|
Gelet op artikel 3 van de Beroepswet in verbinding met artikel 19,
eerste lid, van de Wet
op de rechterlijke organisatie stelt het bestuur
van de Centrale Raad van Beroep te Utrecht het navolgend reglement vast.
HOOFDSTUK
1
Organisatie
Art. 1.1.
Onderdelen
organisatie
-1. De Raad kent in ieder
geval de volgende organisatorische
eenheden:
a. het bestuur;
b. de sectie I;
c. de sectie II;
d. de sectie III;
e. het bedrijfsbureau;
f. het bureau Kennis en
Onderzoek;
g. de gerechtsvergadering
(raadsvergadering).
-2. De onder b tot en met d
vermelde organisatorische eenheden
bestaan uit meervoudige en enkelvoudige
kamers als bedoeld in de artikelen
17 en 21 van de Beroepswet, welke
kamers zijn belast met het behandelen en
beslissen van de door het bestuur bij
reglement aan te wijzen soorten zaken
en van welke kamers het bestuur
bij reglement de bezetting
bepaalt.
HOOFDSTUK
2
Bestuur
Art. 2.1.
Werkwijze
bestuur
-1. Het bestuur komt ten
minste twaalfmaal per jaar in vergadering
bijeen.
-2. Het bestuur komt in ieder
geval in vergadering bijeen:
a. voor de bespreking en
vaststelling van het bestuursreglement,
bedoeld in artikel 19, eerste lid, van
de Wet
op de rechterlijke organisatie;
b. voor de bespreking en
vaststelling van de klachtenregeling,
bedoeld in artikel 26, eerste lid, van
de Wet
op de rechterlijke organisatie;
c. voor de bespreking en
vaststelling van de jaarstukken, bedoeld
in artikel 31, eerste lid, en artikel
35, eerste lid, van de Wet
op de rechterlijke organisatie;
d. voor de bespreking en
vaststelling van beleidsstukken die de
hele Raad aangaan;
e. op verzoek van de president; of
f. op verzoek van ten minste
twee leden van het bestuur.
-3. Het bestuur komt ten
minste eenmaal per jaar in vergadering
bijeen voor het evalueren van zijn
werkwijze. Artikel 2.2, derde en vierde
lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
-4. Het bestuur vergadert
volgens een tevoren vastgesteld schema.
De president doet daartoe een voorstel.
-5. Een vergadering als
bedoeld in tweede lid, onderdeel f,
wordt binnen veertien dagen gehouden
nadat het verzoek bij de president is
binnengekomen.
-6. Het bijeenroepen
geschiedt door een schriftelijke
kennisgeving aan de leden van het bestuur.
Art. 2.2.
Agenda en
verslag
-1. De president is
verantwoordelijk voor het opstellen van een
agenda voor elke vergadering. De
agenda wordt tijdens de vergadering
vastgesteld. De president plaatst in
ieder geval op de agenda:
a. de door een lid van het
bestuur opgegeven onderwerpen;
b. het verslag van de vorige
vergadering.
-2. De president is
verantwoordelijk voor de verzending van de
schriftelijke kennisgeving, bedoeld in
artikel 2.1, zesde lid, de agenda en
eventuele overige stukken aan de leden
van het bestuur. Dit gebeurt ten
minste twee werkdagen voorafgaand aan de
vergadering. De agenda wordt
tegelijkertijd openbaar gemaakt.
-3. De president is
verantwoordelijk voor het opstellen van een
verslag zo spoedig mogelijk na een
vergadering. Het bestuur kan besluiten
dat beraadslagingen of besluiten over één of meerdere onderwerpen in een
niet in het openbaar te maken gedeelte van het verslag worden
opgenomen.
-4. Het verslag, bedoeld in
het derde lid, wordt in de
eerstvolgende vergadering vastgesteld en vervolgens
algemeen openbaar gemaakt.
Art. 2.3.
Orde
-1. Besluiten kunnen slechts
worden genomen in een vergadering
waarin ten minste de helft van het
aantal leden van het bestuur
aanwezig is.
-2. Een vergadering wordt
voorgezeten door de president.
-3. Indien de president
afwezig is, zit een ander lid van het
bestuur de vergadering voor. Dit lid wordt door de president of, indien deze
daartoe niet in staat is, door het
bestuur aangewezen.
-4. De voorzitter van de
vergadering kan de vergadering schorsen.
-5. De voorzitter van de
vergadering bepaalt de duur van de
schorsing en het moment van hervatten van
de vergadering.
Art. 2.4.
Besluitvorming
-1. Het bestuur beslist bij
meerderheid van stemmen. Indien de
stemmen staken, geeft de stem van de
president de doorslag.
-2. Een lid van het bestuur
kan zijn stem alleen tijdens een
vergadering uitbrengen.
-3. Blanco stemmen worden beschouwd als niet-uitgebrachte stemmen.
-4. De president is
verantwoordelijk voor het opnemen van een
besluitenlijst in het verslag, bedoeld in
artikel 2.2, derde lid.
Art. 2.5.
Uitgaande
stukken
Van het bestuur uitgaande
stukken worden door de president
ondertekend, met uitzondering van
krachtens (onder)mandaat genomen
besluiten van het bestuur.
Art. 2.6.
Vervanging
bestuursleden
Een lid van het bestuur dat
langer dan dertig dagen niet in
staat is aan de werkzaamheden van het
bestuur deel te nemen, kan na overleg
met hem worden vervangen door
een van tevoren door het bestuur
aangewezen met rechtspraak belast lid
van het bestuur.
Art. 2.7.
Toewijzing
aandachtsgebieden
-1. Het bestuur kan op
voorstel van de president
aandachtsgebieden toewijzen aan de leden van het
bestuur.
-2. Het bestuur verbindt een
termijn aan de toewijzing, bedoeld
in het eerste lid.
HOOFDSTUK
3
Secties I, II en
III
Art. 3.1.
De
sectievoorzitter
-1. Een met rechtspraak
belast lid van het bestuur is als
sectievoorzitter belast met de leiding van de
sectie.
-2. De sectievoorzitter
bevordert de kwaliteit van het primaire
proces binnen zijn sectie.
-3. Binnen de kaders door het
bestuur gesteld heeft de
sectievoorzitter namens het bestuur met
betrekking tot de sectie bevoegdheden
ten aanzien van:
a.
personeelsaangelegenheden, waaronder in ieder geval:
1º. het voeren van
evaluatiegesprekken met rechterlijke ambtenaren;
2º. het voeren van
functioneringsgesprekken met gerechtsambtenaren;
3º. het voeren van een
loopbaanbeleid en het doen van voorstellen
in dit verband aan het bestuur;
b. het tijdig opstellen van
een jaarplan en een jaarrapport voor de
sectie;
c.
bestuurlijk-organisatorische werkwijze;
d. huisvesting;
f.¹ professionalisering.
-4. De sectievoorzitter kan
ondermandaat verlenen.
-5. De sectievoorzitter
bevordert binnen de sectie werkoverleg.
1. Volgens de redactie
dient onderdeel f te worden verletterd tot onderdeel e.
Art. 3.2.
Sectievergadering
-1. De sectievergadering komt
in vergadering bijeen volgens een tevoren vastgesteld schema. De
sectievoorzitter doet daartoe een voorstel.
-2. De sectievergadering komt
in ieder geval in vergadering bijeen:
a. voor het bespreken van
een reglement als bedoeld in het derde
lid;
b. voor het bespreken van
een advies als bedoeld in artikel 28
van de Wet
op de rechterlijke organisatie;
c. voor het bespreken van
een sectiejaarplan;
d. op verzoek van de
sectievoorzitter; of
e. op verzoek van ten minste
een kwart van de bij de sectie
werkzame rechterlijke ambtenaren en
gerechtsambtenaren.
-3. De sectievergadering kan
bij reglement nadere regels vaststellen
met betrekking tot in ieder
geval de:
a. wijze van vergaderen;
b. wijze van besluitvorming.
Art. 3.3.
Verdeling van de
zaken over de secties en vorming
van kamers
-1. Het bestuur stelt een
reglement vast, waarin is geregeld de:
a. verdeling van zaken over
de secties I, II en III;
b. vorming van enkelvoudige
en meervoudige kamers.
-2. Het reglement, bedoeld in
het eerste lid, wordt gepubliceerd in
de Staatscourant. Het reglement
wordt door het bestuur voor een ieder ter inzage gelegd.
HOOFDSTUK
4
Het
bedrijfsbureau
Art. 4.1.
Het
bedrijfsbureau
-1. Het bestuur doet zich
bijstaan door een bedrijfsbureau.
-2. Dit bedrijfsbureau is
tevens belast met het adviseren en
ondersteunen van de leidinggevenden, de
secties en overige onderdelen van de
organisatie.
Art. 4.2.
De directeur
bedrijfsvoering
-1. De directeur
bedrijfsvoering is belast met de leiding van
het bedrijfsbureau.
-2. Binnen de kaders door het
bestuur gesteld heeft de directeur
bedrijfsvoering namens het bestuur met
betrekking tot het bureau bevoegdheden
ten aanzien van:
a.
personeelsaangelegenheden, waaronder in ieder geval:
1º. het voeren van
functioneringsgesprekken met gerechtsambtenaren;
2º. het voeren van een loopbaanbeleid;
b. het tijdig opstellen van
een jaarplan en een jaarrapport voor het bureau;
c. automatisering en
bestuurlijke informatievoorziening;
d.
bestuurlijk-organisatorische werkwijze;
e. huisvesting en
beveiliging;
f. professionalisering.
-3. De directeur
bedrijfsvoering kan ondermandaat verlenen.
-4. De directeur
bedrijfsvoering bevordert binnen het bedrijfsbureau
werkoverleg.
HOOFDSTUK
5
Het bureau
Kennis en Onderzoek
Art. 5.1.
Taak van het
bureau Kennis en Onderzoek
-1. Het bestuur doet zich
bijstaan door een bureau Kennis en
Onderzoek.
-2. Het bureau Kennis en
Onderzoek is belast met de advisering
en ondersteuning van de leidinggevenden, de secties en overige
onderdelen van de organisatie op het gebied van de juridische documentatie, de juridische
kwaliteit en uniforme
rechtstoepassing.
Art. 5.2.
Leiding van het
bureau Kennis en Onderzoek
-1. Een met rechtspraak
belast lid van het bestuur heeft de leiding
over het bureau Kennis en Onderzoek.
-2. Binnen de kaders door het
bestuur gesteld heeft het betrokken
bestuurslid namens het bestuur met
betrekking tot het bureau Kennis en Onderzoek bevoegdheden ten aanzien van:
a.
personeelsaangelegenheden, waaronder in ieder geval:
1º. het voeren van
functioneringsgesprekken met gerechtsambtenaren en met rechterlijke ambtenaren
niet met rechtspraak belast;
2º. het voeren van een loopbaanbeleid;
b. het tijdig opstellen van
een jaarplan en een jaarrapport voor het bureau;
c. automatisering en
bestuurlijke informatievoorziening;
d.
bestuurlijk-organisatorische werkwijze;
e. huisvesting en
beveiliging;
f. professionalisering.
-3. Het betrokken bestuurslid
kan ondermandaat verlenen.
-4. Degene die de leiding
over het bureau Kennis en Onderzoek
heeft, bevordert binnen het bureau
werkoverleg.
HOOFDSTUK
6
Raadsvergadering
Art. 6.1.
Raadsvergadering
-1. De gerechtsvergadering
bij de Raad draagt de benaming
raadsvergadering.
-2. De raadsvergadering komt
ten minste eenmaal per jaar in
vergadering bijeen.
-3. De raadsvergadering komt
in ieder geval in vergadering bijeen:
a. voor het opstellen van
een advies als bedoeld in artikel 28
van de Wet
op de rechterlijke organisatie;
b. op verzoek van de president; of
c. op verzoek van ten minste
een kwart van de gezamenlijke
bij de Raad werkzame rechterlijke
ambtenaren met rechtspraak belast.
-4. Het bijeenroepen
geschiedt door een schriftelijke
kennisgeving van de president. Hij doet dit ten
minste zeven dagen voorafgaand aan
de vergadering.
-5. Een vergadering als
bedoeld in derde lid, onderdeel c,
wordt binnen veertien dagen gehouden
nadat het verzoek bij de president is
binnengekomen.
-6. De artikelen 2.3 en
2.4
zijn van overeenkomstige toepassing,
met dien verstande dat:
a. de raadsvergadering bij
meerderheid van stemmen beslist;
b. een rechterlijk ambtenaar
met rechtspraak belast zijn stem
alleen tijdens een vergadering kan
uitbrengen;
c. de president
verantwoordelijk is voor het opstellen van een
verslag zo spoedig mogelijk na een
vergadering. Het verslag wordt in de
eerstvolgende vergadering vastgesteld.
HOOFDSTUK
7
Benoeming
Art. 7.1.
Benoeming
rechterlijke ambtenaren met rechtspraak
belast
-1. Het bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken van een
lijst van aanbeveling voor de
benoeming van rechterlijke ambtenaren met
rechtspraak belast. Het bestuur stelt hiervoor een procedure vast, waarin
in ieder geval de samenstelling
van de selectieadviescommissie is
geregeld.
-2. Het bestuur legt de
raadsvergadering de lijst van aanbeveling
voor de vervulling van de vacature
van coördinerend vice-president,
vice-president, raadsheer of raadsheer-plaatsvervanger bij de Raad
ter advisering
voor, voor zover het de kandidaten betreft die nog niet als
rechterlijk ambtenaar met rechtspraak
belast bij de Raad werkzaam zijn,
voordat het bestuur die lijst aan de
regering aanbiedt.
Art. 7.2.
Benoeming
bestuursleden
Het bestuur stelt een
procedure vast voor het bepalen van zijn
standpunt inzake de benoeming van een
lid van het bestuur. In de procedure
is in ieder geval geregeld dat:
a. de betrokken
sectievergadering gehoord wordt indien de
opengevallen plaats in het bestuur een
sectievoorzitter betreft;
b. de gerechtsambtenaren en
de niet met rechtspraak belaste
rechterlijke ambtenaren werkzaam bij het bedrijfsbureau dan wel het
bureau Kennis en Onderzoek, gehoord worden indien de opengevallen
plaats in het bestuur de directeur
bedrijfsvoering dan wel het bestuurslid
belast met de leiding over het
bureau Kennis en Onderzoek betreft;
c. de zienswijze van de
ondernemingsraad wordt ingewonnen.
HOOFDSTUK
8
Planning en
control
Art. 8.1.
Planning
Het bestuur is
verantwoordelijk voor de planning, bedoeld in
paragraaf 3 van hoofdstuk 2, afdeling 2,
van de Wet
op de rechterlijke organisatie. Het bestuur stelt hiervoor
een procedure vast, waarin in ieder geval
is geregeld:
a. de totstandkoming van het
jaarplan, inclusief het meerjarenplan, bedoeld in artikel 31, eerste lid,
van de Wet
op de rechterlijke organisatie;
b. de totstandkoming van het
jaarverslag, bedoeld in artikel 35,
eerste lid, van de Wet
op de rechterlijke organisatie;
c. de wijze van
informatieverschaffing door de verschillende
onderdelen van de organisatie;
d. de wijze van behandeling
van de stukken, genoemd in het
eerste en tweede lid, door het
bestuur;
e. de presentatie van de
stukken, genoemd in het eerste en
tweede lid.
Art. 8.2.
Control
-1. Het bestuur is
verantwoordelijk voor het laten plaatsvinden
van control. Het bestuur stelt hiervoor
een procedure vast, waarin in
ieder geval is geregeld:
a. wat onderwerp van control
kan zijn;
b. in welke vorm de control
plaatsvindt;
c. wie gerechtigd is tot de
opdrachtverlening;
d. wat de resultaten van
control kunnen zijn;
e. hoe de resultaten worden
bekendgemaakt.
-2. Het bestuur stelt een
gerechtsambtenaar aan die onder de
verantwoordelijkheid van het bestuur wordt belast met de control. De
gerechtsambtenaar neemt daarbij artikel 23, tweede lid, van de Wet
op de rechterlijke organisatie in acht.
-3. De gerechtsambtenaar,
genoemd in het tweede lid, functioneert
zonder last of ruggenspraak en kan
het bestuur rechtstreeks
adviseren.
Art. 9.
Inwerkingtreding
-1. Dit reglement treedt in
werking met ingang van de dag na
plaatsing in de Staatscourant en werkt
terug tot en met 1 januari 2002.
-2. Dit reglement kan worden
aangehaald als: Bestuursreglement CRvB.
Utrecht, 2 januari 2002.
Het bestuur van de Centrale
Raad van Beroep te Utrecht,
J.G. Treffers.
|