|
BESLUIT van 9 oktober 1990,
houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld
in artikel 16e, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (Besluit
afrekening autokostenvergoedingen voor niet-woon-werkverkeer)
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op
de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid van 29 juni 1990, Directoraat-Generaal Sociale
Zekerheid, Hoofddirectie Sociale Verzekeringen, Hoofdafdeling
Werkloosheidsregelingen, nr. SZ/HSV/WR/SVW/90/3365;
Gelet op artikel 16e, eerste lid, van de
Coördinatiewet Sociale Verzekering (Stb. 1987, 552);
De Raad van State gehoord (advies van 27
augustus 1990, nr. W12.90.0290);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 oktober
1990, Directoraat-Generaal Sociale Zekerheid, nr. SZ/HSV/WR/SVW/90/4370;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Art. 1.
-1. Vergoedingen aan werknemers voor kosten verband houdende met het
vervoer per auto niet behorend tot het woon-werkverkeer, anders dan per
taxi, door een werkgever die gebruik maakt van de regeling neergelegd in
artikel 10f, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit
loonbelasting 1965 (Stb.
1965, 202), worden als loon in aanmerking genomen voor zover zij in
totaal meer hebben bedragen dan het aantal in het premiebetalingstijdvak
voor vergoeding in aanmerking genomen kilometers vermenigvuldigd met het
bedrag per kilometer zoals dat voor die vergoedingen op grond van artikel
6, achtste en negende lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering
(Stb. 1987, 552) is vastgesteld.
-2. Het op de voet van het eerste lid
als loon in aanmerking te nemen bedrag wordt geacht niet te behoren tot
het loon van het premiebetalingstijdvak waarin die vergoedingen zijn
ontvangen, doch wordt geacht te behoren tot het loon van de eerste
kalendermaand van het volgende premiebetalingstijdvak en in die maand te
zijn betaald.
-3. Ingeval de dienstbetrekking in de loop van het premiebetalingstijdvak
is geëindigd, wordt het op de voet van het eerste lid als loon in
aanmerking te nemen bedrag geacht te behoren tot het loon van de
kalendermaand volgende op die waarop de dienstbetrekking is geëindigd
en in die maand te zijn betaald.
-4. Ten aanzien van werknemers aan wie
door een werkgever die gebruik maakt van de regeling neergelegd in artikel
10f, vierde lid, van het Uitvoeringsbesluit
loonbelasting 1965,
kosten verband houdende met het vervoer per auto niet behorend tot het
woon-werkverkeer, anders dan per taxi, worden vergoed, wordt het ter
zake van die vergoedingen over de laatste maand van het
premiebetalingstijdvak als loon in aanmerking te nemen bedrag beschouwd
als loon behorend tot de eerste kalendermaand van het volgende
premiebetalingstijdvak. Dit bedrag wordt geacht in die maand te zijn
betaald.
-5. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder woon-werkverkeer
verstaan woon-werkverkeer als bedoeld in artikel 1 van de Regeling
vergoeding kosten woon-werkverkeer 2001.¹
1. Volgens de redactie
dient "Regeling
vergoeding kosten woon-werkverkeer 2001" te worden vervangen door: Regeling
vergoeding kosten woon-werkverkeer 2002 (zie artikel
5, tweede lid,
van die regeling), red. (zie artikel
5, tweede lid,
van die regeling), red.
Art. 2.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum
van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van
toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan
afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
's-Gravenhage, 9 oktober
1990
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
E. ter Veld
Uitgegeven de eerste
november 1990
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|