|
|
|||||||||||||||||||||||
|
Algemeen: |
Burgemeester en
wethouders kunnen de bijstandsnorm of de gemeentelijke
toeslag, waarbij de laatste voorrang heeft, lager vaststellen voor de belanghebbende die recent de
deelname heeft beëindigd aan onderwijs of een beroepsopleiding: |
|||||||||||||||||||||||
| Studerende
partner: |
Indien
de belanghebbende die schoolverlater is, samenwoont met een partner die
studerende als bedoeld in artikel 9, tweede lid,
onderdeel b, Abw is, dient die partner als
niet-rechthebbende partner/echtgenoot te worden aangemerkt. Alleen
belanghebbende is dan subject van bijstand. Indien het gezamenlijke
inkomen de ingevolge gemeentelijk beleid toepasselijke echtparennorm van doorgaans 75%
WML
(zie paragraaf 1 van dit hoofdstuk) te boven
gaat, dient het meerdere op de bijstand van belanghebbende in mindering
te worden gebracht. x x x |
|||||||||||||||||||||||
| Anticumulatiebeding: x |
In
de meeste gemeenten zal de schoolverlatersuitkering voor het merendeel
van de belanghebbenden 25% WML
minder bedragen dan de bijstand ingeval zij geen
schoolverlater zouden zijn. Het is echter mogelijk dat vanwege samenloop
van meerdere verlagingen van de bijstandsnorm, bijvoorbeeld wegens
schoolverlaterschap én woningdeling, het bedrag aan bijstand
onaanvaardbaar laag wordt. Voor die gevallen is in de meeste gemeenten
een anticumulatiebeding in de Gemeentelijke bijstandsverordening
opgenomen, inhoudende dat de bijstandsnorm met niet meer dan 25% WML mag
worden verlaagd. x x x |
|||||||||||||||||||||||
| Zie ook: | Gemeentelijke
bijstandsverordening (Verordening verhogingen en verlagingen van de
bijstandsnorm). x |
|||||||||||||||||||||||
|
|
xx x
home | index | register | afkortingen | inhoud Abw | zoeken | volgende © Copyright
Stichting Adviesgroep Bestuursrecht.
Alle rechten voorbehouden. |