|
De
Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op
artikel 7, achtste lid, en artikel 26, vierde lid, van de
Algemene
Kinderbijslagwet (Stb. 1990, 128);
Besluit:
Art. 1.
Voor de toepassing
van artikel 7, eerste lid, onderdeel
e,¹
van de Algemene Kinderbijslagwet wordt een
kind dat in de
eerste maand van een kalenderkwartaal werkloos wordt, geacht
op de eerste dag van die maand werkloos te zijn.
1. Volgens de redactie dient
"artikel 7, eerste lid, onderdeel e"
te worden vervangen door: artikel 7,
tweede lid, onderdeel c.
Art. 2.
Voor de toepassing van artikel 7, achtste lid, van de
Algemene Kinderbijslagwet wordt een
kind dat in de eerste maand van een kalenderkwartaal werkloos
wordt, geacht op de eerste dag van die maand bij de Centrale
organisatie werk en inkomen als werkzoekende te zijn
geregistreerd, mits de feitelijke inschrijving bij de Centrale
organisatie werk en inkomen plaatsvindt binnen één maand nadat
de werkloosheid is ingetreden.
Art. 3.
De Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken van 6 november 1984, nr.
SV/84/3835,
(Stcrt. 1984, 219) wordt ingetrokken.
Art. 4.
Deze regeling, die met
de daarbij behorende toelichting in de Staatscourant zal worden
geplaatst, treedt in werking met ingang van 1 januari 1992.
's-Gravenhage, 20 december 1991.
De Staatssecretaris
voornoemd,
E. ter Veld.
|
|