|
|
||||||||||||||||||
|
Algemeen: |
De wet bepaalt dat
bepaalde categorieën personen zijn uitgesloten van het recht op
bijstand. In die gevallen bestaat geen recht op zowel algemene als
bijzondere bijstand. Daarnaast zijn bepaalde categorieën personen
(deels) uitgesloten van het recht op algemene bijstand. Bijzondere
bijstand is dan wel mogelijk. |
||||||||||||||||||
|
|
In
alle gevallen geldt dat op grond van zeer dringende redenen ook aan van
het recht op bijstand uitgesloten personen, met uitzondering van niet
rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen, bijstand kan worden
verleend. Wanneer sprake is van
"zeer dringende redenen" hangt af van de omstandigheden van
het geval. Criterium is dat het niet verlenen van bijstand zou leiden tot een levensbedreigende
situatie, een kans op blijvend letsel of invaliditeit of een herhaalde
psychiatrische spoedopname. |
||||||||||||||||||
| Uitgesloten
van het recht op zowel algemene als bijzondere bijstand: x |
Geen
recht op zowel algemene als bijzondere bijstand heeft degene: a. aan wie rechtens zijn vrijheid is ontnomen; b. die zijn militaire of vervangende dienstplicht vervult; c. die wegens werkstaking of uitsluiting niet deelneemt aan de arbeid, voor zover diens gebrek aan middelen daarvan het gevolg is; d. die in Nederland zijn woonplaats heeft doch die, langer dan de gebruikelijke vakantieduur, verblijf houdt buiten Nederland; e. die jonger is dan 18 jaar. |
||||||||||||||||||
| Uitgesloten
van het recht op algemene bijstand: x |
Geen recht op algemene bijstand heeft
degene: a. van 18, 19 of 20 jaar die in een inrichting verblijft; b. die onderwijs of een beroepsopleiding volgt als bedoeld in de Wet studiefinanciering 2000 (WSF 2000) of in hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS). Aan deze studerenden wordt bovendien geen bijzondere bijstand in de vorm van woonkostentoeslag verleend. Of daadwerkelijk een studiebeurs/lening of tegemoetkoming wordt ontvangen, is daarbij niet relevant; c. wiens voor werkzaamheden beschikbare tijd voor ten minste 19 uur per week in beslag wordt genomen door of in verband met het volgen van onderwijs of van een beroepsopleiding, tenzij het betreft een scholing of opleiding als bedoeld in artikel 113, eerste lid, onderdeel e, Abw dan wel een scholing of opleiding als voorziening op grond van de Wet inschakeling werkzoekenden (Wiw); d. die uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars (Wik) ontvangt of die gehuwd is met een persoon die een zodanige uitkering ontvangt; e. die onbetaald verlof geniet als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van de Werkloosheidswet (WW) of die gehuwd is met een zodanig persoon, voor zover diens gebrek aan middelen daarvan het gevolg is, tenzij belanghebbende alleenstaande ouder is voor wie de verplichtingen op grond van artikel 107, tweede lid, Abw niet gelden en hij verlof geniet als bedoeld in artikel 644 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. |
||||||||||||||||||
| Deels
uitgesloten van het recht op algemene bijstand: x |
Een
persoon van 18, 19 of 20 jaar, die niet in een inrichting verblijft,
heeft recht op een algemenebijstandsuitkering die is gerelateerd aan
het niveau van de kinderbijslag. Hij
heeft slechts recht op aanvullende bijzondere bijstand voor zover zijn
noodzakelijke kosten van het bestaan uitgaan boven de toepasselijke
bijstandsnorm en hij voor deze kosten geen beroep kan doen op zijn
ouders, omdat de
middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn of omdat hij
redelijkerwijs zijn onderhoudsrecht jegens zijn ouders niet te gelde kan
maken. |
||||||||||||||||||
| Zie ook: | De
volgende paragrafen van dit hoofdstuk en hoofdstuk
6. |
||||||||||||||||||
|
|
xx x
home | index | register | afkortingen | inhoud Abw | zoeken | volgende © Copyright
Stichting Adviesgroep Bestuursrecht.
Alle rechten voorbehouden. |