Memories van toelichting eerste lezing Grondwetsherziening 1983:
- 1. Klassieke grondrechten (artt. 1, 3-10, 12-17)
- 2. Toelating, uitzetting, Nederlanderschap en ingezetenschap (art. 2)
- 3. Onaantastbaarheid menselijk lichaam (art. 11)
- 4. Sociale grondrechten (artt. 18-23)
- 5. Koningschap (artt. 24-41)
- 6. Koning en ministers (artt. 42-44, 46, 48, 49)
- 7. Ministerraad en contraseign (artt. 45, 47)
- 8. Inrichting en samenstelling Staten-Generaal (artt. 50, 51, 60, 61, 63, 64)
- 9. Verkiezing Tweede en Eerste Kamer (artt. 52-59)
- 10. Werkwijze Staten-Generaal (artt. 65-67, 69, 71, 72)
- 11. Inlichtingen en enquête (artt. 68, 70)
- 12. Vaste colleges (artt. 73, 74, 76, 77-80)
- 13. Wetten en andere voorschriften (artt. 81-89)
- 14. Buitenlandse betrekkingen (artt. 91-94, 96)
- 15. Uitzonderingstoestanden (art. 103)
- 16. Belastingen (art. 104)
- 17. Begroting (art. 105)
- 18. Vervallen artikelen 73 en 190 t/m 192
- 19. Codificatie (art. 107)
- 20. Ombudsman (art. 108)
- 21. Rechtspositie ambtenaren (art. 109)
- 22. Openbaarheid van bestuur (art. 110)
- 23. Adeldom en ridderorden (art. 111)
- 24. Rechtspraak (artt. 112, 113, 115-117, 120-122)
- 25. Hoge Raad der Nederlanden (art. 118)
- 26. Berechting ambtsmisdrijven (art. 119)
- 27. Provincies en gemeenten (artt. 123-127, 129, 131, 132)
- 28. Kiesrecht vreemdelingen (art. 130)
- 29. Waterschappen (art. 133)
- 30. Overige openbare lichamen (art. 134)
- 31. Samenwerking van en geschillen tussen openbare lichamen (artt. 135, 136)
- 32. Herziening Grondwet (artt. 137-142)
- 33. Vervallen artikelen 1 en 2
- 34. Vervallen additioneel artikel I

 

 

Inhoudsopgave Gw

Hoofdstuk 1 Grondrechten artt. 1 - 23
Hoofdstuk 2 Regering artt. 24 - 49
§ 1x Koning artt. 24 - 41
§ 2x Koning en ministers artt. 42 - 49
Hoofdstuk 3 Staten-Generaal artt. 50 - 72
§ 1x Inrichting en samenstelling artt. 50 - 64
§ 2x Werkwijze artt. 65 - 72
Hoofdstuk 4 Raad van State, Algemene Rekenkamer, Nationale ombudsman en vaste colleges van advies artt. 73 - 80
Hoofdstuk 5 Wetgeving en bestuur artt. 81 - 111
§ 1x Wetten en andere voorschriften artt. 81 - 89
§ 2x Overige bepalingen artt. 90 - 111
Hoofdstuk 6 Rechtspraak artt. 112 - 122
Hoofdstuk 7 Provincies, gemeenten, waterschappen en andere openbare lichamen artt. 123 - 136
Hoofdstuk 8 Herziening van de Grondwet artt. 137 - 142
Additionele artikelen artt. I - XXX
xxxxxxxxxxx   xxxxxxxxxxxxx

Geschiedenis:
Staatsblad 1995, 401 Staatsblad 1995, 402Staatsblad 1995, 403Staatsblad 1995, 404 Staatsblad 1999, 133Staatsblad 1999, 134Staatsblad 1999, 135 Staatsblad 1999, 454Staatsblad 2000, 294Staatsblad 2002, 144 Staatsblad 2002, 200 Staatsblad. 2005, 52Staatsblad 2006, 170Staatsblad 2006, 240Staatsblad 2008, 272Staatsblad 2008, 273Staatsblad 2008, 405.

 

 

GRONDWET voor het Koninkrijk der Nederlanden van 24 augustus 1815, Stb. 1815, 45. Laatste tekstplaatsing: Stb. 2008, 348. Inwerkingtreding: 12 september 1840 (Stb. 1840, 54).

 

 

HOOFDSTUK  1

Grondrechten

 

Art. 1. [Gelijkheidsbeginsel; discriminatieverbod] (1.1)  [GeschiedenisOvWMvTversie 21 maart 2002versie 6 april 2006versie 15 juli 2008]      [JurisprudentieLJN AA4301AA5111AA8538AD5014AE0174AE6409AE6671AE7389AE9790]
Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

 

Art. 2. [Nederlanderschap; vreemdelingen; uitlevering; recht land te verlaten] (1.2)  [GeschiedenisOvRMvTversie 21 maart 2002versie 6 april 2006versie 15 juli 2008]
-1. De wet regelt wie Nederlander is.
-2. De wet regelt de toelating en de uitzetting van vreemdelingen.
-3. Uitlevering kan slechts geschieden krachtens verdrag. Verdere voorschriften omtrent uitlevering worden bij de wet gegeven.
-4. Ieder heeft het recht het land te verlaten, behoudens in de gevallen bij de wet bepaald.

 

Art. 3. [Gelijke benoembaarheid in openbare dienst] (1.3)  [GeschiedenisOvWMvTversie 21 maart 2002versie 6 april 2006versie 15 juli 2008]
Alle Nederlanders zijn op gelijke voet in openbare dienst benoembaar.

 

Art. 4. [Kiesrecht] (1.4)  [GeschiedenisOvWMvTversie 21 maart 2002versie 6 april 2006versie 15 juli 2008]
Iedere Nederlander heeft gelijkelijk recht de leden van algemeen vertegenwoordigende organen te verkiezen alsmede tot lid van deze organen te worden verkozen, behoudens bij de wet gestelde beperkingen en uitzonderingen.

 

Art. 5. [Petitierecht] (1.5)  [GeschiedenisOvWMvTversie 21 maart 2002versie 6 april 2006versie 15 juli 2008]
Ieder heeft het recht verzoeken schriftelijk bij het bevoegd gezag in te dienen.

 

Art. 6. [Vrijheid van godsdienst en levensovertuiging] (1.6)  [GeschiedenisOvWMvTversie 21 maart 2002versie 6 april 2006versie 15 juli 2008]
-1. Ieder heeft het recht

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is te verkrijgen op www.123recht.nl