|
Uitspraak
03/1796 WAZ
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellante], wonende te [woonplaats] appellante,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de
Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv).
In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv.
Bij besluit van 17 september 2001 heeft gedaagde aan appellante met
ingang van 19 juli 2000 een bevallingsuitkering ingevolge de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) toegekend,
waarbij is bepaald dat deze uitkering slechts wordt uitbetaald voorzover
deze de bevallingsuitkering ingevolge de Ziektewet overtreft.
Namens appellante heeft [echtgenoot], echtgenoot van appellante, tegen
dit besluit bezwaar gemaakt.
Bij besluit van 23 januari 2002, hierna: het bestreden besluit, heeft
gedaagde dit bezwaar gegrond verklaard voorzover het de berekening van
de grondslag van de bevallingsuitkering ingevolge de WAZ betreft.
Daarbij is de uitkering nader vastgesteld op f 26,93 per uitkeringsdag.
Voor het overige is het bezwaar ongegrond verklaard.
De rechtbank Dordrecht heeft bij uitspraak van 28 februari 2003, reg.nr.
AWB 02/195, het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Namens appellante is mr. Van Driel voornoemd van die uitspraak in hoger
beroep gekomen.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 1 februari 2005, waar
appellante met voorafgaand bericht niet is verschenen en waar namens
gedaagde is verschenen mr. M.H. Beersma, werkzaam bij het Uwv.
II. MOTIVERING
Appellante was voorafgaande aan haar per 19 juli 2000 ingaande
zwangerschaps -en bevallingsverlof 2 dagen per week werkzaam als
alfahulp en 1 dag als schoonmaakster in loondienst. Gedaagde heeft aan
haar in verband met de bevalling een uitkering ingevolge de WAZ
toegekend uit hoofde van haar werkzaamheden als alfahulp. Daarnaast is
aan haar een uitkering ingevolge de Ziektewet toegekend op grond van
haar werkzaamheden in loondienst.
In hoger beroep is uitsluitend nog in geding het feit dat gedaagde bij
de toekenning van de WAZ-uitkering toepassing heeft gegeven aan artikel
59, vierde lid, van de WAZ, zoals dat destijds luidde. Ingevolge dit
artikel wordt in het geval er zowel recht bestaat op een uitkering in
verband met bevalling als bedoeld in artikel 22 van de WAZ als op
ziekengeld in verband met bevalling als bedoeld in artikel 29a van de
Ziektewet, de bevallingsuitkering ingevolge de WAZ slechts uitbetaald
voorzover deze het ziekengeld overtreft.
Namens appellante is aangevoerd dat deze regeling onrechtvaardig is
omdat appellante in haar afzonderlijke werkzaamheden als alfahulp en als
schoonmaakster in loondienst twee zelfstandige en van elkaar
onafhankelijke rechten heeft opgebouwd. De uitleg die gedaagde aan het
bepaalde in artikel 59, vierde lid, van de WAZ heeft gegeven, zou niet
stroken met de bedoeling van de wetgever. In artikel 59, zevende lid,
aanhef en onder b, van de WAZ wordt bepaald dat bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur nadere en zonodig afwijkende regels
kunnen worden gesteld ter voorkoming of beperking van samenloop van
arbeidsongeschiktheidsuitkering of uitkering in verband met bevalling
met de in het eerste tot en met vijfde lid bedoelde uitkeringen in
situaties waarin deze leden niet of onvoldoende voorzien. Er is echter
geen algemene maatregel van bestuur getroffen. Volgens mr. Van Driel is
het de vraag of gedaagde - nu de nadere regelgeving ontbreekt - de
bepaling in artikel 59, vierde lid, van de WAZ in het nadeel van
appellante heeft mogen uitleggen.
De rechtbank heeft hierover het volgende overwogen:
"Met betrekking tot een dergelijke samenloop van
uitkeringen is in artikel 59, vierde lid, van de WAZ dwingend geregeld
dat de WAZ-uitkering wordt geanticumuleerd met de bevallingsuitkering
op grond van de Ziektewet. De hieraan ten grondslag gelegde gedachte is
dat het recht op WAZ- en op bevallingsuitkering naast elkaar kan bestaan
omdat voor de bevallingsuitkering niet vereist is dat men
arbeidsongeschikt is. Er is derhalve sprake van twee losstaande
verzekerde risicos. De overeenkomst is echter dat men geacht wordt
inkomen te derven omdat men niet meer kan werken, voor welk verlies men
niet tweemaal uitkering kan krijgen, noch binnen dezelfde verzekering
noch op grond van het feit dat men voor dat verlies voor meerdere
sociale verzekeringswetten verzekerd is.
Gelet hierop heeft verweerder terecht het ziekengeld op de toegekende
WAZ-uitkering gekort. De omstandigheid dat de nadere regelgeving is
uitgebleven, doet aan dit dwingende karakter niet af."
De Raad onderschrijft deze overwegingen van de rechtbank en voegt
daaraan toe dat hij in zijn uitspraak van 25 april 2003, nr. 00/3437
WAZ, gepubliceerd in RSV 2003/193, al heeft overwogen dat de
anticumulatieregeling die is opgenomen in artikel 59, vierde lid, van de
WAZ past binnen het systeem van de WAZ, waarin uitsluitend een
voorziening wordt geboden in aansluiting op uitkeringen ingevolge de
werknemersverzekeringen en waarbij -behoudens waar het de vrijwillige
verzekering betreft- slechts premie wordt geheven over het
WAZ-verzekerde inkomen voorzover dat een eventueel inkomen uit een
dienstbetrekking overtreft.
De aangevallen uitspraak voorzover deze is aangevochten, komt derhalve
voor bevestiging in aanmerking.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel
8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.
Aldus gegeven door mr. K.J.S. Spaas als voorzitter en mr. J.W. Schuttel
en mr. C.W.J. Schoor als leden, in tegenwoordigheid van H.H.M. Ho als
griffier en uitgesproken in het openbaar op 15 maart 2005.
(get.) K.J.S. Spaas.
(get.) H.H.M. Ho.
|
|