|
Uitspraak
03/284
WVG
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn,
gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij besluit van 19 december 2001 heeft gedaagde de aanvraag van
appellante om toekenning van een woonvoorziening in de vorm van een
bijdrage in de kosten van woningaanpassing afgewezen.
Bij besluit van 13 mei 2002 heeft gedaagde het bezwaar tegen het besluit
van 19 december 2001 ongegrond verklaard.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het
besluit van 13 mei 2002 ongegrond verklaard.
Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak
gekeerd.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van 19 januari 2005, waar appellante
zich heeft laten vertegenwoordigen door T.H.M. Kamphuis, en gedaagde
zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. B.L. Bos, werkzaam bij de
gemeente Apeldoorn.
II. MOTIVERING
De Raad overweegt het volgende.
Ter zitting is op initiatief van de Raad een schikking tot stand
gekomen.
Namens gedaagde is de bereidheid uitgesproken, onder meer gelet op de
gedingstukken en de ter zitting naar voren gekomen bijzondere
omstandigheden van dit geval, om eenmalig een bedrag van € 1.000,-- te
verstrekken. Namens appellante is verklaard dat daarmee wordt ingestemd
en dat gedaagde hiermee geacht kan worden te zijn tegemoetgekomen aan
het beroep.
Vervolgens hebben partijen desgevraagd elkaar uitdrukkelijk finale
kwijting verleend, in verband waarmee namens appellante is verklaard dat
onder meer geen verzoek zal worden gedaan om vergoeding van proceskosten
en griffierecht.
Gelet hierop stelt de Raad vast dat tussen partijen een finale schikking
tot stand is gekomen en dat thans geen belang meer bestaat bij een
beoordeling van het door appellante ingestelde hoger beroep, reden
waarom dit wegens vervallen procesbelang niet-ontvankelijk dient te
worden verklaard.
Beslist wordt als volgt.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven door mr. M.I. ’t Hooft als voorzitter, en mr. R.M. van
Male en mr. G.M.T. Berkel-Kikkert als leden, in tegenwoordigheid van mr.
I.D. Veldman als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 16
februari 2005.
(get.) M.I. ’t Hooft.
(get.) I.D. Veldman.
|
|