Abw
praktijk

 

               

 

 
vorige

 

HOOFDSTUK  4
Vormen van bijstand



§ 6.  Bijstand als geldlening

 

 

 

 

    
   

Algemeen:

     

In welke gevallen bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening kan worden verleend, wordt uiteengezet in paragraaf 4 van dit hoofdstuk. Het betreft hier echter geen limitatieve (uitputtende) opsomming. In de afzonderlijke hoofdstukken van dit handboek wordt steeds de vorm van de bijstandverlening aangegeven.
 
Aanvragen voor (bijstand in de vorm van) een geldlening worden in de meeste gemeenten in beginsel doorverwezen naar de VKB/GKB of een commerciële bank (zie vorige paragraaf). Het onderstaande geldt alleen voor door de gemeente zelf verstrekte geldleningen (leenbijstand).
 
 
 

 
    Onderzoek SZ:       Bij een aanvraag voor bijstand in de vorm van een geldlening dient in ieder geval te worden onderzocht:
1. de noodzaak van de kosten waarvoor de geldlening wordt aangevraagd;
2. de hoogte van het benodigde bedrag;
3. de voorzienbaarheid van de uitgave en daarmee samenhangend de reserveringsmogelijkheden; en
4. het betoonde besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. De kosten mogen niet zijn ontstaan door onverantwoord gedrag.
 
 
          In geval van duurzame gebruiksgoederen gelden voor de gemeente enkele bijzondere verplichtingen, die zijn omschreven in paragraaf 4 van dit hoofdstuk.
 
 
 
 
    Akte van schuldbekentenis:
x
      Van de geldlening dient een akte van schuldbekentenis te worden opgemaakt waarin de bestemming van de lening, de hoogte van het geleende bedrag en de maandelijkse aflossingstermijnen zijn vastgelegd. Vóór ondertekening van de akte dient de belanghebbende een machtiging af te geven waarmee hij toestemming verleent de termijnen op zijn bijstandsuitkering in te houden.
 
 
 
 
    Rente over de geldlening:
x
      Over de geldlening wordt geen rente berekend. Indien de geldlening is verstrekt als bijstand in de vorm van een krediethypotheek, bedraagt de rente op grond van artikel 5, eerste en tweede lid, van het Besluit krediethypotheek bijstand, voor zover na afloop van de aflossingsperiode van tien jaar een deel van de geldlening nog niet is afgelost, vanaf dat moment de wettelijke rente verminderd met 3 procent.
 
 
 
 
    Looptijd geldlening:
x
      In bijna alle gemeenten geldt dat de looptijd van de geldlening in beginsel 36 maanden is. Na drie jaren regelmatige en volledige aflossing wordt het restant van de lening buiten invordering gesteld, mits eventuele achterstallige termijnen eerst zijn voldaan. Buiteninvorderingstelling wil in dit geval zeggen kwijtschelding van de restantschuld.
 
 
 
 
    Aflossing geldlening:
x
      In de meeste gemeenten is het beleid om de hoogte van de aflossingsbedragen van de geldlening voor personen met een inkomen ter hoogte van de bijstandsnorm vast te stellen op 6% van de (theoretische) bijstandsnorm inclusief VT, een eventuele gemeentelijke toeslag daarbij inbegrepen. In ieder geval dienen de aflossingsbedragen zodanig te worden vastgesteld dat de belanghebbende, mede gelet op het bestaan van eventuele andere schulden waarop dient te worden afgelost, ten minste blijft beschikken over de beslagvrije voet van 90% van de toepasselijke bijstandsnorm inclusief VT als bedoeld in artikel 475d Rv.
 
De aflossingsbedragen worden hoger vastgesteld indien een inkomen boven de bijstandsnorm wordt genoten. De aflossingsbedragen en/of de duur van de aflossing kunnen eveneens worden aangepast naar aanleiding van veranderingen in de omstandigheden of mogelijkheden van de belanghebbende.
 
Afhankelijk van de betreffende gemeente kan voor een persoon van 18, 19 of 20 jaar, die uit noodzaak uitwonend is, de aflossing worden vastgesteld op €|1,00 per maand. Datzelfde geldt dan voor de 21-jarige alleenstaande die op grond van zijn leeftijd geen gemeentelijke toeslag is toegekend.
 
 
 
 
    Vastliggend of niet
direct opeisbaar vermogen:
      Indien de bijstand is verleend in de vorm van een geldlening wegens vastliggend of niet direct opeisbaar vermogen, gelden bijzondere aflossingsbepalingen. Uitgangspunt daarbij is dat aflossing ineens plaatsvindt op het moment dat het (over)vermogen te gelde kan worden gemaakt.
 
 
 
 
    Tekortschietend besef:
x
      Indien de bijstand wegens een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan (bijvoorbeeld wegens verwijtbare werkloosheid) gedurende bepaalde tijd wordt verleend in de vorm van een geldlening, behoeft geen akte van schuldbekentenis te worden opgemaakt en ondertekend. In de beschikking dienen te worden vermeld de feiten omtrent het tekortschietend besef van verantwoordelijkheid, de vastgestelde maatregel (ook die van het UWV in geval van weigering van uitkering op grond van artikel 27, eerste, tweede of derde lid, WW) en dat de bijstand in de vorm van een geldlening wordt verleend. De aflossingsverplichting gaat in op het moment dat de bijstandverlening eindigt. De geldlening dient in beginsel ineens te worden afgelost. Indien dat niet mogelijk is, kan aflossing plaatsvinden op grond van een naar draagkracht vastgesteld maandbedrag (betalingsregeling).
 
 
 
 
    Zie ook:       §4 en §5 van dit hoofdstuk.
 
 
   

 

 

xx

x

 

home | index | register | afkortingen | inhoud Abw | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x