|
MEMORIE
VAN TOELICHTING
Relevante
overige regelgeving:
- Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Inhoudsopgave
Wet Amber
| Hoofdstuk
I |
Wetswijzigingen |
art.
I - XXII |
| Hoofdstuk
II |
Overgangs-
en slotbepalingen |
art.
XIII - XVIII |
| §
1x |
De bonusuitkering |
art.
XIII |
| §
2x |
De geldelijke
bijdrage |
art.
XIV |
| §
3x |
De
loonkostensubsidie |
art.
XV |
| §
4x |
De financiering |
art.
XVI |
| §
5x |
Slotbepalingen |
art.
XVII - XVIII |
| xxxxxxxxxxxx |
|
xxxxxxxxxx|xx| |
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 1994-1995, 24 221.
Handelingen II 1994-1995, blz. 5383-5408, 5410-5455, 5471-5490,
5493-5494, 5496-5503, 5516-5527, 5793.
Kamerstukken I 1994-1995, 24 221 (290, 290a); 1995-1996, 24 221 (1, 1a,
1b, 1c, 1d, 1e).
Handelingen I 1995-1996, blz. 100-137, 140.
Geschiedenis:
Staatsblad 1995,
560; Staatsblad
1997, 162; Staatsblad 2006, 223.
WET
van 2 november 1995, Stb. 1995, 560, tot wijziging van een aantal
socialeverzekeringswetten (Wet afschaffing malus en bevordering reïntegratie).
Inwerkingtreding: 29 december 1995 (Stb. 1995,
689 en Stb. 1996, 189).
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die
deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is om de bepalingen inzake het toekennen van bonusuitkeringen
en opleggen van geldelijke bijdragen aan werkgevers, neergelegd in
hoofdstuk IIIb van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, af te
schaffen, alsmede in de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en
de Werkloosheidswet bepalingen op te nemen ter bevordering van de
reïntegratie;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
HOOFDSTUK
I
Wetswijzigingen
Art. I.
[Wijziging AAW] [Geschiedenis:
MvT; versie 2 november 1995;
Stb.
2006, 223]
De Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 27 wordt "onverminderd het bepaalde in artikel 29"
vervangen door: onverminderd de artikelen 29 en 29a.
B.
[MvT]
Na artikel 29 wordt,
onder vernummering van artikel 29a tot artikel 29b, een nieuw artikel ingevoegd,
luidende:
Art. 29a.
-1. Ter zake van toeneming
van de arbeidsongeschiktheid die intreedt binnen vijf jaar na de
datum van toekenning of herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering
en die voortkomt uit dezelfde oorzaak als de arbeidsongeschiktheid
ter zake waarvan uitkering wordt genoten, vindt herziening van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering steeds plaats zodra de toegenomen
arbeidsongeschiktheid onafgebroken vier weken heeft geduurd.
-2. Voor het bepalen van
de periode van vier weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van toegenomen arbeidsongeschiktheid
samengeteld indien zij
elkaar met een onderbreking van minder dan één maand opvolgen.
-3. Dit artikel vindt geen toepassing indien recht bestaat op herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 28 of 29,
eerste lid, onderdeel a tot en met c.
C.
[MvT]
Aan artikel 32 worden
twee nieuwe leden toegevoegd, luidende:
-4. De
arbeidsongeschiktheidsuitkering van degene die deelneemt aan een opleiding of
scholing wordt gedurende deze opleiding of scholing niet ingetrokken of
herzien in verband met een daaruit voortvloeiende afname van de
arbeidsongeschiktheid, tenzij artikel 12, derde lid, van toepassing is. Indien de
belanghebbende tijdens de opleiding of scholing inkomsten uit arbeid
verwerft, is artikel 33, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.
-5. Indien met toepassing
van artikel 63 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
een reïntegratie-uitkering wordt verstrekt, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering
gedurende de periode waarover eerstgenoemde uitkering
wordt verstrekt, ter zake van de onbeloonde werkzaamheden niet
ingetrokken of herzien.
D.
[MvT]
Na artikel 32 wordt een
nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 32a.
-1. Indien degene:
a. wiens
arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens afneming van arbeidsongeschiktheid
op
grond van artikel 32, eerste lid, onderdeel a, is ingetrokken; of
b. die aan het einde van
de in artikel 6, eerste lid, bedoelde wachttijd ongeschikt was tot het
verrichten van zijn arbeid wegens ziekte of gebreken, maar geen recht
had op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering omdat hij niet
arbeidsongeschikt was;
binnen vijf jaar na de
datum van die intrekking dan wel binnen vijf jaar na het bereiken van het
einde van die wachttijd arbeidsongeschikt wordt en deze
arbeidsongeschiktheid voortkomt uit dezelfde oorzaak als die waaruit de
arbeidsongeschiktheid ter zake waarvan de ingetrokken uitkering werd genoten
dan wel als die op grond waarvan hij ongeschikt was tot het verrichten
van zijn arbeid wegens ziekte of gebreken, vindt toekenning van
arbeidsongeschiktheidsuitkering steeds plaats zodra die arbeidsongeschiktheid
onafgebroken vier weken heeft geduurd.
-2. Voor het bepalen van
de periode van vier weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van arbeidsongeschiktheid
samengeteld
indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan één maand opvolgen.
-3. Bevoegd tot toekenning
van arbeidsongeschiktheidsuitkering is de bedrijfsvereniging die
de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde uitkering heeft ingetrokken dan wel
de bedrijfsvereniging die de beslissing tot niet-toekenning van de in het
eerste lid, onderdeel b, bedoelde uitkering heeft genomen.
-4. Dit artikel vindt geen toepassing indien op grond van artikel 37 aanspraak bestaat op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering.
E.
[MvT]
In artikel 36a, tweede
lid, wordt "29 en 29a" vervangen door: 29,
29a en 29b.
F.
[MvT]
Hoofdstuk IIIb vervalt.
G.
Na hoofdstuk IIIa wordt
een nieuw hoofdstuk IIIb ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK IIIB. Inkomenssuppletie gedeeltelijk arbeidsongeschikte
zelfstandigen
Art. 59b.
Bij algemene maatregel
van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de toekenning van inkomenssuppletie aan
zelfstandigen
die recht hebben op een arbeidsongeschiktheidsuitkering welke is berekend naar een
arbeidsongeschiktheid van minder dan 80% en die de uitoefening van hun
bedrijf of beroep voortzetten.
H.
[MvT]
In artikel 99 wordt na "29, eerste
lid," ingevoegd: 29a,
32a,.
Art.
II. [Wijziging WAO] [Geschiedenis:
MvT; versie 2 november 1995;
Stb.
2006, 223]
De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 37 wordt "onverminderd het bepaalde in
artikel 39" vervangen door: onverminderd de
artikelen 39 en 39a.
B. [MvT]
Na artikel 39 wordt een
nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 39a.
-1. Ter zake van toeneming
van de arbeidsongeschiktheid die intreedt binnen vijf jaar na de
datum van toekenning of herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering
en die voortkomt uit dezelfde oorzaak als de arbeidsongeschiktheid
ter zake waarvan uitkering wordt genoten, vindt herziening van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering steeds plaats zodra de toegenomen
arbeidsongeschiktheid onafgebroken vier weken heeft geduurd.
-2. Voor het bepalen van
de periode van vier weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van toegenomen arbeidsongeschiktheid
samengeteld indien zij
elkaar met een onderbreking van minder dan één maand opvolgen.
-3. Dit artikel vindt geen toepassing indien recht bestaat op herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van
artikel 38 of 39,
eerste lid, onderdeel a tot en met c.
C. [MvT]
Aan artikel 43 wordt een
nieuw lid toegevoegd, luidende:
-4. De
arbeidsongeschiktheidsuitkering van degene die deelneemt aan een opleiding of
scholing wordt gedurende deze opleiding of scholing niet ingetrokken of
herzien in verband met een daaruit voortvloeiende afname van de
arbeidsongeschiktheid, tenzij artikel 21, vierde lid, van toepassing is. Indien de
belanghebbende tijdens de opleiding of scholing inkomsten uit arbeid
verwerft, is artikel 44, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.
D. [MvT]
Na artikel 43 wordt een
nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 43a.
-1. Indien degene:
a. wiens
arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens afneming van arbeidsongeschiktheid
op
grond van artikel 43, eerste lid, is ingetrokken; of
b. die aan het einde van
de in artikel 19, eerste lid, bedoelde wachttijd ongeschikt was tot het
verrichten van zijn arbeid wegens ziekte of gebreken, maar geen recht
had op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering omdat hij niet
arbeidsongeschikt was;
binnen vijf jaar na de
datum van die intrekking dan wel binnen vijf jaar na het bereiken van het
einde van die wachttijd arbeidsongeschikt wordt en deze
arbeidsongeschiktheid voortkomt uit dezelfde oorzaak als die waaruit de
arbeidsongeschiktheid ter zake waarvan de ingetrokken uitkering werd genoten
dan wel als die op grond waarvan hij ongeschikt was tot het verrichten
van zijn arbeid wegens ziekte of gebreken, vindt toekenning van
arbeidsongeschiktheidsuitkering steeds plaats zodra die arbeidsongeschiktheid
onafgebroken vier weken heeft geduurd.
-2. Voor het bepalen van
de periode van vier weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van arbeidsongeschiktheid
samengeteld
indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan één maand opvolgen.
-3. Bevoegd tot toekenning
van arbeidsongeschiktheidsuitkering is de bedrijfsvereniging die
de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde uitkering heeft ingetrokken dan wel
de bedrijfsvereniging die de beslissing tot niet toekenning van de in het
eerste lid, onderdeel b, bedoelde uitkering heeft genomen.
-4. Dit artikel vindt geen toepassing indien op grond van artikel 47 aanspraak bestaat op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering.
E. [MvT]
Na hoofdstuk II van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
wordt een nieuw hoofdstuk IIa ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK IIA. Reïntegratiemaatregelen
§ 1. De loonsuppletie
Art. 60. [MvT
+
bis]
Bij algemene maatregel
van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de toekenning van loonsuppletie aan
personen die recht
hebben op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en die werk in
dienstbetrekking aanvaarden tegen een lager loon dan de voor hen bij of krachtens
artikel 5 vastgestelde
hoogste loonwaarde uit alle algemeen geaccepteerde arbeid waartoe zij met
hun krachten en bekwaamheden in staat zijn.
§ 2. Garantieregeling
voor oudere arbeidsongeschikten
Art. 61. [MvT
+
bis]
-1. Indien een persoon die
recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en op of na de dag waarop
hij de leeftijd van 45 jaar heeft bereikt inkomsten uit arbeid in dienstbetrekking gaat verdienen in verband
waarmee zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt beëindigd, binnen vijf jaar na de datum van
werkaanvaarding opnieuw recht heeft op toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt het aan die
uitkering ten grondslag
te leggen dagloon niet lager gesteld dan het dagloon dat voor de
berekening van de laatstelijk ontvangen loondervingsuitkering of vervolguitkering in
aanmerking werd genomen, zoals dat vanaf de beëindiging
tot aan de datum van de in dit lid bedoelde toekenning op grond van
artikel 15 van deze wet, al dan niet in verbinding met artikel 14 van de
Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag, zou zijn herzien indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet was
beëindigd.
-2. Indien een persoon die
recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en op of na de dag waarop
hij de leeftijd van 45 jaar heeft bereikt inkomsten uit arbeid in dienstbetrekking gaat verdienen in verband
waarmee zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering, al dan niet na toepassing van
artikel 44, wordt
herzien, binnen vijf jaar na de datum van werkaanvaarding recht heeft op een
herziening van zijn uitkering wegens toegenomen
arbeidsongeschiktheid, wordt het aan die uitkering ten grondslag te leggen
dagloon niet lager gesteld dan het dagloon dat voor de berekening van de
laatstelijk ontvangen loondervingsuitkering of vervolguitkering in
aanmerking werd genomen.
§ 3. De
loonkostensubsidie
Art. 62. [MvT
+
bis]
-1. Een bedrijfsvereniging
kan een loonkostensubsidie toekennen aan:
a. een werkgever die een
privaatrechtelijke dienstbetrekking in de zin van artikel 3 of een op
grond van artikel 4 of 5 daarmee gelijkgestelde arbeidsverhouding aangaat
met een persoon die door de bedrijfsvereniging of het Algemeen
burgerlijk pensioenfonds is bemiddeld;
b. een werkgever die door
tussenkomst van de bedrijfsvereniging een werknemer die tot hem in
een dienstbetrekking staat als bedoeld in onderdeel a, en
arbeidsongeschikt is geworden voor de eigen functie, in een aangepaste dan wel in
een andere functie arbeid laat verrichten.
-2. De subsidie bedraagt
per jaar ten hoogste 25% van het overeengekomen bruto loon uit de
dienstbetrekking, gedurende maximaal vier jaar.
-3. Een bedrijfsvereniging
kan aan een werkgever aan wie op grond van het eerste lid subsidie
is toegekend, ter tegemoetkoming in de kosten van training en begeleiding
van de in het eerste lid bedoelde persoon een eenmalige subsidie van
ten hoogste ƒ4000,00 toekennen.
-4. Indien op grond van
dit artikel aan de werkgever subsidie is toegekend, bestaat ter zake van dezelfde dienstbetrekking geen aanspraak
op premievrijstelling op
grond van de Wet bevordering arbeidsinpassing.
-5. De in het eerste lid,
onderdeel a, en het derde lid bedoelde subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd indien de dienstbetrekking
eindigt binnen de periode
waarvoor de subsidie is toegekend, behoudens in bij of
krachtens algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen, en
overigens:
a. gedurende vijf jaar na
de dag van betaalbaarstelling indien de subsidie door toedoen van
de werkgever onverschuldigd is betaald; of
b. gedurende twee jaar na
de dag van betaalbaarstelling indien het de werkgever redelijkerwijs
duidelijk kon zijn dat de subsidie onverschuldigd is betaald.
-6. De in het eerste lid,
onderdeel b, en het derde lid bedoelde subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd indien de dienstbetrekking
eindigt binnen de periode
waarvoor de subsidie is toegekend en indien de arbeid in een
aangepaste dan wel een andere functie niet langer wordt verricht, behoudens
in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te geven
gevallen, en overigens:
a. gedurende vijf jaar na
de dag van betaalbaarstelling indien de subsidie door toedoen van
de werkgever onverschuldigd is betaald; of
b. gedurende twee jaar na
de dag van betaalbaarstelling indien het de werkgever redelijkerwijs
duidelijk kon zijn dat de subsidie onverschuldigd is betaald.
-7. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld
omtrent:
a. de nadere voorwaarden
voor toekenning van de in het eerste en derde lid bedoelde subsidies;
b. de toekenning, hoogte,
uitbetaling en terugvordering van de subsidies;
c. hetgeen overigens voor
de uitvoering van dit artikel noodzakelijk is.
-8. Bij algemene maatregel
van bestuur kan worden bepaald dat dit artikel voor groepen werkgevers dan wel voor
categorieën dienstbetrekkingen
of daarmee gelijkgestelde arbeidsverhoudingen buiten toepassing blijft.
§ 4. De proefplaatsing
Art. 63. [MvT
+
bis]
-1. Op zijn verzoek kan de
bedrijfsvereniging aan degene die zowel recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering als op een uitkering op
grond van de Werkloosheidswet en die voornemens is op een proefplaats bij een werkgever
onbeloonde werkzaamheden te verrichten, ter zake van deze proefplaatsing een
reïntegratie-uitkering toekennen. Niet als loon wordt beschouwd tijdens
de proefplaatsing door of voor rekening van de werkgever te verstrekken
onderricht.
-2. Een verzoek tot
toekenning van een reïntegratie-uitkering wordt niet in behandeling genomen
indien tussen de indiening van het verzoek en de voorgenomen aanvang van
de onbeloonde werkzaamheden een periode van minder dan vier weken
ligt.
-3. De bedrijfsvereniging
kent de reïntegratie-uitkering niet toe, indien:
a. vaststaat dat de
onbeloonde werkzaamheden geen algemeen geaccepteerde werkzaamheden zijn waartoe de werknemer met zijn
krachten en bekwaamheden
in staat is; of
b. de onbeloonde
werkzaamheden op grond van de Werkloosheidswet met behoud van de
uitkering kunnen worden verricht; of
c. de werkgever waarbij
de proefplaatsing geschiedt geen aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering ten behoeve van de
werknemer heeft afgesloten; of
d. de werknemer dezelfde
of gelijksoortige werkzaamheden reeds eerder onbeloond op een
proefplaats bij de werkgever of diens rechtsvoorganger heeft verricht en ter
zake van deze eerste proefplaatsing een reïntegratie-uitkering
is toegekend.
-4. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld met
betrekking tot onderdeel c van het derde lid.
-5. De reïntegratie-uitkering wordt verstrekt over een aaneengesloten periode van drie
maanden
of zoveel korter als de onbeloonde werkzaamheden op de proefplaats worden verricht, te rekenen vanaf de eerste dag
van de kalenderweek
waarin de werkzaamheden een aanvang hebben genomen. Voor de
toepassing van dit artikel is de maandag de eerste dag van de kalenderweek.
Indien de werknemer de onbeloonde werkzaamheden wegens ziekte
onderbreekt, wordt de periode waarin deze een uitkering bij ziekte
ontvangt, voor de toepassing van de eerste volzin buiten beschouwing
gelaten.
-6. De hoogte van de reïntegratie-uitkering is gelijk aan het bedrag van de uitkering op grond van
de Werkloosheidswet dat zonder toepassing van artikel
33, derde
lid, van die wet zou zijn betaald indien betrokkene over de uren waarop hij
de onbeloonde werkzaamheden verricht werkloos zou zijn gebleven. Bij de
bepaling van de hoogte van de reïntegratie-uitkering wordt geen rekening
gehouden met een eventuele verlaging of eindiging van de
uitkering op grond van de Werkloosheidswet die zou zijn opgetreden indien deze
uitkering gedurende de proefplaatsing zou zijn doorbetaald.
-7. De artikelen 30,
eerste lid en tweede lid, onderdeel a en b, 31, eerste lid,
32, 33, eerste en
tweede lid, 36, derde lid, 37,
39 en 40 van de Werkloosheidswet
zijn van
overeenkomstige toepassing. Artikel 34 is van overeenkomstige
toepassing, met dien verstande dat een uitkering op grond van de
Werkloosheidswet niet in mindering wordt gebracht op de reïntegratie-uitkering.
-8. Degene die voornemens
is op een proefplaats bij een werkgever onbeloonde werkzaamheden
te verrichten, alsmede degene aan wie ter zake van deze werkzaamheden reeds een integratie-uitkering is
toegekend, is verplicht
aan de bedrijfsvereniging op haar verzoek of uit eigen beweging alle
feiten en omstandigheden mede te delen waarvan hem redelijkerwijs
duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de toekenning, de duur of de
hoogte van de reïntegratie-uitkering.
-9. Indien degene als
bedoeld in het achtste lid de aldaar genoemde verplichting niet of niet
behoorlijk is nagekomen, kent de bedrijfsvereniging de reïntegratie-uitkering niet toe of verlaagt zij deze tijdelijk of blijvend.
-10. Gedurende de periode
waarover de reïntegratie-uitkering wordt verstrekt, wordt de
arbeidsongeschiktheidsuitkering ter zake van de onbeloonde werkzaamheden
niet ingetrokken of herzien.
-11. Voor de toepassing
van dit artikel wordt onder werkgever mede verstaan het lichaam tot
welk één of meer natuurlijke personen in een arbeidsverhouding staan
als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a.
§ 5. Scholing
Art. 64. [MvT
+
bis]
Indien een persoon met
toepassing van artikel 76, eerste lid, van de Werkloosheidswet
deelneemt of gaat deelnemen aan een opleiding of
scholing en deze persoon
tevens behoort tot de groep van personen waarover de
bemiddelingstaak van de bedrijfsvereniging zich uitstrekt, is de bedrijfsvereniging
bevoegd, binnen de grenzen van het daarvoor gereserveerde budget,
bedoeld in artikel 76, vierde lid, de kosten van de opleiding of scholing,
voor zover niet verband houdend met de voorziening in het inkomen van de betreffende persoon, geheel of
gedeeltelijk te
financieren.
F. [MvT]
In artikel 76 wordt,
onder vernummering van het vierde in vijfde lid, een nieuw vierde lid ingevoegd, luidende:
-4. Ter financiering van
de in hoofdstuk IIa genoemde reïntegratiemaatregelen wordt aan de
bedrijfsverenigingen ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds
per paragraaf van dat hoofdstuk een budget toegekend. Het budget
wordt per kalenderjaar door het Tijdelijk instituut voor coördinatie en
afstemming, onder goedkeuring van het College van toezicht sociale
verzekeringen, vastgesteld.
G. [MvT]
In artikel 84a, derde
lid, wordt "29 en
29a" vervangen door: 29,
29a en 29b.
H.
[MvT]
In artikel 98b wordt na "39, eerste
lid," ingevoegd: 39a,
43a,.
Art.
III.
[Wijziging
ZW]
[Geschiedenis:
MvT; versie 2 november 1995;
Stb.
2006, 223]
De Ziektewet wordt als
volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 21 wordt de
zinsnede "voor zover hij werknemer is als bedoeld in artikel 8a" vervangen
door: voor zover hij werknemer is als bedoeld in artikel 8a, behalve voor
zover hij een reïntegratie-uitkering op grond van artikel 63 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
ontvangt.
B. [MvT]
Artikel 29b, eerste lid,
wordt vervangen door:
-1. Het ziekengeld,
bedoeld in artikel 29, van de werknemer die in de drie jaren voorafgaand aan
zijn dienstbetrekking:
a. recht had op een
uitkering op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
of
b. de wachttijd van 52
weken, bedoeld in artikel 6 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en artikel 19 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, heeft doorgemaakt, en
aansluitend aan die wachttijd niet
arbeidsongeschikt is als bedoeld in die wetten, wordt over perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die
zijn gelegen in de drie
jaren na aanvang van de dienstbetrekking, op verzoek van de werkgever
gesteld op het dagloon, met dien verstande dat het ziekengeld niet meer
kan bedragen dan de aanspraak van de werknemer op het loon dat
de werkgever verschuldigd zou zijn indien daarop geen ziekengeld in
mindering zou zijn gebracht.
Art.
IV. [Wijziging WW] [Geschiedenis:
MvT; versie 2 november 1995;
Stb.
2006, 223]
De Werkloosheidswet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 16 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het achtste lid
wordt "als bedoeld in het eerste lid" vervangen door: als bedoeld in het
eerste of tiende lid.
2. Onder vernummering van
het tiende lid in het elfde lid wordt aan artikel 16 een nieuw lid
toegevoegd, luidende:
-10. In afwijking van het
eerste lid is tevens werkloos de werknemer die voldoet aan het eerste
lid, onderdeel a, doch niet voldoet aan het eerste lid, onderdeel
b, wegens
het enkele feit dat hij voorafgaand aan of aansluitend op het
arbeidsurenverlies deelneemt of gaat deelnemen aan een naar het oordeel van
de bedrijfsvereniging noodzakelijke opleiding of scholing als bedoeld in
artikel 76. Voor de toepassing van het negende lid wordt een werknemer op
wie de eerste volzin van toepassing is, beschouwd als een werknemer die voldoet aan de voorwaarden van het
eerste lid.
B. [MvT]
Artikel 76 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt na de zinsnede "op grond van hoofdstuk IIa
of
IIb" ingevoegd: deelneemt of.
2. In het tweede lid
wordt na de zinsnede "In de door het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming te stellen
regels" ingevoegd: ,
die voor verschillende
groepen werknemers verschillend kunnen luiden,.
Art.
V.
[Wijziging
Wfv]
[Geschiedenis:
MvT; versie 2 november 1995;
Stb.
2006, 223]
Artikel 35 van de Wet
financiering volksverzekeringen wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid
vervalt onderdeel d, waarna de aanduiding van onderdeel e wordt gewijzigd in
d.
2. Onderdeel e van het
tweede lid wordt vervangen door:
e. de inkomenssuppletie,
bedoeld in artikel 59b van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet;.
3. Onderdeel f vervalt.
Art.
VI.
[Wijziging
Wagw] [Geschiedenis:
MvT; versie 2 november 1995;
Stb.
2006, 223]
Aan artikel 16 van de Wet
arbeid gehandicapte werknemers wordt een derde lid toegevoegd,
luidende:
-3. Bij ministeriële
regeling wordt bepaald tot welke personen de arbeidsbemiddelingstaak
van de bedrijfsverenigingen en het Algemeen burgerlijk pensioenfonds
zich uitstrekt.
Art.
VII.
[Wijziging
Wet TAV]
[Geschiedenis:
MvT; versie 2 november 1995;
Stb.
2006, 223]
Artikel XVI van de Wet
van 26 februari 1992, houdende wijziging van de Ziektewet, de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet,
het Burgerlijk
Wetboek en enkele andere wetten, alsmede een
regeling voor het overheidspersoneel in verband met maatregelen ter
vermindering van het ziekteverzuim, beperking van langdurige
arbeidsongeschiktheid en bevordering van de arbeidsmarktkansen van arbeidsongeschikten,
herschikking van bevoegdheden in de Ziektewet, alsmede enkele
technische aanpassingen (terugdringing
arbeidsongeschiktheidsvolume) (Stb. 1992, 82) vervalt.
Art.
VIII. [Wijziging
Wet TZ] [Geschiedenis:
MvT; versie 2 november 1995;
Stb.
2006, 223]
Artikel XX van de Wet
terugdringing ziekteverzuim vervalt.
Art.
IX. [Wijziging
Wet Amber i.v.m. inwerkingtreding Wet BMT] [Geschiedenis:
MvT; versie 2 november 1995;
Stb.
2006, 223]
Indien het bij
koninklijke boodschap van 21 september 1994 ingediende voorstel van wet tot
wijziging van de socialezekerheidswetten in verband met de nadere
vaststelling van een stelsel van administratieve sancties, alsook tot wijziging van
de daarin vervatte regels tot terugvordering van ten onrechte betaalde
uitkeringen en de invordering daarvan (Wet boeten, maatregelen en terug- en
invordering sociale zekerheid; Kamerstukken 23 909), op een eerder
tijdstip tot wet wordt verheven en in werking treedt dan deze wet, wordt deze
wet als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
Het vijfde tot en met
achtste lid van het in artikel II, onderdeel E, voorgestelde artikel 62 van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt vervangen door:
-5. De in het eerste lid,
onderdeel a, en het derde lid bedoelde subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd indien de dienstbetrekking
eindigt binnen de periode
waarvoor de subsidie is toegekend, behoudens in bij of
krachtens algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen, en
overigens in de gevallen waarin de subsidie onverschuldigd is betaald.
-6. De in het eerste lid,
onderdeel b, en het derde lid bedoelde subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd indien de dienstbetrekking
eindigt binnen de periode
waarvoor de subsidie is toegekend en indien de arbeid in een
aangepaste dan wel een andere functie niet langer wordt verricht, behoudens
in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te geven
gevallen, en overigens in de gevallen waarin de subsidie onverschuldigd
is betaald.
-7. De artikelen 57,
tweede, derde en vierde lid, 57a en
57b zijn, voor zoveel nodig, van overeenkomstige toepassing.
-8. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld
omtrent:
a. de nadere voorwaarden
voor toekenning van de in het eerste en derde lid bedoelde subsidies;
b. de toekenning, hoogte,
uitbetaling en terugvordering van de subsidies;
c. hetgeen overigens voor
de uitvoering van dit artikel noodzakelijk is.
-9. Bij algemene maatregel
van bestuur kan worden bepaald dat dit artikel voor groepen werkgevers dan wel voor
categorieën dienstbetrekkingen
of daarmee gelijkgestelde arbeidsverhoudingen buiten toepassing blijft.
B.
[MvT]
Het in artikel II,
onderdeel E, voorgestelde negende lid van artikel 63 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
wordt vervangen door:
-9. Indien de verplichting,
bedoeld in het achtste lid, niet of niet behoorlijk is nagekomen, zijn de
artikelen 29a tot en met 29g van toepassing.
Art.
X. [Wijziging Abp-wet] [Geschiedenis:
versie 2 november 1995; Stb.
2006, 223]
De Algemene burgerlijke pensioenwet wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel F 10b wordt,
onder vernummering van het zesde lid tot zevende lid, een nieuw zesde lid toegevoegd, luidende:
-6. De invaliditeitsgraad
van degene die deelneemt aan een opleiding of scholing wordt gedurende
deze opleiding of scholing niet herzien in verband met een daaruit voortvloeiende afname van de algemene
invaliditeit, tenzij
artikel F 8a, vierde lid, van toepassing is. Indien de belanghebbende tijdens de
opleiding of scholing inkomsten uit arbeid verwerft, is artikel J
20, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.
B.
De titel van hoofdstuk K
komt te luiden: HOOFDSTUK K. De herplaatsbaar verklaarde ambtenaar en
reïntegratiemaatregelen
C.
Na artikel K 5 wordt een
nieuw artikel K 5a toegevoegd, luidende:
Art. K 5a.
Op de herplaatsingstoelage, bedoeld in artikel K 5, wordt in mindering gebracht de
loonsuppletie
die ingevolge artikel K 10, eerste lid, met overeenkomstige
toepassing van hoofdstuk IIa van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
aan de herplaatsbaar verklaarde ambtenaar is toegekend.
D.
Na artikel K 9 wordt een
nieuw artikel K 10 toegevoegd, luidende:
Art. K 10.
Reïntegratiemaatregelen
-1. Hoofdstuk IIa van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
en de daarop berustende
bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar of gewezen ambtenaar, onderscheidenlijk gepensioneerde
ambtenaar, die uitzicht onderscheidenlijk recht heeft op invaliditeitspensioen,
herplaatsingswachtgeld of herplaatsingstoelage.
-2. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere en zo nodig afwijkende regels met betrekking tot
het eerste lid gegeven worden.
Art.
XI. [Wijziging
Wet FVP/ABP] [Geschiedenis:
versie 2 november 1995; Stb.
2006, 223]
De Wet
financiële voorzieningen privatisering ABP wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 39, eerste
lid, wordt, onder verlettering van de onderdelen b tot en met e tot
onderdelen c tot en met
f, een nieuw onderdeel b ingevoegd, luidende:
b. de uitgaven ter zake
van de op grond van artikel K 10, eerste lid, van de Abp-wet overeenkomstige toepassing van
hoofdstuk
IIa van de WAO;.
B.
Na artikel 43 wordt een
nieuw artikel toegevoegd, luidende:
Art. 43a.
-1. Het Tijdelijk
instituut voor coördinatie en afstemming, bedoeld in artikel 1, onderdeel
d,
van de Organisatiewet sociale verzekeringen, kan besluiten dat middelen
uit het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in artikel 34 van
de Wet financiering volksverzekeringen, worden aangewend voor de
uitgaven van het FAOP, bedoeld in artikel 39, eerste lid, onderdeel b.
-2. Onze Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt in overeenstemming met Onze
Minister regels omtrent:
a. de omstandigheden
waaronder het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming tot de in
het eerste lid bedoelde beschikbaarstelling van middelen in elk geval
overgaat;
b. de periode gedurende
welke ten hoogste middelen uit het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds
kunnen worden aangewend voor de in het eerste lid bedoelde
uitgaven ten laste van het FAOP.
Art.
XII. [Wijziging
Amp-wet] [Geschiedenis:
versie 2 november 1995; Stb.
2006, 223]
De Algemene militaire pensioenwet wordt als volgt gewijzigd:
Na artikel X 5 wordt een
nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. X 6.
-1. Hoofdstuk IIa van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
en de daarop berustende
bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de beroepsmilitair
die uitzicht onderscheidenlijk recht heeft op een pensioen ter zake van
arbeidsongeschiktheid.
-2. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere en zo nodig afwijkende regels met betrekking tot
het eerste lid gegeven worden.
-3. De mate van
arbeidsongeschiktheid van degene die deelneemt aan een opleiding of
scholing wordt gedurende deze opleiding of scholing
niet herzien in verband
met een daaruit voortvloeiende afname van de arbeidsongeschiktheid,
tenzij artikel E 6, derde lid, van toepassing is. Indien de belanghebbende
tijdens de opleiding of scholing inkomsten uit arbeid verwerft, is
artikel V 4, vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK
II
Overgangs-
en slotbepalingen
§ 1.
De bonusuitkering
Art.
XIII.
[Overgangsrecht 29 december 1995
AAW-bonusuitkering] [Geschiedenis:
MvT; versie 2 november 1995;
Stb.
2006, 223]
Paragraaf 1 van hoofdstuk IIIb van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals deze paragraaf
luidde vóór de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel
F, van deze wet, blijft van kracht voor bonusuitkeringen als
bedoeld in die paragraaf:
a. die vóór de
datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, van deze wet door de
bedrijfsvereniging zijn toegekend;
b. die vóór de
datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, van deze wet zijn
aangevraagd en betrekking hebben op een vóór die datum aangegane dienstbetrekking, doch die eerst op of na die datum
door de
bedrijfsvereniging worden toegekend;
c. die op of na de datum
van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, van deze wet worden
aangevraagd, betrekking hebben op een vóór die datum aangegane dienstbetrekking en tot het toekennen waarvan de
bedrijfsvereniging
bevoegd is.
§ 2.
De geldelijke
bijdrage
Art.
XIV.
[Overgangsrecht
29 december 1995 geldelijke bijdrage AAW]
[Geschiedenis:
MvT; versie 2 november 1995;
Stb.
2006, 223]
Paragraaf 2 van hoofdstuk IIIb van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals deze paragraaf
luidde vóór de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel
F, van deze wet, blijft van toepassing op geldelijke bijdragen die
aan de bedrijfsvereniging verschuldigd zijn op grond van artikel 59i,
tweede lid, van die
wet voor personen wier eerste dag van ongeschiktheid
tot werken, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, is gelegen vóór
1 juli 1993.
§ 3.
De
loonkostensubsidie
Art.
XV.
[Overgangsrecht
29 december 1995 AAW-loonkostensubsidie]
[Geschiedenis:
MvT; versie 2 november 1995;
Stb.
2006, 223]
Paragraaf 3 van hoofdstuk IIIb van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals deze paragraaf
luidde vóór de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel
F, van deze wet, met uitzondering van artikel 59n, zevende lid,
blijft van kracht voor loonkostensubsidies als bedoeld in die paragraaf:
a. die vóór de
datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, van deze wet door de
bedrijfsvereniging zijn toegekend;
b. die vóór de
datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, van deze wet zijn
aangevraagd en betrekking hebben op:
1º. een dienstbetrekking
als bedoeld in artikel 59n, eerste lid, onderdeel a, van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet die vóór die datum is aangegaan; dan wel
2º. het laten
verrichten van arbeid in een aangepaste dan wel in een andere functie als
bedoeld in artikel 59n, eerste lid, onderdeel b, van die
wet, indien de aanvang
van die werkzaamheden vóór die datum is gelegen, doch die eerst op of na
die datum door de bedrijfsvereniging worden toegekend;
c. die op of na de datum
van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, van deze wet worden
aangevraagd en betrekking hebben op een dienstbetrekking als
bedoeld in artikel 59n, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet die vóór die datum is aangegaan of op het laten verrichten
van arbeid in een aangepaste dan wel in een andere functie als
bedoeld in artikel 59n, eerste lid, onderdeel b, van die
wet, indien de aanvang
van die werkzaamheden vóór die datum is gelegen.
§ 4.
De financiering
Art.
XVI.
[Financiering] [Geschiedenis:
MvT; versie 2 november 1995;
Stb.
1997, 162; Stb.
2006, 223]
-1. De door de
bedrijfsvereniging teruggevorderde bonusuitkeringen en de door de werkgever nog
te betalen geldelijke bijdragen die betrekking hebben op perioden gelegen
vóór de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel
F,
van deze wet, komen ten gunste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds als bedoeld in
artikel 72
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
-2. De door de
bedrijfsvereniging nog te betalen bonusuitkeringen en de door de bedrijfsvereniging te verlenen restitutie van geldelijke bijdragen
die betrekking hebben op
perioden gelegen vóór de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel
F, van deze wet, komen ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds
als bedoeld in artikel 72 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
-3. De door het Fonds
arbeidsongeschiktheidsverzekering overheidspersoneel, bedoeld in artikel
21, eerste lid, van de Wet
financiële voorzieningen privatisering ABP,
met toepassing van artikel 51 van de Wet
privatisering ABP teruggevorderde bonusuitkeringen en de door de werkgevers nog te betalen
geldelijke bijdragen, bedoeld in dat artikel, die betrekking hebben op
perioden gelegen vóór de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel
F, van deze wet, komen ten gunste van het vorengenoemde Fonds
arbeidsongeschiktheidsverzekering overheidspersoneel.
-4. De door het in het derde lid genoemde
Fonds arbeidsongeschiktheidsverzekering overheidspersoneel met
toepassing van artikel 51 van de Wet
privatisering ABP nog te betalen
bonusuitkeringen als bedoeld in dat artikel, alsmede de door het
vorengenoemde Fonds arbeidsongeschiktheidsverzekering overheidspersoneel
met toepassing van dat artikel nog te verlenen restitutie van geldelijke
bijdragen als bedoeld in dat artikel die betrekking hebben op perioden
gelegen vóór de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel
F,
van deze wet, komen ten laste van het vorengenoemde Fonds
arbeidsongeschiktheidsverzekering overheidspersoneel.
§ 5.
Slotbepalingen
Art.
XVII. [Inwerkingtreding]
[Geschiedenis:
versie 2 november 1995; Stb.
2006, 223]
De artikelen van deze wet
treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat
voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden
vastgesteld.¹
1. Bij Besluit
van 20 december 1995, Stb. 1995, 689, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 29 december 1995. met uitzondering van het in artikel
II, onderdeel E, van deze wet
opgenomen artikel 63 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
en artikel III, onderdeel A, welke in werking treden met ingang van 1 januari 1996, en met uitzondering van
artikel I, onderdeel G, en
het in artikel II, onderdeel E, opgenomen artikel 60 van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, welke in werking treden op
een nader bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Bij Besluit van 21 maart
1996, Stb. 1996, 189, is het tijdstip van inwerkingtreding van de
artikelen I, onderdeel G, en II, onderdeel
E (artikel 60 WAO), bepaald op 1 april 1996, red.
Art.
XVIII. [Citeertitel]
[Geschiedenis:
versie 2 november 1995; Stb.
2006, 223]
Deze wet wordt aangehaald
als: Wet afschaffing malus en bevordering reïntegratie.
Lasten en bevelen dat
deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
2 november 1995
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
R.L.O. Linschoten
De Minister van
Binnenlandse Zaken,
H.F. Dijkstal
De Staatssecretaris van
Defensie,
J.C. Gmelich Meijling
Uitgegeven de achtentwintigste
november 1995
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
MEMORIE
VAN TOELICHTING
|
|