|
Uitspraak
enkelvoudige kamer 06/3300
TW en 07/1392 TW
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en
artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 24 april
2006, 05/3014 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 14 juni 2007.
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. R.A. Severijn, advocaat te Utrecht, hoger
geroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft op 7 maart 2007 een nieuw besluit genomen. In dat besluit
wordt het bezwaar van appellant tegen de beslissing van het Uwv van 12
augustus 2005 alsnog gegrond verklaard.
Bij brief van 13 maart 2007 heeft mr. R.A. Severijn het hoger beroep
ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen
in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift
in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter
zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet
bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het
beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener
van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek
van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel
8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel
21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op
het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat er geheel is tegemoet gekomen aan het bezwaar.
Nu het Uwv niet heeft betwist dat aldus aan appellant is
tegemoetgekomen, ziet de Raad aanleiding om het Uwv te veroordelen in de
kosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar, het
beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De
proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht,
begroot op € 322,- in beroep en € 322,- in hoger beroep voor kosten
van verleende rechtsbijstand, in totaal derhalve € 644,--.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut in de
kosten van appellant tot een bedrag van € 644,- te betalen door het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden . De beslissing is, in
tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier, uitgesproken in
het openbaar op 14 juni 2007.
(get.) C.P.J. Goorden.
(get.) E. Blijleven-de Vries.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
|
|