|
18 december 2000/nr. AM/RAW/00/83081
Directie Arbeidsmarkt
De
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Handelende in overeenstemming met de Minister
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister voor
Grotesteden-
en Integratiebeleid;
Gelet op artikel
17, derde lid, van het Besluit
in- en doorstroombanen;
Besluit:
Art. 1.
Definities
In deze regeling wordt
verstaan onder:
a. besluit: het Besluit
in- en doorstroombanen;
b. minister: de Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
c. instroombaan: een
dienstbetrekking die wordt vervuld op een
arbeidsplaats als bedoeld in artikel 3,
eerste lid, van het besluit;
d. doorstroombaan: een
dienstbetrekking die wordt vervuld op een arbeidsplaats als bedoeld in
artikel 10, eerste lid, van het besluit.
Art. 2.
Structurele
verstrekking persoonsgegevens
-1. Het gemeentebestuur
registreert over elk halfjaar ten
behoeve van de uitvoering van artikel 17
van het
besluit de in bijlage 1 bij
deze regeling behorende gegevens ten aanzien van personen die werkzaam
zijn in een in- of doorstroombaan
die op enig moment in het
betreffende halfjaar zijn vervuld.
-2. Het gemeentebestuur
draagt er zorg voor dat de
persoonsgegevens, bedoeld in het eerste lid,
binnen zes weken na afloop van elk halfjaar aan een door de minister aangewezen bewerker worden verstrekt in
de vorm van een door deze
bepaalde informatiedrager. Als
bewerker is aangewezen het Nederlands Economisch Instituut te Rotterdam.
Art. 3.
Bewerker
-1. De bewerker verwerkt de
persoonsgegevens op een door de minister te bepalen wijze.
-2. Door de bewerker worden
geen persoonsgegevens of
verwerkte persoonsgegevens aan derden verstrekt, behoudens in opdracht van de
minister.
Art. 4.
Door de minister kunnen
persoonsgegevens als bedoeld in artikel 2,
eerste lid, worden verstrekt aan
het Centraal Bureau voor de
Statistiek ten behoeve van het
verrichten van statistisch onderzoek.
Art. 5.
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in
werking met ingang van 1 januari 2001.
Art. 6.
Citeertitel
Deze regeling wordt
aangehaald als: Regeling informatie Besluit
in- en doorstroombanen.
Deze regeling zal met de
toelichting en de bijlage in de
Staatscourant worden geplaatst.
‘s-Gravenhage, 18 december
2000.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
W.A.Vermeend.
TOELICHTING
[18 december 2000]
Algemeen
Inleiding
Met de inwerkingtreding van
het Besluit in- en
doorstroombanen (Besluit ID-banen) per 1
januari 2000 hebben de gemeenten de
volledige verantwoordelijkheid
gekregen over het instrument ID-banen.
Immers per genoemde datum zijn de banen
in de zorg overgeheveld naar
gemeenten. Het Besluit ID-banen vormt
naast de Wet inschakeling werkzoekenden en de Wet sociale
werkvoorziening één van de gemeentelijke arbeidsmarkt- en werkgelegenheidsinstrumenten.
Bij de gemeenten berust de
nadere invulling en uitvoering van
het Besluit ID-banen. In verband
hiermee dienen zij inzicht te kunnen
geven in en verantwoording te kunnen afleggen over de wijze waarop zij het
Besluit ID-banen hebben
toegepast en wat de effecten daarvan
zijn. Niet alleen de gemeenten zijn
hierop aanspreekbaar, maar ook de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor zover
het betreft het landelijke beleidskader. De statistische
informatievoorziening speelt hierbij een
belangrijke rol. Gebaseerd op de gegevens die
de gemeenten bij de uitvoering
van de regelgeving verkrijgen en in
de administratie vastleggen, is dit het
primaire kanaal waarlangs informatie
ter beschikking kan komen over
de personen die met de ID-banen worden bereikt. Tevens kan inzicht
worden verkregen over de toepassing
van de andere in het besluit
opgenomen mogelijkheden voor door- en
uitstroom.
In artikel 17 van het
besluit wordt aan gemeentebesturen de
verplichting opgelegd om de minister deze
gegevens te verstrekken. De
onderhavige regeling vormt hiervan de uitwerking.
Reikwijdte
De regeling bestrijkt de
beleidsinformatie die door gemeenten aan de Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid wordt
verstrekt ten aanzien van de toepassing
van het Besluit ID-banen. Het
betreft derhalve niet alleen gegevens over de
personen met een ID-dienstbetrekking, maar ook over de soort
dienstbetrekking, de uitstroom daaruit en de
ten behoeve van de uitstroom
verstrekte uitstroompremie.
In dit verband is het van
belang erop te wijzen dat met deze
regeling alleen de periodiek te
verstrekken beleidsinformatie wordt
geregeld voor de verstrekking waarvan de gemeenten voorzieningen dienen te
treffen in hun administratie. Indien
nodig kan de Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid ook andere
beleidsinformatie aan gemeenten vragen.
Aard van de
gegevensverstrekking
De regeling houdt in dat de
gemeenten periodiek basisgegevens
verstrekken die zij aan hun reguliere
administratie ontlenen. Deze wijze van gegevensverstrekking is de gemeente
bekend van zowel de
statistiek Algemene bijstandswet als de
Wet inschakeling werkzoekenden.
Voor de gemeenten heeft zo’n
systeem voordelen omdat zij worden ontlast van uitvoering van
nadere bewerkingen op deze
gegevens. Voor de gemeenten blijven de lasten voornamelijk beperkt tot het eventueel
aanbrengen van aanpassingen
in de administratie.
Over de inhoud van de
statistiek heeft overleg plaatsgevonden
met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. De gekozen wijze
van gegevensverstrekking maakt
ook een flexibele
informatievoorziening mogelijk. De bewerking van de gegevens tot de benodigde informatie
vindt op een centraal punt plaats.
Hiermee kan aanzienlijk sneller worden
ingespeeld op wisselende beleidsvragen
dan wanneer de gemeenten zou worden gevraagd de gegevens op een
bepaalde wijze aan te leveren met
alle daaraan verbonden wijzigingen in
programmatuur en dergelijke.
Bewerker
De gegevens worden in
formele zin ter beschikking gesteld aan
de Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid. De
feitelijke verzameling en bewerking van deze
gegevens wordt echter in handen
gelegd van een extern bureau, dat
deze werkzaamheden als bewerker
in opdracht van de minister verricht.
Het Nederlands Economisch Instituut (NEI) is als
zodanig aangewezen. Met het NEI is daartoe een overeenkomst gesloten die
een looptijd heeft tot 1 januari 2003.
Hierin zijn de waarborgen opgenomen
ten aanzien van de technische en
organisatorische beveiligingsmaatregelen inzake de door het NEI te
verrichten be- en verwerkingen.
Uitbesteding laat onverlet
dat de verzameling, bewaring en
bewerking van de gegevens plaatsvindt
onder de verantwoordelijkheid van de
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met
inachtneming van de geldende regelgeving
op het terrein van privacybescherming in het algemeen en de bescherming
van persoonsgegevens in het bijzonder. In algemene zin wordt ten
aanzien van het betrokken externe bureau
nog opgemerkt dat dit bureau
zelf ook onderworpen is aan de
betreffende privacyregelgeving.
De voortgang van de
werkzaamheden van het NEI zal worden
gevolgd door een interne begeleidingscommissie en een klankbordgroep waarin
ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten zal zijn
vertegenwoordigd.
Privacybescherming
De gemeenten
en de burgers
over wie gegevens worden verstrekt,
dienen er volledig op te kunnen
vertrouwen dat met de gegevens op een
zorgvuldige wijze wordt omgegaan. Dit is
te meer van belang omdat bij de
informatievoorziening gebruik wordt gemaakt van het administratienummer
(A-nummer) als bedoeld in de Wet
gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.
Voor het gebruik van het A-nummer is gekozen, omdat vanwege wettelijke
beperkingen het gebruik van het
sociaal-fiscaal nummer (sofinummer) niet is
toegestaan.
Door te kiezen voor het
A-nummer en het Centraal Bureau voor
de Statistiek (CBS) bij de
statistische verwerking van gegevens een
rol te geven, wordt het mogelijk
gemaakt inzicht te verkrijgen in de
deelname aan de ID-banen door
personen met specifieke kenmerken.
De gemeenten dienen die
gegevens te registreren die
noodzakelijk zijn om te voldoen aan de
verplichting van artikel 17 van het besluit
om de minister gegevens te verstrekken ten behoeve van de
beleidsvorming. De partijen die betrokken zijn
bij de gegevensverstrekking zijn
alle onderworpen aan de hiervoor genoemde regels voor de bescherming
van persoonsgegevens.
De gegevens worden slechts
aan derden verstrekt ten behoeve
van statistisch of wetenschappelijk
onderzoek. In de regeling is daartoe
een bepaling opgenomen op basis
waarvan uitsluitend in opdracht van
de Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid
persoonsgegevens kunnen worden verstrekt aan
derden. Zo nodig zullen daarbij in
aanvulling op de algemene
privacywetgeving nadere voorwaarden worden
gesteld. Een verzoek om over de
gegevens te beschikken, zal worden beoordeeld naar het doel en mogelijke
gebruik van zo’n onderzoek.
Voorts is in de regeling
opgenomen dat aan het CBS
persoonsgegevens kunnen worden verstrekt ten
behoeve van het verrichten van
statistisch onderzoek.
Gemeenten kunnen bij het NEI
overigens wel de gegevens die
betrekking hebben op hun eigen gemeente opvragen.
In dit verband is het van
belang op te merken dat de op deze wijze
verkregen informatie over de
uitvoering door de gemeenten van het Besluit
ID-banen niet zullen worden gebruikt in het kader van toezicht.
Het uiteindelijke oordeel van het toezicht
wordt gebaseerd op de
accountantsverklaring, de jaaropgave van de
gemeenten en zo nodig aanvullende eigen
waarneming door de rijksconsulenten.
Artikelsgewijze
toelichting
Artikel 2
Het eerste lid van dit
artikel bepaalt dat de gemeenten over elk halfjaar gegevens registreren en
aanleveren aan de Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid over de
uitvoering van het Besluit ID-banen. De betreffende persoonsgegevens
zijn opgenomen en nader
toegelicht in de bijlage bij de regeling.
Op grond van het tweede lid
worden de gegevens feitelijk
verstrekt aan een extern bureau, dat als
bewerker in opdracht van de minister de verzameling en bewerking van de gegevens uitvoert. Met het begrip
bewerker wordt gedoeld op de in
artikel 1 van de Wet persoonsregistraties (Wpr) [zie Wet
bescherming persoonsgegevens (Wbp), red.] omschreven zelfstandige - natuurlijke persoon of rechtspersoon
- die ten behoeve van degene die
verantwoordelijk is voor de gegevens, feitelijk en overeenkomstig de
instructies van die verantwoordelijke, in casu
de minister, de gegevens verzamelt en
verwerkt. De bewerker heeft derhalve geen enkele beslissingsbevoegheid met
betrekking tot het gebruik
van de gegevens, het verstrekken van gegevens aan derden, de duur van de
gegevensopslag en
dergelijke.
Artikel 3
De bewerker staat onder
volledige regie en
verantwoordelijkheid van de Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid. Zijn
positie is vergelijkbaar met die van een administratiekantoor dat personeelsgegevens
verwerkt ten behoeve van een
werkgever. De onbewerkte én bewerkte gegevens kunnen slechts ter
beschikking worden gesteld aan de
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, tenzij deze
de bewerker uitdrukkelijk de
opdracht geeft deze aan derden te
verstrekken.
Artikel 4
Dit artikel regelt de
verstrekking van gegevens aan het CBS. Het
CBS gebruikt deze gegevens
uitsluitend voor statistische
doeleinden. Ook het CBS is wat betreft het gebruik van dergelijke ontvangen
gegevens onderworpen aan regels met betrekking
tot de bescherming van
dergelijke gegevens. De betreffende regels zijn
onder meer opgenomen in de Wet op
het Centraal bureau en de
Centrale commissie voor de statistiek.
Artikel 5
Teneinde de
gemeenten in
staat te stellen zich voor te
bereiden op de uitvoering van de onderhavige regeling met ingang van 1 januari
2001 zijn de gemeentebesturen bij
brief van 26 september 2000, nr. A&O/2000/57494, van de
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid reeds
geïnformeerd over de inhoud en vormgeving
daarvan.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
W.A. Vermeend.
BIJLAGE
bij de Regeling
informatie Besluit in- en
doorstroombanen, artikel 2, eerste lid
Informatieverstrekking
in-
en doorstroombanen
1. Algemene gegevens
1.1. statistiekjaar en
-halfjaar
1.2. gemeentenummer
1.3. A-nummer van de
Gemeentelijke Basisadministratie
2. Persoonsgegevens
2.1. geboortedatum
2.2. geslacht
2.2a. man
2.2b. vrouw
2.3. betrokkene valt onder de
definitiebepaling van de Wet Rea
2.3a. ja
2.3b. nee
2.4. opleidingsniveau
2.4a. geen voltooide
basisopleiding
2.4b. basisniveau
2.4c. VBO/LBO/MAVO
2.4d. MBO/HAVO/VWO
2.4e. HBO
2.4f. WO
2.5. leefvorm
2.5a. alleenstaande
2.5b. alleenstaande ouder
2.5c. gehuwd/samenwonend
2.5d. anders
3. Instroom
3.1. (inkomens)situatie
voorafgaand aan instroom
3.1a. uitkering ingevolge
3.1aa. Abw
3.1ab. Ioaw
3.1ac. Ioaz
3.1b. andere uitkering
3.1ba. WW
3.1bb. WAO
3.1bc. anders
3.1c. herintreder zonder
uitkering
3.1d. Wiw-dienstbetrekking
3.1e. Wsw
3.1f. overige
arbeidsovereenkomsten
3.2. begindatum
dienstbetrekking
4. Gegevens dienstbetrekking
4.1. aard dienstbetrekking
4.1a. instroombaan
4.1b. doorstroombaan
4.2. omvang dienstbetrekking
(uren per week)
4.3. bruto maandloon
(geldbedrag opnemen)
4.4. sector
4.4a. openbare
veiligheid/toezicht
4.4b. kinderopvang
4.4c. onderwijs
4.4d. sport
4.4e. overige gebieden niet
betreffend de zorgsector
4.4f. ziekenhuizen
4.4g. geestelijke
gezondheidszorg
4.4h. verpleeg- en
verzorgingshuizen
4.4i. thuiszorg
4.4j. gehandicaptenzorg
4.4k. maatschappelijke
opvang
4.4l. jeugdhulpverlening
4.4m. overige gebieden van
de zorgsector
5. Uitstroom
5.1. einddatum
dienstbetrekking
5.2. reden uitstroom en
bestemming
5.2a. ontslag door werkgever
vanwege slecht functioneren/slechte
inpassing van werknemer
5.2b. beëindiging door
werknemer i.v.m. aanvaarden van
reguliere niet-gesubsidieerde arbeid
5.2ba. bij dezelfde
werkgever
5.2bb. bij andere werkgever
5.2c. beëindiging door
werknemer i.v.m. verhuizing
5.2d. beëindiging door
werknemer i.v.m. volgen van opleiding
5.2e. beëindiging i.v.m.
het bereiken van pensioengerechtigde
leeftijd
5.2f. beëindiging i.v.m. arbeidsongeschiktheid/langdurige ziekte
5.2g. beëindiging om andere
redenen
6. Uitstroompremie
6.1. wordt gebruik gemaakt
van de uitstroompremie
6.1a. ja
6.1b. nee
Toelichting
Aard van de
gegevensverstrekking
De gegevensverstrekking
vindt plaats op het niveau van
basisgegevens per afzonderlijke
dienstbetrekking op een instroombaan en op een
doorstroombaan.
Periodiciteit van aanmaak
bestand
Per halfjaar wordt een
bestand aangemaakt over alle personen die in
dat halfjaar gedurende enige
periode een arbeidsovereenkomst met een
werkgever hadden in de zin van het besluit. Gegevensverstrekking vindt
derhalve eveneens plaats over
personen van wie de arbeidsovereenkomst
in die periode is begonnen of
beëindigd.
Periodiciteit van de
verzending van gegevens
De gegevens worden na afloop
van elk halfjaar binnen zes
weken verstrekt aan de instantie die in opdracht van het ministerie
van SZW de verwerking van de
gegevens verzorgt (externe bewerker).
• "Nieuwe gevallen"
zullen niet altijd op een zodanig tijdstip in
de gemeentelijke administratie zijn opgenomen dat daarover gegevens kunnen
worden verstrekt in de berichtgeving over het halfjaar. In dergelijke
gevallen worden de gegevens verstrekt
met de berichtgeving over het
volgende halfjaar.
Eenheid van berichtgeving
• Van elke dienstbetrekking
wordt een apart "record"
aangemaakt.
Elk record bevat de waarden
van alle kenmerken, met inbegrip van
de administratieve en persoonlijke gegevens die volstrekt gelijkluidend
zijn. Een beëindiging van een dienstbetrekking en het begin van een nieuwe
dienstbetrekking binnen
hetzelfde halfjaar leiden tot twee
afzonderlijke records over beide
dienstbetrekkingen. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen in de situatie dat de
dienstbetrekking op een instroombaan wordt
beëindigd en direct daarop aansluitend
een nieuwe dienstbetrekking op
een doorstroombaan wordt gesloten.
* In uitzonderlijke gevallen
kan in overleg met de externe
bewerker tot een andere wijze van
berichtgeving worden besloten
(bijvoorbeeld uitsluitend de verstrekking van gegevens over mutaties).
Verzending van de gegevens
• De gemeente
is
verantwoordelijk voor de vervaardiging en de
verzending van de gegevens naar de
externe bewerker.
• Indien meerdere interne of
externe organisaties of organisatieonderdelen van gemeenten betrokken zijn
bij de uitvoering, kunnen de
gegevens worden verstrekt in de vorm van
deelbestanden. De gemeente draagt zorg voor een gebundelde
verzending van deze bestanden aan de
externe bewerker. De gemeente is ervoor
verantwoordelijk dat er geen lacunes of dubbelingen in de
berichtgeving ontstaan.
• De gemeente kan met de
externe bewerker overeenkomen dat
verzending plaatsvindt door andere
organisaties dan de gemeente. In
onderling overleg wordt vastgesteld onder welke voorwaarden een dergelijke
wijze van berichtgeving kan
plaatsvinden.
• De gegevens worden in
beginsel verstrekt op een
elektronisch leesbare informatiedrager. In overleg
met de gemeenten zal de
gegevensbewerker hiervoor richtlijnen
opstellen.
• In uitzonderlijke gevallen
kan in overleg met de externe
bewerker tot een andere informatiedrager
worden besloten (bijvoorbeeld op
papier).
Opbouw record
• Over de feitelijke opbouw
van het record zullen de gemeenten worden geïnformeerd door de
externe bewerker.
Datumaanduiding
• Data worden vermeld in de
volgorde: jaar, maand en dag, waarbij
het jaartal met 4 cijfers wordt
aangegeven.
Bedragen en aantallen
• Bedragen en aantallen
worden, waar van toepassing,
afgerond op hele eenheden.
|