, gehouden op 17 december 2004. Partijen zijn niet verschenen.
II. MOTIVERING
In het verzetschrift heeft opposant wederom aangevoerd dat hij de
uitspraak van de rechtbank Amsterdam pas laat heeft mogen ontvangen.
Hetgeen door opposant in verzet is aangevoerd, is in feite een herhaling
van hetgeen opposant reeds eerder als reden voor de
termijnoverschrijding had aangevoerd en vormt naar het oordeel van de
Raad onvoldoende grond om het verzuim van opposant te verontschuldigen
en de Raad tot een ander oordeel te leiden dan is neergelegd in zijn
uitspraak van 13 augustus 2004.
Gezien het vorenstaande dient het verzet met toepassing van artikel 21
van de Beroepswet in samenhang met het vijfde lid van artikel 8:55 van
de Awb ongegrond te worden verklaard.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel
8:75 van de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. J. Janssen als voorzitter en mr. D.J van der Vos
en mr. G.J.H. Doornewaard als leden, in tegenwoordigheid van J.E. Meijer
als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 28 januari 2005.
(get.) J. Janssen.
(get.) J.E. Meijer.
|
|