Abw
praktijk

 

               

 

 
vorige

 

HOOFDSTUK  5
Van aanvraag tot beroep



§ 4.  Het herzieningsbesluit

 

  

 

 

 

    
   

Algemeen:
 

     

De voor de Abw, Ioaw en Ioaz op 1 juli 1997 in werking getreden Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid (Wet BMT, zie met name de artikelen 14 tot en met 14f Abw) geeft gemeenten een nieuw instrument: het herzieningsbesluit. Een herzieningsbesluit houdt een wijziging met terugwerkende kracht in van het oorspronkelijke besluit tot toekenning van bijstand. Het herzieningsbesluit biedt gemeenten meer mogelijkheden om het recht op bijstand op de juiste wijze te handhaven. Echter alleen in de gevallen aangegeven in de wet kan het herzieningsbesluit toepassing vinden.
 
 
 

 
    De herziening:
 
      Indien de gemeente op enig moment blijkt dat een eerder genomen besluit tot toekenning van bijstand onjuist is en dat daardoor bijstand ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend, dient dat besluit te worden herzien. Herziening heeft in dit verband tot gevolg de intrekking van het oorspronkelijke besluit tot toekenning van bijstand (de facto beëindiging van de bijstand met terugwerkende kracht) dan wel het vaststellen van de bijstand op een lager bedrag met terugwerkende kracht.
 
In de volgende gevallen is de gemeente bevoegd een besluit te herzien of in te trekken:
1. indien tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 14, eerste lid, Abw heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand;
2. indien het niet voldoen aan de inlichtingenverplichting als bedoeld in artikel 65, eerste lid, Abw heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand;
3. indien de belanghebbende niet binnen de hem geboden hersteltermijn aan zijn verplichtingen heeft voldaan. In dit geval wordt het besluit tot toekenning van bijstand met ingang van de opschortingsdatum (zie paragraaf 2 van dit hoofdstuk) ingetrokken;
4. indien anderszins, buiten toedoen van de belanghebbende, de bijstand ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.
 
Het herzieningsbesluit dient in te gaan vanaf het moment waarop de wijziging heeft plaatsgevonden van de omstandigheden die hebben geleid tot de herziening. In de meeste gevallen houdt dit in dat de bijstand met terugwerkende kracht dient te worden verlaagd of ingetrokken. De datum waarnaar de verlaging of intrekking terugwerkt, dient nauwkeurig te worden vastgesteld. Indien dat niet mogelijk is, is de ingangsdatum van verlaging of intrekking de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de wijziging van omstandigheden heeft plaatsgevonden.
 
Als met terugwerkende kracht het recht op bijstand wordt herzien of ingetrokken, kan op basis van het herzieningsbesluit worden bepaald tot welk bedrag te veel aan bijstand is verleend. Het terugvorderingsbesluit en het bedrag van terugvordering worden dan bepaald door het herzieningsbesluit.
 
Het instrument herzieningsbesluit kan niet worden gebruikt wanneer naar aanleiding van een tijdige melding door belanghebbende van gewijzigde omstandigheden een andere norm dient te worden toegepast, bijvoorbeeld bij de beëindiging van een gezamenlijke huishouding of bij opname in een inrichting. Dan dient het oorspronkelijke besluit tot toekenning van bijstand te worden gewijzigd. Ook bij eindiging van de bijstand en bij normwijzigingen vanwege wijziging van het nettominimumloon kan het herzieningsbesluit niet worden toegepast.
 
 
 
 
    Combinatiebeschik-
king:
 
      In veel gevallen brengt herziening van het recht op bijstand met zich mee dat tevens met betrekking tot terugvordering, intrekking en/of sanctionering een besluit dient te worden genomen. Deze verschillende besluiten kunnen worden vervat in één beschikking, waarmee wordt voorkomen dat tegen elk onderdeel afzonderlijk bezwaar zou moeten worden gemaakt.
 
De combinatiebeschikking kan uit twee of meer van de volgende onderdelen bestaan:
1. herziening van het recht op bijstand over een achterliggende periode;
2. een maatregel;
3. terugvordering van hetgeen onverschuldigd is betaald;
4. intrekking van het besluit tot toekenning van bijstand, hetgeen neerkomt op beëindiging van de bijstand met terugwerkende kracht.
 
In de meeste gemeenten is het beleid om een boetebesluit, gezien het tijdsverloop, de afwijkende procedure en de incasso, niet op te nemen in een combinatiebeschikking.
 
De combinatiebeschikking kan alleen worden gebruikt indien na één onderzoek over de verschillende onderdelen een besluit kan worden genomen. Wanneer nader onderzoek is vereist of wanneer een deelonderzoek naar verwachting lang zal gaan duren, is het beter om voor die onderdelen waarover reeds duidelijkheid bestaat al een besluit af te geven. Voorkomen dient te worden dat het uitblijven van een besluit leidt tot rechtsonzekerheid bij de betrokkene of dat onvoldoende gevolg wordt gegeven aan het lik-op-stukbeleid dat bij het opleggen van een maatregel of boete is vereist.
 
 
   

 

 
 

xx

x

 

home | index | register | afkortingen | inhoud Abw | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x