Abw
praktijk

 

               

 

 
vorige

 

HOOFDSTUK  6
De bijstandsnorm



§ 7.  Schoolverlaters van 21 t/m 26 jaar

 

  

 

 

 

    
   

Algemeen:
 

     

Burgemeester en wethouders kunnen de bijstandsnorm of de gemeentelijke toeslag, waarbij de laatste voorrang heeft, lager vaststellen voor de belanghebbende die recent de deelname heeft beëindigd aan onderwijs of een beroepsopleiding:
a. indien voor het onderwijs of de beroepsopleiding aanspraak bestond op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000, op een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS); dan wel
b. indien de belanghebbende op de eerste dag van het kalenderkwartaal waarin de beëindiging plaatsvond jonger was dan 25 jaar en de voor werkzaamheden beschikbare tijd voor ten minste 19 uur per week in beslag werd genomen door het onderwijs of de beroepsopleiding, tenzij het betreft een scholing of opleiding als bedoeld in artikel 113, eerste lid, onderdeel e, Abw dan wel een scholing of opleiding als voorziening op grond van de Wet inschakeling werkzoekenden.
x
Van een recente beëindiging van de deelname aan onderwijs of beroepsopleiding is sprake zolang nog geen periode van een halfjaar is verstreken, gerekend vanaf het tijdstip van die beëindiging. Uitgangspunt bij deze zogeheten schoolverlatersuitkering is dat de duur ervan beperkt blijft tot een halfjaar.
x
De bedoeling van de schoolverlatersuitkering is de belanghebbende financieel te prikkelen zich maximaal voor de verwerving van betaalde arbeid in te zetten. Waar de belanghebbende tijdens de studieperiode de bestedingen heeft afgestemd op het doorgaans beperkte inkomen (uit bijvoorbeeld studiefinanciering), nemen zijn noodzakelijke kosten van het bestaan niet onmiddellijk toe als hij zijn studie beëindigt en als schoolverlater op bijstand aangewezen raakt. De schoolverlatersuitkering dient daarom te worden afgestemd op de hoogte van het tijdens de studie genoten inkomen. In de meeste gevallen zal dat inkomen studiefinanciering betreffen en kan voor de hoogte van de te verlenen bijstand aansluiting worden gezocht bij de studiefinancieringsnormen, bedoeld in artikel 48, tweede lid, Abw. Indien het inkomen meer bedroeg dan de toepasselijke studiefinancieringsnorm, dient de schoolverlatersuitkering op grond van artikel 13, eerste lid, Abw op dat inkomen te worden afgestemd, doch zodanig dat de verleende bijstand niet meer bedraagt dan de toepasselijke bijstandsnorm ingeval belanghebbende geen schoolverlater zou zijn (jurisprudentie: CRvB 7 december 1999, USZ 2000/20).
x
De schoolverlatersuitkering geldt voor schoolverlaters van 21 jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar. Ook bij eventuele toeslag op de rijksbasisnorm voor een 18-, 19- of 20-jarige (zie vorige paragraaf) dient met de hoogte van het genoten inkomen tijdens de studie rekening te worden gehouden.
x
x
x

 
    Studerende partner:
 
      Indien de belanghebbende die schoolverlater is, samenwoont met een partner die studerende als bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel b, Abw is, dient die partner als niet-rechthebbende partner/echtgenoot te worden aangemerkt. Alleen belanghebbende is dan subject van bijstand. Indien het gezamenlijke inkomen de ingevolge gemeentelijk beleid toepasselijke echtparennorm van doorgaans 75% WML (zie paragraaf 1 van dit hoofdstuk) te boven gaat, dient het meerdere op de bijstand van belanghebbende in mindering te worden gebracht.
x
x
x
 
    Anticumulatiebeding:
x
      In de meeste gemeenten zal de schoolverlatersuitkering voor het merendeel van de belanghebbenden 25% WML minder bedragen dan de bijstand ingeval zij geen schoolverlater zouden zijn. Het is echter mogelijk dat vanwege samenloop van meerdere verlagingen van de bijstandsnorm, bijvoorbeeld wegens schoolverlaterschap én woningdeling, het bedrag aan bijstand onaanvaardbaar laag wordt. Voor die gevallen is in de meeste gemeenten een anticumulatiebeding in de Gemeentelijke bijstandsverordening opgenomen, inhoudende dat de bijstandsnorm met niet meer dan 25% WML mag worden verlaagd.
x
x
x
 
    Zie ook:       Gemeentelijke bijstandsverordening (Verordening verhogingen en verlagingen van de bijstandsnorm).
x
 
   

 

 
 

xx

x

 

home | index | register | afkortingen | inhoud Abw | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x