|
Het
Landelijk instituut sociale verzekeringen;
Gelet op artikel
3 van de Nadere regels maximumdagloon
en franchises WW;
Besluit:
Art.
1.
De bedragen, bedoeld in artikel 3 van
de Nadere regels maximumdagloon en
franchises WW worden vastgesteld:
a. bij een aantal vakantiedagen van
meer dan tien maar minder dan twintig op €|61,60
voor de Werkloosheidswet;
b. bij een aantal vakantiedagen van
twintig of meer op €|65,90 voor de
Werkloosheidswet.
Art.
2.
Voor de toepassing van artikel 1 wordt onder
vakantiedagen verstaan het krachtens CAO overeengekomen aantal
vakantiedagen voor een volwassen werknemer, geldende voor het
kalenderjaar voorafgaande aan dat waarin de in artikel 1
genoemde bedragen van kracht zijn. Bij de bepaling van het aantal
vakantiedagen blijven extra vakantiedagen, toegekend in verband met
leeftijd of duur van het dienstverband, buiten aanmerking, evenals
feestdagen en extra verlofdagen.
Art.
3.
Het Besluit van het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming
van 20 december 1995 (Stcrt. 1995, 251), laatstelijk gewijzigd
bij Besluit van 9 januari 1997 (Stcrt. 1997, 15), wordt
ingetrokken. De bepalingen van die regeling blijven echter van kracht
ten aanzien van premiebetalingstijdvakken welke zijn geëindigd vóór 1
januari 1998.
Art.
4.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1998.
Dit
besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden
gepubliceerd.
Amsterdam, 10 december
1997.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
TOELICHTING
[10 december 1997]
Jaarlijks worden ten behoeve van de werknemers die van hun werkgever
geen vakantieloon en vakantietoeslag krijgen uitbetaald afwijkende
franchisebedragen voor de premieheffing van de AWf-premie [AWf: Algemeen
Werkloosheidsfonds, red.] vastgesteld.
De bedragen, genoemd in artikel 1
van dit besluit, komen in de plaats van de bedragen, genoemd in het Besluit
van 20 december 1995 (Stcrt. 1995, 251), laatstelijk
gewijzigd bij Besluit van 9 januari 1997 (Stcrt. 1997, 15).
Amsterdam, 10 december
1997.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
|