|
17 december 2001/nr. SV/AVF/2001/83222
Directie Sociale Verzekeringen
De
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F.
Hoogervorst;
Gelet op artikel 7 van de Coördinatiewet
Sociale Verzekering;
Besluit:
Goed te keuren het Besluit
van het Landelijk instituut sociale verzekeringen van 21 november 2001
inzake de tot het loon te rekenen fooien en dergelijke prestaties van
derden.
Dit besluit wordt, tezamen met het goedgekeurde besluit en de
toelichting daarop, geplaatst in de Staatscourant.
‘s-Gravenhage, 17
december 2001.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.
FOOIENBESLUIT
2002
Het
bestuur van het Landelijk instituut sociale
verzekeringen;
Gelet op artikel 7 van de Coördinatiewet
Sociale Verzekering;
Besluit:
Art. 1.
Fooien en dergelijke
prestaties van derden worden, indien in dit
besluit niet anders is bepaald, niet
tot het loon gerekend, voor zover
bij het bepalen van het voor de werknemer rechtens geldende loon met
het ontvangen van deze fooien of
dergelijke prestaties van derden geen
rekening is gehouden.
Art. 2.
Het bedrag van de fooien
genoten door het civiele personeel
aan boord van schepen, uitoefenende de
zeescheepvaart en de kustvaart, wordt geacht het verschil te
bedragen tussen het dagloon zoals dit door
het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen voor de sector Koopvaardij
op grond van artikel 34, vierde lid, van de Invoeringswet
stelselherziening sociale zekerheid is vastgesteld, en
het rechtstreeks van de werkgever ontvangen loon.
Art. 3.
-1. De werknemer werkzaam
bij een onderneming waarin (tevens) horeca-activiteiten verricht worden en behorende tot het bedienend personeel,
die van zijn werkgever niet ten minste het voor hem rechtens geldende
loon ontvangt, wordt geacht fooien en dergelijke prestaties van derden te
genieten tot een bedrag ter grootte
van dat rechtens geldende loon
verminderd met het rechtstreeks van de
werkgever ontvangen loon.
-2. In afwijking van het
eerste lid worden de fooien en dergelijke
prestaties van derden, indien de
werkgever deze in overeenstemming met de
werknemer schat op een hoger bedrag
dan ingevolge dat lid in
aanmerking zou moeten worden genomen,
gesteld op dat geschatte bedrag.
Art. 4.
Het Besluit van de Sociale Verzekeringsraad van 21
december 1989, nr. 8920774 (Stcrt. 1989, 252), op grond
van artikel 7 van de
Coördinatiewet Sociale Verzekering, wordt
per 1 januari 2002 ingetrokken
doch blijft van toepassing voor premiebetalingstijdvakken welke zijn gelegen
vóór 1 januari 2002.
Art. 5.
Indien het bij koninklijke boodschap van 6 april 2001 ingediende
voorstel van wet, houdende
vaststelling van regels voor de invoering van
de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
(Invoeringswet
Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, Kamerstukken II
2000-2001, 27 665), tot wet is
verheven en in werking is getreden,
wordt in dit besluit "Landelijk
instituut sociale verzekeringen" vervangen
door: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
Art. 6.
Dit besluit treedt in
werking met ingang van 1 januari 2002.
Indien de Staatscourant waarin dit
besluit tezamen met het besluit tot
goedkeuring ervan wordt geplaatst, wordt uitgegeven op of na 31 december 2001,
treedt het in werking met
ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin het
wordt geplaatst en werkt het terug
tot en met 1 januari 2002.
Art. 7.
Dit besluit wordt aangehaald
als: Fooienbesluit 2002.
Amsterdam, 21 november 2001.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
TOELICHTING
[21 november 2001]
Algemeen
Met het
Besluit van 21
december 1989, nr. 8920774, heeft de
toenmalige Sociale Verzekeringsraad (SVr) regels gesteld met betrekking tot de
behandeling van fooien genoten door het
civiele personeel aan boord van
schepen, uitoefenende de zeescheepvaart en de kustvaart, en de werknemer in
de zin van de collectieve
arbeidsovereenkomst voor het horeca- en
aanverwante bedrijf. Het besluit van de SVr dient te worden
gewijzigd omdat het alleen van
toepassing is op de werknemer in de zin van
de collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) voor het horeca- en
aanverwante bedrijf, terwijl het besluit omwille van een gelijke behandeling van
toepassing dient te zijn op al het
bedienend personeel in horecaondernemingen. Het Fooienbesluit 2002 is
van toepassing op al het bedienend
personeel van ondernemingen waarin
(tevens) horeca-activiteiten worden verricht. In ondernemingen waarin de
horeca-activiteiten een onderdeel van het bedrijf vormen, geldt het
besluit voor het bedienend personeel dat
in dat bedrijfsonderdeel werkzaam
is.
Daarnaast is van de
gelegenheid gebruik gemaakt het besluit
te actualiseren.
Artikelsgewijze
toelichting
Artikel 2
Artikel 2 is gewijzigd omdat
artikel 34, vijfde lid, van de
Werkloosheidswet is vernummerd tot vierde lid. Tevens
is dit artikel aangepast aan de
gewijzigde uitvoeringsstructuur van de sociale zekerheid.
Artikel 3
Met de wijziging van
artikel 3, eerste lid, is het besluit niet alleen van
toepassing op werknemers in de zin van
de CAO voor het horeca- en
aanverwante bedrijf, maar op al het
bedienend personeel van ondernemingen waarin horeca-activiteiten worden verricht.
Deze wijziging is
aangebracht vanuit het oogpunt van handhaving
met betrekking tot de aan te
houden grondslag voor de
premieheffing ingeval een werknemer in de
horecabranche een lager loon heeft
ontvangen dan het voor hem rechtens
geldende loon.
De Hoge Raad heeft in het
arrest van 2 maart 2001 (C99/180HR)
aangegeven dat fooien in beginsel geen deel uitmaken van het
civiele loonbegrip. De werkgever dient de werknemer het loon te betalen dat
partijen zijn overeengekomen of dat
volgt uit de tussen partijen geldende
CAO.
Ingeval dat niet gebeurt,
wordt de werknemer die van zijn
werkgever niet ten minste het voor hem
rechtens geldende loon ontvangt,
geacht fooien en dergelijke prestaties van derden te genieten tot een bedrag
ter grootte van het rechtens geldende
loon verminderd met het rechtstreeks van de werkgever ontvangen loon.
Het Fooienbesluit 2002 is,
net als het ingetrokken
Fooienbesluit van de toenmalige Sociale
Verzekeringsraad, alleen van toepassing op het
bedienend personeel. Administratief
personeel, dat in de regel geen fooien geniet, wordt hiermee
uitgezonderd van de werking van het
besluit.
Amsterdam, 21 november 2001.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
|