|
De
Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L. de Graaf;
Gelet op
artikel 17, derde en zesde lid, van de Algemene
Ouderdomswet;
Besluit:
Art.
1.
De herziening van het aan een gehuwde pensioengerechtigde toegekende
ouderdomspensioen, bedoeld in artikel 9,
eerste lid, onderdeel
a, in een ouderdomspensioen, bedoeld in artikel 9,
eerste lid, onderdeel
b, van de Algemene Ouderdomswet,
alsmede de intrekking van de aan de pensioengerechtigde toegekende
toeslag vindt in afwijking van artikel 17,
derde lid, van de
Algemene Ouderdomswet plaats met ingang
van de eerste dag van de maand waarin de echtgenoot de 65-jarige
leeftijd heeft bereikt.
Art.
1a.
In afwijking van artikel 17, derde lid, van
de
Algemene Ouderdomswet gaat de
intrekking of een herziening van de toeslag die voortvloeit uit een
wijziging van het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs-
of beroepsleven van de echtgenoot van de pensioengerechtigde, in op de
eerste dag van de in artikel
10, vierde lid, van de Algemene Ouderdomswet
bedoelde periode.
Art.
2.
De herziening van het ouderdomspensioen toegekend aan de gehuwde
pensioengerechtigde die duurzaam gescheiden is gaan leven of van echt is
gescheiden, gaat, indien zijn vroegere echtgenoot in dezelfde maand
waarin doch nadat het duurzaam gescheiden leven een aanvang nam of de
echtscheiding plaatsvond, de 65-jarige leeftijd heeft bereikt, in op de
eerste dag van die maand.
Art.
3.
-1. Indien de Sociale
Verzekeringsbank Ή na de toekenning van een ouderdomspensioen beslist
dat de pensioengerechtigde schuldig nalatig is geweest premie te
betalen, is zij bevoegd, mits deze beslissing redelijkerwijs niet vσσr
de toekenning genomen had kunnen worden, het ouderdomspensioen met
terugwerkende kracht in te trekken of te herzien.
-2. Het eerste lid is van
overeenkomstige toepassing op de toeslag met betrekking tot de schuldige
nalatigheid van de jongere echtgenoot van de pensioengerechtigde.
1. Volgens de redactie
dient "Sociale Verzekeringsbank" te worden vervangen door: Sociale verzekeringsbank.
Art.
4.
Indien de Sociale Verzekeringsbank Ή van oordeel is of vermoedt dat tot
intrekking of vermindering van een ouderdomspensioen dient te worden
overgegaan, is zij bevoegd de uitbetaling van het ouderdomspensioen of
van een gedeelte daarvan, indien het de eerste uitbetaling betreft, op
te schorten of, indien het latere uitbetalingen betreft, te schorsen.
1. Volgens de redactie dient
"Sociale Verzekeringsbank" te worden vervangen door: Sociale
verzekeringsbank.
Art.
5.
De Beschikking van de
Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 5 december
1956, nr. 5612, Stcrt. 1956, 241, wordt ingetrokken.
Art.
6.
Deze beschikking met toelichting treedt in werking met ingang van de dag
na bekendmaking in de
Nederlandse Staatscourant en werkt terug
tot en met 1 april 1985.
's-Gravenhage, 12 juli 1985.
De Staatssecretaris
voornoemd,
L. de Graaf.
|
|