|
Uitspraak
05/5211
WWB
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel
8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats], opposant,
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere,
geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij uitspraak van 8 november 2005 met toepassing van artikel 8:54 van de
Awb heeft de Raad het door opposant ingestelde hoger beroep tegen de
uitspraak van de rechtbank Zwolle van 22 juni 2005, reg.nr. AWB 04/1405,
niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft opposant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 6
maart 2006, waar partijen - wat opposant betreft met voorafgaand bericht
van verhindering wegens ziekte - niet zijn verschenen.
II. MOTIVERING
De uitspraak van de Raad van 8 november 2005 berust hierop, dat opposant
de gronden van het hoger beroep niet binnen de hem daartoe gestelde
termijn alsnog heeft aangevoerd.
De Raad is van oordeel dat de uitspraak van 8 november 2005 niet in
stand kan blijven.
Appellant heeft in zijn hogerberoepschrift reeds aangevoerd dat hij zich
niet kan verenigen met het feit dat de rechtbank, nadat opposant op de
dag voorafgaand aan de zitting bij faxbericht aan de rechtbank had
medegedeeld dat hij wegens ziekte verhinderd was en dat hij ook niet
alle onlangs aan hem toegezonden stukken al had kunnen lezen, de zitting
desondanks doorgang heeft laten vinden.
Deze grief richt zich rechtstreeks tegen de aangevallen uitspraak en
strekt ertoe, ook blijkens het verzetschrift van opposant, dat hij
alsnog op een zitting van de rechtbank zijn zaak kan bepleiten.
Gelet op het voorgaande dient het verzet gegrond te worden verklaard.
Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 8 november 2005 vervalt en
dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Van door opposant in het kader van de verzetprocedure gemaakte
proceskosten is de Raad niet gebleken.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet gegrond.
Aldus gegeven door mr. drs. Th.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van T.
Hemelrijk-van den Oudenalder als griffier, en uitgesproken in het
openbaar op 6 maart 2006.
(get.) Th.G.M. Simons
(get.) T. Hemelrijk-van Oudenalder.
|
|