|
REGELING houdende de
aanwijzing van ontwikkelingsorganisaties zoals bedoeld in het Besluit
afwijkende regels beperking export uitkeringen
18 oktober 2002/nr.
SV/V&V/2002/72945
De Staatssecretaris
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, M. Rutte;
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris
voor Ontwikkelingssamenwerking;
Gelet op artikel
1, onderdeel b, van het
Besluit afwijkende regels beperking export
uitkeringen;
Besluit:
Art. 1.
Aanwijzing
ontwikkelingsorganisaties
Als organisaties voor ontwikkelingssamenwerking worden aangewezen:
a. per 1 januari 2000 dan wel, indien later gelegen, per datum van
lidmaatschap van de Vereniging voor Personele Samenwerking met Ontwikkelingslanden:
1º.
- CARE Nederland;
- Centraal Missie
Commissariaat (CMC);
- Centrum Ontmoeting der
Volkeren (COV);
- Cordaid;
- Dorcas Aid
International;
- Gereformeerde
Zendingsbond in de Nederlandse Hervormde Kerk (GZB);
- HealthNet International (HNI);
- Humanistisch Instituut
voor Ontwikkelingssamenwerking (HIVOS);
- Interkerkelijke
Organisatie voor Ontwikkelingssamenwerking (ICCO);
- Interserve Nederland;
- Kerkinactie;
- Leprastichting (NSL);
- Medisch Comité Nederland-Vietnam (MCNV);
- Mill Hill;
- Nederlandse Organisatie
voor Internationale
Ontwikkelingssamenwerking (NOVIB);
- Nederlandse Rode Kruis (NRK);
- Nederlands instituut
voor Zuidelijk Afrika (NiZA);
- Stichting Communicatie Ontwikkelingssamenwerking (SCO);
- TEAR Fund Nederland (TF);
- Transcultural
Psychosocial Organization (TPO);
- Transnational
Information Exchange (TIE);
- Voluntary Service Overseas-Nederland (VSO);
- War Child Nederland;
- Woord en Daad (W&D);
- World Vision;
- Zeister
Zendingsgenootschap (ZZG);
- Zending Gereformeerde
Gemeenten (ZGG);
- ZOA-Vluchtelingenzorg;
2º.
- Nederlands Agrarisch
Jongeren Kontakt (NAJK), uitsluitend
voor zover er naar het oordeel
van de Staatssecretaris
voor Ontwikkelingssamenwerking sprake is van uitzending in het kader van
ontwikkelingssamenwerking;
- Nederlands Olympisch
Comité - Nederlandse Sport Federatie (NOC/NSF), uitsluitend voor
zover er naar het oordeel van de Staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking
sprake is van uitzending in het kader van ontwikkelingssamenwerking;
b. overige uitzendende
organisaties:
- Artsen zonder Grenzen
per 1 januari 2000;
- de deputaten voor de
Buitenlandse Zending (dep. BZ) van de
Christelijk Gereformeerde Kerken in
Nederland per 20 juni 2002;
- de deputaten voor
Hulpverlening in Binnen- en Buitenland (dep. HBB) van de Christelijk
Gereformeerde Kerken in Nederland per 20
juni 2002;
- Koninklijk Instituut
voor de Tropen (KIT) per 1 januari
2000;
- Mercy Ships Holland per 16 november 2001;
- de religieuze instituten
en overige organisaties die
missionarissen en ontwikkelingswerkers
uitzenden voor zover deze zijn aangesloten
bij het Centraal Missie
Commissariaat (CMC) per 1 januari 2000;
- SNV/Nederlandse
Ontwikkelingsorganisatie per 1 januari 2003;
- Stichting Dental Health International Nederland (DHIN) per 1 januari 2000;
- Vereniging De Verre
Naasten (DVN) per 1 januari 2000;
- Wycliffe Bijbelvertalers
per 13 juni 2001.
Art. 2.
Intrekking
De Regeling aanwijzing
ontwikkelingsorganisaties BEU wordt ingetrokken.
Art. 3.
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in
werking met ingang van de tweede dag na
de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt
voor wat betreft artikel 1 terug tot
en met 1 januari 2000.
Art. 4.
Citeertitel
Deze regeling wordt
aangehaald als: Regeling aanwijzing
ontwikkelingsorganisaties BEU 2002.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
’s-Gravenhage, 18 oktober
2002.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
M. Rutte.
TOELICHTING
[18 oktober 2002]
Op 1 januari 2000 is de
Wet
beperking export uitkeringen (Wet BEU) in werking getreden. Op
grond van de Wet BEU is in de
materiewetten de bepaling opgenomen dat
bij of krachtens algemene maatregel
van bestuur van de
exportbeperking afwijkende regels kunnen worden gesteld ten gunste van de verzekerde
die werkzaamheden verricht in
het algemeen belang en buiten Nederland woont. Dit is in het Besluit
afwijkende regels beperking export
uitkeringen nader uitgewerkt. Krachtens
artikel 1, onderdeel b, van dat
besluit wordt onder "werkzaamheden verricht in het algemeen belang"
verstaan werkzaamheden verricht door
degene die is uitgezonden om
werkzaamheden te verrichten voor door de Staatssecretaris van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid in
overeenstemming met de Staatssecretaris
voor Ontwikkelingssamenwerking aan te wijzen organisaties voor ontwikkelingssamenwerking. De Regeling aanwijzing
ontwikkelingsorganisaties BEU voorzag in de aanwijzing
van deze organisaties. Het
betrof een limitatieve opsomming. Die regeling behoefde actualisering
aangezien sinds de inwerkingtreding
van die regeling een aantal
organisaties niet langer bestaat, is opgericht
of is samengegaan met een andere
organisatie. Omdat het aantal wijzigingen aanzienlijk is, is die
regeling in zijn geheel vervangen door de
onderhavige regeling. Het ministerie van Buitenlandse Zaken hanteert
namens de Staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking
een lijst van organisaties die zich
bezighouden met uitzending in het kader
van ontwikkelingssamenwerking. De onderhavige regeling is opgesteld aan de
hand van die lijst. In deze
regeling zijn zowel de in artikel 1, onderdeel a, genoemde lidorganisaties
van de Vereniging voor Personele Samenwerking met Ontwikkelingslanden (PSO), gevestigd te
's-Gravenhage, als de in artikel 1, onderdeel b, genoemde overige
organisaties
aangewezen als organisaties voor
ontwikkelingssamenwerking. Het betreft een limitatieve opsomming. In artikel
1,
onderdeel a, onder 1º, zijn de
lidorganisaties van PSO opgenomen die zonder nadere voorwaarde als
ontwikkelingsorganisaties zijn aangewezen. Indien een organisatie haar
lidmaatschap van PSO beëindigd ziet,
blijft zij echter op grond van de onderhavige regeling aangewezen als
organisatie voor
ontwikkelingssamenwerking totdat deze regeling wordt
aangepast. Aldus wordt voorkomen dat in
een dergelijke situatie de
uitkering onmiddellijk beëindigd zou dienen te
worden. Aangezien PSO haar
doelstellingen heeft uitgebreid, kent zij
ook lidorganisaties die ontwikkelingssamenwerking niet als hoofdtaak hebben.
Deze organisaties zijn opgenomen in artikel 1, onderdeel a,
onder 2º. Voor deze organisaties
zal per geval door de
Staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking beoordeeld moeten worden of sprake is
van een uitzending in het kader
van ontwikkelingssamenwerking.
In artikel 1, onderdeel b,
zijn de overige organisaties opgenomen die
zijn aangewezen als organisaties
voor ontwikkelingssamenwerking. Dit zijn met name organisaties die op
levensbeschouwelijke grondslag werkzaam zijn op het gebied van de ontwikkelingssamenwerking.
Hieronder vallen onder meer de religieuze
instituten en overige organisaties die
missionarissen en zendingswerkers, die in
dat kader werkzaam zijn,
uitzenden, voor zover zij zijn aangesloten
bij het Centraal Missie Commissariaat.
Een aantal organisaties
ontbreekt in deze regeling ten opzichte
van de vorige regeling. Hiervoor
bestaan verschillende redenen. De organisaties Bilance en Memisa Medicus
Mundi (MMM) zijn opgegaan in Cordaia. Het Centrum voor Zending en Wereld
Diakonaat, de Raad
voor de Zending der Nederlandse
Hervormde Kerk en de Stichting Oecumenische Hulp zijn opgegaan in
Kerkinactie. Dienst over Grenzen (DOG)
valt tegenwoordig onder de
Interkerkelijke Organisatie voor Ontwikkelingssamenwerking (ICCO) en de Dutch Relief and
Rehabilitation Agency (DRA)
valt onder CARE Nederland. Een
aantal PSO-leden, namelijk het
Hendrik Kraemer Instituut, het Internationaal Christelijk Steunfonds en
het Kontakt der Kontinenten, is niet opgenomen in deze regeling, omdat deze
organisaties geen mensen meer uitzenden. Dit geldt tevens voor Terre
des Hommes, dat overigens geen
PSO-lid meer is. Ook wordt erop
gewezen dat de Stichting Dorkas Hulp Internationaal (DHI) haar
naam heeft gewijzigd en in deze
regeling terug te vinden is onder de
naam Dorcas Aid International
(DAI) als PSO-lidorganisatie.
Met betrekking tot de
organisaties, genoemd in artikel 1,
onderdeel a, is geregeld dat zij als
organisatie voor ontwikkelingssamenwerking
zijn aangewezen per de datum waarop de betreffende organisatie lid
is geworden van PSO, doch op zijn vroegst per 1 januari 2000. De datum
van lidmaatschap kan worden opgevraagd bij PSO. De reden dat de
aanwijzing als organisatie op zijn
vroegst plaatsvindt per 1 januari 2000 is gelegen in het feit dat de Wet BEU per
die datum in werking is
getreden. Het regelen van de terugwerkende
kracht in artikel 3 is met name van
belang voor die organisaties waarvan de werknemers ten onrechte niet
onder de uitzonderingen op de
werking van de Wet BEU vielen. Deze
organisaties waren reeds lid van PSO en
erkend als ontwikkelingsorganisatie, maar waren niet in de oude
regeling opgenomen. Met betrekking tot de
organisaties, genoemd in artikel 1,
onderdeel b, die niet op grond van de
oude regeling waren aangewezen,
geldt als uitgangspunt dat er sprake
is van aanwijzing als organisatie
voor ontwikkelingssamenwerking per de datum waarop de Staatssecretaris voor
Ontwikkelingssamenwerking deze organisaties heeft
erkend als organisaties voor
ontwikkelingssamenwerking. In artikel 1, onderdeel b, van deze regeling is de
betreffende datum voor elk van die
organisaties expliciet opgenomen. Voor
wat betreft de SNV/Nederlandse
ontwikkelingsorganisaties geldt dat deze organisatie met ingang van 1
januari 2003 onafhankelijk van het ministerie van Buitenlandse Zaken zal
functioneren. Tot dat moment bestaat er voor de aldaar werkzame
personen een dienstbetrekking met een Nederlandse
publiekrechtelijke rechtspersoon. Op basis daarvan vallen
uitkeringsgerechtigden tot die datum reeds onder de
uitzonderingen van het Besluit afwijkende
regels beperking export uitkeringen.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
M. Rutte.
|
|