|
rblz.|1|
Kamerstukken II 1999-2000,
27 208
Vaststelling
van regels voor overgangs- en invoeringsrecht voor de totstandkoming van
de Wet arbeid en zorg (Invoeringswet
arbeid en zorg)
| Nr.r3 |
MEMORIE
VAN TOELICHTING |
Inhoudsopgave
| xAlgemeen |
| 1 |
Inleiding |
| 2 |
Het
invoerings- en overgangsrecht |
| xArtikelsgewijs |
| Hoofdstuk
1. Overgangs- en invoeringsbepalingen met betrekking tot het
zwangerschaps- en bevallingsverlof, de uitkering in verband met
zwangerschap en bevalling en adoptieverlof |
| x |
Artikelen
I t/m III |
| Hoofdstuk
2.
Wijziging van verschillende wetten |
| x |
Artikelen
IV t/m XXVI |
| Hoofdstuk
3.
Intrekking wetgeving |
| x |
Artikelen
XXVII t/m XXIX |
| Hoofdstuk
4.
Slotbepalingen |
| xx |
Artikelen
XXX t/m XXXVI |
Algemeen
1.
Inleiding
Het
voorliggende wetsvoorstel vloeit voort uit het bij de
Staten-Generaal ingediende voorstel van Wet arbeid en zorg. In het
voorstel van Wet arbeid en zorg zijn de verschillende verlofrechten
geregeld. In dat kader zijn het zogenoemde calamiteiten- en ander kort
verzuimverlof, het zogenoemde politiek verlof [is tijdens de
parlementaire behandeling van het onderhavige wetsvoorstel geschrapt, red.]
en het ouderschapsverlof uit het Burgerlijk
Wetboek, overgeheveld en daar waar nodig aangepast. In het voorstel
van Wet arbeid en zorg is tevens een regeling voor het recht op
zwangerschaps- en bevallingsverlof opgenomen en zijn de daarmee
samenhangende uitkeringsrechten uit de
Ziektewet (ZW) en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
(WAZ) overgeheveld. Hetzelfde geldt voor de uitkeringsrechten voor
zelfstandigen.
Daarnaast is de Wet
financiering loopbaanonderbreking in de voorstel van Wet arbeid en
zorg opgenomen.
2.
Het invoerings- en overgangsrecht
Met het voorstel
van
Wet arbeid en zorg zullen geen materiële wijzigingen optreden in
het recht op zwangerschaps- en bevallingsuitkering. Ook ten aanzien van
het recht op zwangerschaps- en bevallingsverlof zal er in de praktijk
geen sprake zijn van een verandering. In de praktijk is het immers zo
dat werknemers in de regel al gedurende zestien weken zwangerschaps- en
bevallingsverlof wordt verleend. Met het voorstel van Wet arbeid en zorg
wordt deze praktijk vastgelegd in een wettelijk verlofrecht.
Omdat het bij zwangerschap en bevalling om een
kortdurende uitkering en een kortdurend verlof gaat, is ervoor gekozen
om het geval waarin het recht op bevallingsuitkering op grond van de ZW
of de WAZ reeds is ingegaan bij de
inwerkingtreding van het voorstel van Wet arbeid en zorg, niet onder de
werkingssfeer van het voorstel van Wet arbeid en zorg te brengen, maar
daarvoor een overgangsregeling te treffen. Op deze wijze wordt voorkomen
dat in de
wet een recht op verlof geregeld moet worden met aftrek van de
periode waarover reeds een bevallingsuitkering genoten is op grond van
de ZW of WAZ. Tevens wordt op deze wijze voorkomen dat
uitvoeringsinstellingen voor de resterende duur van het verlof rblz.|2|
opnieuw een bevallingsuitkering moeten gaan toekennen op grond van het
voorstel van Wet arbeid en zorg.
In de situatie dat het zwangerschaps- en
bevallingsverlof ingaat na de inwerkingtreding van het voorstel van Wet
arbeid en zorg, is deze wet direct van
toepassing. In dat kader is een invoeringstermijn overbodig, omdat de
regeling in het voorstel van Wet arbeid en zorg in belangrijke mate in
overeenstemming is met het uitvoeringspraktijk.
Met
het voorstel van
Wet arbeid en zorg wordt tevens het recht op een betaald
adoptieverlof ingevoerd. Het betreft hier een nieuw wettelijk recht op
verlof voor werknemers en een recht op uitkering voor werknemers,
zelfstandigen en overigen groepen.
In het voorstel van Wet arbeid en zorg is
geregeld dat het recht op verlof of uitkering in verband met adoptie
bestaat gedurende een tijdvak van zestien weken vanaf de eerste dag dat
de feitelijke opneming ter adoptie een aanvang heeft genomen of zal
nemen. Het recht op verlof of uitkering bedraagt ten hoogste drie
aaneengesloten weken. Als gevolg hiervan bestaat ook recht op verlof of
uitkering in verband met adoptie indien de feitelijke opneming ter
adoptie is gelegen in de periode van zestien weken vóór de
inwerkingtreding van het voorstel van Wet arbeid en zorg. Ook in die
situatie geldt dat het verlof moet zijn opgenomen binnen zestien weken
na de feitelijke opneming ter adoptie. Indien de feitelijke opneming ter
adoptie bijvoorbeeld veertien weken vóór de inwerkingtreding van het
voorstel van Wet arbeid en zorg lag, kunnen nog twee weken verlof worden
opgenomen. Omdat het in deze situatie niet mogelijk is het verlof vooraf
te melden aan de werkgever of de aanvraag voorafgaand aan het verlof in
te dienen bij het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) [zie Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), red.], zijn in het
onderhavige wetsvoorstel ten aanzien van deze punten
invoeringsbepalingen opgenomen. Deze invoeringsbepalingen zien tevens op
de situatie dat de opname ter adoptie en de ingangsdatum van het verlof
vrijwel direct volgen op de inwerkingtreding van het voorliggende
wetsvoorstel.
Artikelsgewijs
Hoofdstuk
1. Overgangs- en invoeringsbepalingen met betrekking tot het
zwangerschaps- en bevallingsverlof, de uitkering in verband met
zwangerschap en bevalling en adoptieverlof
Artikel I.
[Overgangsbepaling
Wet arbeid en zorg voor ZW-verzekerden, red.]
Voor de toelichting op het eerste lid van dit artikel verwijzen wij naar paragraaf 2
van het algemeen deel van de toelichting. Met betrekking tot het tweede
tot en met vijfde lid merken wij het volgende op. Met ingang van de
datum van inwerkingtreding van het voorstel van
Wet arbeid en zorg wordt een groot aantal artikelen gewijzigd in
verband met de overheveling van de zwangerschaps- en bevallingsuitkering
van de ZW
en de WAZ naar het voorstel van Wet arbeid en
zorg. Op grond van het eerste lid van het onderhavige artikel blijft de
ZW evenwel van toepassing op op die datum reeds bestaande zwangerschaps-
en bevallingsuitkeringen op grond van artikel 29a,
tweede en vijfde lid, ZW (oud). In verband
daarmee is het noodzakelijk dat de artikelen 29a ZW,
71a Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
(WAO) en
43
Werkloosheidswet (WW) met betrekking tot deze overgangsgevallen van
toepassing blijven zoals dat het geval was vóór de inwerkingtreding
van het voorstel van Wet arbeid en zorg. Het tweede tot en met vijfde
lid van het onderhavige artikel voorzien daarin.
rblz.|3|
Artikel II.
[Overgangsbepaling Wet arbeid en zorg voor WAZ-verzekerden, red.]
Voor de toelichting op het eerste lid van dit artikel verwijzen wij naar paragraaf 2
van het algemeen deel van de toelichting. Met betrekking tot het tweede
lid merken wij het volgende op. Met ingang van de datum van
inwerkingtreding van het voorstel van
Wet arbeid en zorg wordt een groot aantal artikelen gewijzigd in
verband met de overheveling van de zwangerschaps- en bevallingsuitkering
van de ZW en de WAZ
naar het voorstel van Wet arbeid en zorg. Op grond van het eerste lid
van het onderhavige artikel blijft de WAZ evenwel van toepassing op op
die datum reeds bestaande zwangerschaps- en bevallingsuitkeringen op
grond van hoofdstuk 3,
afdeling 1, paragraaf 2, WAZ. In verband
daarmee is het noodzakelijk dat de artikelen 37 en 46 Wet op de
inkomstenbelasting 1964 (Wet IB), artikel 17
Wet op de
loonbelasting 1964 (Wet LB) en artikel 1 Wet
vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen
(WVA) met betrekking tot deze overgangsgevallen van toepassing blijven
zoals dat het geval was vóór de inwerkingtreding van het voorstel van
Wet arbeid en zorg. Het tweede lid van dit artikel voorziet daarin.
Artikel III.
[Invoeringsbepaling adoptieverlof, red.]
Een
werknemer heeft recht op adoptieverlof indien de adoptie is gelegen
binnen de periode van zestien weken vóór de inwerkingtreding van het
voorstel van
Wet arbeid en zorg. Indien de feitelijke opneming ter adoptie
bijvoorbeeld veertien weken vóór de inwerkingtreding van het voorstel
van Wet arbeid en zorg ligt, kunnen nog twee weken verlof worden
opgenomen. Het is dan echter niet mogelijk om het tijdstip van ingang
van het verlof drie weken van tevoren te melden aan de werkgever, zoals
is voorgeschreven in artikel
3:3, tweede lid, Wet arbeid en zorg.
Hetzelfde geldt indien het recht op adoptieverlof ontstaat binnen drie
weken na de inwerkingtreding van het voorstel van Wet arbeid en zorg en
de ingangsdatum van het verlof ook gelegen is in die periode. Met het
oog daarop is in artikel III bepaald dat
melding in die situatie binnen het laatstbedoelde tijdvak van drie weken
dient plaats te vinden. Een vergelijkbare bepaling is in het tweede lid
opgenomen ten aanzien van het aanvragen van een uitkering.
Hoofdstuk
2. Wijziging van verschillende wetten
Artikelen IV tot en met
VII, XIV, onderdeel L [zie
art. XIV, onderdeel N, IWazo, red.],
XV, onderdeel B [zie art.
XV, onderdeel E, IWazo, red.], XVIII, XIX en XXVI,
onderdeel H [zie art.
XXVI, onderdeel I, IWazo, red.]
In
een aantal
wetten zijn bepalingen opgenomen waarin is
geregeld dat een op grond van de desbetreffende wet opgelegde boete ten
uitvoer wordt gelegd via verrekening met een door de betrokkene te
ontvangen ZW- of
WAZ-uitkering. Waar de zwangerschaps- en
bevallingsuitkering op grond van die wetten wordt overgeheveld naar het
voorstel van
Wet arbeid en zorg, ligt het in de rede dat een dergelijke boete ook
ten uitvoer gelegd kan worden via verrekening met een door de betrokkene
te ontvangen uitkering in verband met zwangerschap en bevalling op grond
van het voorstel van Wet arbeid en zorg. Gelet hierop dient tevens een
verrekening van de bedoelde boete met een uitkering in verband met
adoptie of bij loopbaanonderbreking op grond van het voorstel van Wet
arbeid en zorg geregeld te worden. De onderhavige artikelen voorzien
hierin.
rblz.|4|
Artikel VIII.
[Beroepswet, red.]
Bij
de
Beroepswet is een
bijlage opgenomen bestaande uit de onderdelen
A, B en C.
Op besluiten op grond van de in die verschillende onderdelen opgenomen wetten
kunnen - op onderdelen - verschillende regimes van toepassing zijn. Zo
wordt de werking van een uitspraak van de rechtbank
met betrekking tot een besluit genomen op grond van een wettelijk
voorschrift dat is opgenomen in
onderdeel C, onder 1 tot en met 24a, van de bijlage, opgeschort
totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken of,
indien hoger beroep is ingesteld, op het hoger beroep is beslist (artikel 19 Beroepswet).
Het nieuwe onderdeel 2a voorziet erin dat op de
uitkeringen in verband met zwangerschap en bevalling en adoptie
hetzelfde regime van toepassing is als thans op de uitkeringen op grond
van de ZW
en de WAZ
(waaronder de uitkeringen in verband met zwangerschap en bevalling) van
toepassing is. Onderdeel 2b is een gevolg van de overheveling van de
Wet financiering
loopbaanonderbreking naar hoofdstuk 8 Wet arbeid en zorg [zie hoofdstuk 7 Wazo,
red.]. Het opnemen van een nieuw onderdeel 2b maakt dat onderdeel
24a met de aanduiding Wet financiering loopbaanonderbreking kan
vervallen.
Artikel
IX. [Burgerlijk Wetboek, red.]
Onderdeel A
In
artikel 629,
Boek 7, Burgerlijk
Wetboek (BW) is de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever
in geval van ziekte en bij zwangerschap en bevalling geregeld.
De aanpassing in subonderdeel 1 is
noodzakelijk, omdat in geval van zwangerschap en bevalling het niet
langer een uitkering op grond van de ZW, maar
op grond van het voorstel van
Wet arbeid en zorg betreft. Er is aldus niet langer sprake van een
uitkering op grond van een wettelijk voorgeschreven verzekering.
Bovendien vindt financiering plaats uit het Algemeen Werkloosheidsfonds,
waarin de werknemer (evenals de werkgever) deelneemt door middel van het
betalen van premie. In subonderdeel 2 wordt de tekst van het negende lid
van artikel 629, Boek
7, BW aangepast aan het eerste lid van dat artikel.
Onderdeel B
In
artikel 629b,
Boek 7, BW
is een loondoorbetalingsverplichting geregeld voor het geval dat een
werknemer, onder meer als gevolg van zeer bijzondere persoonlijke
omstandigheden, verhinderd is zijn arbeid te verrichten. Deze regeling
is als calamiteiten- en ander kort verzuimverlof opgenomen in hoofdstuk 4
Wet arbeid en zorg, waardoor de regeling in het BW
kan vervallen.
Onderdeel C
Artikel 635, tweede lid, Boek
7, BW ziet op de opbouw van vakantie in de periode dat een
werknemer geen loon, maar een uitkering ontvangt. De aanpassing is
noodzakelijk, omdat in geval van zwangerschap en bevalling het niet
langer een uitkering op grond van de ZW, maar
op grond van het voorstel van
Wet arbeid en zorg betreft.
Het nieuwe derde lid van artikel 635, Boek
7, BW geeft een met het tweede lid vergelijkbare regeling van de
opbouw van vakantierechten in geval van adoptieverlof.
rblz.|5|
Onderdeel D
In
artikel 636,
Boek 7, BW
komt de verwijzing naar artikel 629b te vervallen aangezien dit
artikel zelf vervalt in Boek
7 BW (zie onderdeel B)
Onderdeel E
De
in artikel 637,
Boek 7, BW
aangebrachte wijziging hangt samen met de vernummering in artikel 635.
Onderdeel F
De
artikelen 643 en 644,
Boek 7, BW
regelen het zogenoemde politiek verlof en het ouderschapsverlof. Beide
regelingen zijn overgeheveld naar respectievelijk hoofdstuk 6
en
7 [vervallen, red.] Wet arbeid en zorg
en kunnen om die reden vervallen.
Onderdeel G
Artikel 645,
Boek 7, BW
wordt aangepast in verband met het vervallen van de artikelen 643 en 644
(zie onderdeel E).
Onderdeel H
Artikel 670, tweede lid, Boek
7, BW wordt redactioneel aangepast aan de overheveling van de
uitkering in verband met zwangerschap en bevalling van de
ZW en de WAZ naar
het voorstel van
Wet arbeid en zorg.
Artikel 670, zesde en zevende lid, wordt
aangepast in verband met het vervallen van artikel 643,
Boek 7, BW
respectievelijk het overhevelen van de regeling van het
ouderschapsverlof van het
BW naar het
voorstel van Wet arbeid en zorg.
Onderdeel I
Met
de onderhavige wijziging wordt artikel 670b, tweede lid, tweede
volzin, Boek
7, BW redactioneel aangepast aan de overheveling van de uitkering
in verband met zwangerschap en bevalling van de ZW
en de WAZ
naar het voorstel van
Wet arbeid en zorg.
Artikel
X. [Coördinatiewet Sociale Verzekering, red.]
Onderdeel A
Evenals de uitkering op grond van de verplichte verzekering krachtens de ZW
(waaronder thans ook de zwangerschaps- en bevallingsuitkering op grond
van die
wet) moet ook de uitkering in verband met zwangerschap en bevalling
respectievelijk adoptie op grond van het voorstel van
Wet arbeid en zorg
voor degene die verplicht verzekerd is op grond van de ZW loon in de zin
van de
Coördinatiewet Sociale Verzekering zijn. De persoon die deze
uitkering ontvangt, zal immers ook verplicht verzekerd zijn voor de WW,
de ZW en de WAO, zodat over die uitkering op
grond van de WW, ZW en WAO ook premie moet kunnen worden geheven. Het
onderhavige artikel voorziet hierin.
Onderdeel B
Het
gaat hier om een redactionele aanpassing in verband met de overheveling
van de Wet financiering
loopbaanonderbreking naar hoofdstuk 8 Wet arbeid en zorg [zie hoofdstuk 7 Wazo,
red.].
rblz.|6|
Artikel
XI. [Organisatiewet sociale verzekeringen 1997, red.]
Onderdeel A
Met
onderdeel A wordt degene die uitkering
ontvangt op grond hoofdstuk 3 van het
voorstel van
Wet arbeid en zorg onder de term uitkeringsgerechtigde in de zin
van de
Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 gebracht.
Onderdeel B
Artikel
38, eerste lid, onderdeel a en b, wordt redactioneel
aangepast in verband met de overheveling van de zwangerschaps- en
bevallingsuitkering en de Wet financiering
loopbaanonderbreking naar het voorstel van
Wet arbeid en zorg.
Onderdeel C
Met
onderdeel C wordt bewerkstelligd dat de
rechtmatigheidsverklaring van het College van toezicht sociale
verzekeringen [zie Inspectie Werk
en Inkomen, red.], bedoeld in artikel
84, tweede lid,
Organisatiewet sociale verzekeringen 1997, mede wordt verbijzonderd
naar het voorstel van
Wet arbeid en zorg. Dit gebeurt door naar deze wet
te verwijzen in plaats van naar de Wet financiering
loopbaanonderbreking.
Artikel
XII.
[Toeslagenwet, red.]
In
artikel 14g, tweede lid, van de Toeslagenwet
is geregeld dat een op grond van
die wet opgelegde boete ten uitvoer wordt
gelegd via verrekening met een door de betrokkene te ontvangen toeslag
of loondervingsuitkering. Waar de zwangerschaps- en bevallingsuitkering
op grond van de ZW wordt overgeheveld naar het
voorstel van
Wet arbeid en zorg, ligt het in de rede dat een dergelijke boete ook
ten uitvoer gelegd kan worden via verrekening met een door de betrokkene
te ontvangen uitkering in verband met zwangerschap en bevalling op grond
van het voorstel van Wet arbeid en zorg. Daarnaast dient een verrekening
van de bedoelde boete met een uitkering in verband met adoptie of
loopbaanonderbreking op grond van het voorstel van Wet arbeid en zorg
geregeld te worden. Het onderhavige artikel voorziet hierin. Tevens
wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om
artikel 14g, tweede lid, van de Toeslagenwet
te harmoniseren met vergelijkbare bepalingen in andere wetten.
Het ligt immers niet in de rede dat een boete op grond van de Toeslagenwet
niet kan worden verrekend met een uitkering op grond van de vrijwillige
verzekering op grond van de ZW,
WW of WAO (een
dergelijke uitkering valt niet onder de term "loondervingsuitkering";
zie artikel 1, eerste lid, onderdeel
f, van de Toeslagenwet), waar bijvoorbeeld
een uitkering op grond van de WAZ
wel met een dergelijke uitkering op grond van een vrijwillige
verzekering kan worden verrekend.
Artikel
XIII. [Werkloosheidswet, red.]
Onderdeel A
De
werknemer in de zin van de WW die uitkering
gaat ontvangen op grond van het voorstel van
Wet arbeid en zorg behoudt de hoedanigheid van werknemer in de zin
van de WW (zie artikel 8 WW).
Met het onderhavige onderdeel wordt geregeld dat het Lisv
dan als werkgever wordt aangemerkt (het voorgestelde vierde lid van
artikel 11
WW). De uitzondering in geval van een
werkgeversbetaling geldt op grond van het tot vijfde lid vernummerde
vierde lid van artikel 11 WW
ook in dit geval.
rblz.|7|
Onderdeel B
Op
grond van
artikel 17a, eerste lid, WW
worden - onder meer - weken waarin de werknemer geen arbeid kon
verrichten wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid, alsmede weken
gedurende welke de werknemer geen arbeid heeft verricht in verband met
het genieten van onbetaald verlof, niet in aanmerking genomen voor de
referteperiode van 39 weken voor de wekeneis. Gelet hierop ligt het in
de rede dat dat eveneens het geval is met weken waarin door de werknemer
geen arbeid is verricht, maar waarin wel recht bestaat op een uitkering
in verband met zwangerschap en bevalling dan wel adoptie op grond van
het voorstel van
Wet arbeid en zorg.
Onderdeel C
Waar nu een uitkering in verband met zwangerschap en bevalling op grond
van de ZW
of de WAZ een uitsluitingsgrond vormt in het
kader van de
WW, dient dat eveneens het geval te zijn bij een
uitkering in verband met zwangerschap en bevalling dan wel adoptie op
grond van het voorstel van
Wet arbeid en zorg. Tevens dient het ontvangen van een uitkering in
verband met loopbaanonderbreking op grond van het voorstel van Wet
arbeid en zorg een uitsluitingsgrond te zijn.
Onderdeel D
In
artikel 27g, tweede lid, WW
is geregeld dat een op grond van die wet
opgelegde boete ten uitvoer wordt gelegd via verrekening met een door de
betrokkene te ontvangen ZW- of WAZ-uitkering.
Nu de zwangerschaps- en bevallingsuitkering op grond van die wetten
wordt overgeheveld naar het voorstel van
Wet arbeid en zorg, ligt het in de rede dat een dergelijke boete ook
ten uitvoer gelegd kan worden via verrekening met een door de betrokkene
te ontvangen uitkering in verband met zwangerschap en bevalling op grond
van het voorstel van Wet arbeid en zorg. Gelet hierop dient tevens een
verrekening van de bedoelde boete met een uitkering in verband met
adoptie of loopbaanonderbreking op grond van het voorstel van Wet arbeid
en zorg geregeld te worden. Dit onderdeel voorziet hierin.
Onderdeel E
Dit
onderdeel voorziet in de aanpassing van artikel 34a,
eerste lid, WW
die noodzakelijk is in verband met de overheveling van de uitkering in
verband met zwangerschap en bevalling van de ZW
naar hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf
1,
Wet arbeid en zorg en de introductie van de adoptie-uitkering in
die paragraaf.
Onderdeel F
Door de overheveling van de uitkering in verband met zwangerschap en
bevalling van de ZW
naar het voorstel van
Wet arbeid en zorg, en de daaruit voortvloeiende aanpassing van artikel 29a ZW,
worden de tweede zinnen van
artikel 43, tweede en derde lid, WW
overbodig en kunnen dan ook vervallen.
Onderdeel G
In
artikel 61, tweede lid, WW
is geregeld dat over de opzegtermijn, bedoeld in
artikel 64, onderdeel b, van die wet,
slechts recht op uitkering bestaat indien de werknemer beschikbaar is om
arbeid te aanvaarden. In de tweede zin van dat lid is geregeld dat dat
vereiste van beschikbaarheid niet geldt voor degene die wegens ziekte,
gebreken, zwangerschap of rblz.|8|
bevalling ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. Naar het
oordeel van de regering dient die eis van beschikbaarheid ook niet te
gelden voor degene die - hoewel niet ongeschikt tot het verrichten van
zijn arbeid - uitkering in verband met zwangerschap of bevalling
respectievelijk adoptie ontvangt op grond van het voorstel van
Wet arbeid en zorg.
Onderdeel H
Evenals dat het geval is bij uitkeringen op grond van de verplichte
verzekering van de ZW, dient over de uitkering
op grond van het voorstel van
Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel
3:6, eerste lid, van die
wet, (de ZW-verzekerde) de vervangende premie op grond van artikel
85, derde lid, WW te worden geheven in
plaats van de wachtgeldpremie, bedoeld in het eerste lid van dat
artikel. Dit onderdeel voorziet daarin.
Onderdeel I
De
onderdelen g tot en met i van artikel 92 WW
worden redactioneel aangepast aan de overheveling van de Wet financiering loopbaanonderbreking
naar het voorstel van
Wet arbeid en zorg.
Onderdeel J
In
onderdeel i van
artikel 93 WW wordt de verwijzing naar de Wet financiering loopbaanonderbreking
in verband met de overheveling van die wet vervangen door een verwijzing
naar hoofdstuk 8 Wet arbeid en zorg [zie hoofdstuk 7 Wazo,
red.]. De uitkering in verband met zwangerschap en bevalling
respectievelijk adoptie aan de persoon die recht op die uitkering krijgt
uit hoofde van zijn verzekering op grond van de ZW
wordt op grond van het hier voorgestelde onderdeel j ten laste
van het Algemeen Werkloosheidsfonds gebracht. Dit geldt eveneens voor de
aan die uitkering verbonden uitvoeringskosten. Dit komt overeen met de
huidige financiering van de zwangerschaps- en bevallingsuitkering op
grond van de verplichte of vrijwillige verzekering ingevolge de ZW.
Onderdeel K. [Zie art.
XIII, onderdeel M, IWazo, red.]
Zoals het
Lisv thans de mogelijkheid heeft om regels
te stellen met betrekking tot de aanwijzing van de
uitvoeringsinstelling bij samenloop van WW-
en
WAZ-uitkering, wordt dat nu ook mogelijk voor
de samenloop van WW-uitkering en uitkering op grond van het voorstel van
Wet arbeid en zorg. Deze mogelijkheid wordt niet beperkt tot de
samenloop van WW-uitkering met uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf
2,
Wet arbeid en zorg (de uitkering aan zelfstandigen en zelfstandige
werknemers). Het is, gelet op artikel 19,
vierde lid, WW, immers mogelijk dat er een
samenloop ontstaat van een adoptie-uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2,
paragraaf 1,
Wet arbeid en zorg en een WW-uitkering. Het Lisv moet naar het
oordeel van de regering ruimte hebben om ook in dat geval regels te
stellen waarin de uitvoeringsinstelling wordt aangewezen.
Artikel XIV.
[Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, red.]
Met
dit artikel worden de aanpassingen aangebracht in de WAZ
die noodzakelijk zijn in verband met de overheveling van de uitkering in
verband met bevalling van
hoofdstuk 3, afdeling 1, paragraaf 2, van die wet
naar
hoofdstuk 3, afdeling 2,
paragraaf 2,
Wet arbeid en zorg. De wijzigingen zijn dan ook
technisch/redactioneel en behoeven geen nadere toelichting, met
uitzondering van onderdeel A.
rblz.|9|
In dat onderdeel wordt
artikel 3 WAZ in die zin aangepast dat,
naast degene die uitkering in verband met zwangerschap of bevalling
geniet op grond van hoofdstuk 3,
afdeling 2, paragraaf 2,
Wet arbeid en zorg, ook degene die uitkering in verband met adoptie
geniet op grond van dat hoofdstuk verzekerd is ingevolge de WAZ. Dit
betreft dus een uitbreiding van de kring van verzekerden. Het ligt naar
het oordeel van de regering in de rede dat met betrekking tot het
verzekerd zijn voor de WAZ deze twee groepen overeenkomstig worden
behandeld.
Artikel
XV. [Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten,
red.]
Onderdeel A
Dit
onderdeel voorziet in de aanpassing van artikel 6,
vierde lid, Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten in verband met de overheveling van de uitkering
in verband met zwangerschap en bevalling van de ZW
naar hoofdstuk
3, afdeling 2, paragraaf 1,
Wet arbeid en zorg.
Artikel XVI.
[Wet brutering overhevelingstoeslag lonen, red.]
Op
grond van artikel 3, vierde lid, Wet
brutering overhevelingstoeslag lonen geldt het recht op verhoging
van het loon - bij het vervallen van de overhevelingstoeslag - op grond
van het eerste lid van dat artikel niet voor loon in de vorm van
uitkering op grond van de ZW. Voor uitkeringen
op grond van de
WAZ
geldt dat recht op verhoging op grond van het eerste lid evenmin. Gelet
hierop dient dat recht op verhoging ook niet te gelden voor uitkeringen
op grond van het voorstel van
Wet arbeid en zorg.
Artikel XVII.
[Wet financiering volksverzekeringen, red.]
De
redactionele aanpassing van artikel 30,
tweede lid, onderdeel c, Wet financiering volksverzekeringen
hangt samen met de overheveling van de
Wet financiering
loopbaanonderbreking naar het voorstel van
Wet arbeid en zorg.
Artikel
XX. [Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, red.]
In
dit artikel wordt de
Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag aangepast aan de overheveling
van de uitkering in verband met zwangerschap en bevalling van de
ZW naar het voorstel van
Wet arbeid en zorg. Voorts wordt met dit artikel ook de uitkering in
verband met adoptie op grond van hoofdstuk 3,
afdeling 2, paragraaf 1, van het voorstel van
Wet arbeid en zorg onder de toepassing van de artikelen 15, eerste
lid, 16, derde, vierde en zevende lid, en artikel 17, eerste lid, van de Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag gebracht. De uitkering op
grond van hoofdstuk 3, afdeling
2, paragraaf 2, van het voorstel van
Wet arbeid en zorg wordt niet onder de toepassing van die artikelen
gebracht. Indien dat wel zou gebeuren, zou de beroepsbeoefenaar op
arbeidsovereenkomst tweemaal recht op betaling van vakantie-uitkering
over zijn uitkering hebben, namelijk op grond van het voorstel van
Wet arbeid en zorg (artikel 3:27,
eerste lid, onderdeel c) en op grond van de Wet minimumloon en
minimumvakantiebijslag.
Artikel
XXI. [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, red.]
Onderdelen A,
B,
E [zie art.
XXI, onderdeel D, IWazo, red.]
en H [zie art.
XXI, onderdeel G, IWazo, red.]
In
onderdeel A wordt een nieuw artikel 7c
in de WAO ingevoerd. Naast degene die
uitkering in verband met zwangerschap of bevalling geniet op rblz.|10|
grond van hoofdstuk 3,
afdeling 2, paragraaf 1,
Wet arbeid en zorg, is ook degene die krachtens dat hoofdstuk
uitkering in verband met adoptie geniet, verzekerd op grond van de WAO.
In de onderdelen
B, E [zie artikel XXI, onderdeel D, IWazo, red.]
en H [zie artikel XXI, onderdeel G, IWazo, red.]
worden de
artikelen 10,
66 en 78 WAO
hieraan aangepast.
Onderdeel C. [Vervallen, red.]
Dit
onderdeel voorziet in de aanpassing van artikel 19,
vijfde lid, WAO in verband met de overheveling
van de uitkering in verband met zwangerschap en bevalling van de
ZW naar hoofdstuk 3,
afdeling 2, paragraaf 1,
Wet arbeid en zorg.
Onderdeel D. [Zie art.
XXI, onderdeel C, IWazo, red.]
In
artikel 29g, tweede lid, WAO
is geregeld dat een op grond van die wet
opgelegde boete ten uitvoer wordt gelegd via verrekening met een door de
betrokkene te ontvangen ZW- of WAZ-uitkering.
Waar de zwangerschaps- en bevallingsuitkering op grond van die wetten
wordt overgeheveld naar het voorstel van
Wet arbeid en zorg, ligt het in de rede dat een dergelijke boete ook
ten uitvoer gelegd kan worden via verrekening met een door de betrokkene
te ontvangen uitkering in verband met zwangerschap en bevalling op grond
van het voorstel van Wet arbeid en zorg. Gelet hierop dient tevens een
verrekening van de bedoelde boete met een uitkering in verband met
adoptie of loopbaanonderbreking op grond van het voorstel van Wet arbeid
en zorg geregeld te worden. Dit onderdeel voorziet hierin.
Onderdeel F. [Zie art.
XXI, onderdeel E, IWazo, red.]
Met
dit onderdeel wordt
artikel 71a, tweede lid, WAO
redactioneel aangepast aan de overheveling van de uitkering in verband
met zwangerschap en bevalling van de ZW
naar het voorstel van
Wet arbeid en zorg.
Onderdeel G. [Zie art.
XXI, onderdeel F, IWazo, red.]
Dit
onderdeel voorziet in de aanpassing van de artikelen 75a,
derde lid, en
76f, vierde lid,
WAO aan de overheveling van de Wet financiering loopbaanonderbreking
naar hoofdstuk 8 Wet arbeid en zorg [zie hoofdstuk 7 Wazo,
red.].
Artikel XXII.
[Wet op de inkomstenbelasting 1964, vervallen, red.]
Met
dit artikel worden de aanpassingen aangebracht in de Wet op de
inkomstenbelasting 1964 [zie Wet
inkomstenbelasting 2001, Stb. 2000, 215, red.] die
noodzakelijk zijn in verband met de overheveling van de uitkering in
verband met bevalling van hoofdstuk 3, afdeling 1, paragraaf
2, WAZ
naar hoofdstuk 3, afdeling
2, paragraaf 2,
Wet arbeid en zorg en van de Wet
financiering loopbaanonderbreking naar hoofdstuk 8 Wet arbeid en
zorg [zie hoofdstuk 7 Wazo,
red.]. Daarnaast wordt de uitkering in verband met adoptie op
grond van hoofdstuk 3, afdeling
2, paragraaf 2,
Wet arbeid en zorg eveneens onder de werking van de betrokken
artikelen van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 gebracht.
Artikel
XXIII. [Wet op de loonbelasting 1964, red.]
Met
dit artikel worden de aanpassingen aangebracht in de Wet
op de loonbelasting 1964 die noodzakelijk zijn in verband met de
overheveling van de uitkering in verband met bevalling van hoofdstuk 3, afdeling 1, paragraaf
2, WAZ
naar hoofdstuk 3, afdeling
2, paragraaf 2,
Wet arbeid en zorg en de introductie van de uitkering in verband
met adoptie in die paragraaf alsmede een aanpassing die verband houdt
met de overheveling rblz.|11|
van de Wet
financiering loopbaanonderbreking naar hoofdstuk 8 Wet arbeid en
zorg [zie hoofdstuk 7 Wazo,
red.].
Artikelen XXIV
[Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de
volksverzekeringen, red.] en XXV
[Ziekenfondswet, red.]
Met
deze artikelen worden de aanpassingen aangebracht in de Wet
vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen
en de Ziekenfondswet die noodzakelijk zijn in
verband met de overheveling van de uitkering in verband met zwangerschap
en bevalling van de ZW
en de WAZ naar
hoofdstuk 3, afdeling 2,
Wet arbeid en zorg en de introductie van de uitkering in verband
met adoptie in die afdeling.
Artikel XXVI.
[Ziektewet, red.]
Onderdelen A,
B
en
I [zie art.
XXVI, onderdeel J, IWazo, red.]
In
onderdeel A wordt een nieuw artikel 8c
in de ZW ingevoerd. Naast degene die uitkering
in verband met zwangerschap of bevalling geniet op grond van hoofdstuk 3,
afdeling 2, paragraaf 1,
Wet arbeid en zorg, is ook degene die krachtens dat hoofdstuk
uitkering in verband met adoptie geniet, verzekerd op grond van de ZW.
In de onderdelen B en I [zie artikel
XXVI, onderdeel J, IWazo, red.]
worden de
artikelen 11 en 55
ZW hieraan aangepast.
Onderdelen C,
D, E
en
F
In
het bij
onderdeel F
voorgestelde artikel 29a ZW
resteren de bepalingen inzake het recht op ziekengeld bij
arbeidsongeschiktheid die haar oorzaak vindt in de zwangerschap of
bevalling respectievelijk bij arbeidsongeschiktheid wegens ziekte - al
dan niet tengevolge van zwangerschap - in de periode dat de vrouw op
grond van het voorstel van
Wet arbeid en zorg recht heeft op uitkering in verband met
zwangerschap, maar die uitkering nog niet is ingegaan. In de onderdelen C
en D worden de artikelen
19, 19a en
19b ZW
(dit laatste artikel treedt met ingang van 1 mei 2000 in werking)
hieraan redactioneel aangepast. In onderdeel E
wordt het bestaande tiende lid van
artikel 29a van de ZW
aangepast aan de overheveling van de uitkering in verband met
zwangerschap en bevalling naar het voorstel van Wet arbeid en zorg.
Daarbij wordt dat lid overgebracht naar artikel 29
ZW
waar het inhoudelijk thuishoort.
Is de vrouwelijke werknemer voorafgaand aan of
na afloop van het zwangerschaps- en bevallingsverlof ziek, dan ontvangt
zij een ziekengeld ter hoogte van het volledige dagloon indien de
ongeschiktheid tot werken veroorzaakt wordt door de zwangerschap of
bevalling.
In die situatie treedt geen verandering op met
de overheveling van de uitkering in verband met zwangerschap en
bevalling naar het voorstel van Wet arbeid en zorg. Bij ongeschiktheid
tot het verrichten van haar arbeid veroorzaakt door de zwangerschap of
bevalling blijft voor de werkneemster recht op ZW-uitkering
ter hoogte van het volledig dagloon bestaan. In het advies bij de
discussienota Arbeid en zorg hebben de Stichting van de Arbeid en het
Clara Wichman Instituut aangegeven er voorstander van te zijn dat de
uitkering bij arbeidsongeschiktheid die haar oorzaak vindt in de
zwangerschap of bevalling ook ondergebracht wordt in het voorstel van
Wet arbeid en zorg.
Naar de mening van de regering zijn er echter
goede gronden om bij ziekte tengevolge van zwangerschap en bevalling
ziekengeld op grond van de ZW te blijven uitkeren:
- De grondslag voor toekenning van een uitkering wordt in het geval van
ongeschiktheid tengevolge van zwangerschap gevormd door het feit dat
sprake is van een verhindering om te werken wegens ongeschiktheid. De
toekenning van een bevallingsuitkering op grond van het voorstel van Wet
arbeid en zorg daarentegen vindt zijn grondslag in het bevallingsverlof,
rblz.|12|
los van het feit of daarbij sprake is van een verhindering tot werken.
In het ene geval is er dus een koppeling van het recht op uitkering aan
het door ongeschiktheid verhinderd zijn om te werken en in het andere
geval is het recht gekoppeld aan het verlof. Alleen voor de vaststelling
van de hoogte van het ziekengeld is van belang of de ongeschiktheid haar
oorzaak vindt in de zwangerschap of bevalling.
- Omdat het voorstel van Wet arbeid en zorg alle verlofrechten regelt,
hoort daar ook het recht op bevallingsverlof en de daaraan gekoppelde
bevallingsuitkering in thuis. Met het overhevelen van het ziekengeld bij
ongeschiktheid veroorzaakt door zwangerschap of bevalling zouden
wezensvreemde elementen in het voorstel van Wet arbeid en zorg
ondergebracht worden zoals de controlevoorschriften die samenhangen met
- het controleren van - ongeschiktheid tot werken, de
reïntegratieverplichting en de daarbij behorende sanctiebepalingen.
Het onderbrengen in het voorstel van Wet arbeid
en zorg van een uitkering bij ongeschiktheid is ook niet in
overeenstemming met de doelstellingen van die
wet. Het voorstel van Wet arbeid en zorg heeft als doel de
combinatie van arbeid en zorg te bevorderen door het verlof samenhangend
te regelen. Voor werknemers zal het in de praktijk overigens niet
uitmaken in welke wet het recht op uitkering is ondergebracht.
Onderdelen G en J
[zie art. XXVI,
onderdeel K, IWazo, red.]
Met
deze onderdelen worden de artikelen 31,
derde lid, en 69 ZW
redactioneel aangepast aan de overheveling van de uitkering in verband
met zwangerschap en bevalling van de ZW naar
het voorstel van
Wet arbeid en zorg.
Hoofdstuk
3. Intrekking wetgeving
Artikelen
XXVII tot en met XXIX. [Wet
op het ouderschapsverlof; Wet van 6 juni 1991 (Stb. 1991, 347); Wet
financiering loopbaanonderbreking, red.]
De
Wet op het ouderschapsverlof geeft regels betreffende de aanspraak op
ouderschapsverlof. Deze wet kan met ingang van de datum van
inwerkingtreding van hoofdstuk 6
Wet arbeid en zorg worden ingetrokken.
De Wet van 6 juni 1991, houdende regels
betreffende de aanspraak op zwangerschaps- en bevallingsverlof van
overheidspersoneel (Stb. 1991, 347) kan met ingang van de datum
van de inwerkingtreding van artikel 3:31
Wet arbeid en zorg [vervallen, red.] worden ingetrokken.
De Wet financiering
loopbaanonderbreking kan per de datum van inwerkingtreding van
hoofdstuk 8 Wet arbeid en zorg [zie hoofdstuk 7 Wazo,
red.] worden ingetrokken.
In verband met deze intrekkingen wordt voorzien
in een overgangsregeling. Dit houdt in dat aanvragen/verzoeken die op
basis van deze wetten zijn gedaan, op basis van de "oude"
wetten zullen worden afgehandeld. Zo wordt vermeden dat er
onduidelijkheid bestaat over welke wet op welk moment van toepassing is
en op grond van welke wet een verzoek moet worden afgehandeld.
Hoofdstuk
4. Slotbepalingen
Artikelen
XXX
[wijzigingen Wet arbeid en zorg in verband met de Aanpassingswet OOW,
vervallen, red.] en
XXXI.
[wijzigingen in deze wet in verband met de Aanpassingswet OOW,
vervallen, red.]
Per
1 januari 2001 worden de WW en de ZW
van toepassing op overheidswerknemers (zie het
Besluit van 17
juli 1999 tot vaststelling van het tijdstip van aanvang van fase 2 en
fase 3 van de Wet overheidspersoneel onder de
werknemersverzekeringen (Stb. 1999, 354) jo. het Faseringsbesluit overheidswerknemers
onder de Ziektewet en de Werkloosheidswet). Bij koninklijke
boodschap van 3 mei 2000 is een voorstel van wet Aanpassingswet
OOW rblz.|13|
ingediend waarin de Wet
overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen wordt
gewijzigd, onder meer met betrekking tot de wijzigingen in de WW per 1
januari 2001. Daarbij wordt een aparte paragraaf in de WW ingevoerd die
ziet op de financiering van - onder meer - de WW- en ZW-uitkeringen van
(gewezen) overheidswerknemers alsmede de tegemoetkomingen in het kader
van de Wet financiering loopbaanonderbreking
indien de vervanger een gewezen overheidswerknemer is. Met de
overheveling van de uitkering in verband met bevalling van de ZW naar hoofdstuk 3,
afdeling 2, paragraaf 1,
Wet arbeid en zorg en de introductie van de uitkering in verband
met adoptie in die paragraaf alsmede met de overheveling van de Wet
financiering loopbaanonderbreking naar hoofdstuk 8 Wet arbeid en zorg
[zie hoofdstuk 7 Wazo,
red.] moet een aantal artikelen in die nieuwe paragraaf in de WW
worden aangepast. Bovendien moeten de artikelen 3:15
en 8:6 [7:6], tweede lid, van het voorstel
van
Wet arbeid en zorg worden aangepast. De onderhavige artikelen
voorzien daarin, waarbij er vooralsnog van wordt uitgegaan dat de
Aanpassingswet OOW eerder in werking zal treden dan het voorstel van Wet
arbeid en zorg. Mocht in een later stadium blijken dat het voorstel van
Wet arbeid en zorg eerder in werking zal treden dan de Aanpassingswet
OOW, dan zal een nadere voorziening worden getroffen.
Artikel
XXXII. [Wijzigingen Wet arbeid en zorg in verband met de Wet
concentratie strafbaarstelling frauduleuze gedragingen,
vervallen, red.]
Indien de
artikelen I en
II van de Wet van 20 januari 2000 tot wijziging van het Wetboek
van Strafrecht en andere wetten met oog
op de opneming in het Wetboek van Strafrecht van eenvormige
strafbepalingen inzake het verstrekken van onware gegevens en het
nalaten te voldoen aan wettelijke verplichtingen om tijdig gegevens te
verstrekken (concentratie strafbaarstelling frauduleuze
gedragingen) (Stb. 2000, 40) in werking treden is, is het
niet langer noodzakelijk om in de artikelen 3:16
en 3:27
Wet arbeid en zorg te verwijzen naar de strafbepalingen in de ZW
respectievelijk de WAZ.
Artikelen
XXXIII
[wijzigingen in de Wet inkomstenbelasting 2001, red.] en XXXIV [wijziging
van deze wet in verband met de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001,
vervallen, red.]
In
deze artikelen wordt de aanpassing geregeld van de Wet
inkomstenbelasting 2001 alsmede de aanpassing van het onderhavige wetsvoorstel
indien de wijziging van de Wet op
de loonbelasting 1964 in het kader van de belastingherziening tot
wet is verheven vóór het tijdstip waarop dit wetsvoorstel tot wet is
verheven.
Artikel
XXXV. [Overgangsbepaling Wet arbeid en zorg en het recht op
uitkering in verband met zwangerschap en bevalling bij het niet in
Nederland wonen, red.]
Met
dit artikel wordt bewerkstelligd dat de niet in Nederland noch in een
verdragsland wonende vrouw die op grond van het overgangsrecht van de Wet beperking export
uitkeringen recht zou krijgen op een uitkering in verband met
zwangerschap en bevalling op grond van de ZW
of de WAZ, na de inwerkingtreding van het
voorstel van
Wet arbeid en zorg recht op die uitkering krijgt op grond van
laatstgenoemde wet.
Artikel
XXXVI. [Inwerkingtreding, red.]
Het
voorstel van
Wet arbeid en zorg kent een inwerkingtredingsbepaling waardoor het
mogelijk is dat verschillende artikelen of onderdelen daarvan op
verschillende tijdstippen in werking kunnen treden. Hiermee
corresponderende artikelen of onderdelen daarvan van het onderhavige rblz.|14|
wetsvoorstel moeten gelijktijdig met die van het voorstel van Wet arbeid
en zorg in werking treden. Het voorgestelde artikel
XXXVI maakt dit mogelijk.
Mede namens de Minister van Justitie en de Minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties,
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.E. Verstand-Bogaert
|