|
REGELING houdende het
buiten de premieheffing werknemersverzekeringen brengen van loon met een
bestemmingskarakter
20 december 2000/nr.
SV/AVF/2000/85279
Directie Sociale Verzekeringen
De
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst;
Gelet op artikel 6, achtste lid, en
artikel 8,
tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering;
Besluit:
Art. 1.
Eindheffingsbestanddelen die geacht worden te strekken
tot bestrijding van kosten ter behoorlijke
vervulling van de dienstbetrekking
Als vergoeding die wordt
geacht volledig te strekken tot bestrijding
van kosten ter behoorlijke vervulling
van de dienstbetrekking dan wel als vergoeding die naar algemene
maatschappelijke opvattingen niet als beloningsvoordeel wordt ervaren, worden
aangewezen:
a. vergoedingen van de aan-
en verkoopkosten van de woning van de werknemer bij bedrijfsverplaatsingen
en andere zakelijke
verhuizingen als bedoeld in artikel 84, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling
loonbelasting 2001;
b. vergoedingen van parkeer-, veer- en tolgelden als bedoeld in
artikel 84, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling
loonbelasting 2001;
c. vervallen;
d. vervallen;
e. uitkeringen tot
vergoeding van door de werknemer geleden verlies
wegens diefstal en dergelijke die
hem in verband met het vervullen van de
dienstbetrekking zijn overkomen als bedoeld in artikel 84, onderdeel c,
van de Uitvoeringsregeling
loonbelasting 2001;
f. uitkeringen tot
vergoeding van door de werknemer geleden schade tengevolge van overstromingen,
aardbevingen en dergelijke die niet
pleegt te worden verzekerd als bedoeld
in artikel 84, onderdeel d, van de Uitvoeringsregeling
loonbelasting 2001;
g. vergoedingen ter zake van
een recht op openbaar vervoer als bedoeld in artikel 84, onderdeel f,
van de Uitvoeringsregeling
loonbelasting 2001;
h. vergoedingen ter zake van maaltijden waarbij het zakelijke karakter
van meer dan bijkomstig belang is als bedoeld in artikel 82, eerste lid,
onderdeel e, van de Uitvoeringsregeling
loonbelasting 2001;
i. vergoedingen ter zake van personeelsreizen, personeelsfestiviteiten
en dergelijke incidentele personeelsvoorzieningen, mits de deelname aan
die voorzieningen openstaat voor ten minste driekwart van de werknemers
of voor ten minste driekwart van de werknemers die behoren tot een
organisatorische of functionele eenheid als bedoeld in artikel 83,
eerste lid, van de Uitvoeringsregeling
loonbelasting 2001; en
j. vergoedingen ter zake van een
beperkt recht op geheel of gedeeltelijk vrij reizen per Nederlands
openbaar vervoer als bedoeld in artikel 82, eerste lid, onderdeel j,
van de Uitvoeringsregeling
loonbelasting 2001.
Art. 2.
Waardering
eindheffingsbestanddelen, in de vorm van loon in natura, op nihil
De waarde van de volgende
aan de werknemer toegekende
verstrekkingen worden, voor zover zij niet
in geld zijn betaald, op nihil gesteld:
a. de met parkeer-, veer- en
tolgelden overeenkomende
verstrekkingen als bedoeld in artikel 84,
onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling
loonbelasting 2001;
b. verstrekkingen tot
vergoeding van door de werknemer geleden
verlies wegens diefstal en
dergelijke die hem in verband met het vervullen
van de dienstbetrekking zijn overkomen als bedoeld in artikel 84,
onderdeel c, van de Uitvoeringsregeling
loonbelasting 2001;
c. verstrekkingen tot
vergoeding van door de werknemer geleden
schade tengevolge van overstromingen,
aardbevingen en dergelijke die niet
pleegt te worden verzekerd als bedoeld
in artikel 84, onderdeel d, van de Uitvoeringsregeling
loonbelasting 2001;
d. verstrekkingen van een
recht op openbaar vervoer als bedoeld
in artikel 84, onderdeel g, van de Uitvoeringsregeling
loonbelasting 2001;
e. verstrekkingen van
maaltijden waarbij het zakelijke karakter van meer dan bijkomstig belang
is als bedoeld in artikel 82, eerste lid, onderdeel f, van de Uitvoeringsregeling
loonbelasting 2001;
f. verstrekkingen van maaltijden in bedrijfskantines of andere
soortgelijke ruimten op de plaats waar de arbeid wordt verricht als
bedoeld in artikel 82, eerste lid, onderdeel g, van de Uitvoeringsregeling
loonbelasting 2001;
g. verstrekkingen van personeelsreizen, personeelsfestiviteiten en
dergelijke incidentele personeelsvoorzieningen, mits de deelname aan die
voorzieningen openstaat voor ten minste driekwart van de werknemers of
voor ten minste driekwart van de werknemers die behoren tot een
organisatorische of functionele eenheid als bedoeld in artikel 83,
tweede lid, van de Uitvoeringsregeling
loonbelasting 2001;
h. verstrekkingen van een beperkt
recht op geheel of gedeeltelijk vrij reizen per Nederlands openbaar
vervoer als bedoeld in artikel 82, eerste lid, onderdeel k, van
de Uitvoeringsregeling
loonbelasting 2001; en
i. verstrekking van een geschenk in
natura eenmaal per jaar, ter gelegenheid van een algemeen erkende
feestdag of het sint-nicolaasfeest, voor zover de waarde in het
economische verkeer niet meer bedraagt dan €|35,00.
Art. 3.
Intrekking
De Regeling uitzondering
eindheffingsbestanddelen loonbelasting voor de premieheffing werknemersverzekeringen
wordt ingetrokken.
Art. 4.
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in
werking met ingang van 1 januari 2001.
Indien de Staatscourant waarin deze
regeling wordt geplaatst, wordt
uitgegeven na 30 december 2000, treedt zij in werking met ingang van de tweede dag
na de datum van uitgifte van de
Staatscourant waarin zij wordt geplaatst
en werkt zij terug tot en met 1
januari 2001.
Art. 5.
Citeertitel
Deze regeling wordt
aangehaald als: Regeling uitzondering
eindheffingsbestanddelen loonbelasting voor de premieheffing
werknemersverzekeringen 2001.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
‘s-Gravenhage, 20 december
2000.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.
TOELICHTING
[20 december 2000]
Deze regeling strekt ertoe
een aantal bijzondere loonbestanddelen
buiten de premieheffing
werknemersverzekeringen te brengen. Hiermee wordt
een eerste stap gezet tot
administratieve lastenverlichting op het
terrein van de premieheffing werknemersverzekeringen en wordt vooruitgelopen op
de komende vereenvoudiging van
de uitvoering werknemersverzekeringen.
Voor de premieheffing
werknemersverzekeringen moet een werkgever per individuele werknemer het
verloonde bedrag opgeven aan het
Landelijk instituut sociale verzekeringen [zie Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), red.]. Dit geldt ook voor
loonelementen waarvoor bij de loonbelasting de eindheffing kan of moet worden
toegepast. Bij de eindheffing behoeft
in het algemeen niet per
individuele werknemer te worden vastgesteld wat
aan loon is genoten. Een systeem
van (collectieve) eindheffing verdraagt zich echter niet met individuele
aanspraken van werknemers. Individuele
premieheffing voor deze bijzondere loonelementen betekent echter wel een
administratieve last voor werkgevers.
Een aantal loonbestanddelen
die thans onder de eindheffing
valt, wordt daarom met ingang van 1
januari 2001 niet meer in de
premieheffing werknemersverzekeringen betrokken.
Deze loonelementen maken
thans nagenoeg nooit onderdeel uit
van het uitkeringsloon. In beginsel
gaat het immers om vergoedingen (dan
wel overeenkomstige
verstrekkingen) voor bepaalde kosten die de
werknemer heeft gemaakt. In de
algemene dagloonregels voor de ZW, de WW en de
WAO is bepaald dat bedragen,
strekkende tot vergoeding van te maken onkosten, ook al zijn deze
niet afzonderlijk vastgesteld, geacht worden niet tot het (uitkeringsdag)loon
te behoren. Deze regeling eerbiedigt
reeds vóór de datum van
inwerkingtreding ontstane rechten. In die
uitzonderlijke gevallen waarin een loonelement thans wél tot het dagloon
behoort, wordt dit derhalve
gehandhaafd.
De in de artikelen 1 en 2
van deze ministeriële regeling
genoemde loonbestanddelen zijn in de artikelen 82 en 84 van de Uitvoeringsregeling
loonbelasting 2001 aangewezen als naar het tabeltarief te belasten
bezwaarlijk te individualiseren loon
respectievelijk als loon met een
bestemmingskarakter. Indien sprake is van
bezwaarlijk te individualiseren loon,
mag, op grond van artikel 31, tweede
lid, onderdeel d, van de Wet
op de loonbelasting 1964, de werkgever opteren over dit loon eind te
heffen. Ingeval er sprake is van loon met
een bestemmingskarakter, dan moet op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel
e, van de Wet
op de loonbelasting 1964 over dit loon
eindgeheven worden.
Indien de werkgever voor de
loonbelasting verplicht is de eindheffing toe te passen, worden de in
deze regeling genoemde loonbestanddelen
buiten de premieheffing werknemersverzekeringen gebracht. Kiest de werkgever ervoor de
eindheffing toe te passen (in geval van
bezwaarlijk te individualiseren loon), dan
blijven genoemde loonbestanddelen
eveneens buiten de premieheffing.
Voor zover het een vergoeding
betreft, is bepaald dat de
vergoeding wordt geacht te strekken tot
bestrijding van kosten ter behoorlijke
vervulling van de dienstbetrekking. Als het een verstrekking in
natura betreft, wordt deze verstrekking op
nihil gewaardeerd.
Zoals reeds eerder vermeld,
treedt deze regeling op 1 januari
2001 in werking. Voor reiskostenvergoedingen waarover in verband met het
voldoen aan het 40-dagencriterium
eindgeheven moet worden (artikel 1,
onderdeel c), betekent dit dat onder
de regeling uitsluitend de reiskosten
vallen die volledig ná deze datum zijn toegekend. Verder dient het uiteraard
te gaan om een vergoeding van
reiskosten waarvan vooraf in alle
redelijkheid kan worden ingeschat dat de werknemer niet op ten minste
40 dagen heen en weer reist van
zijn woon- of verblijfplaats en
zijn vaste arbeidsplaats.
Voor de toepassing van de
dagloonregels (de Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 20 april
1967, nr. 61524 (Stcrt. 1967, 126), de Regeling van de Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid van 20 april 1967, nr. 61525 (Stcrt.
1967, 162) [zie Dagloonregelen Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, respectievelijk Algemene
dagloonregelen Ziektewet, red.] en
de Dagloonregels Invoeringswet
stelselherziening sociale zekerheid) is deze regeling (en dan specifiek
artikel 2) een aanvulling op de
Regeling waardering loon in natura 2000 [zie ook Regeling
vergoeding gemengde kosten en waardering loon in natura, vergoedingen en
verstrekkingen 2002, red.]. In die
zin dient deze regeling voor de
toepassing van de dagloonregels niet
anders te worden toegepast dan de Regeling
waardering loon in natura 2000.
Met deze regeling wordt de Regeling uitzondering
eindheffingsbestanddelen loonbelasting voor de premieheffing
werknemersverzekeringen ingetrokken. Deze regeling
zou oorspronkelijk per 1 januari
2001 in werking treden.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.
|
|