|
Uitspraak
enkelvoudige kamer 04/2614 TW
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 5 april 2004, kenmerk
03/998 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 30 juni 2006.
I. PROCESVERLOOP
Mr. H. Brouwer, advocaat te Utrecht, heeft namens appellante hoger
beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 mei 2006.
Appellante is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. H.J.
van Werven.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 22 mei 2002 heeft het Uwv geweigerd appellante per 1
januari 2002 in aanmerking te brengen voor een toeslag ingevolge de
Toeslagenwet, aangezien haar inkomsten, bestaande uit een uitkering
ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en ziekengeld
ingevolge de Ziektewet, per die datum hoger was dan het wettelijk
minimumloon.
Dit besluit is gehandhaafd bij beslissing op bezwaar van 8 april 2003
(hierna: het bestreden besluit).
De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond
verklaard.
De gemachtigde van appellante houdt ook in hoger beroep staande dat het
Uwv van onjuiste inkomensgegevens is uitgegaan. Hij verwijst daarbij
naar de (netto) uitkeringsbedragen die blijkens diverse bankafschriften
betaalbaar zijn gesteld.
Het Uwv heeft in de loop van de procedure een en andermaal uitvoerig
uiteengezet op welke arbeidsongeschiktheids- en ziekengelduitkeringen
appellante per 1 januari 2002 recht had en aan haar zijn uitbetaald. De
Raad heeft, evenals de rechtbank, geen enkele reden om aan de juistheid
van de door het Uwv gehanteerde bedragen te twijfelen.
Het hoger beroep is gebaseerd op onjuiste feitelijke aannames en treft
dan ook geen doel. De aangevallen uitspraak komt mitsdien voor
bevestiging in aanmerking.
Er zijn geen termen aanwezig voor vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in
tegenwoordigheid van N.E. Nijdam als griffier, uitgesproken in het
openbaar op 30 juni 2006.
(get.) J. Janssen.
(get.) N.E. Nijdam.
|
|