|
19 december 2001/nr. SV/AVF/2001/87205c
Directie Sociale Verzekeringen
De
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst;
Gelet op artikel 6, achtste lid, van de
Coördinatiewet Sociale Verzekering;
Besluit:
Art. 1.
Begripsbepalingen
-1. In deze regeling wordt
verstaan onder:
a. woon-werkverkeer: het ten
minste eenmaal per week plegen te
reizen tussen de woning of
verblijfplaats en de plaats of plaatsen waar
arbeid wordt verricht, waarbij binnen een tijdsbestek van 24 uur zowel
heen als terug wordt gereisd;
b. reisafstand: de afstand
tussen de woning of verblijfplaats en
de plaats van arbeid gemeten langs de
meest gebruikelijke weg, voor zover
over die afstand geen vervoer vanwege
de werkgever plaatsvindt;
c. vervoer vanwege de
werkgever:
1º. vanwege de werkgever
georganiseerd vervoer met uitzondering van het woon-werkverkeer van de
werknemer die als bestuurder met een
niet door de werkgever ter
beschikking gesteld voertuig één of meer
collega’s mede vervoert;
2º. het reizen per openbaar
vervoer op basis van door de
werkgever aangeschafte en door hem aan de werknemer verstrekte plaatsbewijzen.
-2. Voor de toepassing van
het eerste lid, onderdeel a:
a. pleegt de werknemer in
ieder geval ten minste eenmaal per week
te reizen indien hij in het
kalenderjaar op 60 dagen of meer heeft gereisd
of vermoedelijk zal reizen van zijn woning of verblijfplaats naar de
plaats of plaatsen waar arbeid wordt
verricht;
b. mag worden aangenomen dat
de werknemer niet ten minste
eenmaal per week pleegt te reizen
als hij in het kalenderjaar op minder dan 60 dagen heeft gereisd of
vermoedelijk zal reizen van zijn woning of
verblijfplaats naar de plaats of plaatsen
waar arbeid wordt verricht.
-3. Zodra de werknemer op 60
dagen in het kalenderjaar heeft
gereisd, wordt aangenomen dat de
werknemer gedurende de verstreken
periode in het kalenderjaar ten minste
eenmaal per week placht te reizen.
-4. Loon ter zake van het
derde lid wordt geacht te worden
genoten zodra de werknemer op 60 dagen
heeft gereisd.
Art. 2.
Vergoeding kosten
openbaar vervoer
Indien de afstand
woon-werkverkeer geheel of gedeeltelijk per
openbaar vervoer is afgelegd, wordt,
indien zulks leidt tot een hoger
bedrag dan het overeenkomstig artikel 3 bepaalde bedrag, in afwijking van dat
artikel de vergoeding ter zake van
de kosten van de desbetreffende
plaatsbewijzen geacht te strekken tot
bestrijding van kosten ter behoorlijke
vervulling van de dienstbetrekking tot ten
hoogste de prijs van de vervoerbewijzen voor de per openbaar vervoer
afgelegde reisafstand vermeerderd met €|91,00 op jaarbasis, indien:
a. de werknemer de
vervoerbewijzen ter vergoeding overhandigt
of zo spoedig mogelijk zal
overhandigen aan de werkgever; en
b. deze de vervoerbewijzen
per werknemer administreert en voor
controle beschikbaar houdt.
Art. 3.
Vergoeding kosten woon-werkverkeer
-1. Een vergoeding ter zake
van kosten van woon-werkverkeer waarbij
de reisafstand niet per
openbaar vervoer is afgelegd of anderszins
niet aan de voorwaarden van artikel 2 is
voldaan, wordt geacht te strekken tot
bestrijding van kosten ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking voor
ten hoogste het bedrag
bepaald volgens de in de volgende leden
opgenomen regels.
-2. Voor de werknemer die op
ten minste vier dagen per week
naar dezelfde arbeidsplaats
pleegt te reizen, wordt een vergoeding ter
zake van kosten van woon-werkverkeer
geacht te strekken tot bestrijding
van kosten ter behoorlijke vervulling
van de dienstbetrekking tot het
bedrag bepaald aan de hand van de navolgende tabel:
| Reisafstand
meer dan |
doch
niet meer dan |
Bedrag
per maand |
Bedrag
per week |
| 0
km |
10
km |
- |
- |
| 10
km |
15
km |
€|
65,- |
€|15,- |
| 15
km |
20
km |
€|
91,- |
€|21,- |
| 20
km |
- |
€|130,- |
€|30,- |
-3. Voor de werknemer die op
drie dagen, op twee dagen of op
één dag per week naar dezelfde
arbeidsplaats pleegt te reizen, wordt een
vergoeding ter zake van kosten van woon-werkverkeer geacht te strekken tot
bestrijding van kosten ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking tot
respectievelijk driekwart,
de helft of een kwart van het bedrag
aangegeven in de in dit artikel
opgenomen tabel.
-4. Voor de werknemer die
naar verschillende arbeidsplaatsen pleegt te reizen, zijn het tweede en
derde lid afzonderlijk van toepassing
met betrekking tot het reizen
naar elk van die plaatsen. Het voor hem
geldende bedrag is gelijk aan de som
van de volgens het tweede en het
derde lid bepaalde bedragen, maar
bedraagt ten hoogste €|130,00 per maand respectievelijk
€|30,00 per week.
Art. 4.
Vergoeding kosten
bij woon-werkverkeer waarbij tevens één of meer andere werknemers
worden vervoerd
-1. In afwijking van artikel
3 kan een vergoeding voor
woon-werkverkeer worden toegekend tot ten
hoogste een bedrag van €|0,28 per
afgelegde kilometer, strekkende tot bestrijding
van kosten ter behoorlijke
vervulling van de dienstbetrekking, mits:
a. de afstand tussen de
woning of verblijfplaats en de
arbeidsplaats gemeten langs de meest
gebruikelijke weg meer dan 10 kilometer
beloopt;
b. de werknemer met een niet
door de werkgever ter beschikking
gestelde auto pleegt te reizen en hij
daarbij krachtens een schriftelijk
vastgelegde regeling van de werkgever, dan wel van de werkgever en één of
meer andere werkgevers tezamen,
over een afstand van meer dan 10
kilometer voor zowel de heenreis als
de terugreis tevens één of meer andere
werknemers pleegt te vervoeren;
c. de werknemer het in
onderdeel b bedoelde vervoer is
overeengekomen in een schriftelijk
vastgelegde overeenkomst met de in onderdeel b bedoelde werkgevers en andere werknemers;
en
d. de in onderdeel b
bedoelde werkgever de volgende gegevens
administreert en beschikbaar houdt:
1º. de in onderdeel c
bedoelde schriftelijk vastgelegde overeenkomst;
2º. een lijst van namen en
adressen van de in onderdeel b
bedoelde werknemers; en
3º. een lijst met de dagen,
plaatsen en afstanden waarop het in
onderdeel b bedoelde vervoer pleegt
plaats te vinden.
-2. De in het eerste lid,
onderdeel b, bedoelde andere werknemers
worden geacht te worden vervoerd
vanwege hun werkgever.
Art. 5.
Intrekking en
overgangsbepaling
-1. De Regeling vergoeding
kosten woon-werkverkeer 2001 wordt
ingetrokken. De bepalingen van die
regeling blijven van kracht ten
aanzien van
premiebetalingstijdvakken gelegen tussen 1 januari 2001 en 1
januari 2002.
-2. De bepalingen van de
regeling Vergoeding kosten
woon-werkverkeer 1998 blijven van kracht ten
aanzien van
premiebetalingstijdvakken die zijn gelegen tussen 1
januari 1998 en 1 januari 2001.
-3. De bepalingen van de Regeling van de Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18
juli 1990, nr. 90/3736 (Stcrt. 1990, 140)
inzake vergoeding kosten woon-werkverkeer
blijven van kracht ten aanzien van
premiebetalingstijdvakken die zijn geëindigd vóór 1 januari 1998.
Art. 6.
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in
werking met ingang van 1 januari 2002.
Art. 7.
Citeertitel
Deze regeling wordt
aangehaald als: Regeling vergoeding kosten woon-werkverkeer 2002.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
‘s-Gravenhage, 19 december
2001.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.
TOELICHTING
[19 december 2001]
Op grond van
artikel 6,
eerste lid, onderdeel k, van de
Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV)
behoren niet tot het loon
vergoedingen voor zover zij geacht kunnen worden te strekken tot bestrijding van
kosten tot verwerving van loon. In
het achtste lid van dat artikel is bepaald dat bij ministeriële regeling
regels kunnen worden gesteld waarnaar
wordt beoordeeld of en in hoeverre
vergoedingen geacht kunnen worden te strekken tot bestrijding van
kosten tot verwerving van loon. Op
grond van deze bepaling is de
regeling Vergoeding kosten
woon-werkverkeer 2001 getroffen.
Daarnaast was in artikel
6,
eerste lid, onderdeel aa, van de
CSV de zogenoemde meerijregeling
opgenomen (ook wel carpoolbonus). Die bepaling is echter per 1
januari 2002 komen te vervallen. Daarom
zijn in de onderhavige regeling de
bepalingen omtrent de carpoolbonus niet
meer opgenomen. Wel blijft het
mogelijk om een vergoeding van €|0,28 per kilometer te verstrekken aan
de bestuurder indien er sprake
is van carpoolen. Dit is bepaald in
artikel 4 van deze regeling.
In artikel 5 van de
onderhavige regeling wordt bepaald dat
de Regeling vergoeding kosten
woon-werkverkeer 2001 wordt ingetrokken. Daarnaast wordt in dit
artikel het overgangsrecht bepaald.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.
|