|
19 december 2000/nr. AM/RAW/2000/85469
Directie Arbeidsmarkt
De
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Handelende in overeenstemming met de Minister
voor Grotesteden- en Integratiebeleid;
Gelet op artikel 6, tweede lid, onderdeel d
en e, van het Besluit in- en
doorstroombanen;
Besluit:
Artikel 1.
Beleidsregels
toepassing detacheringsverbod Besluit in- en doorstroombanen
Op grond van artikel
6,
tweede lid, onderdeel d en e, van het Besluit in- en
doorstroombanen (Besluit ID-banen) zijn in het kader van dat besluit detacheringsconstructies niet
toegestaan.
Het Besluit ID-banen is
bedoeld om onder meer de gemeenten in
de gelegenheid te stellen structurele en
reguliere arbeidsplaatsen te scheppen
in de semi-collectieve sector. Net
als bij andere reguliere
arbeidsplaatsen is het de bedoeling dat werknemers die werkzaam zijn in het kader
van deze regeling hun werkzaamheden
daadwerkelijk verrichten voor de werkgever met wie zij een
arbeidsovereenkomst hebben. Met het detacheringsverbod onderscheidt het Besluit ID-banen zich dus
nadrukkelijk van de Wet inschakeling werkzoekenden.
Deze beleidsregels zijn een
bekendmaking van het beleid van de
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met
betrekking tot de toepassing van het detacheringsverbod op grond van artikel
6,
tweede lid, onderdeel d en e, van
het Besluit ID-banen. De beleidsregels
geven aan wat onder detachering wordt
verstaan, welke organisatievormen en wijzen van aansturing door
derden met inachtneming van het
detacheringsverbod kunnen worden geaccepteerd of moeten worden afgewezen
en op welke wijze de naleving
van het verbod op detachering zal
worden gewaarborgd.
De beleidsregels komen wat
betreft de inhoud overeen met de
gewijzigde Richtlijn toepassing
detacheringsverbod per 1 juli 1997 in de
Regeling extra werkgelegenheid voor
langdurig werklozen (zoals
gepubliceerd in Stcrt. 245 van 19 december 1997).
Onderstaand zal, na een
weergave van het algemene kader voor de
naleving van het verbod op
detachering, specifiek op enkele zaken worden
ingegaan. Geoorloofde constructies in geval van een
stichtingstructuur, in de sectoren openbare veiligheid/toezicht en sport en voor
werkzaamheden in de particuliere
dienstverlening zullen, mede op grond van praktijksituaties, worden behandeld met dien
verstande dat in alle gevallen het
onderstaande algemene kader van
toepassing is.
Werkgeverschap en
detachering
Voor de beoordeling of
sprake is van ongeoorloofde detachering of
niet, is het van belang twee aspecten
van het werkgeverschap van elkaar te
onderscheiden: het formele werkgeverschap en het materiële
werkgeverschap. Twee typen situaties doen
zich voor. Formeel en materieel
werkgeverschap vallen volledig samen, zoals
in normale arbeidsverhoudingen te doen gebruikelijk is en zo ook in
het kader van het onderhavige besluit.
Dat betekent dat de werkgever binnen zijn organisatie arbeid laat
verrichten door werknemers met wie hij een
arbeidsovereenkomst heeft gesloten. Hij is als werkgever zelf
verantwoordelijk voor de loonbetaling van de
werknemer, de dagelijkse leiding over de
werkzaamheden en het toezicht daarop. Daarnaast kan een situatie voorkomen
waarbij uitsluitend sprake
is van "materieel werkgeverschap".
Hierbij laat een werkgever arbeid
verrichten door werknemers die een
arbeidsovereenkomst hebben met een derde. Hijzelf verzorgt echter de
dagelijkse leiding en de controle op de werkzaamheden van deze werknemers. Op
grond van het
detacheringsverbod in het Besluit ID-banen
is het
niet toegestaan werknemers ter beschikking
te stellen of uit te lenen aan
een andere werkgever die materieel het
werkgeverschap vervult.
Het detacheringsverbod sluit
niet uit dat de werknemers bij of
voor een andere organisatie
werkzaamheden uitvoeren, mits de formele
werkgever maar de leiding over, het
toezicht op en de controle over de
werkzaamheden behoudt. De werknemer moet
in die situatie nadrukkelijk
zijn opdrachten alleen van zijn formele
werkgever krijgen en is alleen aan
deze formele werkgever verantwoording
schuldig. Voor zover de afnemer aanwijzingen geeft voor de werkzaamheden
geschiedt dat via de formele
werkgever en niet rechtstreeks aan de
werknemer. Op deze situatie zal hierna voor diverse werkzaamheden
nog nader worden ingegaan.
Het is evenmin toegestaan om
een ID-werknemer werkzaamheden te laten verrichten die niet onder de
directe leiding en toezicht van de
werkgever staan bij wie de betreffende werknemer formeel in dienst is, maar
structureel onder de leiding en het
toezicht worden uitgevoerd van een
persoon die in dienst is bij een
andere werkgever (of een organisatie waar de
werkzaamheden worden uitgevoerd).
Stichtingen
Bij de uitvoering van de
voormalige Regeling extra
werkgelegenheid voor langdurig werklozen (Ewlw),
de voorganger van het Besluit ID-banen, zijn destijds veel
gemeenten
overgegaan tot het oprichten van stichtingen die optraden als werkgevers en rechtstreeks werknemers in
dienst namen. In het spraakgebruik
wordt dit wel een "functionele
stichting" genoemd, waarmee wordt
gedoeld op een rechtspersoon met een afgeronde, op het publieke domein
gerichte doelstelling. Voorbeelden hiervan zijn een Stichting Stadswacht of een
Stichting Schoon. Dergelijke
stichtingen blijven onder het detacheringsverbod
toegestaan, mits daarbij de stichting
als formele en materiële werkgever optreedt.
Toezichthoudende functies
In
artikel 3, vierde lid,
van het Besluit ID-banen is bepaald
dat gemeentelijk beleid voor het tot stand brengen van nieuwe
arbeidsplaatsen op het gebied van openbare
veiligheid en toezicht door het
gemeentebestuur wordt vastgesteld na
bespreking in het reguliere driehoeksoverleg
van burgemeester, officier van justitie en
korpschef. In de praktijk wordt meestal afgesproken dat de gemeente
moet samenwerken met de lokale
politie. Met het oog op het
detacheringsverbod zal getoetst moeten worden
of de samenwerking tussen politie
en stadswachten op de juiste wijze vorm
heeft gekregen. Rechtstreekse en
dagelijkse aansturing van individuele
stadswachten door politiefunctionarissen
die handelen op gezag van de
korpsleiding of het fysiek onderbrengen
van stadswachten bij de politie
is niet mogelijk. Bij de dagelijkse
werkzaamheden van stadswachten kan uiteraard worden samengewerkt met de
politie, maar de formele werkgever
moet in praktijk leiding geven.
Voor zover in het
driehoeksoverleg is afgesproken dat de politie
aanwijzingen kan geven voor het
functioneren van de stadswachten zullen
dergelijke aanwijzingen op organisatieniveau in de vorm van overleg met het
management van de stadswachtorganisatie moeten worden gegeven en
niet rechtstreeks aan individuele medewerkers. Afspraken op
managementniveau moeten binnen de betrokken organisaties hun vertaling krijgen naar
werkniveau. Daarnaast kan een politiefunctionaris in een strikt adviserende
rol een stichtingsbestuur ter
zijde staan of kan er op leidinggevend
niveau van een overlegstructuur tussen
gemeente (stichting) en politie
sprake zijn.
Sport
Tot de (semi-)collectieve
sector waarbinnen gemeenten arbeidsplaatsen
tot stand kunnen brengen, behoort
ook de sector "sport".
Sportorganisaties die voor 50% of meer uit
collectieve middelen worden gefinancierd, kunnen het werkgeverschap vervullen
voor werknemers op grond van het Besluit ID-banen. Vertegenwoordigers
van de sportorganisaties hebben er
in het verleden op gewezen dat kleine
sportverenigingen mogelijk onvoldoende
werkzaamheden hebben om een werknemer te voorzien van
een volledige baan. Een dergelijke
situatie kan worden opgelost door de
oprichting of uitbreiding van een
gemeentelijke tak van dienst of stichting
die werknemers werkzaamheden laat uitvoeren bij uiteenlopende
sportorganisaties. De sportorganisaties kunnen
dan de gewenste werkzaamheden
aanmelden bij de leiding van de
gemeentelijke organisatie waar de
werknemers in dienst zijn, waarna deze
leiding vervolgens het materiële
werkgeverschap vervult. De suggestie vanuit
de sportwereld voor een omgekeerde
situatie, waarbij verschillende
verenigingen gezamenlijk een
gesubsidieerde werknemer aanstellen, is uitdrukkelijk
niet toegestaan.
Verrichten van diensten aan
particulieren
Voorshands wordt er hier op
gewezen dat slechts als aan alle
voorwaarden van het Besluit ID-banen is
voldaan, het in het kader van dat
besluit is toegestaan werkzaamheden te verrichten die rechtstreeks ten goede
komen aan particulieren. Te denken
valt hierbij aan werkzaamheden als
kinderopvang bij ouders thuis of het uitvoeren van bepaalde klussen in of rond
particuliere woningen. Naast het detacheringsverbod dienen voorwaarden als geen
concurrentievervalsing te
worden nageleefd. Op het verrichten
van diensten aan particulieren in het
kader van het besluit zal hier
verder niet worden ingegaan.
Toezicht naleving
detacheringsverbod
Controle op naleving van het
detacheringsverbod zal worden uitgeoefend door de gemeentelijke
accountant. Om de accountant in staat te
stellen na te gaan of het detacheringsverbod wordt gerespecteerd, zal de
administratie van de werkgever arbeidsovereenkomsten met werknemers moeten
bevatten en in geval van preventieftoezichtfuncties een beschrijving van
de samenwerkingsafspraken
met de politie. Daarnaast moet voor
elke soort functie worden
vastgelegd wie de werknemer instrueert,
werkzaamheden opdraagt of anderszins
toezicht uitoefent op de dagelijkse werkzaamheden van de werknemer. Ten
slotte
zal uit de administratie van
de werkgever moeten blijken waar de
werknemer is gehuisvest en op welke
collectieve arbeidsvoorwaardenregeling
of andere arbeidsrechtelijke overeenkomst de arbeidsrechtelijke
afspraken zijn gebaseerd.
Mocht een accountant niet in
staat zijn een goedkeurende
accountantsverklaring af te geven op grond van
gerede twijfel over het naleven van
het detacheringsverbod, dan kan
een waarneming ter plekke door
de Accountantsdienst van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden
uitgevoerd.
Artikel
2. Inwerkingtreding,
citeertitel
-1. Dit besluit treedt in
werking met ingang van 1 januari 2001.
-2. Dit besluit wordt
aangehaald als: Beleidsregels toepassing
detacheringsverbod Besluit in- en
doorstroombanen.
De
Beleidsregels toepassing
detacheringsverbod Besluit in- en
doorstroombanen zullen in de Staatscourant
worden geplaatst. Hiermee vervalt
de Richtlijn toepassing detacheringsverbod per 1 juli 1997 in de
Regeling extra werkgelegenheid voor
langdurig werklozen (Stcrt. 245 van 19
december 1997).
's-Gravenhage, 19 december
2000.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
W.A. Vermeend.
|