|
BESLUIT van 8 februari 1996,
houdende uitbreiding van het loonbegrip in de zin van de Coördinatiewet
Sociale Verzekering met bepaalde inhoudingen voor overheidswerknemers (Loonbesluit
overheidswerknemers)
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op
de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid, in overleg met Onze Minister van Binnenlandse
Zaken,
van 21 december 1995, Directie Sociale Verzekeringen, nr. SV/AVF/95/5267;
Gelet op artikel 16e van de
Coördinatiewet
Sociale Verzekering;
De Raad van State gehoord (advies van 15
januari 1996, nr. W12.95.0709);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in overleg met
Onze Minister van Binnenlandse Zaken, van 2 februari 1996, nr. SV/AVF/96/0314;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Art. 1.
De inhoudingen op het loon van een werknemer ingevolge paragraaf 5 van
de Wet
financiële voorzieningen privatisering ABP worden aangemerkt als
loon in de zin van de Coördinatiewet
Sociale Verzekering.
Art. 1a.
-1. Als loon in de zin van artikel
4 van de Coördinatiewet
Sociale Verzekering wordt aangemerkt:
a. wachtgeld uit hoofde van een
dienstbetrekking die is geëindigd vóór 1 januari 2001;
b. wachtgeld uit hoofde van een
dienstbetrekking die is geëindigd op of na 1 januari
2001, voor zover de periode waarover het recht op wachtgeld
zich uitstrekt niet samenvalt met de periode waarover het, in
verband met dezelfde werkloosheid ontstane, recht op uitkering
op grond van de Werkloosheidswet,
bedoeld in hoofdstuk IIa of
IIb van die wet, inclusief een eventuele verlenging van die
duur op grond van artikel
76 van die wet, zich uitstrekt; en
c. uitkering wegens ziekte,
tenzij in verband met die ziekte tevens recht is ontstaan op
uitkering op grond van de Ziektewet.
-2. In dit artikel wordt verstaan onder
wachtgeld: wachtgeld in de zin van het Rijkswachtgeldbesluit
1959 of een soortgelijke uitkering van een overheidswerknemer op
grond van ontslag of werkloosheid alsmede een wachtgeld of daarmee
gelijkgestelde uitkering in de zin van de bij of krachtens de Kaderwet
militaire pensioenen vastgestelde bepalingen, met uitzondering van een uitkering in
verband met functioneel leeftijdsontslag of vrijwillig vervroegd
uittreden.
-3. In dit artikel wordt verstaan onder
uitkering wegens ziekte: bezoldiging of uitkering wegens ziekte na
beëindiging van het dienstverband als bedoeld in artikel
42 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, zoals dat luidde
op 31 december 1997, of een overeenkomstige bepaling van een
soortgelijke regeling.
Art. 2.
Dit besluit wordt aangehaald als: Loonbesluit overheidswerknemers.
Art. 3.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug
tot en met 1 januari 1995.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden
geplaatst.
’s-Gravenhage, 8 februari 1996
BEATRIX
De Staatssecretaris van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid,
R.L.O. Linschoten
Uitgegeven de twintigste
februari 1996
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
NOTA
VAN TOELICHTING
[8 februari 1996]
In dit besluit wordt bepaald
dat als loon in de zin van de Coördinatiewet
Sociale Verzekering (CSV)
wordt aangemerkt de inhoudingen op het loon van de overheidswerknemers
ter zake van ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid, bedoeld in
paragraaf 5 van de Wet
financiële voorzieningen privatisering ABP (Wet
FVP/ABP) [ABP: Algemeen burgerlijk pensioenfonds, red.].
Bedoelde inhoudingen zijn
ingevoerd om het bruto-nettotraject van overheidswerknemers gelijk
te maken aan dat van werknemers in particuliere dienst die verzekerd zijn op grond van de
Ziektewet, de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Werkloosheidswet.
Deze inhoudingen worden niet
afgedragen aan een fonds, maar blijven na inhouding in kas bij de
overheidswerkgever.
De inhoudingen zijn
ingevoerd per 1 januari 1995. Als grondslag voor de berekening van de
inhoudingen wordt ingevolge artikel 28, eerste lid, onderdeel a, van de
Wet
FVP/ABP het loonbegrip van de CSV gehanteerd. De premies
werknemersverzekeringen behoren tot dat loonbegrip. Vanwege het uitgangspunt
binnen de overheidssector een met de marktsector gelijk
bruto-nettotraject tot stand te brengen, zouden genoemde inhoudingen
eveneens in dat loonbegrip opgenomen moeten zijn. Bij de totstandkoming van de
Wet
FVP/ABP is verondersteld dat die
inhoudingen in dat
loonbegrip begrepen zouden zijn en dat daartoe geen bijzondere bepaling nodig
zou zijn. Bij circulaire met het onderwerp "Rekenregels bruto-nettotraject
1995", d.d. 16 november 1994, kenmerk AB94/U1528, is dit
uitgangspunt toegelicht ten behoeve van alle organen in de zin van de Algemene
burgerlijke pensioenwet.
De overheidswerkgevers
hebben conform de bedoeling van de Wet FVP/ABP met ingang van 1
januari 1995 de inhoudingen vastgesteld op basis van het loon inclusief
de inhoudingen.
Inmiddels is na overleg met
het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming [Tica, de
rechtsvoorganger van het Landelijk instituut sociale
verzekeringen (Lisv), dat met ingang van 1 januari 2002 is opgevolgd
door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), red.] geconstateerd dat
de gelijkstelling van de inhoudingen met loon in de zin van de CSV
wel een bijzondere bepaling vergt, omdat de
inhoudingen niet automatisch
onder genoemd loonbegrip blijken te vallen. Artikel 1 van het
onderhavige besluit voorziet alsnog in de bedoelde gelijkstelling. Er
is hierbij, zoals reeds aangegeven, sprake van bestendiging van de
bestaande praktijk. Teneinde die praktijk alsnog een rechtsgrond te geven,
voorziet artikel 3 in terugwerkende kracht van de bedoelde gelijkstelling tot
1 januari 1995.
In het bovenstaande alsmede
in de citeertitel wordt gesproken van "overheidswerknemer",
terwijl in het besluit wordt uitgegaan van het begrip "werknemer". Dit is
bewust gedaan. In deze toelichting alsmede in de citeertitel is het begrip
"overheidswerknemer" gebruikt om het onderscheid met de werknemer
in de marktsector helder te houden. In het besluit wordt aangesloten
bij de formele omschrijving van degene op wiens loon ingevolge de Wet
FVP/ABP de inhoudingen worden gepleegd: de werknemer in de zin van
artikel 28 van die wet.
Er is voor gekozen om met
dit besluit een vangnet te bieden voor situaties waarvoor geen
specifieke regeling bij of krachtens de wet is getroffen. Voor een viertal
specifieke situaties is in andere regelingen reeds een bepaling opgenomen
op grond waarvan het loonbegrip is uitgebreid met de bedoelde
inhoudingen. Dit betreft de volgende situaties:
1. In artikel 25 juncto
artikel 22, tweede lid, van de Wet
FVP/ABP is bepaald dat de invaliditeitspremie voor de
WAO-conforme regeling
berekend wordt over het loon inclusief de inhoudingen.
2. In artikel 29 juncto
artikel 28, tweede lid, van de Wet
FVP/ABP is bepaald dat de inhoudingen
berekend worden over het loon inclusief de inhoudingen.
3. In artikel 4, tweede lid,
van het Aanwijzingsbesluit verplicht verzekerden Ziekenfondswet [zie
artikel 4, tweede volzin, van het Aanwijzingsbesluit
verzekerden Zfw, red.] is bepaald
dat de premie Ziekenfondswet wordt berekend over het loon inclusief de inhoudingen.
4. In artikel 32, eerste
lid, van de Wet
privatisering ABP (WPA) juncto artikel
14, eerste lid, van
de WAO is bepaald dat de WAO-conforme uitkering berekend wordt
over het dagloon. Krachtens artikel 32, vierde lid, van de WPA is een
dagloonbesluit voor de WAO-conforme uitkering vastgesteld. In dat
dagloonbesluit is bepaald dat het dagloon van de WAO-conforme uitkering wordt
berekend over het loon inclusief de inhoudingen.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
R.L.O. Linschoten
|
|