|
Uitspraak
enkelvoudige kamer 04/2057 WW
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Appellant is op daartoe bij beroepschrift aangevoerde gronden in hoger
beroep gekomen van een door de rechtbank Zutphen op 27 februari 2004
tussen partijen gewezen uitspraak, reg.nr. 02-1512 WW, waarnaar hierbij
wordt verwezen.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 3
augustus 2005, waar partijen niet zijn verschenen.
II. MOTIVERING
1.0. Bij de aangevallen uitspraak is de rechtbank uitvoerig gemotiveerd
tot het oordeel gekomen dat gedaagde met zijn betalingsbeslissing van 2
maart 1998, waartegen het bezwaar van appellant bij het thans bestreden
besluit van 17 september 2002 ongegrond is verklaard, is gebleven binnen
de grenzen van het door de LBIO [het Landelijk Bureau Inning
Onderhoudsbijdragen, red.] op appellants uitkering krachtens de
Werkloosheidswet gelegd beslag. Naar aanleiding van de grief van
appellant dat gedaagde bij het bepalen van de omvang van het beslag geen
rekening heeft gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden, heeft de
rechtbank er op gewezen dat in de bestuursrechtelijke procedure moet
worden uitgegaan van de geldigheid van het beslag.
2.0. De Raad onderschrijft dat oordeel en maakt de overwegingen die de
rechtbank tot dat oordeel hebben geleid, tot de zijne.
2.1. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd bevat in
vergelijking tot het gestelde in eerste aanleg, geen nieuwe of andere
gronden en behoeft derhalve, gelet op het onder 2.0. overwogene, geen
bespreking meer.
3.0. Op grond van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de
aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
3.1. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan
artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr. M.A. Hoogeveen, in tegenwoordigheid van P.W.J.
Hospel als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 14 september
2005.
(get.) M.A. Hoogeveen.
(get.) P.W.J. Hospel.
|
|