Abw
praktijk

 

               

 

 
vorige

 

HOOFDSTUK  5
Van aanvraag tot beroep



§ 3.  Het besluit

 

 

 

 

    
   

Het begrip besluit:
 

     

Het onderzoek naar aanleiding van de aanvraag leidt uiteindelijk tot een beschikking. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen. Onder beschikking wordt verstaan: een besluit dat niet van algemene strekking is en waaraan de aanvrager zijn rechten en plichten kan ontlenen. Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, in dit geval burgemeester en wethouders, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Een rechtshandeling dient te zijn gericht op rechtsgevolg. Tegen rechtsgevolg en daarmee tegen een besluit staan de rechtsmiddelen bezwaar en beroep open (zie paragraaf 5 van dit hoofdstuk). Anders dan met de rechtshandeling kan tegen een feitelijke handeling, zoals een waarschuwingsbrief of een oproeping voor een heronderzoek, geen bezwaar worden gemaakt of beroep worden ingesteld, omdat deze niet is gericht op rechtsgevolg. De feitelijke handeling brengt geen wijziging teweeg in de rechtsorde (de rechten en plichten van gemeente en belanghebbende), hetgeen bij de rechtshandeling wél het geval is.
 

 
   

     

Een uitzondering hierop is het bepaalde in artikel 138 Abw op grond waarvan het nalaten van een (feitelijke) handeling die strekt tot uitvoering van het besluit inzake de verlening of terugvordering van bijstand of het verrichten van een (feitelijke) handeling die afwijkt van dat besluit, wordt gelijkgesteld met een besluit. Dit kan met name van belang zijn bij de uitkeringsspecificatie (feitelijke handeling). Wanneer bijvoorbeeld uit de specificatie blijkt dat de bijstand tot een onjuist bedrag is vastgesteld, kan daartegen bezwaar worden gemaakt.
 

 
   

     

Voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep worden eveneens met een besluit gelijkgesteld:
a. de schriftelijke weigering een besluit te nemen; en
b. het niet tijdig nemen van een besluit (het fictief weigeringsbesluit).
 
 
 

 
   

Inhoud beschikking:
x

     

Bij een besluit tot toekenning of voortzetting van bijstand wordt ten minste mededeling gedaan van:
a. de verplichtingen tot het doen van mededelingen en het verlenen van medewerking, bedoeld in artikel 65 Abw;
b. de verplichtingen als bedoeld in hoofdstuk VIII Abw die in het betrokken geval aan de bijstand zijn verbonden.
Bij een besluit tot wijziging van bijstand wordt ten minste mededeling gedaan van de wijziging en de op die wijziging betrekking hebbende gewijzigde verplichtingen. Voorts wordt, indien daarvoor aanleiding bestaat, in het besluit nogmaals mededeling gedaan van de hiervoor bedoelde eerder aan de bijstand verbonden verplichtingen.
 
Indien ten behoeve van de belanghebbende een plan is opgesteld gericht op het vergroten van de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling (trajectplan), wordt dit opgenomen in een bijlage bij het besluit tot toekenning of voortzetting van bijstand. De belanghebbende dient een exemplaar van de bijlage voor gezien te tekenen en dit te verstrekken aan burgemeester en wethouders. De bijlage wordt tevens getekend door burgemeester en wethouders.
 
De beschikking, waarin het besluit schriftelijk is vastgelegd, dient duidelijk en juridisch zuiver te zijn. Een beschikking dient daarom:
1. als zodanig kenbaar te zijn. Kenbaarheidsvereisten zijn met name de vermelding van de verzenddatum (vaak een stempel) en de vermelding, onderaan of op de achterzijde van de brief of als bijlage bij de brief, van de rechtsmiddelen, waarbij wordt vermeld door wie, binnen welke termijn en bij welk orgaan bezwaar kan worden gemaakt (artikel 3:45 Awb);
2. zorgvuldig te zijn voorbereid (artikel 3:2 Awb);
3. te steunen op een redelijke belangenafweging (artikel 3:4 Awb);
4. deugdelijk te zijn gemotiveerd (afdeling 3.7 Awb), onder meer door vermelding van de wettelijke voorschriften krachtens welke het besluit is genomen (artikel 3:47, tweede lid, Awb);
5. de hierboven bedoelde aan de bijstand verbonden verplichtingen te vermelden (artikel 70 Abw); en
6. de geraadpleegde adviseurs en hun adviezen te vermelden (artikel 3:8 artikel 3:49 Awb) en bij afwijking van adviezen de reden van afwijking gemotiveerd weer te geven (artikel 3:50 Awb).
 
Zie ook hoofdstuk 1, §6 voor uitleg van de onder 2, 3, 4 en 6 bedoelde algemene beginselen van behoorlijk bestuur (abbb).
 
De vermelding van de motivering kan achterwege blijven indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat. Dit is bijvoorbeeld het geval als de belanghebbende volledig in zijn aanvraag is tegemoet gekomen. Indien de belanghebbende binnen een redelijke termijn verzoekt om de motivering, dan dient deze zo spoedig mogelijk te worden verstrekt (artikel 3:48 Awb).
 
 
 

 
   

Zie ook:

     

§1 en §2 van dit hoofdstuk.
 

 
   

 

 

xx

x

 

home | index | register | afkortingen | inhoud Abw | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x