Abw
praktijk

 

               

 

 
vorige

 

HOOFDSTUK  4
Vormen van bijstand



ß 2.  Samenstelling van de algemenebijstandsuitkering

 

 

 

 

    
   

De rijksbasisnorm:

     

De in de Abw genoemde bijstandsnormen zijn de rijksbasisnormen. De rijksbasisnormen zijn afgeleid van het nettominimumloon en verschillen naargelang de leeftijd en leefvorm van de belanghebbende(n). Het nettominimumloon staat in dit geval gelijk aan de gehuwden-/samenwonendennorm (artikel 30, eerste lid, onderdeel c, Abw) die geldt voor personen van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar. Alle normen zijn netto en inclusief vakantietoeslag.
 

 
          De rijksbasisnorm bedraagt voor:
1. echtparen 100% van het minimumloon;
2. alleenstaande ouders 70% van het minimumloon;
3. alleenstaanden 50% van het minimumloon.
Afhankelijk van het kunnen delen van algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan met een ander kan op de rijksbasisnorm aan alleenstaanden en alleenstaande ouders van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar algemene bijstand in de vorm van een gemeentelijke toeslag worden verleend van ten hoogste 20%-minimumloon (artikel 33 Abw).
 
 
          Voor personen van 65 jaar of ouder gelden rijksbasisnormen die zijn afgeleid van de netto-AOW-normen, waarbij een particuliere oudedagsvoorziening tot een bepaald bedrag (artikel 49 Abw) buiten beschouwing wordt gelaten.
 
 
          De rijksbasisnormen voor personen van 18, 19 of 20 jaar (zie hoofdstuk 2, ß4) zijn gelijk aan het niveau van de kinderbijslag. Voor aanvulling van het inkomen tot de norm van een 21-jarige dient de onderhoudsplicht van de ouder(s) (artikel 10 Abw) te worden aangesproken. Indien geen of onvoldoende draagkracht bij de onderhoudsplichtige(n) aanwezig is, kan bijzondere bijstand worden verleend.
Voor gehuwden/samenwonenden en alleenstaande ouders gelden samengestelde normen, die eveneens in de wet zijn vastgelegd.
 
 
          Voor personen die in een inrichting verblijven gelden rijksbasisnormen die zijn gebaseerd op de behoefte aan zak- en kleedgeld. Voor de kosten van vaste lasten (huur, energie, enz.) kan tijdelijk bijzondere bijstand worden verleend.
 
 
 
 
    Verhoging of verlaging van de norm:
x
      Voor zover de alleenstaande of de alleenstaande ouder algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan in het geheel niet kan delen met een ander, garandeert de wet (artikel 38, tweede lid, onderdeel a, Abw) de maximale gemeentelijke toeslag van 20%-minimumloon. Indien woonkosten kunnen worden gedeeld met een niet in de bijstand begrepen medebewoner, vindt een verlaging van doorgaans 10%-minimumloon op de gemeentelijke toeslag of de gehuwdennorm plaats. Bij twee of meer kostendelende medebewoners wordt in veel gemeenten in het geheel geen toeslag meer verleend en worden gehuwden met een verlaging van 20%(-minimumloon) van de rijksbasisnorm geconfronteerd, zoals dat ook geheel of gedeeltelijk kan geschieden als gevolg van de bewoning van een woning waaraan geen woonkosten zijn verbonden, bijvoorbeeld een kraakpand (artikel 35, eerste lid, Abw). Het voorgaande geldt niet voor belanghebbenden van 65 jaar of ouder (artikel 34 Abw).
 
Verder kan de bijstand en/of de toeslag op grond van artikel 36 Abw lager worden vastgesteld indien de belanghebbende minder dan een halfjaar vůůr de bijstandsaanvraag de deelname heeft beŽindigd aan onderwijs of een beroepsopleiding, niet zijnde een scholing of opleiding als bedoeld in artikel 113, eerste lid, onderdeel e, Abw dan wel een scholing of opleiding als voorziening op grond van de Wet inschakeling werkzoekenden. Deze zogeheten schoolverlatersuitkering bedraagt meestal slechts 45% van het minimumloon, oftewel bij benadering de studiefinancieringsnorm als bedoeld in artikel 48, tweede lid, onderdeel b, Abw, en duurt ten minste een halfjaar. Ook voor alleenstaanden van 21 en 22 jaar kan, gelet op de hoogte van het minimumjeugdloon, de gemeentelijke toeslag lager worden vastgesteld (artikel 37, eerste lid, Abw). Doorgaans betekent dat voor een 21-jarige dat hem geen toeslag wordt verleend en voor een 22-jarige slechts een toeslag van 10%-minimumloon. Gelijktijdige toepassing van beide verlagingen is op grond van artikel 38, tweede lid, onderdeel b, Abw niet toegestaan.
 
 
          De wet draagt de gemeenteraad op bij verordening vast te stellen voor welke categorieŽn de bijstandsnorm wordt verhoogd of verlaagd en op grond van welke criteria de hoogte van die verhoging of verlaging wordt bepaald. In deze Gemeentelijke bijstandsverordening of Verordening verhogingen en verlagingen van de bijstandsnorm mogen uitsluitend verhogingen of verlagingen worden vastgesteld als bedoeld in de artikelen 33 tot en met 37 Abw. Naast het hierboven bedoelde wettelijke anticumulatiebeding behoort ook te zijn vastgelegd hoeveel de overige combinaties van verlagingen ten hoogste mogen bedragen.
 
 
 
 
    Vakantietoeslag:
x
      In de rijksbasisnorm en de eventuele gemeentelijke toeslag is een percentage vakantietoeslag begrepen. De vakantietoeslag, berekend over de maandelijkse bijstandsuitkering waarop in aanmerking te nemen inkomen in mindering is gebracht, wordt gereserveerd. In afwijking van de maandelijkse achterafbetaling van de bijstand wordt de vakantietoeslag, voor zover niet reeds eerder betaald, jaarlijks betaald in de maand juni over de aan die maand voorafgaande twaalf maanden, dan wel in de maand waarin de algemene bijstand eindigt (artikel 73, derde lid, Abw). De vakantietoeslag over inkomsten (loon en/of uitkering) kan forfaitair worden vastgesteld op grond van artikel 46 Abw in verbinding met de Bijstandsregeling vakantietoeslag 1996. Omdat deze vakantietoeslag meteen met de bijstandsuitkering wordt verrekend terwijl uitbetaling ervan eerst plaatsvindt in de maand mei of na beŽindiging van de werkzaamheden of de uitkering, komt de belanghebbende tot het moment van die uitbetaling tijdelijk onder het sociaal minimum met zijn inkomen. Hij moet het bedrag aan vakantiegelden als het ware voorschieten.
 
Ook kan zich de situatie voordoen dat er een relatief gering bedrag aan vakantietoeslag wordt gereserveerd doordat over de inkomsten geen aanspraak op vakantietoeslag bestaat, zoals bij ontvangen alimentatie. Op verzoek van de belanghebbende kan dan, ten koste van de maanduitkering, telkens een bedrag worden gereserveerd dat ten hoogste gelijk is aan de (theoretische) vakantietoeslag behorende bij de voor hem geldende norm.
 
 
 
 
    Zie ook:       Hoofdstuk 2 en 6 en de Gemeentelijke bijstandsverordening (Verordening verhogingen en verlagingen van de bijstandsnorm).
 
 
   

 

 

xx

x

 

home | index | register | afkortingen | inhoud Abw | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x