|
|
|||||||||||||||||||||||
|
Algemeen: |
In welke gevallen
bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening kan worden verleend,
wordt uiteengezet in paragraaf 4 van dit
hoofdstuk. Het betreft hier echter geen limitatieve (uitputtende)
opsomming.
In de afzonderlijke hoofdstukken van dit handboek wordt steeds de vorm
van de bijstandverlening aangegeven. |
|||||||||||||||||||||||
| Onderzoek SZ: | Bij
een aanvraag voor bijstand in de vorm van een geldlening dient in ieder geval te worden onderzocht: 1. de noodzaak van de kosten waarvoor de geldlening wordt aangevraagd; 2. de hoogte van het benodigde bedrag; 3. de voorzienbaarheid van de uitgave en daarmee samenhangend de reserveringsmogelijkheden; en 4. het betoonde besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. De kosten mogen niet zijn ontstaan door onverantwoord gedrag. |
|||||||||||||||||||||||
| In
geval
van duurzame gebruiksgoederen gelden voor de gemeente
enkele bijzondere
verplichtingen, die zijn omschreven in paragraaf
4 van dit hoofdstuk. |
||||||||||||||||||||||||
| Akte
van schuldbekentenis: x |
Van
de geldlening dient een akte van schuldbekentenis te worden opgemaakt
waarin de bestemming van de lening, de hoogte van het geleende bedrag en
de maandelijkse aflossingstermijnen zijn vastgelegd. Vóór ondertekening van de
akte dient de belanghebbende een machtiging af te geven waarmee hij
toestemming verleent de termijnen op zijn bijstandsuitkering in te
houden. |
|||||||||||||||||||||||
| Rente
over de geldlening: x |
Over
de geldlening wordt geen rente berekend. Indien de geldlening is
verstrekt als bijstand in de vorm van een krediethypotheek, bedraagt de
rente op grond van artikel 5, eerste en tweede lid, van het Besluit
krediethypotheek bijstand, voor zover na afloop van de aflossingsperiode
van tien jaar een deel van de geldlening nog niet is afgelost, vanaf dat moment
de wettelijke rente verminderd met 3 procent. |
|||||||||||||||||||||||
| Looptijd
geldlening: x |
In
bijna alle gemeenten geldt dat de looptijd van de geldlening in beginsel
36 maanden is. Na drie jaren regelmatige en volledige aflossing wordt
het restant van de lening buiten invordering gesteld, mits eventuele
achterstallige termijnen eerst zijn voldaan. Buiteninvorderingstelling
wil in dit geval zeggen kwijtschelding van de restantschuld. |
|||||||||||||||||||||||
| Aflossing
geldlening: x |
In
de meeste gemeenten is het beleid om de hoogte van de aflossingsbedragen
van de geldlening voor personen met een inkomen ter hoogte van de bijstandsnorm
vast te stellen op 6% van de (theoretische) bijstandsnorm inclusief VT, een
eventuele gemeentelijke toeslag daarbij inbegrepen. In ieder geval
dienen de aflossingsbedragen zodanig te worden vastgesteld dat de
belanghebbende, mede gelet op het bestaan van eventuele andere schulden
waarop dient te worden afgelost, ten minste blijft beschikken over de
beslagvrije voet van 90% van de toepasselijke bijstandsnorm inclusief VT als
bedoeld in artikel 475d Rv. De aflossingsbedragen worden hoger vastgesteld indien een inkomen boven de bijstandsnorm wordt genoten. De aflossingsbedragen en/of de duur van de aflossing kunnen eveneens worden aangepast naar aanleiding van veranderingen in de omstandigheden of mogelijkheden van de belanghebbende. Afhankelijk van de betreffende gemeente kan voor een persoon van 18, 19 of 20 jaar, die uit noodzaak uitwonend is, de aflossing worden vastgesteld op €|1,00 per maand. Datzelfde geldt dan voor de 21-jarige alleenstaande die op grond van zijn leeftijd geen gemeentelijke toeslag is toegekend. |
|||||||||||||||||||||||
| Vastliggend
of niet direct opeisbaar vermogen: |
Indien
de bijstand is verleend in de vorm van een geldlening wegens vastliggend
of niet direct opeisbaar vermogen, gelden bijzondere
aflossingsbepalingen. Uitgangspunt daarbij is dat aflossing ineens
plaatsvindt op het moment dat het (over)vermogen te gelde kan worden
gemaakt. |
|||||||||||||||||||||||
| Tekortschietend
besef: x |
Indien
de bijstand wegens een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
voor de voorziening in het bestaan (bijvoorbeeld wegens verwijtbare
werkloosheid) gedurende bepaalde tijd wordt verleend in de vorm van een
geldlening, behoeft geen akte van schuldbekentenis te worden opgemaakt
en ondertekend. In de beschikking dienen te worden vermeld de feiten
omtrent het tekortschietend besef van verantwoordelijkheid, de
vastgestelde maatregel (ook die van het UWV in
geval van weigering van uitkering
op grond van artikel 27, eerste, tweede of derde lid, WW)
en dat de bijstand in de vorm van een geldlening wordt verleend. De
aflossingsverplichting gaat in op het moment dat de bijstandverlening
eindigt. De geldlening dient in beginsel ineens te worden afgelost.
Indien dat niet mogelijk is, kan aflossing plaatsvinden op grond van een
naar draagkracht vastgesteld maandbedrag (betalingsregeling). |
|||||||||||||||||||||||
| Zie ook: | §4
en §5 van dit hoofdstuk. |
|||||||||||||||||||||||
|
|
xx x
home | index | register | afkortingen | inhoud Abw | zoeken | volgende © Copyright
Stichting Adviesgroep Bestuursrecht.
Alle rechten voorbehouden. |