|
Uitspraak
03/2910
WVG
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
de Commissie Sociale Zekerheid van de gemeente Breda, appellant,
en
[gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Appellant heeft op de in het beroepschrift aangevoerde gronden hoger
beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 29 april
2003, reg.nr. 02/677 WVG, waarnaar hierbij wordt verwezen.
Namens gedaagde heeft mr. L.J.M. Moeleker, wonende te Prinsenbeek, een
verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van 17 december 2003, waar appellant
zich heeft laten vertegenwoordigen door J.P.W. Raijmakers, werkzaam bij de gemeente Breda, en waar gedaagde in
persoon is verschenen, bijgestaan door mr. Moeleker.
II. MOTIVERING
Voor een overzicht van de feiten verwijst de Raad, mede gelet op de
gedingstukken, naar de aangevallen uitspraak.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank de volgende beslissing
gegeven (waarbij voor verweerder dient te worden gelezen: appellant, en
voor eiser: gedaagde):
"verklaart het beroep gegrond, voorzover het de hoogte van de
tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van het individueel
rolstoelvervoer over de periode van 7 april 2001 tot 17 oktober 2002
betreft en vernietigt het bestreden besluit in zoverre;
draagt verweerder op terzake een nieuw besluit te nemen op het
bezwaarschrift met inachtneming van deze uitspraak;
verklaart het beroep voor het overige ongegrond;
gelast dat de gemeente Breda aan eiser het door hem betaalde
griffierecht van € 29,-- vergoedt."
Appellant heeft zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd voorzover
deze betrekking heeft op de tegemoetkoming in de kosten van individueel
rolstoeltaxivervoer over de periode van 7 april 2001 tot 17 oktober
2002. Appellant heeft primair aangevoerd dat het - bestreden - besluit
van 22 februari 2002 daarop geen betrekking heeft, zodat de rechtbank
daarover ten onrechte een oordeel heeft gegeven.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
Het besluit van 22 februari 2002 houdt in, zoals in de aanhef daarvan
ook is vermeld, de beslissing op het bezwaar van 24 oktober 2001 tegen het - primaire - besluit van 14 september 2001.
Het besluit van 14 september 2001 (genomen naar aanleiding van de op 7
april 2001 gedateerde aanvraag) strekt tot weigering van een
bruikleenauto en van een tegemoetkoming in de kosten van de aanschaf
van een eigen auto, alsmede tot toekenning van een tegemoetkoming in de
kosten van aanpassing van de eigen auto. Het heeft - derhalve - geen
betrekking op een tegemoetkoming in de kosten van individueel
rolstoeltaxivervoer. Daarover was immers reeds beslist bij - twee -
inmiddels onherroepelijk geworden primaire besluiten van 25 april 2001
(eveneens genomen naar aanleiding van de op 7 april 2001 gedateerde
aanvraag). Door niettemin een oordeel te geven over (de hoogte van) de
tegemoetkoming in de kosten van individueel rolstoeltaxivervoer over de
periode van 7 april 2001 tot 17 oktober 2002 is de rechtbank dan ook, in
strijd met artikel 8:69, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht
(hierna: Awb), buiten de omvang van het geding getreden.
Hieruit volgt dat het hoger beroep doel treft en het aangevochten
gedeelte van de aangevallen uitspraak niet in stand kan blijven. Nu de
rechtbank het beroep tegen het besluit van 22 februari 2002 gedeeltelijk
gegrond en gedeeltelijk ongegrond heeft verklaard, ziet de Raad ter
voorkoming van onduidelijkheid vervolgens aanleiding de aangevallen
uitspraak in zijn geheel te vernietigen en het beroep - overeenkomstig
de artikelen 8:70, aanhef en onder d, en 8:72, eerste lid, van de Awb -
in zijn geheel ongegrond te verklaren.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep tegen het besluit van 22 februari 2002 ongegrond.
Aldus gewezen door mr. M.I. 't Hooft als voorzitter en mr. drs.Th.G.M.
Simons en mr. G.M.T. Berkel-Kikkert als leden, in tegenwoordigheid van
mr. A. van Netten als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 14
januari 2004.
(get.) M.I. 't Hooft.
(get.) A. van Netten.
|
|