|
29 juni 1998/nr. SV/AVF/98/2822
Directie Sociale Verzekeringen
De
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op artikel 16b, vijfde en achtste lid,
van de Coördinatiewet Sociale Verzekering;
Besluit:
Art. 1.
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt
verstaan onder:
a. de wet: de Coördinatiewet Sociale
Verzekering;
b. de Invorderingswet: de Invorderingswet
1990;
c. rekeninghouder: de houder
van een g-rekening;
d. kredietinstelling: een
kredietinstelling als bedoeld in artikel 16b,
vijfde lid, van de wet;
e. de ontvanger: de
ontvanger der rijksbelastingen die bevoegd
is met betrekking tot de invordering van door de rekeninghouder
verschuldigde loonbelasting en omzetbelasting;
f. premie: de premie en
voorschotpremie, bedoeld in artikel 16b,
eerste lid, van de wet; ¹
h. g-rekening: een
geblokkeerde rekening, zijnde een rekening als
bedoeld in artikel 16b, vijfde lid,
van de wet en artikel 35, vijfde lid, van
de Invorderingswet, welke door
een onderaannemer bij een
kredietinstelling wordt gehouden en waarvan de saldi uitsluitend bestemd
zijn te dienen tot voldoening van door de
onderaannemer verschuldigde premie en op grond van genoemd artikel
van de Invorderingswet
verschuldigde of nog verschuldigd wordende
loonbelasting, in verband waarmee op die
saldi ten behoeve van het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de ontvanger gezamenlijk een
pandrecht is gevestigd;
i. g-rekeningovereenkomst:
een conform de bijlage bij deze regeling
gesloten overeenkomst met betrekking
tot het openen van een
g-rekening en het vestigen van een pandrecht
op die rekening als bedoeld in
onderdeel h, tussen de onderaannemer, het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, de ontvanger en een kredietinstelling;
j. administratie: de
administratie, bedoeld in artikel 16b,
achtste lid, van de wet.
1. Volgens de redactie
dient na onderdeel f een onderdeel te worden ingevoegd, luidende:
g. vervallen;
Art. 2.
Voorwaarden
medewerking totstandkoming
g-rekeningovereenkomst
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verleent zijn medewerking
aan het tot stand komen van een
g-rekeningovereenkomst slechts op schriftelijk verzoek van de ondernemer
die:
a. zijn bedrijf maakt van
het verrichten van werk in onderaanneming
dan wel op korte termijn die
hoedanigheid zal verwerven; en
b. werkgever is in de zin
van artikel 3 van de wet dan wel dit op
korte termijn zal worden.
Art. 3.
Weigering
medewerking
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen weigert zijn medewerking aan het
tot stand komen van een g-rekeningovereenkomst, indien:
a. met de ondernemer reeds
een g-rekeningovereenkomst is gesloten, tenzij deze aannemelijk
maakt dat het gebruik maken van meer dan
één grekening voor zijn bedrijfsvoering noodzakelijk is;
b. gegronde vrees bestaat
dat onjuist gebruik van de g-rekening
zal worden gemaakt.
Art. 4.
Bewaren
g-rekeningovereenkomst
Het oorspronkelijk, door
alle in artikel 1, onderdeel i, bedoelde
partijen getekende exemplaar van de
g-rekeningovereenkomst wordt door de in dat onderdeel bedoelde kredietinstelling
bewaard zolang de g-rekening
in stand blijft, doch in ieder geval gedurende zeven jaren. De
kredietinstelling verschaft de andere partijen een kopie daarvan.
Art. 5.
Vereisten
betaling op g-rekening
-1. Een betaling die wordt
verricht op een g-rekening wordt voor de
toepassing van artikel 16b, vijfde lid,
van de wet slechts in aanmerking genomen voor
zover:
a. de factuur welke de
onderaannemer ter zake van het door hem
aangenomen werk aan de aannemer heeft doen toekomen de vermelding
bevat van de benaming van het werk waarop de betaling betrekking
heeft, voor zover aanwezig van nummer of
kenmerk van de aannemingsovereenkomst en
van het tijdvak of de tijdvakken
waarin het werk is verricht;
b. de betaling vergezeld
gaat van de vermelding van het nummer
van de desbetreffende factuur, voor zover toepasselijk tevens van een ander
onderscheidend op die factuur vermeld
kenmerk, welk nummer, of welk nummer en aanvullend kenmerk
tezamen, een uniek identificatiegegeven
vormt waarmee die factuur terstond
of vrijwel terstond kan worden
teruggevonden in de administratie van de
aannemer;
c. de administratie van de
aannemer voldoet aan de vereisten van
het tweede lid.
-2. De administratie van de
aannemer wordt zodanig ingericht en
gevoerd dat daarin terstond of
vrijwel terstond kan worden teruggevonden:
a. de aannemingsovereenkomst
of de inhoud daarvan ingevolge
welke de onderaannemer het werk
verricht;
b. gegevens inzake de
nakoming van de overeenkomst met inbegrip
van de omschrijving van de in het
kader van het werk te leveren
prestatie, de plaats van uitvoering van het werk,
het bedrag van het voor de
uitvoering van het werk te betalen prijs
dat bestemd is voor loon, het bedrag aan
loon dat deel uitmaakt van het werk voor zover het is verricht, alsmede de
periode waarin (een gedeelte van)
het werk is verricht;
c. de betalingen die in
verband met de nakoming van de
aannemingsovereenkomst zijn gedaan.
Art. 6.
Betaling ten
laste van g-rekening
-1. Voor de betaling aan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten laste van de g-rekening vermeldt de onderaannemer het nummer van de
voorschot- en/of premienota alsmede het jaar waarop de desbetreffende
nota betrekking heeft.
-2. Een opdracht tot betaling
ten laste van de g-rekening heeft
slechts op één premienota betrekking.
Art. 7.
Deblokkeringsverzoek
-1. Op schriftelijk verzoek
van de g-rekeninghouder verlenen het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de ontvanger, onder door hen te
stellen voorwaarden, toestemming het
saldo van de g-rekening geheel dan
wel tot een bepaald bedrag voor andere doeleinden aan te wenden dan voor de
voldoening van premie, loonbelasting en
- voor zover toepasselijk - van omzetbelasting, voor zover
aannemelijk is dat het saldo van de
g-rekening uitgaat boven hetgeen door
de rekeninghouder aan premie alsmede aan loon- en omzetbelasting
vermoedelijk nog verschuldigd is of
binnenkort verschuldigd zal worden.
-2. De rekeninghouder richt
het verzoek aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de ontvanger.
-3. Op het verzoek wordt
beslist, handelend in onderlinge
overeenstemming, door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen dan wel door de ontvanger,
al naargelang aan welke van beide het verzoek is
gericht.
-4. De g-rekeninghouder
verstrekt het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen of de ontvanger op de door
deze aangegeven wijze alle
gegevens en inlichtingen die van belang
zijn voor een juiste beoordeling van
het verzoek; het verzoek wordt afgewezen indien hieraan niet of
onvoldoende wordt voldaan.
-5. De beslissing op het
verzoek wordt schriftelijk aan de
g-rekeninghouder bekendgemaakt.
Art. 8.
Opzegging
-1. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan een
g-rekeningovereenkomst eenzijdig en zonder
rechterlijke tussenkomst opzeggen, indien:
a. de rekeninghouder geen of
op onjuiste wijze gebruik maakt
van de grekening;
b. de rekeninghouder niet of
niet meer de hoedanigheid blijkt te
bezitten van onderaannemer als bedoeld in
artikel 2;
c. de rekeninghouder geen
werkgever meer is in de zin van
artikel 3 van de wet;
d. met de rekeninghouder
meer dan één g-rekening is gesloten
en de rekeninghouder niet aannemelijk kan maken dat het aanhouden van
meer dan één g-rekening voor
zijn bedrijfsvoering noodzakelijk is;
e. de rekeninghouder in
staat van faillissement is verklaard;
f. aan de rekeninghouder surseance van betaling is verleend.
-2. De rekeninghouder en de
betrokken kredietinstelling zijn,
onverminderd het vierde lid, bevoegd de
g-rekeningovereenkomst eenzijdig, zonder
rechterlijke tussenkomst en zonder opgaaf van reden op te zeggen.
-3. De opzegging geschiedt
schriftelijk. Zij wordt niet eerder van
kracht dan nadat zij aan de overige
partijen bij de g-rekeningovereenkomst is
bekendgemaakt. De opzegging wordt voorts niet van kracht zolang en voor
zover die opzegging een
belemmering zou vormen voor de toepassing
van het vierde lid.
-4. Na opzegging van de
g-rekeningovereenkomst blijft die overeenkomst niettemin van toepassing op
het saldo van de g-rekening ten tijde
van de opzegging, alsmede op hetgeen nadien op die rekening wordt
gestort, één en ander voor zover
daardoor geen strijdigheid ontstaat met de
gevolgen die rechtens zijn verbonden
aan het in staat van faillissement
verklaren van de rekeninghouder of het hem
verlenen van surseance van betaling.
-5. Een betaling die wordt
verricht op een rekening welke
oorspronkelijk is geopend ingevolge een
g-rekeningovereenkomst doch met betrekking waartoe een opzegging van
die overeenkomst van kracht is geworden, wordt voor de toepassing van
artikel 16b, vijfde lid, van de wet niet aangemerkt als betaling, tenzij die
betaling deel is gaan uitmaken van
het saldo op die rekening of het gedeelte
van dat saldo op die rekening waarop
ondanks die opzegging ingevolge het
vierde lid het in artikel 1, onderdeel i, bedoelde pandrecht is komen te
rusten.
Art. 9.
Intrekking
regelingen
-1. Het
G-rekeningenbesluit-1991 en de Ministeriële Regeling van
26 mei 1982 (Stcrt. 1982, 109 ¹ ), houdende
administratievoorschriften bij onderaanneming, worden ingetrokken.
De bijlage met de
G-rekeningovereenkomst behorend bij het G-rekeningenbesluit-1991 wordt aangemerkt als de bijlage behorend bij deze
regeling.²
1. Laatstelijk gewijzigd bij
Ministeriële Regeling van 25 februari 1997, Stcrt. 1997, 41 (voetnoot van de wetgever, red.).
2. Volgens de redactie dient voor de tweede volzin de aanduiding "-2" te worden geplaatst ter aanduiding van het tweede lid.
Art. 10.
Overgangsbepaling
Betalingen op de g-rekening
die voldoen aan de artikelen 3 en 4 van
het G-rekeningenbesluit-1991,
zoals dat luidde tot de datum van
inwerkingtreding van deze regeling, worden
voor de toepassing van artikel 16b, vijfde lid, van de
wet in
aanmerking genomen.
Art. 11.
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in
werking met ingang van de tweede dag na
de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt
terug tot en met 1 juli 1998.
Art. 12.
Citeertitel
Deze regeling wordt
aangehaald als: Uitvoeringsregeling
ketenaansprakelijkheid premie werknemersverzekeringen.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
’s-Gravenhage, 29 juni
1998.
De Staatssecretaris
voornoemd,
F.H.G. de Grave.
TOELICHTING
[29 juni 1998]
Algemeen
Met de inwerkingtreding van
de Wet allocatie arbeidskrachten
door intermediairs per 1 juli 1998 is ook de Uitvoeringsregeling
inlenersaansprakelijkheid per die datum van kracht geworden. De herziene
regeling van de zogenoemde inlenersaansprakelijkheid, waarbij gebruik wordt
gemaakt van de g-rekening, heeft ertoe geleid dat in die uitvoeringsregeling de voorschriften omtrent het gebruik van een
g-rekening zijn aangepast en
vereenvoudigd. Deze nieuwe bepalingen zijn, voor zover ze niet betrekking
hebben op de vrijwarende werking
van betaling op de g-rekening, evenzeer toepasbaar voor het gebruik van
de g-rekening in het kader van de
ketenaansprakelijkheid. In de toelichting op de genoemde
uitvoeringsregeling is aangegeven dat de
aangepaste voorschriften ook van toepassing kunnen zijn voor het gebruik van de
g-rekening bij aanneming, omdat sprake
is van een vereenvoudiging. De belastingdienst zal daar in
het uitvoeringsbeleid al naar handelen. Voor de uitvoering van
ketenaansprakelijkheid bij de heffing en inning van
premie werknemersverzekeringen is
dit dan ook gewenst. Daarin voorziet
deze regeling.
Het betreft een aantal
technische wijzigingen die naast
vereenvoudiging van de huidige voorschriften onder meer ten doel hebben
zoveel
als thans mogelijk is aan te sluiten
bij de (nieuwe) Uitvoeringsregeling inlenersaansprakelijkheid. Voor een uitgebreide toelichting op deze laatste
regeling wordt verwezen naar Stcrt.
1998, 113. Hetgeen in die toelichting
wordt overwogen ten aanzien van de
vereenvoudiging en modernisering van de
voorschriften voor het gebruik van een g-rekening is ook hier van
belang.
De uitvoeringsvoorschriften
met betrekking tot het gebruik
van een g-rekening in het kader van de
ketenaansprakelijkheid waren tot nu toe opgenomen in het
G-rekeningenbesluit-1991 en in de Ministeriële Regeling van 26 mei 1982
(Stcrt. 1982, 109), houdende administratievoorschriften
bij onderaanneming. Deze worden
bij inwerkingtreding van deze
Uitvoeringsregeling ketenaansprakelijkheid
premie werknemersverzekeringen
ingetrokken.
Het ligt in de bedoeling om,
zodra het wetsvoorstel 25 035 (wijziging van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering en de Invorderingswet
1990 in verband met de invoering van opdrachtgevers- en kopersaansprakelijkheid in
de confectiesector en invoering van een vrijwaringsregeling in de
ketenaansprakelijkheid) in werking treedt, de Uitvoeringsregeling
inlenersaansprakelijkheid formeel uit te breiden tot
de ketenaansprakelijkheid en de opdrachtgeversaansprakelijkheid
in de confectiesector. Dan zullen
alle voorschriften omtrent het gebruik van een g-rekening in een gezamenlijke ministeriële
regeling van Financiën en Sociale Zaken en
Werkgelegenheid zijn neergelegd.
Artikelsgewijze
toelichting
Artikel
1. begripsbepalingen
In dit artikel zijn
- gelet
op de reikwijdte van deze regeling - de
omschrijvingen van de g-rekening en de
g-rekeningovereenkomst beperkt tot de betekenis die zij hebben in verband
met de
ketenaansprakelijkheid voor premie
werknemersverzekeringen bij aanneming en onderaanneming.
Het model van de g-rekeningovereenkomst waarnaar in onderdeel
i wordt verwezen, is niet
gewijzigd ten opzichte van het bij het G-rekeningenbesluit-1991 gevoegde model. De
voorwaarden waaronder de
g-rekeningovereenkomst worden aangegaan veranderen immers niet. Het
is ook niet de bedoeling van deze
regeling in de bestaande g-rekeningovereenkomst wijzigingen aan te brengen.
Het model van de g-rekeningovereenkomst dat bij de Uitvoeringsregeling
inlenersaansprakelijkheid is gevoegd, wijkt dan ook in essentie niet
af van
de bestaande g-rekeningovereenkomst. De
kern is immers dat de saldi alleen
gebruikt mogen worden voor betaling
aan het Landelijk instituut sociale
verzekeringen (Lisv) [zie
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] en de ontvanger en
dat in verband daarmee de saldi op
die rekening worden verpand aan het Lisv
en de ontvanger gezamenlijk. De g-rekeningen die voldoen aan deze
kenmerken die in onderdeel h (en artikel
1, onderdeel l, van de Uitvoeringsregeling
inlenersaansprakelijkheid) worden genoemd, zijn dan ook g-rekeningen als bedoeld
in desbetreffende bepalingen (artikelen 16a
en 16b) van de
Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV).
Artikel
2. Voorwaarden
medewerking totstandkoming
g-rekeningovereenkomst
Inhoudelijk zijn de
voorwaarden ten opzichte van het G-rekeningenbesluit-1991 niet gewijzigd. De
formulering is aangepast aan de
vergelijkbare bepaling in de Uitvoeringsregeling
inlenersaansprakelijkheid. Een g-rekeningovereenkomst kan dus alleen worden
aangegaan met een ondernemer die zijn bedrijf maakt van het
verrichten van werk in onderaanneming
en daarbij ook nog werkgever is, omdat
hij werknemers in dienst heeft
en daarom premie werknemersverzekeringen verschuldigd is.
Artikel
3. Weigering
medewerking
Deze bepaling is aangepast
aan die in de Uitvoeringsregeling
inlenersaansprakelijkheid. Daarom is ook hier ervan uitgegaan dat het
aannemelijk kan zijn dat een
onderneming meerdere g-rekeningen heeft,
bijvoorbeeld in geval van splitsing van
de onderneming in zelfstandig opererende bedrijfsonderdelen.
Artikel
4. Bewaren
g-rekeningovereenkomst
De bewaartermijn van zeven
jaar - was tien jaar - is aangepast
aan de gewijzigde termijnen in Boek
2 van het Burgerlijk Wetboek. De
termijn geldt ook indien gedurende de
zeven jaar de g-rekening wordt opgeheven.
De kredietinstelling kan de op schrift gestelde overeenkomst bewaren of het
document vastleggen op een
elektronische gegevensdrager. In het
laatste geval moet de controle wel
binnen redelijke termijn mogelijk
zijn.
Artikel
5. Vereisten
betaling op g-rekening
Dit artikel betreft de
betaling van de aannemer op de g-rekening
van de onderaannemer die voor de
aannemer een vermoeden van betaling
van de premie kan opleveren waarvoor hij aansprakelijk kan worden
gesteld indien de onderaannemer in
gebreke blijft de verschuldigde
premie te betalen. Dit artikel bevat de
grootste vereenvoudiging. Het vereiste van een aparte
overmakingsovereenkomst is komen te vervallen. Dat gebruik gemaakt wordt van de
g-rekening van de onderaannemer is
onderdeel van de aannemingsovereenkomst. Dit
maakt de aannemer minder
afhankelijk van de gedragingen van de
onderaannemer. De relevante gegevens moeten aanwezig zijn bij de aansprakelijke,
dat wil zeggen de aannemer.
Hij moet erop toezien dat de
factuur van de onderaannemer de in het
eerste lid, onderdeel a, genoemde
gegevens bevat. Hij is verantwoordelijk voor de betaling op de g-rekening en
uit zijn administratie moet blijken dat op basis van welke factuur en
voor welke bedragen betalingen op de
g-rekening van de onderaannemer hebben
plaatsgevonden. De vereenvoudiging bestaat ook hierin dat de
verschillende voorschriften die zich tot de aannemer
richten niet langer meer verdeeld
zijn over twee regelingen. De
samenhang tussen de
administratievoorschriften en de voorschriften voor het
gebruik van de g-rekening wordt
duidelijker. Voor de aannemer kan storting op de
g-rekening van de onderaannemer slechts een vermoeden van betaling
opleveren als uit zijn administratie
ook is af te leiden dat de betaling heeft plaatsgevonden en op de uitvoering van welk
werk deze betrekking heeft.
De genoemde gegevens wijken
overigens niet af van de gegevens die
nu al zijn voorgeschreven.
Artikel
6. Betaling ten
laste van g-rekening
Als het
Lisv betalingen van
premie ten laste van de g-rekening van
de onderaannemer ontvangt, moet duidelijk zijn op welke premienota die
betrekking hebben. In het tweede lid is
overeenkomstig het model van de g-rekeningovereenkomst, dat bij de Uitvoeringsregeling
inlenersaansprakelijkheid is gevoegd (punt 9 van die overeenkomst), ook nog
bepaald dat betalingen ten laste van de
g-rekening slechts op één premienota betrekking kunnen hebben.
Artikel
7.
Deblokkeringsverzoek
De mogelijkheid van
deblokkeren was nog niet in ministeriële
regelingen geregeld. Dit artikel is
niet meer dan een codificatie van de
huidige uitvoeringspraktijk. De in dit artikel geregelde procedure is conform die in
artikel 10 van de Uitvoeringsregeling
inlenersaansprakelijkheid.
Artikel
8. Opzegging
De bepalingen over de
opzegging waren tot nu toe in de
g-rekeningovereenkomst opgenomen. Daaraan is
toegevoegd de mogelijkheid van
opzegging bij surseance van betaling.
Dit artikel is overigens gelijk
aan artikel 11 van de Uitvoeringsregeling
inlenersaansprakelijkheid.
Artikel
9. Intrekking
regelingen
Deze regeling komt in de
plaats van de in het eerste lid genoemde
regelingen, die dus kunnen worden
ingetrokken. Om geen verwarring te laten
bestaan over de betekenis van de
reeds afgesloten g-rekeningovereenkomsten en ook om te voorkomen dat in
de overgangssituatie tot de inwerkingtreding van het hiervoor onder
"Algemeen"
genoemde wetsvoorstel naast
het model van
g-rekeningovereenkomst voor inleners en het bestaande document nog weer een ander model kan
worden gehanteerd, terwijl
zoals hiervoor bij artikel 1 is opgemerkt
in essentie geen andere bepalingen
worden opgenomen, is bij deze
regeling geen nieuw model gevoegd. Het
oude model blijft op grond van
het tweede lid gelden. Het gevolg
hiervan is dat op het punt van de opzegging
nu zowel in de overeenkomst als
in de regeling iets is bepaald.
Deze bepalingen liggen in elkaars verlengde.
De regeling in artikel 8 moet
als aanvulling op hetgeen in de
overeenkomst is opgenomen worden gezien.
Artikel
10.
Overgangsbepaling
Deze regeling beoogt geen
inhoudelijke wijzigingen, maar een
vereenvoudiging van de administratieve
voorschriften. Indien een aannemer bij gebruikmaking van de
g-rekening van zijn onderaannemer na 1 juli
1998 (de datum van inwerkingtreding
van deze regeling) nog aan de
administratieve voorschriften op grond van
het G-rekeningenbesluit-1991 voldoet, dan zal het Lisv
deze betaling ook
moeten beschouwen als een betaling
die een vermoeden van betaling kan
opleveren, zoals in artikel 16b, vijfde
lid, van de CSV wordt bepaald. Om
daarover geen onduidelijkheid te laten bestaan, is dit artikel in deze
regeling opgenomen.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave.
|