|
Uitspraak
05/1234 ZW
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellant], appellant,
en
[gedaagde] te [woonplaats], gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Appellant is op bij beroepschrift aangevoerde gronden in hoger beroep
gekomen van een onder dagtekening 3 januari 2004 door de rechtbank te
Rotterdam tussen partijen gegeven uitspraak (reg.nr. ZW 03/415 VRLK),
waarnaar hierbij wordt verwezen.
Namens gedaagde heeft mr. P.S. Jonker, advocaat te Voorburg, hierop bij
brief van 29 maart 2005 van verweer gediend.
Desgevraagd hebben partijen toestemming gegeven de behandeling van het
geding ter zitting van de Raad achterwege te laten.
II. MOTIVERING
Bij besluit van 7 oktober 2002 heeft appellant geweigerd aan [naam
werkneemster], werkneemster van gedaagde, ziekengeld te verstrekken
omdat de werkneemster niet als gevolg van haar zwangerschap of bevalling
ongeschikt wordt geacht tot het verrichten van haar arbeid.
Namens gedaagde is daartegen bezwaar gemaakt.
Bij besluit van 8 januari 2003, hierna: het bestreden besluit, heeft
appellant het bezwaar van gedaagde kennelijk niet-ontvankelijk
verklaard, omdat gedaagde niet als belanghebbende bij het besluit van 7
oktober 2002 is aan te merken.
De Raad overweegt als volgt.
Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht
(Awb) wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang
rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Bij uitspraak van 24
september 2002 (JB 2002, 342) heeft de Raad als zijn oordeel gegeven dat
de werkgever ten aanzien van een besluit omtrent aanspraken van een
werknemer op ziekengeld, als belanghebbende in de zin van artikel 1:2,
eerste lid moet worden beschouwd. Dit oordeel geldt niet, indien de
uitzondering van artikel 2a van de Ziektewet (ZW) van toepassing is.
Het met ingang van 1 maart 2003 vervallen artikel 2a van de ZW luidde
als volgt: Bij een besluit ingevolge deze wet dat betrekking heeft op
het al dan niet bestaan of voortbestaan van de ongeschiktheid tot werken
is belanghebbende degene op wiens aanspraken het besluit betrekking
heeft.
De Raad heeft bij uitspraak van 1 oktober 2003, gepubliceerd in RSV
2003/315, als zijn oordeel gegeven dat artikel 2a van de ZW niet alleen
betrekking had op besluiten waarbij in geschil is of al dan niet sprake
is van ongeschiktheid tot werken, maar eveneens op besluiten waarbij
aard en oorzaak van de ongeschiktheid aan de orde zijn. Het bij de
aangevallen uitspraak gegeven oordeel van de rechtbank dat artikel 2a
van de ZW niet op laatstgenoemde categorie van geschillen ziet, wordt
derhalve door de Raad niet gedeeld.
Aan het besluit van 7 oktober 2002 ligt een beoordeling van de aard en
oorzaak van de ongeschiktheid tot werken van de werkneemster [naam
werkneemster] ten grondslag. Ten tijde in geding was artikel 2a van de
ZW nog van toepassing, zodat gedaagde als werkgeefster bij dit besluit
geen belanghebbende was.
Uit het vorenstaande vloeit voort dat de vernietiging van het bestreden
besluit door de rechtbank geen standhoudt. Appellant heeft gedaagde bij
dit besluit terecht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar
bezwaar.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel
8:75 van de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het inleidend beroep ongegrond.
Aldus gegeven door mr. Ch. van Voorst in tegenwoordigheid van mr. A.
Wentzel als griffier een uitgesproken in het openbaar op 27 april 2005.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) A. Wentzel.
|
|