|
BESLUIT van 24 oktober 1986,
houdende vaststelling van het Besluit meldingsregeling Coördinatiewet
Sociale Verzekering (Besluit meldingsregeling Coördinatiewet Sociale
Verzekering)
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op
de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid van 23 juli 1986, Directoraat-Generaal Sociale
Zekerheid, Directie Sociale Verzekeringen, Hoofdafdeling
Werknemersverzekeringen, Afdeling Werkloosheidsregelingen, nr.
SZ/SV/SVW/86/06007;
Gelet op artikel 16d, eerste lid, van de
Coördinatiewet Sociale Verzekering (Stb.
1966, 64);
De Raad van State gehoord (advies van 10
oktober 1986, nr. W12.86.0395);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 oktober
1986, Directoraat-Generaal Sociale Zekerheid, Directie Sociale
Verzekeringen, Hoofdafdeling Werknemersverzekeringen, Afdeling
Werkloosheidsregelingen, nr. SZ/SV/SVW/86/08693;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Art. 1.
Dit besluit verstaat onder:
a. wet: Coördinatiewet Sociale Verzekering
(Stb. 1966, 64);
b. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, bedoeld in de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. lichaam: het lichaam, bedoeld in artikel 16d, eerste lid,
van de wet;
d. mededeling: de mededeling, bedoeld in artikel 16d, tweede
lid, van de wet.
Art. 2.
-1. De mededeling ter zake van premie die op grond van
artikel 11, eerste
en vierde lid, van de wet is vastgesteld, dient schriftelijk te worden
gedaan binnen twee weken na de dag waarop het bedrag van de premie,
onderscheidenlijk het bedrag van de voorschotpremie, op grond van de
kennisgeving, bedoeld in artikel 11, derde lid, van de
wet, behoorde te
zijn betaald.
-2. De mededeling ter zake van een ambtshalve premieaanslag op grond van
artikel 12, eerste lid, van de wet dient schriftelijk te worden gedaan
binnen twee weken na de dag waarop het bedrag van de premie op grond van
de ambtshalve premieaanslag behoorde te zijn betaald.
-3. Bij de mededeling wordt inzicht gegeven in de omstandigheden die
ertoe hebben geleid dat de verschuldigde premie niet kan worden betaald.
Art. 3.
-1. Het lichaam is verplicht aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen:
a. de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gevraagde
inlichtingen te verstrekken welke voor de vaststelling van de oorzaak
van de betalingsonmacht, alsmede voor de bepaling van de financiële
positie van het lichaam, van belang kunnen zijn;
b. boeken, bescheiden en andere informatiedragers waarvan de
kennisneming van belang kan zijn voor de vaststelling van de oorzaak van
de betalingsonmacht, alsmede voor de bepaling van de financiële positie
van het lichaam, desgevraagd ter inzage te verstrekken.
-2. De inlichtingen dienen duidelijk, stellig en zonder voorbehoud te
worden verstekt. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
bepaalt de wijze waarop alsmede een redelijke termijn waarbinnen deze
inlichtingen dienen te worden verschaft.
-3. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd afschrift
te nemen en uittreksels te maken van de boeken, bescheiden en andere
informatiedragers die ter inzage worden verstrekt. Ter zake dient de
medewerking te worden verleend die door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen wordt verlangd.
Art. 4.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de datum waarop de Wet van
21 mei 1986 (Stb. 1986, 276) tot nadere wijziging van enige socialeverzekeringswetten, de Wet
betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds en
enige fiscale wetten in verband met het misbruik van rechtspersonen, in
werking treedt.
Art. 5.
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit meldingsregeling Coördinatiewet
Sociale Verzekering.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van
toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan
afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
's-Gravenhage, 24 oktober
1986
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
L. de Graaf
Uitgegeven de tweede
december 1986
De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes
|
|