|
21 december 1999/nr. SV/AVF/99/80475
Directie Sociale Verzekeringen
De
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst;
Gelet op artikel 8, tweede lid, van de
Coφrdinatiewet Sociale Verzekering;
Besluit:
Art. 1.
-1. De waarde van kost en
inwoning en van maaltijden wordt gesteld op het bedrag aangegeven in de
navolgende tabel:
| Waarde
van |
Per
maand |
Per
week |
Per
dag |
| 1Ί. kost en inwoning:
|
529,00xxx
|
122,00xxx |
24,40xxx |
| 2Ί. volle kost:
|
261,00xxx |
60,00xxx |
12,00xxx |
| 3Ί. warme maaltijd:
|
130,50xxx |
30,00xxx |
6,00xxx |
| 4Ί. koffiemaaltijd:
|
65,25xxx |
15,00xxx |
3,00xxx |
| 5Ί.fontbijt:xxxxxxxxxx
|
65,25xxx |
15,00xxx |
3,00xxx |
-2. In afwijking van het
eerste lid wordt de waarde van kost aan boord van schepen en baggermaterieel en op
boorplatforms gesteld op 8,55 per dag.
-3. In afwijking van het
eerste lid wordt ten aanzien van militairen de waarde van voeding en van
huisvesting - uitgezonderd het genot van een woning - gesteld op het bedrag dat
ter zake aan de werknemer in rekening wordt gebracht.
-4. In afwijking van het
eerste lid wordt de waarde van het in werktijd mee-eten van werknemers in de
geestelijke en lichamelijke gezondheids- of welzijnszorg met de hen toevertrouwde
patiλnten, pupillen of bewoners gesteld op nihil indien zij dit verplicht
zijn op basis van de arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijk aanstelling op grond van
opvoedkundige of therapeutische overwegingen of overwegingen van
resocialiserende aard.
-5. De waarde van het genot
van een woning wordt gesteld op de waarde welke daaraan in het economische
verkeer kan worden toegekend. Indien de inspecteur der directe belastingen op
grond van artikel 11, vijfde lid, van de Uitvoeringsregeling
loonbelasting 1990 bij beschikking de waarde van het genot van een woning op een
geringer bedrag heeft vastgesteld, wordt de waarde gesteld op het door
de inspecteur vastgestelde bedrag.
-6. De waarde van huisvesting
aan boord van schepen en baggermaterieel, op boorplatforms en in
pakwagens van kermisexploitanten wordt gesteld op het bedrag aangegeven in de
navolgende tabel:
| Huisvesting |
Per
maand |
Per
week |
Per
dag |
| a.
Aan boord van binnenschepen - andere dan vissersschepen - en
baggermaterieel: |
xxxxxxxxxx |
|
|
| 1Ί.
Voor de werknemer die met zijn gezin aan boord woont: |
|
xxxxxxxx |
xxxxxxx |
| - van
een schip van meer dan 2000 ton: |
245,00x |
57,00x |
11,40x |
| - van
een schip van meer dan 500, doch niet meer dan 2000 ton: |
183,75x |
42,75x |
8,55x |
| - van
een ander schip of van baggermaterieel: |
122,50x |
28,50x |
5,70x |
| 2Ί.
Voor de werknemer die aan boord woont en geen gezin heeft: |
100,00x |
23,00x |
4,60x |
| b.
Aan boord van zeeschepen - andere dan vissersschepen - en op
boorplatforms: |
|
|
|
| 1Ί.
Voor de werknemer die met zijn gezin aan boord woont: |
|
|
17,15x |
| 2Ί.
Voor de werknemer die aan boord woont en geen gezin heeft: |
|
|
|
| -
voor een kapitein en voor een officier: |
|
|
8,10x |
| -
voor een andere werknemer: |
|
|
4,05x |
| c.
Aan boord van vissersschepen: voor de werknemer die aan boord woont
en geen gezin heeft: |
|
|
5,55x |
| d. In
pakwagens van kermisexploitanten: voor de werknemer die in een
pakwagen woont en geen gezin heeft: |
100,00x |
23,00x |
4,60x |
| e.
Voor de werknemer die niet is aangeduid in de onderdelen a, b, c en
d: |
nihilx |
nihilx |
nihilx |
-7. De waarde van bewassing,
energie en water wordt gesteld:
a. voor bewassing: op 29,00
per maand (6,75 per week, 1,35 per dag);
b. voor energie ten behoeve
van verwarmingsdoeleinden: op 54,50 per maand
(12,50 per week, 2,50
per dag);
c. voor energie ten behoeve
van kookdoeleinden: op 30,25 per maand
(7,00 per week, 1,40 per dag);
d. voor energie ten behoeve
van andere dan verwarmings- en kookdoeleinden: op 19,50 per maand
(4,50
per week, 0,90 per dag);
e. voor water: op 12,00
per maand (2,75 per week, 0,55 per dag).
-8. In de waarde van
huisvesting - uitgezonderd het genot van een woning - dan wel in de waarde van kost en
inwoning wordt geacht te zijn begrepen de waarde van bewassing, energie en
water.
-9. De waarde van kleding
wordt voor een kind dat werkzaam is in de onderneming van zijn ouder gesteld op
65,50 per maand
(15,00 per week, 3,00 per dag).
-10. Ingeval aan de werknemer
in zijn woning een telefoon ter beschikking wordt gesteld, wordt, indien de
waarde in het economische verkeer van het gebruik van die telefoon anders dan ten
behoeve van de dienstbetrekking niet meer bedraagt dan 660,00 op jaarbasis,
de waarde van dat gebruik gesteld op 41,00 per maand
(9,50 per week, 1,90 per dag). In afwijking in zoverre van de eerste volzin wordt de waarde van een aan
de werknemer ter beschikking gestelde tweede telefoon die geheel of
nagenoeg geheel ten behoeve van de dienstbetrekking wordt gebruikt, op nihil
gesteld.
Art. 2.
Indien de verstrekkingen,
bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid, tevens door de gezinsleden van de
werknemer worden genoten, worden de aldaar aangegeven bedragen verhoogd:
a. voor ieder gezinslid dat
bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt: met
80%;
b. voor ieder gezinslid dat
bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 18 jaar niet heeft bereikt doch
de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt: met 50%;
c. voor ieder gezinslid dat
bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 12 jaar niet heeft bereikt: met
30%.
Art. 3.
-1. De waarde van
kinderopvang wordt gesteld op het bedrag per dag, aangegeven in de navolgende tabel,
nadat op het bedrag in de tabel in mindering zijn gebracht de voor rekening
van de werknemer blijvende kosten:
Loon in geld (voor niet-genoemde bedragen treedt het naast lagere
in de plaats
|
Als loon in aanmerking te nemen bedrag ter zake van kinderopvang
gedurende meer dan vijf uur per dag, niet zijnde buitenschoolse of
naschoolse opvang
|
| voor
het eerste kind |
voor
elk volgend kind |
| per
maand |
per
week |
per
dag |
per
maand |
per
week |
per
dag |
per
maand |
per
week |
per
dag |
| 0,00 |
0,00
|
0,00
|
77,25
|
17,75
|
3,55
|
77,25
|
17,75
|
3,55
|
|
2670,00
|
616,25
|
123,25
|
151,15
|
35,00
|
7,00
|
90,00
|
20,75
|
4,15
|
|
3205,00
|
739,50
|
147,90
|
218,90
|
50,50
|
10,10
|
90,00
|
20,75
|
4,15
|
|
4275,00
|
986,50
|
197,30
|
354,40
|
81,75
|
16,35
|
105,15
|
24,25
|
4,85
|
|
5345,00
|
1233,50
|
246,70
|
477,85
|
110,25
|
22,05
|
142,65
|
33,00
|
6,60
|
|
6415,00
|
1480,50
|
296,10
|
595,25
|
137,25
|
27,45
|
178,40
|
41,25
|
8,25
|
|
7485,00
|
1727,25
|
345,45
|
718,75
|
165,75
|
33,15
|
216,00
|
49,75
|
9,95
|
|
8555,00
|
1974,25
|
394,85
|
841,15
|
194,00
|
38,80
|
253,25
|
58,50
|
11,70
|
|
9625,00
|
2221,25
|
444,25
|
849,75
|
196,00
|
39,20
|
255,75
|
59,00
|
11,80
|
Loon in geld (voor niet-genoemde bedragen treedt het naast lagere
in de plaats
|
Als loon in aanmerking te nemen bedrag ter zake van kinderopvang
gedurende vijf uur per dag of minder, niet zijnde naschoolse opvang,
alsmede buitenschoolse opvang
|
| voor
het eerste kind |
voor
elk volgend kind |
| per
maand |
per
week |
per
dag |
per
maand |
per
week |
per
dag |
per
maand |
per
week |
per
dag |
|
0,00 |
0,00 |
0,00 |
51,50 |
12,00 |
2,40 |
51,50 |
12,00 |
2,40 |
|
2670,00 |
616,25 |
123,25 |
100,80 |
23,25 |
4,65 |
60,00 |
13,75 |
2,75 |
|
3205,00 |
739,50 |
147,90 |
145,95 |
33,75 |
6,75 |
60,00 |
13,75 |
2,75 |
|
4275,00 |
986,50 |
197,30 |
236,30 |
54,50 |
10,90 |
70,10 |
16,25 |
3,25 |
|
5345,00 |
1233,50 |
246,70 |
318,55 |
73,50 |
14,70 |
95,10 |
22,00 |
4,40 |
|
6415,00 |
1480,50 |
296,10 |
396,85 |
91,50 |
18,30 |
118,95 |
27,50 |
5,50 |
|
7485,00 |
1727,25 |
345,45 |
479,15 |
110,50 |
22,10 |
144,00 |
33,25 |
6,65 |
|
8555,00 |
1974,25 |
394,85 |
560,80 |
129,50 |
25,90 |
168,85 |
39,00 |
7,80 |
|
9625,00 |
2221,25 |
444,25 |
566,50 |
130,75 |
26,15 |
170,50 |
39,25 |
7,85 |
Loon in geld (voor niet-genoemde bedragen treedt het naast lagere
in de plaats
|
Als loon in aanmerking te nemen bedrag ter zake van naschoolse opvang
|
| voor
het eerste kind |
voor
elk volgend kind |
| per
maand |
per
week |
per
dag |
per
maand |
per
week |
per
dag |
per
maand |
per
week |
per
dag |
|
0,00 |
0,00 |
0,00 |
38,65 |
9,00 |
1,80 |
38,65 |
9,00 |
1,80 |
|
2670,00 |
616,25 |
123,25 |
75,60 |
17,50 |
3,50 |
45,00 |
10,50 |
2,10 |
|
3205,00 |
739,50 |
147,90 |
109,45 |
25,25 |
5,05 |
45,00 |
10,50 |
2,10 |
|
4275,00 |
986,50 |
197,30 |
177,20 |
41,00 |
8,20 |
52,60 |
12,25 |
2,45 |
|
5345,00 |
1233,50 |
246,70 |
238,90 |
55,25 |
11,05 |
71,35 |
16,50 |
3,30 |
|
6415,00 |
1480,50 |
296,10 |
297,65 |
68,75 |
13,75 |
89,20 |
20,50 |
4,10 |
|
7485,00 |
1727,25 |
345,45 |
359,40 |
83,00 |
16,60 |
108,00 |
25,00 |
5,00 |
|
8555,00 |
1974,25 |
394,85 |
420,60 |
97,00 |
19,40 |
126,65 |
29,25 |
5,85 |
|
9625,00 |
2221,25 |
444,25 |
424,90 |
98,00 |
19,60 |
127,90 |
29,50 |
5,90 |
Onder buitenschoolse opvang
wordt verstaan kinderopvang die
zowel vσσr als na schooltijden en
tijdens de schoolvakanties plaatsvindt. Onder
naschoolse opvang wordt verstaan
kinderopvang die zowel na schooltijd als
tijdens de schoolvakanties plaatsvindt.
De waarde van kinderopvang op vier
dagen, op drie dagen, op twee dagen of
op ιιn dag per week wordt gesteld
op onderscheidenlijk vier vijfde, drie vijfde, twee vijfde en een vijfde van de bedragen
die in de tabel zijn aangegeven.
-2. Bij kinderopvang voor
meer dan ιιn kind wordt als eerste kind
aangemerkt het kind, dan wel ιιn van de
kinderen, voor wie de werknemer in het
desbetreffende loonbetalingstijdvak het grootste aantal uren
kinderopvang pleegt te genieten.
-3. Voor de toepassing van
het eerste lid dient de werknemer
gedagtekende facturen aan de werkgever te
overhandigen waarbij een afschrift is
gevoegd van de vergunning of de verklaring die door de gemeente aan de
instelling of de natuurlijke persoon die
de kinderopvang verricht is afgegeven,
inhoudende dat de instelling of de
natuurlijke persoon voldoet aan de door de
gemeente gestelde regels met
betrekking tot de kwaliteit, en in welke
facturen op duidelijke en overzichtelijke wijze is
vermeld:
a. de instelling jegens
welke of de natuurlijke persoon jegens
wie de uitgaven worden gedaan;
b. de instelling of de
natuurlijke persoon die de kinderopvang verricht indien deze een andere is
dan bedoeld in onderdeel a;
c. naam en leeftijd van de
kinderen voor wie kinderopvang pleegt
te worden genoten;
d. de perioden waarin en de
dagen waarop gedurende meer dan vijf uur
dan wel vijf uur of minder, dan
wel in de vorm van buitenschoolse
opvang onderscheidenlijk naschoolse opvang,
kinderopvang pleegt te worden genoten;
e. het adres waar de
kinderopvang pleegt plaats te vinden.
Voorts dient de werknemer
een afschrift van de
overeenkomst met de instelling of de natuurlijke
persoon die de kinderopvang verzorgt aan
de werkgever te overhandigen, in welke
overeenkomst is opgenomen het adres waar de kinderopvang pleegt
plaats te vinden.
-4. De werkgever bewaart de
in het derde lid bedoelde facturen
en het aldaar bedoelde afschrift
bij de loonadministratie.
-5. Voor het geval de
kinderopvang bij de werknemer thuis plaats
vindt, wordt het niet als loon in
aanmerking te nemen bedrag ter zake van
kinderopvang gesteld op maximaal 19 050,00
per jaar, 1587,50 per maand, 366,25 per week en 73,25 per dag.
Art. 4.
-1. De waarde van een aan
alle of alle onder een zelfde categorie
vallende werknemers van de werkgever
ter beschikking gesteld recht op
vrij reizen met Nederlands openbaar vervoer dat niet is beperkt tot reizen
over een vast traject ten behoeve van woon-werkverkeer wordt per persoon die van
dat recht gebruik kan maken, minderjarige kinderen en pleegkinderen
van de werknemer daaronder niet
begrepen, gesteld op 120,00 per
jaar, dan wel, indien recht bestaat op
reizen per 1e klas, op 180,00 per jaar.
-2. De waarde van het recht
op vermindering tot maximaal 50% van de prijs van vervoersbewijzen voor
het reizen per Nederlands openbaar vervoer in hoofdzaak buiten de
ochtendspits (voordeelurenkaart) wordt gesteld op nihil indien niet
aannemelijk is dat de voordeelurenkaart niet mede dient tot verwerving
van het loon of voor woon-werkverkeer.
Art. 5.
De waarde van een niet ter
beurze genoteerd aandelenoptierecht
wordt gesteld overeenkomstig
artikel 15 van de Uitvoeringsregeling
loonbelasting 1990.
Art. 6.
-1. De waarde van een voor
woon-werkverkeer verstrekte of ter
beschikking gestelde fiets wordt gesteld
op 150,00 onderscheidenlijk nihil, mits:
a. de catalogusprijs niet
hoger is dan 1650,00 inclusief omzetbelasting; en
b. in de drie voorafgaande
jaren aan de werknemer geen fiets is
verstrekt of ter beschikking gesteld.
-2. De waarde van met een
fiets samenhangende zaken die dienstbaar zijn
aan het woon-werkverkeer, voor
zover de waarde van deze zaken niet
meer bedraagt dan 550,00 per
drie kalenderjaren, alsmede de waarde van een daarmee samenhangende verzekering
wordt op nihil gesteld.
Art. 7.
De waarde van een aan de
werknemer verstrekt branche-eigen product van het bedrijf van de werkgever
dan wel van een met de werkgever
verbonden vennootschap als bedoeld in
artikel 32, derde lid, van de Wet
op de loonbelasting 1964 wordt indien zulks leidt tot een lagere waarde, in
afwijking van artikel 8, eerste lid, van
de Coφrdinatiewet Sociale Verzekering, gesteld op de integrale
kostprijs van dat product, voor zover de hoeveelheid ervan niet uitgaat boven
hetgeen in een gezin als dat van de
werknemer pleegt te worden gebruikt of
verbruikt.
Art. 8.
De waarde in het economische
verkeer van aan de werknemer
verstrekte personeelsreizen, personeelsfestiviteiten en dergelijke incidentele
personeelsvoorzieningen wordt, indien zulks tot een lagere waarde leidt, in
afwijking van artikel 8, eerste lid, van
de Coφrdinatiewet Sociale Verzekering, op nihil gesteld
voor zover de kosten
die rechtstreeks verband houden met die
verstrekkingen 750,00 per kalenderjaar
niet overtreffen. Ingeval een
personeelsvoorziening wordt verstrekt in verband met een jubileum van de
werkgever, wordt het bedrag van 750,00 verhoogd tot 1000,00.
Art. 9.
De waarde van aan de
werknemer verstrekte outplacement wordt op nihil gesteld.
Art. 10.
De waarde van deelneming aan bedrijfsfitness, geheel of nagenoeg geheel
gedurende de werktijd en waaraan de deelneming openstaat voor alle
werknemers, wordt gesteld op nihil. Onder bedrijfsfitness wordt
verstaan: conditie- of krachttraining van werknemers die plaatsvindt
onder deskundig toezicht en welke georganiseerd of geοnitieerd wordt
door de werkgever.
Art. 11.
De waarde in het economisch
verkeer van verstrekkingen van ten
hoogste 600,00 per jaar en ten
hoogste 50,00 per verstrekking, bedoeld in
artikel 36, eerste lid, onderdeel e, van
de Uitvoeringsregeling
loonbelasting 1990, wordt op nihil gesteld.
Art. 12.
De waarde van aan de
werknemer verstrekte achtergestelde
vliegvervoerbewijzen door luchtvaartmaatschappijen en aanverwante
bedrijven
als bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdeel g, van de Uitvoeringsregeling
loonbelasting 1990 wordt op nihil
gesteld.
Art. 13.
De op de voet van deze
regeling in aanmerking te nemen waarde
wordt verminderd met het bedrag dat de
werknemer ter zake in rekening wordt gebracht, met dien verstande
dat de aldus berekende waarde ten
minste op nihil wordt gesteld.
Art. 14.
De Regeling waardering loon
in natura 1999 wordt ingetrokken. De
bepalingen van die regeling blijven van
kracht ten aanzien van
premiebetalingstijdvakken die zijn gelegen tussen 31
december 1998 en 1 januari 2000.
Art. 15.
Deze regeling treedt in
werking met ingang van 1 januari 2000.
Art. 16.
Deze regeling wordt
aangehaald als: Regeling waardering loon in
natura 2000.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
's-Gravenhage, 21 december
1999.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst
TOELICHTING
[21 decemner 1999]
De Regeling waardering loon
in natura 2000 vervangt de voor het
jaar 1999 geldende Regeling waardering
loon in natura 1999. In de nieuwe
regeling is een aantal vastgestelde
geldbedragen ter zake van loon in natura
in overeenstemming gebracht met de prijsontwikkeling. Met name betreft dit de
bedragen voor kost, inwoning en maaltijden, huisvesting, bewassing,
energie en water en kinderopvang.
Voorts is in artikel 1,
vierde lid, een redactionele wijziging
doorgevoerd in de omschrijving van het
therapeutisch mee-eten. De formulering
blijft daardoor in overeenstemming met
artikel 11, vierde lid, van de
Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990, zoals
die komt te luiden per 1 januari
2000.
Artikel 4, tweede lid,
strekt ertoe de door de werkgever verstrekte
voordeelurenkaarten op nihil te waarderen indien deze, afgezien van
woon-werkverkeer, mede ten behoeve van het werk worden gebruikt. De
nihilwaardering van de verstrekte
voordeelurenkaart is niet van toepassing
indien de kaart uitsluitend is
verstrekt ten behoeve van privιgebruik door de
werknemer en ten behoeve van het
woon-werkverkeer. Dit waarderingsvoorschrift
stemt overeen met artikel 14,
tweede lid, van de Uitvoeringsregeling
loonbelasting 1990, zoals dat inwerking
treedt per 1 januari 2000.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.
|
|