|
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op
artikel 9, zevende en negende lid, van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering;
Gehoord de
Sociale Verzekeringsraad;
Besluit:
Art. 1.
Dit besluit verstaat
onder:
a. wet: Coördinatiewet
Sociale Verzekering (Stb. 1966, 64);
b. ZW: Ziektewet
(Stb. 1967, 473);
c. WAO: Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1977, 492);
d. WW: Werkloosheidswet
(Stb. 1986, 566);
e. Zfw: Ziekenfondswet
(Stb. 1986, 347);
f. werkgever: de werkgever tot wie
een werknemer in dienstbetrekking staat als bedoeld in artikel
3a, eerste lid, van de wet;
g. uitvoeringsorgaan: het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
h. arbeidsloon: loon uit een
dienstbetrekking als bedoeld in artikel
3a, eerste lid, van de wet, met uitzondering van de
uitkeringen, genoemd in artikel 3a, tweede lid, van
de wet;
i. aanvulling: arbeidsloon dat naar
aard en strekking overeenkomt met een uitkering krachtens de ZW,
de WAO
of de WW
en door de werkgever, op grond van een aan zijn werknemer
toegekende aanspraak, over dezelfde periode als waarover de
uitkering wordt verstrekt aan de werknemer wordt betaald;
j. uitkering: uitkering die onder
toepassing van artikel 3a, tweede lid, van
de wet op grond van artikel
4 van de wet als loon wordt aangemerkt.
Art. 2. Vervallen.
Art. 3.
-1. Indien een werknemer
die van één of meerdere werkgevers arbeidsloon ontvangt,
vervolgens in plaats van één of elk van die lonen uitkering en
aanvulling ontvangt, wordt het totaalbedrag van laatstbedoelde
uitkering en laatstbedoelde aanvulling voor de toepassing van artikel
9, eerste, tweede en derde lid, van de wet geacht bij
dezelfde werkgever in de zin van de wet te zijn genoten.
-2. Indien het eerste
lid toepassing vindt, blijft bij de berekening van het loon
waarnaar de premies op grond van de ZW,
de WAO,
de WW
en de Zfw worden geheven, in afwijking van het derde
en vierde lid van artikel 2, de aanvulling buiten
aanmerking, voor zover de aanvulling en de uitkering tezamen
meer bedragen dan het bedrag, bedoeld in artikel
9, eerste lid, onderscheidenlijk tweede lid, van de wet, en
blijft bij de berekening van het loon waarnaar de premie op
grond van de WAO
wordt geheven, de aanvulling buiten aanmerking voor zover de
uitkering minder bedraagt dan het bedrag, bedoeld in artikel
9, derde lid, van de wet.
Art. 4.
Indien een werknemer die
van twee of meer werkgevers arbeidsloon ontvangt en vervolgens in
plaats van één van die lonen een uitkering op grond van de ZW
of op grond van hoofdstuk
3, afdeling
2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg en in plaats van het
overige loon of één of meer van de overige lonen uitkering
ontvangt, worden deze uitkeringen, in afwijking van artikel
9, eerste en derde lid, van de wet, geacht niet bij dezelfde
werkgever in de zin van de wet te zijn genoten.
Art. 5.
Dit besluit, dat met de
daarbij behorende toelichting in de
Nederlandse Staatscourant wordt geplaatst, treedt in werking met ingang van 1 januari 1987,
met uitzondering van artikel
2, dat in werking treedt op een nader te bepalen datum.
Art. 6.
Dit besluit kan worden
aangehaald onder de titel: Nadere regels berekening premieloon
bij samenloop.
's-Gravenhage, 23 december 1986.
De Staatssecretaris voornoemd,
L. de Graaf.
|
|