|
Het bestuur van de
Sociale Verzekeringsbank;
Gelet op artikel 38, vijfde
lid, van de Algemene nabestaandenwet;
Besluit:
HOOFDSTUK
1
Algemene
bepalingen
Art. 1.
In dit besluit wordt
verstaan onder:
a. de Anw: de Algemene
nabestaandenwet;
b. de Bank: de Sociale
Verzekeringsbank;
c. uitkering: een
nabestaandenuitkering, halfwezenuitkering of
wezenuitkering als bedoeld in hoofdstuk 3, afdeling
I, van de Anw;
d. nabestaande: degene die
een nabestaandenuitkering of een halfwezenuitkering ontvangt dan wel voor een
zodanige uitkering in
aanmerking wenst te komen;
e. wees: degene aan wie een
wezenuitkering is toegekend, die een
zodanige uitkering heeft aangevraagd
dan wel voor wie een zodanige
uitkering is aangevraagd.
Art. 2.
-1. Dit besluit is van
toepassing op:
a. de nabestaande;
b. de wees;
c. de wettelijke
vertegenwoordiger van de nabestaande of de wees.
-2. Dit besluit is ook van
toepassing als de in het eerste lid
bedoelde personen in het buitenland wonen.
HOOFDSTUK
2
Maatregelen
Art. 3.
-1. Indien degene op wie dit besluit van toepassing is de verplichting om
op verzoek informatie te verstrekken als bedoeld in artikel 35 Anw niet
binnen de door de Bank daarvoor vastgestelde termijn
is nagekomen of een verplichting, genoemd in de artikelen 3 tot en met
11 van de Controlevoorschriften Anw, niet of niet behoorlijk is
nagekomen, wordt de uitkering tijdelijk gedeeltelijk geweigerd.
-2. De weigering, bedoeld in
het eerste lid, vindt plaats door een bedrag dat met inachtneming van artikel
4 dan wel artikel 6 is vastgesteld, in mindering te brengen op
de eerstvolgende uit te betalen
termijn of termijnen van de uitkering.
-3. In afwijking van het
eerste lid vindt geen weigering plaats maar wordt een schriftelijke
waarschuwing gegeven indien het niet tijdig nakomen van de verplichting
om op verzoek informatie te verstrekken als bedoeld in artikel 35 Anw
niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag
verlenen van uitkering, tenzij:
a. door de Bank ter zake van het niet tijdig nakomen van de verplichting
reeds een schorsingsbeslissing is genomen; of
b. het niet nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode
van twee jaar, te rekenen vanaf de datum waarop aan de
mededelingsplichtige reeds eerder een zodanige waarschuwing is gegeven.
Art. 4.
-1. Bij het na een
schriftelijk rappel of een schriftelijke
waarschuwing niet binnen twee weken, dan wel op een
door de Bank nader vast te
stellen tijdstip, nakomen van een verplichting
als bedoeld in artikel 37 Anw of
in de artikelen 3 en 5 tot en met 11 van de Controlevoorschriften
Anw,
wordt eenmalig een bedrag van €|22,00
in mindering gebracht op de uitkering.
-2. Bij het niet nakomen van
een verplichting als bedoeld in artikel 4 van
de Controlevoorschriften Anw wordt eenmalig een bedrag van €|22,00
in mindering gebracht op de uitkering.
-3. Indien binnen één
kalendermaand twee of meer verplichtingen,
genoemd in de artikelen 3 tot en met
11 van de Controlevoorschriften Anw,
niet worden nagekomen, wordt eenmaal het
in het eerste lid genoemde
bedrag op de uitkering in mindering gebracht.
-4. Indien binnen twee jaren
na de dag waarop een weigering als
gevolg van het niet nakomen van één
of meer verplichtingen is
bekendgemaakt, opnieuw één of meer verplichtingen niet worden nagekomen, wordt
eenmalig een bedrag van €|34,00
in mindering gebracht op de uitkering.
Art. 5.
Indien ten genoegen van de Bank aannemelijk wordt gemaakt dat het niet nakomen van een verplichting
zoals opgelegd in de Controlevoorschriften
Anw niet kan worden verweten
aan degene aan wie de
verplichting is opgelegd, worden de artikelen 3 en 4 niet toegepast.
Art. 6.
Indien ten genoegen van de Bank aannemelijk wordt gemaakt dat het niet nakomen van een verplichting
zoals opgelegd in de Controlevoorschriften
Anw aan degene aan wie de verplichting is opgelegd in verminderde
mate kan worden verweten, wordt
het bedrag dat is vastgesteld met
toepassing van artikel 4 gehalveerd.
HOOFDSTUK
3
Slotbepalingen
Art. 7.
Deze regeling treedt in werking op de dag waarop de Wet
boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid in werking
treedt, doch niet eerder dan met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Art. 8.
Deze regeling wordt
aangehaald als: Maatregelbesluit Anw.
Deze regeling zal in de
Staatscourant worden geplaatst.
Amstelveen, 26 april 1996.
B. de Vries,
P.A. Schaafsma.
TOELICHTING
[26 april 1996]
Algemene
toelichting
1. Inleiding
Met ingang van 1 juli 1996
is de Anw in werking getreden. Artikel
38 Anw verplicht de Bank
ertoe bij
overtreding van de Controlevoorschriften Anw
of bij het niet binnen de door
de Bank gestelde termijn voldoen aan
een verzoek om informatie, het ouderdomspensioen geheel of gedeeltelijk,
tijdelijk of blijvend te weigeren. In
artikel 38, vijfde lid [zesde lid, red.], Anw
is bepaald
dat de Bank nadere regels stelt met
betrekking tot de weigering. Deze regels
zijn in dit besluit vastgelegd.
De verplichting om de
uitkering geheel of gedeeltelijk, tijdelijk
of blijvend te weigeren geldt bij
overtreding van de Controlevoorschriften Anw,
bij het niet binnen de door de Bank
gestelde termijn verstrekken van inlichtingen
op verzoek van de Bank, bij het weigeren zich op verzoek van de Bank
aan een geneeskundig onderzoek te onderwerpen en wanneer de verplichting
tot overlegging van een geldig identificatiebewijs niet wordt nagekomen. Deze
laatste verplichting is
behalve in de Controlevoorschriften AOW
ook neergelegd in artikel 91, vierde lid,
van de Organisatiewet sociale
verzekeringen. In de citeertitel van het
besluit en in deze toelichting gebruikt de
Bank de term "een maatregel
opleggen" in plaats van "het weigeren van een
uitkering". Hiermee wordt aangesloten
bij de terminologie in de memorie van toelichting op de Wet
boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid.
2. Verhouding tussen
maatregelen en boetes
De Bank
kan slechts correcte
uitkeringen toekennen en uitbetalen als
zij beschikt over de juiste en
volledige gegevens. Om dit te bereiken,
verplicht artikel 35 Anw de nabestaande, het ouderloos kind en zijn
wettelijke vertegenwoordiger, alsmede
de instelling waaraan de uitkering zonder
machtiging van de uitkeringsgerechtigde wordt uitbetaald, de Bank
onverwijld, spontaan of op verzoek
mededeling te doen van alle feiten en
omstandigheden die van invloed kunnen zijn
op het recht op of de hoogte van de
uitkering of op het bedrag van de
uitkering dat wordt uitbetaald.
Daarnaast heeft de Bank in
artikel 36, eerste lid, Anw de
bevoegdheid gekregen om controlevoorschriften
vast te stellen. In deze
voorschriften is vastgelegd op welke manieren de
belanghebbende moet meewerken aan algemene of op het individuele geval gerichte
controles door de Bank. De
nabestaande, het ouderloos kind, zijn
wettelijke vertegenwoordiger of de
instelling waaraan de uitkering op
grond van de artikelen 49 of 57 Anw wordt uitbetaald, zijn op grond van
artikel 36, tweede lid, Anw verplicht deze voorschriften op te volgen.
Als de belanghebbende niet
aan de mededelingsplicht van
artikel 35 Anw voldoet, legt de Bank hem
een boete op. Een boete komt met name
aan de orde als de belanghebbende onjuiste of onvolledige gegevens aan de
Bank verstrekt, van belang zijnde feiten of omstandigheden niet of niet
tijdig meldt, vragen van de Bank
niet beantwoordt of misleidend
bewijsmateriaal verschaft.
Een maatregel wordt opgelegd
wanneer de belanghebbende de Controlevoorschriften
Anw heeft overtreden. Dit is onder meer het geval als hij
niet binnen de door de Bank gestelde
termijn een door de Bank toegestuurd
formulier invult en terugzendt. Van overtreding is bijvoorbeeld ook sprake als
de belanghebbende weigert
inzage te verlenen in bescheiden waarom de Bank heeft gevraagd of als hij
niet binnen de door de Bank gestelde
termijn bewijsstukken inzendt.
Een maatregel wordt bij
overtreding van de Controlevoorschriften Anw slechts opgelegd als geen relevante
wijziging van de omstandigheden heeft
plaatsgevonden. Is dit wel het geval en
heeft betrokkene verzuimd de
wijziging te melden, dan wordt een boete opgelegd. Het opleggen van een
maatregel blijft dan op grond van artikel 38,
vierde lid, Anw achterwege.
3. Verhouding tussen het
opleggen van een maatregel en opschorting
of schorsing van de betaling of de
beëindiging van de uitkering
De verplichting om bij
niet-naleving van de Controlevoorschriften
Anw een maatregel op te leggen, laat onverlet
de verplichting van de Bank de uitbetaling van de uitkering op te schorten of te
schorsen wanneer zij op
grond van duidelijke aanwijzingen van oordeel is of het gegronde vermoeden heeft
dat de uitkering moet worden
ingetrokken of verminderd of dat de
mededelingsverplichting of de controlevoorschriften niet zijn nageleefd. Deze
verplichting is neergelegd in artikel 46,
derde lid, Anw.
Schorsing van de uitbetaling
vindt bijvoorbeeld plaats als de betrokkene
zijn officiële levensbewijs niet
inzendt of, als het gaat om een
nabestaandenuitkering, een inkomensopgaveformulier
niet invult. Voldoet de
betrokkene op een later moment alsnog aan zijn
verplichting, dan herleeft de uitbetaling van de uitkering. Hierop
wordt dan de opgelegde maatregel ten
uitvoer gelegd. Het kan ook voorkomen dat de belanghebbende zo lang niet aan bepaalde
verplichtingen voldoet dat
de Bank niet kan vaststellen of er
nog recht op uitkering bestaat. De Bank
is dan op grond van artikel 34, eerste
lid, onderdeel c, Anw verplicht de
uitkering in te trekken. Als de burger alsnog aan zijn verplichtingen voldoet nadat de
intrekkingsbeslissing
rechtens onaantastbaar is geworden,
zal de Bank terugkomen op de
beëindigingsbeslissing. In het algemeen zal echter aan de beslissing om terug
te komen op de intrekkingsbeslissing
geen terugwerkende kracht worden verleend.
4. De zwaarte van de
maatregel
Het besluit kent twee
standaardmaatregelen, te weten een maatregel bij
een eerste overtreding en een
maatregel bij recidive. Voor beide
maatregelen geldt dat zij voor één termijn
worden opgelegd.
Het feit dat slechts twee
standaardmaatregelen worden onderscheiden, is gebaseerd op de volgende
overwegingen.
In de eerste plaats zijn de
controlevoorschriften van onderling gelijk
gewicht. Dit betekent dat de
overtreding van het ene voorschrift tot
eenzelfde maatregel dient te leiden als
overtreding van het andere voorschrift.
In de tweede plaats kan in
de praktijk de enkele overtreding van de controlevoorschriften nimmer
tot ten onrechte betaalde bedragen
leiden. Van een teveelbetaling kan
slechts sprake zijn als de belanghebbende
naast de controlevoorschriften ook
zijn mededelingsverplichting van artikel 35 Anw
heeft geschonden. In dat
geval moet een boete worden opgelegd.
Dat betekent dat er geen samenhang
behoeft te worden gecreëerd tussen de
door de Bank geleden of potentieel te lijden schade en de zwaarte van de
maatregel. Kan de overtreding in het
geheel niet aan de betrokkene worden
verweten, dan ziet de Bank af van het
opleggen van een maatregel. Is de
gedraging wel verwijtbaar maar zijn er
zodanige verzachtende omstandigheden dat de
overtreding slechts in beperkte mate aan
de betrokkene kan worden
verweten, dan wordt het op de uitkering in
mindering te brengen bedrag gehalveerd.
Artikelsgewijze
toelichting
Artikel 1
In dit artikel wordt een
omschrijving gegeven van een aantal
begrippen die in de voorschriften worden
gebruikt. Onder "nabestaande"
wordt verstaan degene die een nabestaandenuitkering of een halfwezenuitkering
ontvangt of voor een zodanige uitkering
in aanmerking wenst te komen. Als
nabestaande wordt niet aangemerkt degene
aan wie een uitkering is toegekend,
maar die niet werkelijk een uitkering
ontvangt in verband met de hoogte van
zijn inkomen. Op dergelijke personen is
dit besluit niet van toepassing.
Artikel 2
Het besluit is van
toepassing op de nabestaande, de wees en de
wettelijke vertegenwoordiger van de
nabestaande of van de wees. Komt één
van deze personen de Controlevoorschriften
Anw niet na, dan wordt de nabestaandenuitkering en/of
de halfwezenuitkering van de nabestaande, dan wel de wezenuitkering van de
wees, tijdelijk gedeeltelijk geweigerd.
Artikel 3
In verband met het door de
wetgever gewenste lik-op-stukbeleid
wordt de maatregel zo snel mogelijk
ten uitvoer gelegd.
Wordt de maatregel opgelegd
aan een nabestaande die zowel
nabestaandenuitkering als halfwezenuitkering
ontvangt, dan wordt de maatregel zo
spoedig mogelijk op het totaalbedrag
van beide uitkeringen ten
uitvoer gelegd. Dit geldt ook als de
schending van de controlevoorschriften
slechts één van de beide uitkeringen betreft.
Artikel
4, eerste lid
Aan vrijwel alle
verplichtingen genoemd in de Controlevoorschriften
Anw gaat een verzoek van de Bank vooraf om binnen een
bepaalde termijn op een bepaalde manier medewerking te verlenen. Als deze
medewerking tegen het einde van de
gestelde termijn niet is verleend, verzendt
de Bank een rappel waarbij aan de
betrokkene nog een korte aanvullende
termijn wordt gegund, dan wel een nieuw
tijdstip wordt genoemd waarop de betrokkene zijn medewerking moet
verlenen. Voldoet de betrokkene daaraan niet,
dan wordt een maatregel
opgelegd.
Artikel
4, tweede lid
Als een wijziging van het
adres of het sociaal-fiscaal nummer van
de uitkeringsgerechtigde niet
binnen vier weken aan de Bank wordt
gemeld, wordt een maatregel van ƒ50,- opgelegd. Omdat het hier om een
spontane meldingsplicht gaat, is een
voorafgaand rappel of een voorafgaande
waarschuwing niet aan de orde.
Artikel
4, derde lid
Als de belanghebbende binnen
één uitkeringstijdvak (dat wil zeggen één maand) meerdere verplichtingen niet
nakomt, wordt slechts één
maatregel opgelegd.
Artikel
4, vierde lid
Als de betrokkene binnen
twee jaar nadat hem een maatregel is
opgelegd op grond van artikel 38,
eerste lid, Anw wederom de Controlevoorschriften
Anw overtreedt, wordt de hem op te leggen maatregel
met 50% verhoogd. Het op de
uitkering in mindering te brengen bedrag is dan ƒ75,-.
Artikelen 5 en
6
Als de betrokkene in de
feitelijke onmogelijkheid heeft
verkeerd om de controlevoorschriften na te leven of als een verzoek om medewerking
hem niet heeft bereikt om redenen die
hem niet kunnen worden aangerekend,
is de overtreding van de controlevoorschriften niet verwijtbaar. Oplegging
van een maatregel blijft dan achterwege.
Het kan ook voorkomen dat
het niet naleven van de
controlevoorschriften wel enigszins, maar niet ten
volle aan de betrokkene kan worden
verweten. In dat geval wordt de op te leggen maatregel gehalveerd.
De Bank gaat er bij de
oplegging van de maatregel van uit dat er
geen sprake is van verzachtende
omstandigheden, tenzij de betrokkene zelf - naar aanleiding van het rappel van de Bank
als bedoeld in artikel 4 - al
melding heeft gemaakt van dergelijke omstandigheden.
De belanghebbende die meent
dat hem ten onrechte een maatregel
is opgelegd zonder toepassing van
artikel 5 of artikel 6, kan bezwaar aantekenen
tegen het besluit waarbij de
maatregel is opgelegd. Blijkt tijdens de
bezwaarschriftprocedure van verzachtende omstandigheden, dan wordt
hiermee in de beslissing op bezwaar
alsnog rekening gehouden.
Amstelveen, 26 april 1996.
B. de Vries,
P.A. Schaafsma.
|