|
21 december 1999/nr. AM/RAW/99/81190
Directie Arbeidsmarkt
De
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Handelende in overeenstemming met de Minister
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Minister voor
Grotesteden- en
Integratiebeleid en de Minister van Financiën;
Gelet op artikel 8 van de Kaderwet
SZW-subsidies;
Voorts gelet op de artikelen
3, vijfde, zesde
en zevende lid, 4, tweede en vijfde lid, 13, tweede, vierde, vijfde en zevende lid,
14, eerste en vierde
lid, 15, vijfde lid, 17, derde lid, en
18, vierde lid, van het Besluit
in- en doorstroombanen;
Besluit:
Art. 1.
Definities
In deze regeling wordt
verstaan onder:
a. het besluit: het Besluit
in- en doorstroombanen;
b. de minister: de Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Art. 2.
Aantallen
arbeidsplaatsen
-1. In bijlage I bij deze
regeling is per gemeente het aantal
arbeidsplaatsen opgenomen dat in de vorm van
dienstbetrekkingen met langdurig werklozen per kalenderjaar kan worden
vervuld; dit aantal betreft:
a. de aan de gemeente
toegekende arbeidsplaatsen tot en met
het jaar 1998; ¹
b. het maximum van het
aantal arbeidsplaatsen dat voor de
jaren 1999 tot en met 2002 aan de
gemeente is toegekend op grond van de
Regeling in- en doorstroombanen voor langdurig werklozen zoals deze
regeling luidde tot de datum van
inwerkingtreding van het besluit;
c. het aantal
arbeidsplaatsen dat vóór de datum van
inwerkingtreding van het
besluit kon worden
vervuld bij een instelling als bedoeld in
artikel 1, vijfde lid, onderdeel b, van het
besluit en dat na de inwerkingtreding van
het besluit voor de jaren 2000 tot en
met 2002 aan de gemeente is toegekend; en
d. het aantal
arbeidsplaatsen dat vóór de datum van inwerkingtreding van het besluit
kon worden vervuld bij een instelling als bedoeld in artikel
1, vijfde
lid, onderdeel b, van het
besluit en dat na de inwerkingtreding van deze
regeling voor de jaren 2001 en 2002 aan de gemeente is toegekend.
-2. De bereidverklaring voor
het tot stand brengen van de
arbeidsplaatsen, bedoeld in artikel 3, zesde
lid, van het besluit, is ingericht
overeenkomstig het model in bijlage II bij
deze regeling.
-3. Het aantal
arbeidsplaatsen, bedoeld in het eerste lid, kan in
elk van de kalenderjaren 2000 tot en
met 2002 worden herzien, indien:
a. het aantal
dienstbetrekkingen, bedoeld in artikel 1, eerste
lid, onderdeel g, van de Wet inschakeling
werkzoekenden, met uitzondering van die met jongeren als bedoeld in
die wet, als gevolg van de vervulde
dienstbetrekkingen, bedoeld in de aanhef, op 31 december van het
kalenderjaar voorafgaand aan het jaar
waarin het aantal toegekende arbeidsplaatsen kan worden herzien, lager is
dan het aantal betreffende dienstbetrekkingen op 31 december van het
daaraan voorafgaande kalenderjaar; of
b. niet alle
arbeidsplaatsen, bedoeld in de aanhef, op 31 december
van het kalenderjaar voorafgaand aan
het jaar waarin het aantal toegekende arbeidsplaatsen kan worden herzien, zijn
vervuld in de vorm van een
dienstbetrekking als bedoeld in het besluit.
1. Volgens de redactie
dient onderdeel a van het eerste lid te vervallen. Zie voor de aan de
gemeente
toegekende arbeidsplaatsen tot en met
het jaar 1998 bijlage I bij de Regeling
in- en doorstroombanen voor langdurig werklozen.
Art. 3.
Subsidiebedragen
arbeidsplaatsen
-1. De subsidie per arbeidsplaats,
bedoeld in artikel 13, tweede lid, van het
besluit, bedraagt per
kalenderjaar:
a. €|17 424,00 voor een arbeidsplaats die na 1 januari 1999 in de vorm
van een dienstbetrekking met een langdurig werkloze wordt vervuld;
b. €|19 033,00 voor een arbeidsplaats die:
1º. tot en met 1 januari 1999 in de vorm van een dienstbetrekking met
een langdurig werkloze is vervuld, voor zover deze arbeidsplaats is
toegekend voor de periode tot en met het jaar 1998; of
2º. in de vorm van een dienstbetrekking met een werkloze wordt vervuld,
welke werknemer, voorafgaand aan die dienstbetrekking, ten minste twee
jaar werkzaam is geweest in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel
1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet inschakeling
werkzoekenden of
werkzaam is geweest in een dienstbetrekking als bedoeld in het
besluit;
c. €|22 063,00 voor een arbeidsplaats die in de vorm van een
dienstbetrekking met een langdurig werkloze wordt vervuld, voor welke
dienstbetrekking de afdrachtvermindering langdurig werklozen, bedoeld in
artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Wet
vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, niet meer van
toepassing is op grond van artikel 8, tweede lid, van die
wet;
d. €|23 324,00 voor een arbeidsplaats die in de vorm van een
dienstbetrekking als bedoeld in artikel 10 van het
besluit wordt
vervuld.
-2. Het bedrag voor
uitvoeringskosten van de gemeenten en
aanvullende kosten ten behoeve van de
werkgever, bedoeld in artikel 13,
vierde lid, van het besluit, bedraagt €|2152,00
per arbeidsplaats per
kalenderjaar.
-3. Voor de toepassing van
artikel 13, zesde lid, van het
besluit kan ten aanzien van een gemeente waaraan op grond van bijlage I
bij deze
regeling voor een bepaald
kalenderjaar niet meer dan acht
arbeidsplaatsen zijn toegekend, waarvan de
dienstbetrekkingen die met betrekking tot die arbeidsplaatsen worden
vervuld een zodanige arbeidsduur hebben
dat de subsidie per arbeidsplaats
berekend op jaarbasis niet voldoende
is, de subsidieverlening worden verhoogd met ten hoogste de helft van het
bedrag voor een arbeidsplaats als
bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
Art. 4.
Subsidiebedrag
bevordering uitstroom
-1. De subsidie voor het bevorderen van uitstroom uit de
dienstbetrekkingen, bedoeld in het besluit, naar reguliere arbeid,
bedoeld in artikel 13, vijfde lid, van het
besluit, bedraagt €|1815,00.
-2. Artikel 5, derde en vierde lid, is van toepassing op de opgave,
bedoeld in artikel 14, tweede lid, van het
besluit.
Art. 5.
Betaling subsidie
arbeidsplaatsen
-1. Het voorschot, bedoeld in
artikel 14, eerste lid, van het besluit,
wordt op of omstreeks de vijftiende dag van
iedere maand betaalbaar gesteld.
-2. Het voorschot is
gebaseerd op de opgave, bedoeld in het derde
lid, van twee kwartalen terug.
-3. Het gemeentebestuur
draagt er zorg voor dat de minister de opgave, bedoeld in artikel
14,
eerste lid, van het besluit, tezamen met de gegevens, bedoeld in
artikel 7, eerste lid, telkens uiterlijk op de twintigste dag van de tweede
maand volgend op het kwartaal waarop de opgave betrekking heeft, heeft
ontvangen.
-4. De opgave is ingericht
overeenkomstig het model in bijlage III bij
deze regeling.
-5. De opgave wordt beschouwd
als een verzoek tot betaling van een
kwartaalvoorschot voor het betreffende
kwartaal en tevens als een verzoek
tot betaling van maandvoorschotten voor
het tweede kwartaal volgend op
het kwartaal waarop de opgave betrekking heeft.
-6. Het kwartaalvoorschot is
gebaseerd op het in de opgave vermelde
aantal arbeidsplaatsen dat in de
vorm van dienstbetrekkingen met
langdurig werklozen is vervuld onder
verrekening van de over dat kwartaal
eerder betaalde maandvoorschotten.
-7. Het kwartaalvoorschot
wordt op of omstreeks de vijftiende dag van de
maand volgend op de maand waarin
de opgave is ontvangen, betaalbaar
gesteld.
-8. Voor de berekening van
het aantal arbeidsplaatsen dat in de
vorm van dienstbetrekkingen met
langdurig werklozen is vervuld, wordt
voor de betaling, bedoeld in het
zevende lid, een dienstbetrekking:
a. bij instroom tot de zestiende dag van de maand als een hele
arbeidsplaats geteld;
b. bij instroom op of na de zestiende dag van de maand als een halve
arbeidsplaats geteld;
c. bij uitstroom tot de zestiende dag van de maand als een halve
arbeidsplaats geteld;
d. bij uitstroom op of na de zestiende dag van de maand als een hele
arbeidsplaats geteld.
-9. Bij uitstroom van een
arbeidsplaats waarvoor een subsidie als
bedoeld in artikel 3, eerste lid,
onderdeel b of c, wordt verstrekt, naar een
arbeidsplaats waarvoor een subsidie als
bedoeld in artikel 3, eerste lid,
onderdeel c, onderscheidenlijk d, wordt verstrekt, wordt een hele onderscheidenlijk
halve arbeidsplaats slechts eenmaal geteld.
Art. 6.
Modellen
jaaropgave, verklaring en verslag van controle
-1. De jaaropgave, bedoeld in
artikel 15, eerste lid, van het besluit,
is ingericht overeenkomstig het model in
bijlage IV bij deze regeling.
-2. Het verslag van de
controle en de verklaring, bedoeld in
artikel 15, tweede lid, van het besluit, zijn
ingericht overeenkomstig het model in
bijlage V bij deze regeling.
-3. De verklaring, bedoeld in
het tweede lid, is gebaseerd op een
controle die is uitgevoerd overeenkomstig
het in bijlage V bij deze regeling
opgenomen controle- en rapportageprotocol.
Art. 7.
Informatiegegevens
-1. De gegevens, bedoeld in
artikel 17 van het besluit, betreffen
in ieder geval de gegevens die per
kalenderkwartaal overeenkomstig het model in bijlage VI bij deze regeling
worden verstrekt.
-2. Het gemeentebestuur
draagt er zorg voor dat de minister de gegevens, bedoeld in het eerste
lid, tezamen met de opgave, bedoeld in artikel 5, derde lid, telkens
uiterlijk op de twintigste dag van de tweede maand volgend op het
kwartaal waarop de gegevens betrekking hebben, heeft ontvangen.
Art. 8.
Gebruik formulieren
Bij de indiening van de bescheiden, bedoeld in de artikelen
2, tweede
lid, 5, vierde lid, 6, eerste en tweede lid, en
7, eerste lid, maakt het
gemeentebestuur gebruik van de daarvoor door de minister
verstrekte
formulieren, die zijn ingericht overeenkomstig de in die artikelen
bedoelde modellen en zijn voorzien van een voor iedere gemeente
uniek
kenmerk.
Art. 9.
Toezicht
Met het toezicht op de naleving van de verplichtingen die bij en
krachtens het besluit aan de gemeenten
zijn opgelegd, zijn belast de
Inspectie Werk en Inkomen, genoemd in hoofdstuk 7 van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, en de Accountantsdienst van het
ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Art. 10.
Overgangsbepaling
betaling subsidie arbeidsplaatsen bij
instellingen zorgsector
Tot drie jaar na de
inwerkingtreding van deze regeling worden
voor de toepassing van artikel 3, derde lid,
het aantal toegekende arbeidsplaatsen bij instellingen als bedoeld
in artikel 1, vijfde lid, onderdeel b, van het
besluit niet
meegerekend.
Art. 11.
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in
werking met ingang van 1 januari 2000.
Art. 12.
Citeertitel
Deze regeling wordt
aangehaald als: Regeling uitvoering en
financiering Besluit in- en doorstroombanen.
Deze regeling zal met de
toelichting en de bijlagen, met
uitzondering van bijlage V, die met ingang
van 1 mei 2000 ter inzage wordt gelegd
in de bibliotheek van het ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid, in de Staatscourant worden
geplaatst.¹
1. Raadpleeg voor bijlagen
II, III, IV en VI Staatscourant 2002, 4. Bijlage V ligt met
ingang van 1 mei 2002 ter inzage in de bibliotheek van het ministerie
van SZW (Stcrt. 2002, 4). Bijlage I is onderaan deze pagina
geplaatst, red.
’s-Gravenhage, 21 december
1999.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
K.G. de Vries.
TOELICHTING
[21 december 1999]
Algemeen
Op 1 januari 2000 is het
Besluit in- en doorstroombanen in werking
getreden, hierna te noemen het
besluit. Dit besluit bouwt inhoudelijk
voort op de tot nu toe bestaande Regeling in- en doorstroombanen voor
langdurig werklozen en vormt, tezamen
met de onderhavige regeling, de
vervanging daarvan.
Op basis van het besluit en
de onderhavige regeling brengen de gemeenten
in- en doorstroombanen voor
langdurig werklozen tot stand. Deze arbeidsplaatsen komen krachtens het besluit en de onderhavige
regeling voor subsidie van rijkswege
in aanmerking. De gemeenten verstrekken een vergoeding aan werkgevers
die daadwerkelijk de in- en doorstroombanen tot stand brengen. Deze
vergoeding is bedoeld ter financiering van
de bedoelde arbeidsplaatsen.
In de afgelopen jaren is het
aantal instrumenten op het terrein
van het arbeidsmarkt- en werkgelegenheidsbeleid waarover de gemeenten
beschikken sterk uitgebreid en voor de komende jaren is een verdere
uitbreiding voorzien. Deze uitbreiding
stelt hoge eisen aan de
coördinatie, de prioritering van de inzet en de
schakeling van de verschillende instrumenten door de gemeenten binnen
één samenhangend beleidskader op
lokaal niveau. Tevens worden hoge
eisen gesteld aan de afstemming
tussen enerzijds de inzet van de
gemeentelijke instrumenten en anderzijds
de sectorale behoeften en instrumenten om tot een zo goed mogelijke
afstemming van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en tot een optimale aanpak
van de nog resterende kernen van
langdurige werkloosheid te komen.
Het besluit en de
onderhavige regeling regelt één van de
gemeentelijke arbeidsmarkt- en werkgelegenheidsinstrumenten, namelijk de in- en
doorstroombanen. Dit instrument kende en kent nog steeds een dubbele - op elkaar betrokken
- doelstelling: enerzijds uitbreiding en verbetering
van de dienstverlening aan de
burger door middel van verruiming van de
werkgelegenheid in de collectieve en
non-profitsector aan de onderkant van het loongebouw en anderzijds
inschakeling in het arbeidsproces (reïntegratie) van langdurig werklozen.
In het besluit en de
onderhavige regelingen wordt - in
vergelijking met de voorgaande Regeling
in- en doorstroombanen voor langdurig werklozen - een aantal nieuwe elementen
geregeld.
In de eerste plaats kunnen
gemeenten met ingang van 1 januari
2000 - naast instroombanen - doorstroombanen tot stand brengen. Dit
element is een uitvloeisel van het
Regeerakkoord 1998. De maximaal toegestane
beloning op een doorstroombaan bedraagt 150% van het wettelijk
minimumloon. Gemeenten kunnen maximaal
een zesde deel van het aan een
gemeente toegekende aantal
arbeidsplaatsen voor een bepaald jaar tot
stand brengen in de vorm van een
doorstroombaan.
Daarnaast is ter bevordering
van de uitstroom uit een
dienstbetrekking op grond van de onderhavige
regelgeving een uitstroompremie in het
leven geroepen. Ook dit element is een uitvloeisel van het Regeerakkoord 1998.
De uitstroompremie (ad ƒ8000,-) wordt uitgekeerd aan de
gemeente. De gemeente is verplicht de
helft van dit bedrag (netto) uit te
keren aan de uitgestroomde werknemer,
mits aan de daartoe gestelde
vereisten op grond van het besluit en de
onderhavige regeling is voldaan.
In de derde plaats zijn de
gemeenten met ingang van 1 januari
2000 verantwoordelijk voor de uitvoering en het beheer van de zogenaamde
"oude"
zorgbanen. Dit zijn de arbeidsplaatsen die tot en met 1999 onder de
verantwoordelijkheid van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport (VWS) door de drie
uitvoeringsinstanties in de zorg ¹ werden toegekend
aan instellingen in de
zorgsector. Het ministerie van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid (SZW)
subsidieert met ingang van 1 januari
2000 deze arbeidsplaatsen. Met het oog
op de uitvoering van deze nieuwe
taak voor gemeenten ontvangen de
gemeenten in het jaar 2000 een
eenmalige subsidie die is bedoeld ter financiering van de uitvoeringskosten van de
gemeenten in de periode 2000 tot en
met 2002. De "oude"
zorgbanen zijn toegedeeld aan de gemeente alwaar deze banen zich daadwerkelijk
bevinden. Aan elke gemeente met "oude"
zorgbanen binnen de gemeentegrenzen
zijn vanaf 2000 arbeidsplaatsen
toegekend met het oog op de continuering van de bekostiging van de
"oude"
zorgbanen (zie bijlage I
bij de onderhavige regeling).
Het regime ter bekostiging
van de "oude" zorgbanen week op
onderdelen af van het bekostigingsregime dat tot dusverre heeft gegolden voor
de gemeentelijke arbeidsplaatsen. Om die reden is besloten tot 2003
op onderdelen een overgangsregime voor de "oude" zorgbanen in te
stellen. Dit overgangsregime heeft
betrekking op de vergoedingsbedragen die
gemeenten aan zorgwerkgevers dienen te
verstrekken. De betreffende
overgangsregeling is opgenomen in artikel 18
van het
besluit.
De onderhavige regeling
bevat een nadere uitwerking en
concretisering van enige bepalingen van het
besluit, waaronder de vaststelling
van het aantal arbeidsplaatsen per gemeente
dat in de vorm van
dienstbetrekkingen met langdurig werklozen per kalenderjaar kan worden vervuld
(artikel 2), de voor het jaar 2000 geldende
bedragen voor de subsidie per
arbeidsplaats (artikel 3), de vaststelling van het
subsidiebedrag voor de uitstroompremie (artikel 4), enige nadere bepalingen betreffende de betaling van de subsidie
(artikel 5) en de aanwijzing
van de met de naleving van de bij
en krachtens het besluit belaste
toezichthouders (artikel 9).
1. Het Centraal orgaan
tarieven gezondheidszorg (COTG) [zie College tarieven gezondheidszorg, red.], de Stichting
Arbeidsmarkt-, werkgelegenheids- en opleidingsfonds voor
de sector zorg en welzijn (AWO) of
de Stichting Arbeidsmarkt-, werkgelegenheids- en
opleidingsfonds bejaardenoorden (AWOB).
Artikelsgewijs
Artikel
2. Aantallen
arbeidsplaatsen
Eerste lid
In het
onderhavige artikellid is de verdeling van het
totaal van 60 000 arbeidsplaatsen over
de gemeenten
tot en met het
jaar 2002 geregeld. De uitkomsten van
de verdeling zijn opgenomen in de bij
deze regeling behorende bijlage I, waarin per gemeente het aantal
arbeidsplaatsen is vermeld dat in de vorm
van dienstbetrekkingen met
langdurig werklozen per kalenderjaar
kan worden vervuld. De genoemde bijlage komt overeen met bijlage I
bij de voormalige Regeling
in- en doorstroombanen voor langdurig werklozen, met dien verstande dat bij de
vaststelling van de onderhavige bijlage
tevens rekening is gehouden met de
circa 14 500 arbeidsplaatsen in de zorgsector, waarvan de uitvoering met
ingang van 1 januari 2000 - de
datum van de inwerkingtreding van het
besluit en de op dit besluit gebaseerde
onderhavige regeling - is overgedragen
aan de gemeenten.
De in de bijlage opgenomen
aantallen arbeidsplaatsen in de kolom
1998 betreffen de arbeidsplaatsen
die al aan de gemeenten waren toegekend
voor de jaren 1995 tot en met 1998 op grond van de voormalige
Regeling extra werkgelegenheid voor
langdurig werklozen 1996, 1997 en
1998. Het betreft hier de tijdens de
vorige kabinetsperiode beschikbaar gestelde 40 000 arbeidsplaatsen, met
uitzondering van de arbeidsplaatsen voor
de zorgsector (onderdeel a). De
bij de genoemde regeling
vastgestelde eerdere verdeling van deze
arbeidsplaatsen is in de onderhavige
regeling gehandhaafd.
In de kolommen 1999 tot en
met 2002 is het aantal
arbeidsplaatsen vermeld dat maximaal per jaar aan de gemeenten kon worden
toegekend op grond van de voorgaande Regeling in- en doorstroombanen voor
langdurig werklozen (onderdeel b). Ook
de bij deze regeling vastgestelde
verdeling van arbeidsplaatsen is
ongewijzigd gebleven. De in dit
onderdeel bedoelde arbeidsplaatsen vormen de 20 000 in- en doorstroombanen die op grond van het Regeerakkoord 1998
aan het eerder beschikbare aantal
van 40 000 arbeidsplaatsen zijn
toegevoegd. Deze arbeidsplaatsen zijn
gelijkmatig verdeeld over de jaren 1999 tot en
met 2002. Bij de toedeling van
deze arbeidsplaatsen aan de afzonderlijke gemeenten is, evenals bij de
eerdergenoemde 40 000, rekening gehouden met het relatieve aandeel
bijstandsgerechtigden in de potentiële
beroepsbevolking van een gemeente.
De aantallen arbeidsplaatsen
in de kolommen 2000 tot en met
2002 betreffen de voorlopig
toegekende arbeidsplaatsen voor deze
jaren. Het gaat hier om gecumuleerde aantallen, dat wil zeggen het aantal
toegekende plaatsen van het
voorafgaande jaar vermeerderd met het
toegekende en toe te kennen aantal van het betreffende jaar.
Ten slotte zijn in de kolom
2000 "zorg" de aantallen
arbeidsplaatsen vermeld die vóór de inwerkingtreding van het besluit onder de
verantwoordelijkheid van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport in de zorgsector konden worden vervuld en die met ingang van 1
januari 2000 aan de gemeenten zijn
toegekend met het oog op de uitvoering van
deze banen door de gemeenten (de
zogenaamde "oude" zorgbanen) (onderdeel c).
Tweede lid
Op grond van
artikel 3, zesde lid, van het
besluit dient een gemeente elk jaar vóór 1
april een verklaring bij het ministerie van SZW
in te dienen waarin zij zich
bereid verklaart om het aantal
arbeidsplaatsen dat in de bereidverklaring is
vermeld, te realiseren. De bereidverklaring is te beschouwen als een aanvraag
voor subsidie. Het in de bereidverklaring opgenomen aantal
arbeidsplaatsen, met inbegrip van de "oude" zorgbanen, vormt dan ook de basis voor
de subsidieverlening. Het indienen van de verklaring geeft aan dat de gemeente
kiest voor het realiseren en
uitvoeren van deze banen. Zodra het
ministerie de bereidverklaring heeft
ontvangen, verplicht de gemeente zich ernaar te streven het aan haar
toegewezen (of door haar gekozen) aantal arbeidsplaatsen te realiseren. Het model van
de bedoelde bereidverklaring
is opgenomen in bijlage II bij deze
regeling.
Derde lid
Op grond van dit
lid kan het aantal voorlopig toegekende
arbeidsplaatsen voor de jaren 2000 tot en
met 2002 als bedoeld in het
eerste lid in de loop van elk van die kalenderjaren worden herzien indien het
aantal dienstbetrekkingen op grond
van de Wet inschakeling
werkzoekenden (Wiw) in een gemeente
(met
uitzondering van de dienstbetrekkingen
met jongeren) verminderd is als
rechtstreeks gevolg van uitstroom uit een Wiw-dienstbetrekking naar
een ID-banen of omzetting van een Wiw-dienstbetrekking in een ID-baan (onderdeel
a). Het is immers
niet de bedoeling dat de gemeente in
deze gevallen minder Wiw-dienstbetrekkingen aangaat. Met andere woorden:
de Wiw-dienstbetrekking moet in
voldoende mate beschikbaar blijven als een (tijdelijke) voorziening
die op de persoon van de langdurig
werkloze is toegesneden om de toegang
tot het arbeidsproces te vergroten.
Op grond van onderdeel b kan
de toekenning voor een bepaald
kalenderjaar eveneens worden herzien indien een gemeente niet
alle voor het voorafgaande kalenderjaar toegekende arbeidsplaatsen heeft
vervuld.
De arbeidsplaatsen die als
gevolg van de hier bedoelde herziening
terugvallen aan het Rijk, kunnen
vervolgens worden herverdeeld onder de
gemeenten.
Artikel
3. Subsidiebedragen
arbeidsplaatsen
Eerste lid
In het
onderhavige artikellid zijn voor het jaar 2000 de
subsidiebedragen per arbeidsplaats bepaald.
Het betreft hier de bedragen die
de gemeenten
van het Rijk ontvangen voor de dienstbetrekkingen
die met betrekking tot die
arbeidsplaatsen worden vervuld. Er wordt
uitgegaan van een lumpsumbedrag dat
voor een belangrijk deel bestemd is
om de loonkosten van de werkgever te
vergoeden en voor een ander deel is
bedoeld voor uitvoeringskosten van de
gemeenten en aanvullende kosten van de werkgever zoals scholings- en
begeleidingskosten (zie het tweede lid).
De bedoelde bedragen worden
jaarlijks herijkt als gevolg van aanpassingen aan het wettelijk
minimumloon op grond van de Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML), de gemiddelde werkgeverslasten,
loon- en prijsindexering en de mate
waarin werkgevers in aanmerking
komen voor de toepassing van de
afdrachtvermindering op grond van de hoofdstukken III en IV van de Wet
vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen
(WVA). De
bedragen zijn vastgesteld op basis
van een 32-urige dienstbetrekking en
zijn - uiteraard - inclusief
vakantiegeld.
Voor de dienstbetrekkingen
die zijn aangegaan na 1 januari 1999
geldt een subsidiebedrag van ƒ34 562,- per arbeidsplaats inclusief
gemiddelde werkgeverslasten (onderdeel a). Het deel van dit bedrag dat is
bestemd voor de financiering van de loonkosten van de arbeidsplaats is
gebaseerd op 115% WML.
Voor de dienstbetrekkingen
die zijn aangegaan vóór of op 1
januari 1999 met betrekking tot
arbeidsplaatsen die tot en met 1998 zijn
toegekend, is het subsidiebedrag bepaald op ƒ37 912,- per arbeidsplaats inclusief
gemiddelde werkgeverslasten (onderdeel b, onder 1º).
Dit bedrag zal voor de
onderhavige categorie dienstbetrekkingen
uiterlijk eind 2002 niet meer van
toepassing zijn, omdat deze
dienstbetrekkingen alsdan een langere duur hebben dan die waarvoor de
afdrachtvermindering langdurig werklozen op grond
van de WVA
mogen worden toegepast,
te weten vier jaar. Voor deze
dienstbetrekkingen geldt alsdan het
vergoedingsbedrag, bedoeld in het hierna toegelichte onderdeel c.
Het deel van het onderhavige subsidiebedrag bestemd voor de financiering van de
loonkosten is
gebaseerd op 125% WML. Dit
subsidiebedrag is tevens van toepassing op een
dienstbetrekking die is aangegaan met een werknemer die eerder ten
minste twee jaar werkzaam is
geweest in een Wiw-dienstbetrekking
inclusief de periode in de banenpool
(onderdeel b, onder 2º). Gedurende de
eerste twee jaar in een Wiw-dienstbetrekking wordt immers, ingevolge
artikel 15, tweede lid, Wiw, niet meer betaald dan het wettelijk
minimumloon. Omdat op grond van artikel 9, tweede lid, van
het
besluit
rekening kan worden gehouden met een hogere Wiw-beloning bij instroming in een
ID-dienstbetrekking, ligt het in de rede dat ook aanspraak kan worden gemaakt op
een hoger
subsidiebedrag.
Met betrekking tot de
achtergrond van dit subsidiebedrag voor
de onderhavige categorie dienstbetrekkingen zij het volgende opgemerkt.
Op grond van de voormalige Regeling
in- en doorstroombanen voor langdurig werklozen was voor de hoogte
van het subsidiebedrag het moment
van instromen en de duur van de
dienstbetrekking bepalend. Voor werknemers
die instroomden vanuit de Wiw
werd daartoe de duur van de Wiw-dienstbetrekking meegeteld na aftrek van een periode van twee jaar. Dit
had tot gevolg dat voor een
dergelijke dienstbetrekking niet alleen eerder aanspraak kon worden gemaakt op een
hoger subsidiebedrag op
grond van de genoemde regeling, doch dat tevens nog toepassing kon worden
gegeven aan de afdrachtvermindering
langdurig werklozen op grond van de WVA. Hierdoor werd door gemeenten - overigens ten behoeve van een beperkte categorie werknemers
- feitelijk meer vergoeding verstrekt dan was
beoogd. Om die reden is in de
onderhavige regeling voor de bepaling
van de subsidiehoogte het criterium "duur van de dienstbetrekking"
vervangen door de toepasselijkheid van de
afdrachtvermindering langdurig werklozen. Teneinde de mogelijkheid van
een hogere beloning op grond van
de eerdere Wiw-dienstbetrekking bij instroom in een
ID-dienstbetrekking als bedoeld in artikel 9 van
het
besluit recht te blijven doen, is
voor de onderhavige categorie dienstbetrekkingen wel een hoger subsidiebedrag
voorzien.
Bij de vaststelling van de
in de onderdelen a en b bedoelde bedragen is, zoals reeds
gezegd, rekening
gehouden met het gemiddeld gebruik
door werkgevers van de afdrachtvermindering langdurig werklozen op grond
van de WVA. De genoemde afdrachtvermindering kan op grond van artikel 8, tweede lid,
WVA
gedurende een periode van vier jaar worden
toegepast.
Voor de dienstbetrekkingen
waarvoor geen recht meer bestaat op
de afdrachtvermindering
langdurig werklozen vanwege het verstrijken van
de genoemde periode van vier
jaar, geldt een subsidiebedrag van ƒ43 688,- per arbeidsplaats inclusief gemiddelde werkgeverslasten (onderdeel
c). Het deel van dit subsidiebedrag
dat is bestemd voor de financiering
van de loonkosten is, eveneens als
het subsidiebedrag, bedoeld in onderdeel b, gebaseerd op 125% WML.
Ten slotte is in onderdeel d
het subsidiebedrag voor de dienstbetrekkingen die worden vervuld met
betrekking tot doorstroombanen bepaald. Dit
bedrag is vastgesteld op ƒ46 086,-
per arbeidsplaats, inclusief gemiddelde
werkgeverslasten.
Op grond van artikel 10 van
het
besluit is pas sprake van een
doorstroombaan indien de gemeente heeft
vastgesteld dat de eisen die aan de
betreffende functie worden gesteld, een
hoger beloningsniveau
rechtvaardigen dan 130% van het wettelijk minimumloon. Het belangrijkste verschil
tussen een instroombaan en een
doorstroombaan is immers de beloning (tot
150% van het minimumloon). Om in
aanmerking te komen voor een doorstroombaan dient een werknemer ten
minste vijf jaar in een instroombaan werkzaam te zijn geweest. De
periode(n)
van werkzaamheden in een Wiw-dienstbetrekking, inclusief de periode in de
banenpool, mogen daarbij voor ten hoogste twee jaar worden meegenomen. Daarnaast moet door de
gemeente zijn vastgesteld dat er geen
sprake is van verdringing van andere
reguliere werkgelegenheid en dient voorts het
medezeggenschapsorgaan binnen de organisatie van de werkgever positief te
hebben geadviseerd over het
creëren van een doorstroombaan. Ten slotte mag niet meer dan een zesde
deel van het aan een gemeente
toegekende of door haar gekozen aantal
arbeidsplaatsen voor een bepaald jaar, met een minimum van één arbeidsplaats,
worden gerealiseerd in de
vorm van doorstroombanen.
Op grond van artikel 12 van
het
besluit dient de vergoeding
die de gemeente aan de werkgever
verstrekt in ieder geval kostendekkend
te zijn voor de loonkosten gedurende het eerste jaar van de
dienstbetrekking. In de navolgende jaren heeft de
gemeente enige beleidsvrijheid in het
verhogen van deze vergoeding, daarbij
rekening houdend met de voor de
werkgever geldende ontwikkelingen in
de CAO of arbeidsvoorwaardenregeling. Wel dient over de hoogte van de
vergoeding vanaf de aanvang van de
dienstbetrekking met een bepaalde werknemer in overleg met de werkgever duidelijkheid te worden
geboden.
In ieder geval is de hoogte
van de subsidiebedragen zodanig vastgesteld dat met een gelijkmatige
loonkostenontwikkeling op grond van CAO-afspraken het maximale loon van 130%
WML te zijner tijd volledig
door de gemeente aan de werkgever
kan worden vergoed. In het geval de
gemeente de loonkostencomponent van
het ontvangen subsidiebedrag volledig
doorgeeft aan de werkgever, is deze in staat te zijner tijd de maximale beloning
van 130% van het minimumloon aan de werknemer te betalen. Hiermee wordt voldaan aan het
regeerakkoord dat de instroombanen
volledig door het Rijk worden
gefinancierd.
Tweede lid
In de bedragen,
genoemd in het eerste lid, is een
bedrag van ƒ4365,- op jaarbasis begrepen voor uitvoeringskosten van de gemeenten en aanvullende kosten voor
de werkgever zoals scholing en
begeleiding. De hiervoor met betrekking
tot de vergoeding van de loonkosten vermelde beleidsvrijheid van de
gemeente geldt ook voor de vergoeding van
de onderhavige aanvullende kosten. De gemeente is derhalve niet gehouden
het genoemde bedrag te
verstrekken, maar mag bijvoorbeeld over
een periode van een aantal jaren in
aanvang meer en later minder dan dit
bedrag vergoeden. Voorts mag de
gemeente het bedrag voor
uitvoeringskosten en aanvullende kosten ook aanwenden voor de vergoeding van de
loonkosten van de betreffende
arbeidsplaats.
Derde lid
Een
gemeente waaraan op grond van het eerste lid
niet meer dan acht arbeidsplaatsen zijn
toegekend, kan bij het vervullen van de
dienstbetrekkingen met betrekking tot die arbeidsplaatsen, indien deze
dienstbetrekkingen een arbeidsduur hebben van meer dan 32 uur per
week, op jaarbasis berekend
onvoldoende subsidie ontvangen. Op grond van het onderhavige lid kan alsdan
op verzoek van de gemeente de verleende
subsidie worden verhoogd met ten
hoogste de helft van het bedrag voor
een arbeidsplaats als bedoeld in
het eerste lid, onderdeel a. Het te
betalen voorschot wordt op basis daarvan verhoogd. Het verzoek kan worden
gedaan gelijktijdig met de
vierde kwartaalopgave (zie artikel 5) dan wel een aanvullende opgave voor
het vierde kwartaal. In de kwartaalopgave is hiervoor een aparte
opgaveregel voorzien. Deze opgaveregel kan dus niet worden gebruikt voor opgaven
over de eerste drie kwartalen.
Artikel
4. Subsidiebedrag
verstrekking uitstroompremies
Ter bevordering van de
uitstroom uit een dienstbetrekking in het
kader van de onderhavige regelgeving
naar andere regulier betaalde
arbeid heeft de regering besloten een
uitstroompremie in het leven te roepen. De wijze waarop deze subsidie
ten behoeve van uitstroom besteed mag
worden, is geregeld in artikel 4 van het
besluit. In het onderhavige artikel
worden de hoogte van de subsidie
alsmede de wijze waarop deze kan worden verkregen, nader bepaald.
Het totale subsidiebedrag
dat de gemeente
kan ontvangen voor
het verstrekken van uitstroompremies bedraagt ƒ8000,- (eerste
lid).
De helft van dit
premiebedrag, te weten ƒ4000,-, is
rechtstreeks bestemd voor de werknemer die
uitstroomt uit een ID-dienstbetrekking naar
een andere regulier gefinancierde baan (tweede lid). Deze premie
voor de werknemer is eenmalig en
wordt ineens verstrekt.
Op grond van artikel
4,
zevende lid, van het
besluit wordt de
uitstroompremie pas verstrekt door de gemeente indien de werknemer ten
minste twee jaar werkzaam is geweest in een ID-baan. Daarnaast dient de
nieuwe arbeidsverhouding al ten
minste een halfjaar te duren en dient
deze in beginsel te zijn aangegaan
voor onbepaalde tijd dan wel voor een
bepaalde tijd van minimaal één jaar (artikel
4, tweede lid, van het besluit). De werknemer dient daartoe de in het
vierde lid van het onderhavige
artikel omschreven gegevens aan de
gemeente te overleggen. Deze gegevens betreffen een verklaring van de werkgever
met wie de
ID-dienstbetrekking was aangegaan omtrent de
beëindiging van deze dienstbetrekking (onderdeel a), een
afschrift van de arbeidsovereenkomst met of
de publiekrechtelijke
aanstelling bij de nieuwe werkgever (onderdeel b) en de opgaven van het verstrekte
loon over de afgelopen zes maanden in
de nieuwe dienstbetrekking (onderdeel c).
De aan de werknemer te
verstrekken uitstroompremie is een
nettobedrag. De over deze premie
verschuldigde loon- en inkomstenbelasting
en de premie volksverzekeringen komen op grond van artikel
4, derde
lid, van het
besluit voor rekening van
de gemeente. Teneinde te voorkomen dat de
stimulerende effecten van deze premie voor de werknemer teniet
worden gedaan door negatieve
effecten op andere inkomensafhankelijke
regelingen zoals een verminderde
aanspraak op huursubsidie, wordt op
grond van artikel 4, vierde lid, van het
besluit de uitstroompremie niet meegeteld bij de beoordeling van de hoogte
van de inkomensafhankelijke
uitkeringen. Ter uitvoering van de genoemde
bepalingen is in artikel 31a van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990
van de Staatssecretaris van Financiën de uitstroompremie aangewezen als uitkering in de zin van
artikel 31, tweede lid, onderdeel c, van de Wet
op de loonbelasting 1964. Eén en
ander heeft tot gevolg dat de werknemer
geen belasting en premie
volksverzekeringen is verschuldigd over de
uitstroompremie en dat deze geen deel
uitmaakt van het belastbaar inkomen.
De bovengenoemde bepalingen
zijn gebaseerd op artikel 3,
vierde lid, van de Kaderwet
SZW-subsidies.
Het bedrag voor de
uitstroompremie dat na de afdracht voor
belasting en premie volksverzekeringen
voor de gemeente resteert, kan de
gemeente naar eigen inzicht aanwenden
om de uitstroom van ID-werknemers
te bevorderen. De gemeente dient hiervoor zelf een beleid te bepalen.
Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden
aan het inzetten van deze gelden ten
behoeve van de werkgever die de
ID-werknemer laat uitstromen en/of de
nieuwe werkgever, teneinde deze te
stimuleren de betrokken werknemer te
scholen en te begeleiden. De
gemeente mag dit deel van het subsidiebedrag niet gebruiken voor de
financiering van de eigen
uitvoeringskosten.
De uitstroompremie wordt aan
de gemeente betaald op basis
van een opgave van het aantal
uitgestroomde werknemers. Dit betekent dat
de gemeente het bedrag van de uitstroompremie pas kan declareren nadat in een concreet geval
de werknemer is uitgestroomd.
Het volledige subsidiebedrag
ad ƒ8000,- wordt vervolgens
betaalbaar gesteld.
De aanvraag voor de subsidie
kan worden gedaan door middel
van de kwartaalopgave als bedoeld
in artikel 5, derde lid, van deze
regeling. De kwartaalopgave bevat hiertoe een aparte opgaveregel (derde
lid).
De uitstroompremie kan vanaf
1 januari worden verstrekt.
Dit betekent dat de gemeente ten behoeve van voormalige ID-werknemers
die in de tweede helft van het jaar
1999 zijn uitgestroomd naar regulier
gefinancierd werk, in de eerste helft van
het jaar 2000 voor deze premie
in aanmerking kunnen komen.
Artikel
5. Betaling subsidie
arbeidsplaatsen
Voor het bevoorschotten,
declareren en verantwoorden van de
subsidies op grond van de onderhavige regelgeving is zoveel mogelijk
aangesloten bij de processen, termijnen en
vormgeving van de formulieren van
sociale voorzieningen die reeds door de gemeenten
worden uitgevoerd zoals de
Algemene bijstandswet en de Wiw.
In beginsel wordt de hoogte
van het voorschot berekend aan de
hand van de kwartaalopgaven, met
uitzondering van de bevoorschotting van
de "oude" zorgbanen gedurende de
eerste zes maanden van het jaar 2000
(zie artikel 10, eerste lid). Op basis van deze kwartaalopgaven worden de maandvoorschotten
berekend (tweede lid).
Op grond van het derde lid
dient de kwartaalopgave uiterlijk te
worden ingediend op de twintigste dag van de tweede maand die volgt op het
kwartaal waarop de opgave
betrekking heeft.
Het model van de opgave
is ingevolge het vierde lid van dit
artikel opgenomen in bijlage III bij deze
regeling.
Het indienen van de
kwartaalopgave wordt beschouwd als een
aanvraag voor een voorschotbeschikking als bedoeld in artikel
4:54
van de Algemene wet bestuursrecht, dus als een verzoek tot betaling.
De aanvraag heeft een dubbele
doelstelling: deze heeft niet alleen
betrekking op betaling van het kwartaalvoorschot
voor het kwartaal waarop de
kwartaalopgave betrekking heeft, maar
ook op betaling van de maandvoorschotten die vallen in het tweede
kwartaal dat volgt op het kwartaal
waarop de kwartaalopgave betrekking heeft (vijfde lid).
Ingevolge het zesde lid
wordt de hoogte van het
kwartaalvoorschot bepaald door het in de
kwartaalopgave vermelde aantal
arbeidsplaatsen waarbij de eerder
betaalde maandvoorschotten over dat kwartaal worden verrekend. Het
kwartaalvoorschot wordt betaalbaar gesteld
op of omstreeks de vijftiende dag van de maand
die volgt op de maand waarin
de kwartaalopgave is ontvangen
(zevende lid).
Ten slotte is in het
achtste lid geregeld op welke wijze het aantal
arbeidsplaatsen moet worden berekend ingeval de dienstbetrekking
niet begint op de eerste dan wel de zestiende dag van de maand. Daarbij is
tevens bepaald dat een op grond
van die berekening bepaalde hele
onderscheidenlijk halve arbeidsplaats bij
uitstroom van een arbeidsplaats van
de ene subsidiecategorie
naar een andere, hogere subsidiecategorie als bedoeld in artikel
3, eerste lid,
slechts eenmaal wordt geteld (negende
lid).
Artikel
6. Modellen
jaaropgave, verklaring en verslag van controle
In artikel 15 van
het besluit zijn onder meer de gebruikelijke
bepalingen voor het verstrekken van de
jaaropgave vervat met het oog op de
vaststelling van de subsidie. De jaaropgave vormt de jaarlijkse verantwoording
door de gemeente over de
uitvoering van de onderhavige
ID-regelgeving en de besteding van de daartoe
verleende subsidie. De jaaropgave
moet zijn voorzien van een
accountantsverklaring en een verslag van controle.
De bij het onderhavige
artikel vastgestelde modellen voor de
jaaropgave, de accountantsverklaring
en het verslag van controle zijn
opgenomen in bijlage IV wat betreft de
jaaropgave en bijlage V wat betreft de
accountantsverklaring en het verslag van
controle (eerste en tweede lid).
De wijze waarop de
controle wordt uitgevoerd is vastgelegd
in een controle- en rapportageprotocol
dat eveneens is opgenomen in bijlage V (derde lid). Deze bijlage ligt vanaf 1 mei 2000 ter inzage in de
bibliotheek van het ministerie van SZW en zal
alsdan aan alle gemeenten worden
toegezonden.
Artikel
7.
Informatiegegevens
Met het oog op de
monitoring van de realisatie van de
arbeidsplaatsen in het kader van de onderhavige
regelgeving dienen de gemeenten ingevolge artikel 17 van
het besluit daartoe relevante informatie te
verstrekken. De betreffende gegevens zijn
vervat in de zogenaamde
kwartaalrapportage, waarvan het model is
opgenomen in bijlage VI bij deze regeling (eerste lid). De gegevens betreffen in
hoofdlijnen de sectoren waarin de arbeidsplaatsen worden gerealiseerd en
gegevens over de werknemers die deze arbeidsplaatsen vervullen. Het doel van
de rapportage is met name het
vaststellen van de mate waarin deze
arbeidsplaatsen bijdragen aan het
oplossen van de problematiek van langdurige
werkloosheid.
Ingevolge het tweede lid
dient de kwartaalrapportage,
tezamen met de in artikel 5 bedoelde
kwartaalopgave, uiterlijk op de twintigste dag
van de tweede maand die volgt op het kwartaal waarop de bedoelde gegevens
betrekking hebben, door de gemeente
te worden ingediend.
Artikel
8. Subsidie
uitvoeringskosten arbeidsplaatsen bij
instellingen zorgsector
De gemeenten
dragen met
ingang van 1 januari 2000
verantwoordelijkheid voor het beheer en de
uitvoering van de arbeidsplaatsen,
bedoeld in artikel 18 van het besluit (de zogenaamde
"oude" zorgbanen).
Tot deze datum waren de eerdergenoemde uitvoeringsinstanties in de zorg
(COTG, AWO
en de AWOB) hiervoor
verantwoordelijk. Op basis van artikel 8
van de onderhavige regeling
ontvangen de gemeenten in het jaar 2000 een eenmalige subsidie van ƒ4000,-
per toegekende arbeidsplaats bij een
instelling als bedoeld in artikel 1,
eerste lid, onderdeel b, van het
besluit. De subsidie is bedoeld ter financiering van de kosten die de gemeenten
maken in de periode 2000 tot en met
2002 als gevolg van het feit dat
zij verantwoordelijk zijn voor de uitvoering
en het beheer van de "oude"
zorgbanen.
Artikel
9. Toezichthouders
Op grond van artikel 8
van de Kaderwet
SZW-subsidies is
de minister bevoegd tot het aanwijzen
van personen die zijn belast met het
toezicht op de naleving van de bij of krachtens die
wet opgelegde
verplichtingen zoals de verplichtingen op grond
van de onderhavige regelgeving. In het
onderhavige artikel zijn daartoe de
ambtenaren van de Directie Toezicht en
die van de Accountantsdienst van het ministerie van SZW aangewezen.
De wijze waarop de
ambtenaren van de eerstgenoemde directie
toezicht zullen houden, is
vergelijkbaar met het toezicht op de
gemeentelijke uitkeringsverstrekking en toeleiding naar werk. Het toezicht heeft
betrekking op de naleving van de
subsidievoorwaarden en de doeltreffendheid
van het beleid ter zake. Dit
toezicht sluit in beginsel aan bij de single-auditontwikkelingen. Deze ontwikkelingen
betekenen niet alleen dat het
toezicht op twee niveaus plaatsvindt - eerstelijns- en tweedelijnsuitvoeringscontrole
- maar ook dat de minister
zich bij de definitieve vaststelling
van de rijkssubsidie baseert op bestuurlijke
en verantwoordingsinformatie van de gemeente. Voor de
beoordeling van de naleving van de subsidievoorwaarden door gemeenten zal zoveel
mogelijk gebruik worden gemaakt
van de uitkomsten van de controle door de
bij de gemeente fungerende accountant. Het in artikel 6, derde lid,
vastgestelde controle- en rapportageprotocol strekt daartoe. In een latere
fase wordt overgegaan naar een vorm van single
audit waarbij de gemeente een
verantwoordingsverslag over de
uitvoeringsresultaten opstelt.
Op grond van artikel 17
van het besluit is de gemeente
onder meer verplicht mee te werken aan
onderzoek dat door of namens de
minister wordt ingesteld. Dergelijk onderzoek wordt vanuit de eigen
verantwoordelijkheid voor de controle van de departementale jaarrekening alsmede ten
behoeve van de Directie Toezicht
verricht door ambtenaren van de
Accountantsdienst (in de vorm van onder
andere reviews bij de accountants van de
gemeenten, die de
verantwoordingsinformatie van een accountantsverklaring
voorzien).
Artikel
10.
Overgangsbepaling betaling subsidie arbeidsplaatsen
bij instellingen zorgsector
Eerste lid
Zoals in de
toelichting bij artikel 5 al is
aangegeven, wordt de hoogte van het maandelijkse voorschot voor de subsidie van
arbeidsplaatsen als bedoeld in de onderhavige regelgeving in beginsel berekend aan
de hand van kwartaalopgaven. Omdat de financiering van de
arbeidsplaatsen in de zorgsector - de "oude"
zorgbanen - tot 1 januari berustte
bij de Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport, waarbij een andere bevoorschottingssystematiek werd
gehanteerd, ontbreekt voor de eerste
zes maanden van het jaar 2000
de basis voor de bevoorschotting
van deze arbeidsplaatsen. Om als
gevolg daarvan liquiditeitsproblemen
bij gemeenten te voorkomen, is ervoor gekozen gedurende de eerste zes
maanden van het jaar 2000 aan de
gemeenten een maandvoorschot te verlenen dat gebaseerd is op het aantal aan de
gemeente toegekende
arbeidsplaatsen in de zorg zoals opgenomen in
de kolom "arbeidsplaatsen zorgsector" in bijlage I
bij deze regeling.
Tweede lid
Op grond van
dit lid worden met ingang van het derde
kwartaal van het jaar 2000 de maandvoorschotten berekend aan de hand van
de kwartaalopgaven, derhalve
de reguliere bevoorschottingssystematiek
zoals geregeld in artikel 5.
Derde lid
In verband met
de overgang van de arbeidsplaatsen in
de zorgsector naar gemeenten kan een
gemeente wat betreft de
arbeidsplaatsen die haar vóór deze overgang
waren toegekend, in voorkomende gevallen
niet meer in aanmerking komen
voor een verhoging van de subsidie
als bedoeld in artikel 3, derde lid.
Teneinde hieraan tegemoet te komen, is in
het onderhavige lid bepaald
dat bij de beoordeling van het
verzoek om subsidieverhoging het aantal
arbeidsplaatsen als bedoeld in het eerste lid buiten beschouwing wordt
gelaten. Voor de duur van deze
overgangsbepaling is aangesloten bij de duur
van de overgangsregeling inzake de vergoeding van de arbeidsplaatsen in
de zorgsector als bedoeld in artikel 18
van het besluit, te weten drie jaar.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
K.G. de Vries.
BIJLAGE I
als bedoeld in
artikel 2, eerste lid, van de Regeling uitvoering en financiering
Besluit ID-banen
[Stcrt. 2002, 4]
| Gemeentenaam |
Aantal
banen |
| 1999 |
2000 |
2001 |
2002 |
| Gemeente |
Zorg |
Totaal |
| Aa en Hunze |
6 |
6 |
47,6 |
53,6 |
53,6 |
53,6 |
| Aalburg |
3 |
3 |
0,0 |
3,0 |
2,0 |
2,0 |
| Aalsmeer |
4 |
4 |
16,9 |
20,9 |
20,9 |
20,9 |
| Aalten |
5 |
5 |
2,2 |
7,2 |
7,2 |
7,2 |
| Abcoude |
2 |
2 |
5,2 |
7,2 |
7,2 |
7,2 |
| Achtkarspelen |
23 |
30 |
13,7 |
43,7 |
59,7 |
66,7 |
| Alblasserdam |
8 |
11 |
5,9 |
16,9 |
18,9 |
20,9 |
| Albrandswaard |
3 |
3 |
44,4 |
47,4 |
47,4 |
47,4 |
| Alkemade |
2 |
2 |
1,0 |
3,0 |
3,0 |
3,0 |
| Alkmaar |
216 |
254 |
91,0 |
345,0 |
383,0 |
421,0 |
| Almelo |
348 |
396 |
65,9 |
461,9 |
510,9 |
560,9 |
| Almere |
192 |
227 |
89,7 |
316,7 |
351,7 |
386,7 |
| Alphen-Chaam |
1 |
1 |
0,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
| Alphen aan den Rijn |
31 |
32 |
82,5 |
114,5 |
114,5 |
114,5 |
| Ambt Montfort |
3 |
3 |
3,3 |
6,3 |
6,3 |
6,3 |
| Ameland |
2 |
2 |
0,0 |
2,0 |
3,0 |
3,0 |
| Amerongen |
1 |
1 |
2,0 |
3,0 |
2,0 |
2,0 |
| Amersfoort |
106 |
130 |
119,2 |
249,2 |
273,2 |
297,2 |
| Amstelveen |
42 |
47 |
42,9 |
89,9 |
94,9 |
98,9 |
| Amsterdam |
5428 |
6307 |
679,5 |
6986,5 |
7881,5 |
8667,5 |
| Andijk |
1 |
1 |
1,5 |
2,5 |
2,5 |
2,5 |
|
Angerlo |
2 |
2 |
0,0 |
2,0 |
2,0 |
2,0 |
|
Anna Paulowna |
5 |
6 |
2,5 |
8,5 |
9,5 |
10,5 |
|
Apeldoorn |
196 |
225 |
201,2 |
426,2 |
455,2 |
484,2 |
|
Appingedam |
14 |
19 |
5,0 |
24,0 |
42,0 |
66,0 |
|
Arcen en Velden |
3 |
3 |
1,0 |
4,0 |
1,0 |
1,0 |
|
Arnhem |
778 |
907 |
355,0 |
1262,0 |
1393,0 |
1526,0 |
|
Assen |
82 |
109 |
100,5 |
209,5 |
244,5 |
270,5 |
|
Asten |
3 |
3 |
1,0 |
4,0 |
4,0 |
4,0 |
|
Axel |
6 |
8 |
0,0 |
8,0 |
10,0 |
11,0 |
|
Baarle-Nassau |
2 |
2 |
3,0 |
5,0 |
5,0 |
5,0 |
|
Baarn |
11 |
13 |
44,0 |
57,0 |
59,0 |
60,0 |
|
Barendrecht |
5 |
5 |
21,3 |
26,3 |
26,3 |
26,3 |
|
Barneveld |
8 |
8 |
8,0 |
16,0 |
16,0 |
16,0 |
|
Bathmen |
2 |
2 |
2,0 |
4,0 |
4,0 |
4,0 |
|
Bedum |
4 |
5 |
8,9 |
13,9 |
18,9 |
18,9 |
|
Beek |
7 |
9 |
3,0 |
12,0 |
14,0 |
15,0 |
|
Beemster |
2 |
2 |
15,0 |
17,0 |
17,0 |
17,0 |
|
Beesel |
5 |
5 |
0,0 |
5,0 |
5,0 |
5,0 |
|
Bellingwedde |
7 |
9 |
6,0 |
15,0 |
26,0 |
28,0 |
|
Bemmel |
13 |
15 |
14,5 |
29,5 |
30,5 |
31,5 |
|
Bennebroek |
2 |
2 |
6,0 |
8,0 |
8,0 |
8,0 |
|
Bergambacht |
2 |
2 |
9,8 |
11,8 |
11,8 |
11,8 |
|
Bergeijk |
4 |
4 |
1,0 |
5,0 |
5,0 |
5,0 |
| Bergen
(L) |
3 |
3 |
0,5 |
3,5 |
3,5 |
3,5 |
| Bergen
(NH) |
14 |
16 |
60,3 |
76,3 |
78,3 |
80,3 |
| Bergen
op Zoom |
93 |
114 |
84,3 |
198,3 |
218,3 |
238,3 |
| Bergh |
6 |
7 |
15,7 |
22,7 |
23,7 |
23,7 |
|
Bergschenhoek |
2 |
2 |
1,0 |
3,0 |
3,0 |
3,0 |
|
Berkel en Rodenrijs |
3 |
3 |
6,0 |
9,0 |
6,0 |
6,0 |
|
Bernheeze |
6 |
6 |
11,5 |
17,5 |
17,5 |
17,5 |
|
Bernisse |
3 |
3 |
0,5 |
3,5 |
3,5 |
3,5 |
|
Best |
13 |
16 |
7,0 |
23,0 |
26,0 |
29,0 |
|
Beuningen |
9 |
10 |
19,4 |
29,4 |
30,4 |
31,4 |
|
Beverwijk |
22 |
28 |
10,9 |
38,9 |
44,9 |
50,9 |
|
De Bilt |
13 |
15 |
1,1 |
16,1 |
17,1 |
18,1 |
|
Binnenmaas |
3 |
3 |
5,0 |
8,0 |
8,0 |
8,0 |
|
Bladel |
3 |
3 |
11,8 |
14,8 |
14,8 |
14,8 |
|
Blaricum |
2 |
2 |
5,5 |
7,5 |
7,5 |
7,5 |
|
Bleiswijk |
2 |
2 |
0,0 |
2,0 |
2,0 |
2,0 |
|
Bloemendaal |
4 |
4 |
7,2 |
11,2 |
11,2 |
11,2 |
|
Boarnsterhim |
8 |
10 |
6,0 |
16,0 |
23,0 |
24,0 |
|
Bodegraven |
3 |
3 |
6,5 |
9,5 |
9,5 |
9,5 |
|
Boekel |
1 |
1 |
2,1 |
3,1 |
3,1 |
3,1 |
|
Bolsward |
8 |
11 |
4,6 |
15,6 |
26,6 |
28,6 |
|
Borculo |
3 |
3 |
2,3 |
5,3 |
5,3 |
5,3 |
|
Borger-Odoorn |
8 |
9 |
12,3 |
21,3 |
22,3 |
22,3 |
|
Borne |
7 |
8 |
4,2 |
12,2 |
13,2 |
14,2 |
|
Borsele |
5 |
5 |
2,3 |
7,3 |
7,3 |
7,3 |
| Boskoop |
4 |
4 |
4,9 |
8,9 |
8,9 |
8,9 |
|
Boxmeer |
7 |
7 |
38,5 |
45,5 |
45,5 |
45,5 |
|
Boxtel |
11 |
12 |
17,1 |
29,1 |
30,1 |
31,1 |
|
Breda |
450 |
515 |
164,8 |
679,8 |
745,8 |
812,8 |
|
Breukelen |
1 |
1 |
4,0 |
5,0 |
4,0 |
4,0 |
|
Brielle |
4 |
4 |
20,3 |
24,3 |
24,3 |
24,3 |
|
Brummen |
7 |
8 |
11,2 |
19,2 |
20,2 |
20,2 |
|
Brunssum |
73 |
89 |
12,7 |
101,7 |
117,7 |
133,7 |
| Bunnik |
3 |
3 |
5,0 |
8,0 |
8,0 |
8,0 |
|
Bunschoten |
3 |
3 |
0,0 |
3,0 |
3,0 |
3,0 |
|
Buren |
7 |
7 |
2,2 |
9,2 |
9,2 |
9,2 |
|
Bussum |
16 |
20 |
13,2 |
33,2 |
36,2 |
39,2 |
|
Capelle aan den IJssel |
75 |
95 |
91,9 |
186,9 |
206,9 |
225,9 |
|
Castricum |
9 |
9 |
21,8 |
30,8 |
30,8 |
30,8 |
|
Coevorden |
19 |
24 |
20,4 |
44,4 |
53,4 |
57,4 |
|
Cranendonck |
8 |
9 |
6,0 |
15,0 |
15,0 |
15,0 |
|
Cromstrijen |
1 |
1 |
9,0 |
10,0 |
10,0 |
10,0 |
|
Cuijk |
16 |
19 |
5,0 |
24,0 |
27,0 |
30,0 |
|
Culemborg |
15 |
19 |
8,0 |
27,0 |
31,0 |
35,0 |
|
Dalfsen |
5 |
5 |
6,2 |
11,2 |
11,2 |
11,2 |
|
Dantumadeel |
17 |
23 |
17,4 |
40,4 |
46,4 |
51,4 |
|
Delft |
188 |
217 |
74,0 |
291,0 |
320,0 |
348,0 |
|
Delfzijl |
80 |
95 |
35,0 |
130,0 |
158,0 |
173,0 |
|
Den Helder |
143 |
169 |
88,8 |
257,8 |
282,8 |
307,8 |
|
Denekamp |
6 |
6 |
8,5 |
14,5 |
14,5 |
14,5 |
|
Deurne |
9 |
9 |
30,2 |
39,2 |
39,2 |
39,2 |
|
Deventer |
297 |
331 |
162,0 |
493,0 |
528,0 |
563,0 |
|
Didam |
6 |
7 |
10,4 |
17,4 |
18,4 |
18,4 |
|
Diemen |
25 |
31 |
8,0 |
39,0 |
26,0 |
32,0 |
|
Dinxperlo |
2 |
2 |
6,2 |
8,2 |
8,2 |
8,2 |
|
Dirksland |
1 |
1 |
2,0 |
3,0 |
3,0 |
3,0 |
|
Doesburg |
11 |
14 |
10,0 |
24,0 |
27,0 |
30,0 |
|
Doetinchem |
40 |
48 |
68,2 |
116,2 |
124,2 |
131,2 |
|
Dongen |
9 |
10 |
15,0 |
25,0 |
26,0 |
27,0 |
|
Dongeradeel |
21 |
28 |
39,8 |
67,8 |
73,8 |
79,8 |
|
Doorn |
3 |
3 |
9,1 |
12,1 |
12,1 |
12,1 |
|
Dordrecht |
339 |
416 |
131,3 |
547,3 |
625,3 |
704,3 |
|
Drechterland |
2 |
2 |
5,0 |
7,0 |
7,0 |
7,0 |
|
Driebergen-Rijsenburg |
7 |
9 |
18,1 |
27,1 |
28,1 |
29,1 |
|
Drimmelen |
5 |
5 |
5,0 |
10,0 |
10,0 |
10,0 |
|
Dronten |
15 |
20 |
9,2 |
29,2 |
33,2 |
37,2 |
|
Druten |
8 |
9 |
60,2 |
69,2 |
70,2 |
71,2 |
|
DSZW Noardwest Fryslân |
46 |
61 |
40,7 |
101,7 |
134,7 |
147,7 |
|
Duiven |
8 |
8 |
13,4 |
21,4 |
21,4 |
21,4 |
|
Echt |
11 |
13 |
5,7 |
18,7 |
20,7 |
22,7 |
|
Edam-Volendam |
4 |
4 |
3,9 |
7,9 |
7,9 |
7,9 |
|
Ede |
69 |
79 |
103,5 |
182,5 |
192,5 |
202,5 |
|
Eemnes |
3 |
3 |
0,0 |
3,0 |
3,0 |
3,0 |
|
Eemsmond |
11 |
14 |
8,0 |
22,0 |
25,0 |
28,0 |
|
Eersel |
4 |
4 |
9,8 |
13,8 |
13,8 |
13,8 |
|
Eibergen |
4 |
4 |
3,0 |
7,0 |
7,0 |
7,0 |
|
Eijsden |
3 |
3 |
2,0 |
5,0 |
5,0 |
5,0 |
|
Eindhoven |
587 |
684 |
213,7 |
897,7 |
995,7 |
1095,7 |
|
Elburg |
4 |
4 |
10,0 |
14,0 |
14,0 |
14,0 |
|
Emmen |
188 |
220 |
113,1 |
333,1 |
372,1 |
427,1 |
|
Enkhuizen |
8 |
10 |
12,0 |
22,0 |
23,0 |
24,0 |
|
Enschede |
667 |
768 |
101,8 |
869,8 |
971,8 |
1075,8 |
|
Epe |
8 |
8 |
21,1 |
29,1 |
29,1 |
29,1 |
|
Ermelo |
7 |
8 |
13,8 |
21,8 |
21,8 |
21,8 |
|
Etten-Leur |
17 |
20 |
17,4 |
37,4 |
40,4 |
43,4 |
|
Ferwerderadiel |
6 |
8 |
11,1 |
19,1 |
30,1 |
32,1 |
|
Gaasterlân-Sleat |
3 |
3 |
8,2 |
11,2 |
11,2 |
11,2 |
|
Geertruidenberg |
7 |
7 |
24,0 |
31,0 |
31,0 |
31,0 |
|
Geldermalsen |
5 |
5 |
32,0 |
37,0 |
37,0 |
37,0 |
|
Geldrop |
19 |
23 |
6,8 |
29,8 |
33,8 |
37,8 |
|
Gemert-Bakel |
10 |
12 |
12,6 |
24,6 |
25,6 |
26,6 |
|
Gendringen |
8 |
9 |
19,6 |
28,6 |
29,6 |
30,6 |
|
Gennep |
6 |
7 |
19,0 |
26,0 |
27,0 |
27,0 |
|
Giessenlanden |
2 |
2 |
6,4 |
8,4 |
8,4 |
8,4 |
|
Gilze en Rijen |
6 |
6 |
2,2 |
8,2 |
8,2 |
8,2 |
|
Goedereede |
1 |
1 |
0,0 |
1,0 |
0,0 |
0,0 |
|
Goes |
24 |
31 |
78,1 |
109,1 |
115,1 |
121,1 |
|
Goirle |
6 |
7 |
17,4 |
24,4 |
25,4 |
25,4 |
|
Gorinchem |
26 |
34 |
67,7 |
101,7 |
108,7 |
115,7 |
|
Gorssel |
2 |
2 |
14,0 |
16,0 |
16,0 |
16,0 |
|
Gouda |
81 |
104 |
105,8 |
209,8 |
231,8 |
253,8 |
|
Graafstroom |
2 |
2 |
0,0 |
2,0 |
2,0 |
2,0 |
|
Graft-De Rijp |
2 |
2 |
1,0 |
3,0 |
3,0 |
3,0 |
|
Grave |
4 |
5 |
19,3 |
24,3 |
25,3 |
25,3 |
|
’s-Gravendeel |
2 |
2 |
2,0 |
4,0 |
4,0 |
4,0 |
|
’s-Gravenhage |
3115 |
3471 |
456,9 |
3927,9 |
4289,9 |
4656,9 |
|
’s-Gravenzande |
4 |
4 |
4,0 |
8,0 |
8,0 |
8,0 |
|
Groenlo |
3 |
3 |
10,6 |
13,6 |
13,6 |
13,6 |
|
Groesbeek |
12 |
15 |
133,8 |
148,8 |
151,8 |
154,8 |
|
Groningen |
905 |
1112 |
116 |
1228,0 |
1460,0 |
1674,0 |
|
Grootegast |
6 |
8 |
5,0 |
13,0 |
21,0 |
22,0 |
|
Gulpen-Wittem |
5 |
5 |
0,0 |
5,0 |
5,0 |
5,0 |
|
Haaksbergen |
8 |
9 |
18,0 |
27,0 |
28,0 |
29,0 |
|
Haaren |
2 |
2 |
11,2 |
13,2 |
13,2 |
13,2 |
|
Haarlem |
292 |
346 |
93,0 |
439,0 |
493,0 |
548,0 |
|
Haarlemmerliede en Spaarnwoude |
2 |
2 |
0,0 |
2,0 |
2,0 |
2,0 |
|
Haarlemmermeer |
44 |
49 |
31,9 |
80,9 |
85,9 |
90,9 |
|
Haelen |
3 |
3 |
12,3 |
15,3 |
15,3 |
15,3 |
|
Halderberge |
9 |
9 |
19,7 |
28,7 |
28,7 |
28,7 |
|
Hardenberg |
15 |
16 |
75,3 |
91,3 |
92,3 |
92,3 |
|
Harderwijk |
15 |
18 |
38,6 |
56,6 |
59,6 |
61,6 |
|
Hardinxveld-Giessendam |
3 |
3 |
3,0 |
6,0 |
6,0 |
6,0 |
|
Haren |
6 |
7 |
14,1 |
21,1 |
27,1 |
27,1 |
|
Harenkarspel |
3 |
3 |
23,0 |
26,0 |
26,0 |
26,0 |
|
Hattem |
2 |
2 |
5,0 |
7,0 |
7,0 |
7,0 |
|
Heel |
2 |
2 |
30,0 |
32,0 |
32,0 |
32,0 |
|
Heemskerk |
27 |
37 |
18,3 |
55,3 |
65,3 |
75,3 |
|
Heemstede |
5 |
5 |
44,5 |
49,5 |
49,5 |
49,5 |
|
Heerde |
3 |
3 |
29,1 |
32,1 |
31,1 |
31,1 |
|
Heerenveen |
69 |
80 |
38,4 |
118,4 |
129,4 |
139,4 |
|
Heerhugowaard |
18 |
22 |
18,0 |
40,0 |
44,0 |
47,0 |
|
Heerjansdam |
2 |
2 |
0,0 |
2,0 |
2,0 |
2,0 |
|
Heerlen |
329 |
398 |
70,1 |
468,1 |
538,1 |
609,1 |
|
Heeze-Leende |
3 |
3 |
15,6 |
18,6 |
18,6 |
18,6 |
|
Heiloo |
6 |
6 |
13,2 |
19,2 |
19,2 |
19,2 |
|
Helden |
4 |
4 |
19,6 |
23,6 |
23,6 |
23,6 |
|
Hellendoorn |
9 |
9 |
39,2 |
48,2 |
48,2 |
48,2 |
|
Hellevoetsluis |
39 |
47 |
18,1 |
65,1 |
73,1 |
80,1 |
|
Helmond |
216 |
262 |
43,0 |
305,0 |
351,0 |
398,0 |
|
Hendrik-Ido-Ambacht |
5 |
5 |
6,4 |
11,4 |
11,4 |
11,4 |
|
Hengelo (Gld) |
3 |
3 |
3,0 |
6,0 |
6,0 |
6,0 |
|
Hengelo (Ov) |
268 |
302 |
78,1 |
380,1 |
414,1 |
449,1 |
|
’s-Hertogenbosch |
448 |
500 |
100,3 |
600,3 |
652,3 |
705,3 |
|
Heumen |
7 |
8 |
8,2 |
16,2 |
17,2 |
18,2 |
|
Heusden |
18 |
21 |
2,7 |
23,7 |
26,7 |
28,7 |
|
Heythuysen |
3 |
3 |
10,4 |
13,4 |
13,4 |
13,4 |
|
Hillegom |
5 |
5 |
5,7 |
10,7 |
6,7 |
6,7 |
|
Hilvarenbeek |
3 |
3 |
5,0 |
8,0 |
8,0 |
8,0 |
|
Hilversum |
73 |
91 |
51 |
142,0 |
160,0 |
178,0 |
|
Hof van Twente |
14 |
15 |
13,2 |
28,2 |
29,2 |
30,2 |
|
Hontenisse |
2 |
2 |
0,0 |
2,0 |
2,0 |
2,0 |
|
Hoogeveen |
44 |
52 |
21,2 |
73,2 |
88,2 |
96,2 |
|
Hoogezand-Sappemeer |
83 |
99 |
11,1 |
110,1 |
137,1 |
153,1 |
|
Hoorn |
94 |
120 |
77,7 |
197,7 |
223,7 |
249,7 |
|
Horst aan de Maas |
8 |
8 |
7,0 |
15,0 |
15,0 |
15,0 |
|
Houten |
7 |
7 |
6,0 |
13,0 |
13,0 |
13,0 |
|
Huizen |
21 |
26 |
13,7 |
39,7 |
44,7 |
49,7 |
|
Hulst |
7 |
7 |
38,1 |
45,1 |
45,1 |
45,1 |
|
Hummelo en Keppel |
2 |
2 |
2,0 |
4,0 |
4,0 |
4,0 |
|
Hunsel |
2 |
2 |
0,0 |
2,0 |
2,0 |
2,0 |
|
IJsselstein |
7 |
8 |
13,0 |
21,0 |
22,0 |
23,0 |
|
IS Zorg, Werk en Inkomen |
12 |
12 |
12,7 |
24,7 |
24,7 |
24,7 |
|
ISD De Rijnstreek |
6 |
6 |
25,7 |
31,7 |
31,7 |
31,7 |
|
ISD Oldambt |
40 |
52 |
27,2 |
79,2 |
118,2 |
157,2 |
|
Kampen |
27 |
34 |
43,7 |
77,7 |
84,7 |
91,7 |
|
Kapelle |
2 |
2 |
4,0 |
6,0 |
6,0 |
6,0 |
|
Katwijk |
8 |
8 |
28,3 |
36,3 |
36,3 |
36,3 |
|
Kerkrade |
121 |
145 |
13,5 |
158,5 |
181,5 |
204,5 |
|
Kessel |
2 |
2 |
0,0 |
2,0 |
2,0 |
2,0 |
|
Kesteren |
7 |
7 |
3,7 |
10,7 |
10,7 |
10,7 |
| Kollumerland
en Nieuwkruisland |
10 |
13 |
13,1 |
26,1 |
34,1 |
36,1 |
|
Korendijk |
2 |
2 |
0,0 |
2,0 |
2,0 |
2,0 |
|
Krimpen aan den IJssel |
8 |
8 |
9,0 |
18,0 |
18,0 |
18,0 |
|
Laarbeek |
6 |
6 |
6,1 |
12,1 |
12,1 |
12,1 |
|
Landerd |
1 |
1 |
8,1 |
9,1 |
8,1 |
8,1 |
|
Landgraaf |
96 |
105 |
18,2 |
123,2 |
132,2 |
141,2 |
|
Landsmeer |
2 |
2 |
2,8 |
4,8 |
4,8 |
4,8 |
|
Langedijk |
6 |
6 |
5,0 |
11,0 |
11,0 |
11,0 |
|
Laren |
2 |
2 |
7,2 |
9,2 |
9,2 |
9,2 |
|
Leek |
8 |
9 |
44,4 |
53,4 |
54,4 |
54,4 |
|
Leerdam |
8 |
9 |
19,4 |
28,4 |
28,4 |
28,4 |
|
Leersum |
2 |
2 |
0,0 |
2,0 |
2,0 |
2,0 |
|
Leeuwarden |
304 |
382 |
186,6 |
568,6 |
663,6 |
743,6 |
|
Leeuwarderadeel |
3 |
3 |
28,0 |
31,0 |
31,0 |
31,0 |
|
Leiden |
261 |
309 |
71,8 |
380,8 |
429,8 |
478,8 |
|
Leiderdorp |
7 |
7 |
33,8 |
40,8 |
40,8 |
40,8 |
|
Leidschendam-Voorburg |
29 |
36 |
46,7 |
82,7 |
88,7 |
94,7 |
|
Lelystad |
175 |
211 |
65,3 |
276,3 |
312,3 |
347,3 |
|
Lemsterland |
9 |
12 |
4,3 |
16,3 |
25,3 |
28,3 |
|
Leusden |
4 |
4 |
18,6 |
22,6 |
22,6 |
22,6 |
|
Lichtenvoorde |
3 |
3 |
7,0 |
10,0 |
10,0 |
10,0 |
|
De Lier |
2 |
2 |
1,0 |
3,0 |
3,0 |
3,0 |
|
Liesveld |
2 |
2 |
0,0 |
2,0 |
2,0 |
2,0 |
| Lingewaal |
2 |
2 |
1,2 |
3,2 |
3,2 |
3,2 |
| Lisse |
4 |
4 |
0,6 |
4,6 |
4,6 |
4,6 |
|
Lith |
2 |
2 |
2,2 |
4,2 |
2,2 |
2,2 |
|
Littenseradiel |
3 |
3 |
2,0 |
5,0 |
5,0 |
5,0 |
|
Lochem |
5 |
5 |
13,1 |
18,1 |
18,1 |
18,1 |
|
Loenen |
2 |
2 |
3,0 |
5,0 |
5,0 |
5,0 |
|
Loon op Zand |
6 |
6 |
2,0 |
8,0 |
8,0 |
8,0 |
|
Lopik |
2 |
2 |
0,0 |
2,0 |
2,0 |
2,0 |
|
Loppersum |
7 |
9 |
1,5 |
10,5 |
11,5 |
12,5 |
|
Losser |
7 |
8 |
16,0 |
24,0 |
25,0 |
25,0 |
|
Maarn |
2 |
2 |
9,4 |
11,4 |
11,4 |
11,4 |
|
Maarssen |
16 |
18 |
23,3 |
41,3 |
43,3 |
44,3 |
|
Maasbracht |
4 |
4 |
3,0 |
7,0 |
7,0 |
7,0 |
|
Maasbree |
3 |
3 |
3,7 |
6,7 |
6,7 |
6,7 |
|
Maasdonk |
2 |
2 |
2,0 |
4,0 |
4,0 |
4,0 |
|
Maasdriel |
10 |
10 |
2,0 |
12,0 |
12,0 |
12,0 |
|
Maasland |
2 |
2 |
0,0 |
2,0 |
2,0 |
2,0 |
|
Maassluis |
23 |
30 |
36,8 |
66,8 |
73,8 |
80,8 |
|
Maastricht |
412 |
479 |
159,5 |
638,5 |
706,5 |
775,5 |
|
Margraten |
3 |
3 |
8,5 |
11,5 |
11,5 |
11,5 |
|
De Marne |
9 |
12 |
5,4 |
17,4 |
14,4 |
16,4 |
|
Marum |
4 |
5 |
4,0 |
9,0 |
15,0 |
15,0 |
|
Medemblik |
1 |
2 |
2,3 |
4,3 |
4,3 |
5,3 |
|
Meerlo-Wanssum |
2 |
2 |
2,8 |
4,8 |
4,8 |
4,8 |
|
Meerssen |
7 |
8 |
2,2 |
10,2 |
11,2 |
12,2 |
|
Meijel |
2 |
2 |
0,0 |
2,0 |
2,0 |
2,0 |
|
Menterwolde |
9 |
12 |
3,0 |
15,0 |
26,0 |
29,0 |
|
Meppel |
21 |
27 |
15,0 |
42,0 |
54,0 |
60,0 |
|
Middelburg |
43 |
54 |
108,6 |
162,6 |
172,6 |
182,6 |
|
Middelharnis |
3 |
3 |
25,2 |
28,2 |
28,2 |
28,2 |
|
Midden-Drenthe |
1 |
2 |
12,7 |
14,7 |
18,7 |
18,7 |
|
Mierlo |
4 |
5 |
0,0 |
5,0 |
6,0 |
6,0 |
|
Mill en Sint Hubert |
2 |
2 |
4,0 |
6,0 |
6,0 |
6,0 |
|
Millingen aan de Rijn |
4 |
5 |
6,0 |
11,0 |
12,0 |
13,0 |
|
Moerdijk |
9 |
9 |
6,7 |
15,7 |
15,7 |
15,7 |
|
Monster |
3 |
3 |
36,9 |
39,9 |
39,9 |
39,9 |
|
Montfoort |
3 |
3 |
1,0 |
4,0 |
4,0 |
4,0 |
|
Mook en Middelaar |
3 |
3 |
0,0 |
3,0 |
3,0 |
3,0 |
|
Moordrecht |
3 |
4 |
1,2 |
5,2 |
6,2 |
6,2 |
|
Muiden |
2 |
2 |
1,0 |
3,0 |
3,0 |
3,0 |
|
Naaldwijk |
5 |
5 |
3,0 |
8,0 |
8,0 |
8,0 |
|
Naarden |
4 |
4 |
21,0 |
25,0 |
25,0 |
25,0 |
|
Nederlek |
4 |
4 |
8,0 |
12,0 |
12,0 |
12,0 |
|
Nederweert |
3 |
3 |
1,0 |
4,0 |
4,0 |
4,0 |
|
Neede |
3 |
3 |
4,1 |
7,1 |
7,1 |
7,1 |
|
Neerijnen |
2 |
2 |
2,0 |
4,0 |
4,0 |
4,0 |
|
Niedorp |
3 |
3 |
4,0 |
7,0 |
5,0 |
5,0 |
|
Nieuw-Lekkerland |
2 |
2 |
0,0 |
2,0 |
2,0 |
2,0 |
|
Nieuwegein |
46 |
54 |
23,4 |
77,4 |
85,4 |
93,4 |
|
Nieuwerkerk aan den IJssel |
6 |
6 |
7,0 |
13,0 |
13,0 |
13,0 |
|
Nijefurd |
6 |
8 |
3,0 |
11,0 |
12,0 |
13,0 |
|
Nijkerk |
9 |
9 |
14,7 |
23,7 |
23,7 |
23,7 |
|
Nijmegen |
787 |
956 |
187,9 |
1143,9 |
1314,9 |
1488,9 |
|
Noord-Beveland |
2 |
2 |
0,0 |
2,0 |
0,0 |
0,0 |
|
Noordenveld |
8 |
8 |
18,0 |
26,0 |
29,0 |
29,0 |
|
Noorder-Koggenland |
2 |
2 |
6,2 |
8,2 |
8,2 |
8,2 |
|
Noordoostpolder |
26 |
34 |
46,9 |
80,9 |
87,9 |
94,9 |
|
Noordwijk |
6 |
6 |
10,1 |
16,1 |
16,1 |
16,1 |
|
Noordwijkerhout |
3 |
3 |
9,1 |
12,1 |
12,1 |
12,1 |
| Nuenen, Gerwen en Nederwetten |
7 |
7 |
0,0 |
7,0 |
7,0 |
7,0 |
|
Nunspeet |
4 |
4 |
18,2 |
22,2 |
22,2 |
22,2 |
|
Obdam |
2 |
2 |
3,9 |
5,9 |
5,9 |
5,9 |
|
Oegstgeest |
4 |
4 |
19,6 |
23,6 |
23,6 |
23,6 |
|
Oirschot |
3 |
3 |
11,0 |
14,0 |
14,0 |
14,0 |
|
Oisterwijk |
7 |
7 |
32,1 |
39,1 |
39,1 |
39,1 |
|
Oldebroek |
3 |
3 |
5,0 |
8,0 |
8,0 |
8,0 |
|
Oldenzaal |
23 |
30 |
21,4 |
51,4 |
58,4 |
65,4 |
|
Olst |
4 |
4 |
9,7 |
13,7 |
13,7 |
13,7 |
|
Ommen |
4 |
4 |
23,2 |
27,2 |
24,2 |
24,2 |
|
Onderbanken |
3 |
3 |
0,0 |
3,0 |
3,0 |
3,0 |
|
Oostburg |
4 |
4 |
14,9 |
18,9 |
18,9 |
18,9 |
|
Oosterhout |
38 |
45 |
41,2 |
86,2 |
93,2 |
100,2 |
|
Oostflakkee |
3 |
3 |
5,0 |
8,0 |
5,0 |
5,0 |
|
Ooststellingwerf |
19 |
26 |
24,6 |
50,6 |
57,6 |
64,6 |
|
Oostzaan |
2 |
2 |
1,2 |
3,2 |
3,2 |
3,2 |
|
Opmeer |
2 |
2 |
4,8 |
6,8 |
6,8 |
6,8 |
|
Opsterland |
15 |
19 |
49,9 |
68,9 |
78,9 |
82,9 |
|
Oss |
100 |
113 |
51,7 |
164,7 |
177,7 |
190,7 |
|
Oud-Beijerland |
6 |
7 |
25,1 |
32,1 |
32,1 |
32,1 |
|
Ouder-Amstel |
3 |
3 |
5,0 |
8,0 |
7,0 |
7,0 |
|
Ouderkerk |
2 |
2 |
3,5 |
5,5 |
5,5 |
5,5 |
|
Oudewater |
2 |
2 |
5,0 |
7,0 |
7,0 |
7,0 |
|
Overbetuwe |
14 |
16 |
17,6 |
33,6 |
34,6 |
35,6 |
|
Papendrecht |
11 |
13 |
7,0 |
20,0 |
21,0 |
22,0 |
|
Pekela |
12 |
16 |
1,8 |
17,8 |
35,8 |
39,8 |
|
Pijnacker-Nootdorp |
4 |
4 |
43,0 |
47,0 |
47,0 |
47,0 |
|
Purmerend |
59 |
72 |
132 |
204,0 |
217,0 |
230,0 |
|
Putten |
1 |
1 |
1,0 |
2,0 |
1,0 |
1,0 |
|
Raalte |
9 |
9 |
25,5 |
34,5 |
34,5 |
34,5 |
|
Ravenstein |
2 |
2 |
3,2 |
5,2 |
5,2 |
5,2 |
|
Reeuwijk |
2 |
2 |
0,0 |
2,0 |
2,0 |
2,0 |
|
Reimerswaal |
7 |
8 |
1,0 |
9,0 |
9,0 |
9,0 |
|
Renkum |
16 |
19 |
38,6 |
57,6 |
60,6 |
63,6 |
|
Renswoude |
0 |
2 |
0,0 |
2,0 |
2,0 |
2,0 |
|
Reusel-De Mierden |
2 |
2 |
0,0 |
2,0 |
2,0 |
2,0 |
|
Rheden |
38 |
47 |
43,7 |
90,7 |
99,7 |
107,7 |
|
Rhenen |
8 |
9 |
3,5 |
12,5 |
13,5 |
14,5 |
|
Ridderkerk |
20 |
24 |
13,4 |
37,4 |
41,4 |
45,4 |
|
Rijnsburg |
4 |
4 |
1,0 |
5,0 |
5,0 |
5,0 |
|
Rijnwaarden |
4 |
4 |
5,0 |
10,0 |
11,0 |
11,0 |
|
Rijnwoude |
3 |
3 |
4,1 |
7,1 |
7,1 |
7,1 |
|
Rijssen |
9 |
10 |
13,0 |
23,0 |
23,0 |
23,0 |
|
Rijswijk |
40 |
49 |
115,1 |
164,1 |
173,1 |
182,1 |
|
Roerdalen |
3 |
3 |
0,0 |
3,0 |
3,0 |
3,0 |
|
Roermond |
130 |
155 |
43,1 |
198,1 |
222,1 |
246,1 |
|
Roggel en Neer |
1 |
1 |
7,2 |
8,2 |
8,2 |
8,2 |
|
De Ronde Venen |
6 |
6 |
3,0 |
9,0 |
3,0 |
3,0 |
|
Roosendaal |
50 |
59 |
46,7 |
105,7 |
114,7 |
122,7 |
|
Rotterdam |
5035 |
5737 |
768,0 |
6505,0 |
7220,0 |
7944,0 |
|
Rozenburg |
10 |
13 |
4,5 |
17,5 |
20,5 |
22,5 |
|
Rozendaal |
1 |
1 |
0,0 |
1,0 |
0,0 |
0,0 |
|
Rucphen |
8 |
9 |
9,5 |
18,5 |
19,5 |
20,5 |
|
Ruurlo |
2 |
2 |
4,0 |
6,0 |
6,0 |
6,0 |
| Sas
van Gent |
5 |
6 |
1,2 |
7,2 |
8,2 |
9,2 |
| Sassenheim |
3 |
3 |
17,7 |
20,7 |
17,7 |
17,7 |
| Schagen |
8 |
10 |
21,1 |
31,1 |
33,1 |
35,1 |
| Schermer |
2 |
2 |
0,0 |
2,0 |
2,0 |
2,0 |
| Scherpenzeel |
2 |
2 |
1,0 |
3,0 |
3,0 |
3,0 |
| Schiedam |
194 |
235 |
78,1 |
313,1 |
355,1 |
398,1 |
| Schiermonnikoog |
2 |
2 |
0,0 |
2,0 |
0,0 |
0,0 |
| Schijndel |
7 |
7 |
6,5 |
13,5 |
13,5 |
13,5 |
| Schinnen |
5 |
5 |
0,0 |
5,0 |
5,0 |
5,0 |
| Schipluiden |
2 |
2 |
0,0 |
2,0 |
2,0 |
2,0 |
| Schoonhoven |
5 |
6 |
5,3 |
12,3 |
13,3 |
14,3 |
| Schouwen-Duiveland |
10 |
11 |
25,4 |
36,4 |
37,4 |
38,4 |
| Sevenum |
2 |
2 |
0,0 |
2,0 |
2,0 |
2,0 |
| Sint
Anthonis |
2 |
2 |
18,1 |
20,1 |
20,1 |
20,1 |
| Sint-Michielsgestel |
6 |
6 |
9,4 |
15,4 |
15,4 |
15,4 |
| Sint-Oedenrode |
4 |
4 |
1,2 |
5,2 |
5,2 |
5,2 |
| Sittard-Geleen |
228 |
277 |
55,5 |
332,5 |
381,5 |
428,5 |
| Skarsterlân |
9 |
10 |
22,0 |
32,0 |
36,0 |
37,0 |
| Sliedrecht |
11 |
14 |
37,3 |
51,3 |
54,3 |
57,3 |
| Slochteren |
4 |
4 |
12,0 |
16,0 |
19,0 |
19,0 |
| Sluis-Aardenburg |
2 |
2 |
2,0 |
4,0 |
4,0 |
4,0 |
| Smallingerland |
119 |
142 |
167,7 |
309,7 |
341,7 |
368,7 |
| Sneek |
72 |
87 |
66,9 |
153,9 |
167,9 |
181,9 |
| Soest |
14 |
16 |
13,0 |
29,0 |
30,0 |
31,0 |
| Someren |
4 |
4 |
0,0 |
4,0 |
4,0 |
4,0 |
| Son
en Breugel |
5 |
5 |
7,9 |
12,9 |
12,9 |
12,9 |
| Spijkenisse |
94 |
117 |
27,0 |
144,0 |
167,0 |
189,0 |
| Stadskanaal |
28 |
36 |
34,6 |
70,6 |
86,6 |
96,6 |
| Staphorst |
2 |
2 |
1,2 |
3,2 |
3,2 |
3,2 |
| Stede
Broec |
6 |
7 |
25,3 |
32,3 |
33,3 |
33,3 |
| Steenbergen |
6 |
7 |
24,7 |
31,7 |
32,7 |
33,7 |
| Steenderen |
2 |
2 |
0,0 |
2,0 |
2,0 |
2,0 |
| Steenwijk |
29 |
36 |
19,5 |
55,5 |
62,5 |
69,5 |
| Stein |
9 |
9 |
3,0 |
12,0 |
12,0 |
12,0 |
| Strijen |
1 |
1 |
14,0 |
15,0 |
14,0 |
14,0 |
| Susteren |
5 |
6 |
7,0 |
13,0 |
13,0 |
13,0 |
| Swalmen |
4 |
5 |
2,2 |
7,2 |
8,2 |
9,2 |
| Ten
Boer |
3 |
4 |
0,0 |
4,0 |
4,0 |
4,0 |
| Terneuzen |
38 |
46 |
42,1 |
88,1 |
96,1 |
104,1 |
| Terschelling |
2 |
2 |
1,9 |
3,9 |
3,9 |
3,9 |
| Texel |
3 |
4 |
9,6 |
13,6 |
13,6 |
13,6 |
| Tholen |
7 |
8 |
11,7 |
19,7 |
19,7 |
19,7 |
| Thorn |
2 |
2 |
0,0 |
2,0 |
2,0 |
2,0 |
| Tiel |
43 |
53 |
57,2 |
110,2 |
120,2 |
129,2 |
| Tilburg |
641 |
732 |
330,3 |
1062,3 |
1155,3 |
1249,3 |
| Tubbergen |
3 |
3 |
9,0 |
12,0 |
12,0 |
12,0 |
| Tynaarlo |
7 |
7 |
20,2 |
27,2 |
30,2 |
30,2 |
| Tytsjerksteradiel |
13 |
16 |
53,2 |
69,2 |
71,2 |
73,2 |
| Ubbergen |
6 |
8 |
34,0 |
42,0 |
44,0 |
46,0 |
| Uden |
20 |
24 |
13,9 |
37,9 |
41,9 |
45,9 |
| Uitgeest |
3 |
3 |
0,0 |
3,0 |
0,0 |
0,0 |
| Uithoorn |
5 |
5 |
5,2 |
10,2 |
10,2 |
10,2 |
| Urk |
3 |
4 |
6,5 |
10,5 |
11,5 |
12,5 |
| Utrecht |
1366 |
1527 |
192,5 |
1719,5 |
1883,5 |
2049,5 |
| Vaals |
8 |
11 |
0,0 |
11,0 |
13,0 |
15,0 |
| Valkenburg |
2 |
2 |
1,0 |
3,0 |
3,0 |
3,0 |
| Valkenburg
aan de Geul |
11 |
13 |
13,3 |
26,3 |
28,3 |
30,3 |
| Valkenswaard |
17 |
20 |
19,8 |
39,8 |
42,8 |
45,8 |
| Veendam |
26 |
33 |
21,7 |
54,7 |
70,7 |
77,7 |
| Veenendaal |
18 |
23 |
37,3 |
60,3 |
65,3 |
70,3 |
| Veere |
3 |
3 |
15,7 |
18,7 |
18,7 |
18,7 |
| Veghel |
9 |
9 |
29,7 |
38,7 |
38,7 |
38,7 |
| Veldhoven |
16 |
18 |
54,1 |
72,1 |
74,1 |
76,1 |
| Velsen |
20 |
26 |
10,6 |
36,6 |
41,6 |
46,6 |
| Venhuizen |
1 |
1 |
1,5 |
2,5 |
1,5 |
1,5 |
| Venlo |
168 |
198 |
75,6 |
273,6 |
303,6 |
334,6 |
| Venray |
14 |
17 |
24,3 |
41,3 |
44,3 |
47,3 |
| Vianen |
7 |
8 |
4,0 |
12,0 |
12,0 |
12,0 |
| Vlaardingen |
91 |
115 |
44,5 |
159,5 |
182,5 |
205,5 |
| Vlagtwedde |
5 |
6 |
40,0 |
46,0 |
52,0 |
65,0 |
| Vlissingen |
104 |
122 |
92,3 |
214,3 |
231,3 |
248,3 |
| Vlist |
2 |
2 |
7,2 |
9,2 |
9,2 |
9,2 |
| Voorhout |
2 |
2 |
1,0 |
3,0 |
3,0 |
3,0 |
| Voorschoten |
7 |
8 |
3,0 |
11,0 |
12,0 |
12,0 |
| Voorst |
5 |
5 |
7,2 |
12,2 |
12,2 |
12,2 |
| Vorden |
2 |
2 |
2,0 |
4,0 |
4,0 |
4,0 |
| Vriezenveen |
9 |
9 |
11,0 |
20,0 |
20,0 |
20,0 |
| Vught |
10 |
11 |
22,2 |
33,2 |
34,2 |
34,2 |
| Waalre |
5 |
5 |
2,2 |
7,2 |
7,2 |
7,2 |
| Waalwijk |
27 |
34 |
46,6 |
80,6 |
86,6 |
92,6 |
| Waddinxveen |
7 |
7 |
8,3 |
15,3 |
15,3 |
15,3 |
| Wageningen |
67 |
86 |
12,0 |
98,0 |
117,0 |
136,0 |
| Warmond |
2 |
2 |
3,3 |
5,3 |
5,3 |
5,3 |
| Warnsveld |
3 |
4 |
11,0 |
15,0 |
15,0 |
15,0 |
| Wassenaar |
5 |
5 |
3,0 |
8,0 |
8,0 |
8,0 |
| Wateringen |
3 |
3 |
9,2 |
12,2 |
12,2 |
12,2 |
| Waterland |
4 |
4 |
2,5 |
6,5 |
6,5 |
6,5 |
| Weert |
17 |
21 |
78,7 |
99,7 |
102,7 |
105,7 |
| Weesp |
11 |
15 |
46,0 |
61,0 |
65,0 |
68,0 |
| Wehl |
2 |
2 |
18,5 |
20,5 |
20,5 |
20,5 |
| Werkendam |
6 |
6 |
1,6 |
7,6 |
7,6 |
7,6 |
| Wervershoof |
1 |
1 |
3,2 |
4,2 |
4,2 |
4,2 |
| West
Maas en Waal |
5 |
6 |
20,0 |
26,0 |
26,0 |
26,0 |
| Wester-Koggenland |
2 |
2 |
5,0 |
7,0 |
7,0 |
7,0 |
| Westerveld |
5 |
6 |
12,0 |
18,0 |
20,0 |
20,0 |
| Westervoort |
10 |
12 |
0,0 |
12,0 |
14,0 |
16,0 |
| Weststellingwerf |
14 |
18 |
16,3 |
34,3 |
43,3 |
76,3 |
| Westvoorne |
3 |
3 |
9,0 |
12,0 |
12,0 |
12,0 |
| Wierden |
4 |
4 |
1,0 |
5,0 |
5,0 |
5,0 |
| Wieringen |
3 |
4 |
7,0 |
11,0 |
12,0 |
12,0 |
| Wieringermeer |
3 |
3 |
2,0 |
5,0 |
5,0 |
5,0 |
| Wijchen |
17 |
20 |
11,2 |
31,2 |
34,2 |
37,2 |
| Wijdemeren |
6 |
6 |
10,0 |
16,0 |
16,0 |
16,0 |
| Wijk
bij Duurstede |
5 |
5 |
4,0 |
9,0 |
9,0 |
9,0 |
| Wisch |
8 |
9 |
55,8 |
64,8 |
65,8 |
66,8 |
| Woensdrecht |
5 |
5 |
11,5 |
16,5 |
16,5 |
16,5 |
| Wognum |
2 |
2 |
28,9 |
30,9 |
30,9 |
30,9 |
| De
Wolden |
4 |
4 |
9,0 |
13,0 |
13,0 |
13,0 |
| Wormerland |
5 |
6 |
0,0 |
6,0 |
6,0 |
6,0 |
| Woudenberg |
2 |
2 |
6,5 |
8,5 |
8,5 |
8,5 |
| Woudrichem |
3 |
3 |
9,6 |
12,6 |
12,6 |
12,6 |
| Wûnseradiel |
4 |
5 |
5,0 |
10,0 |
11,0 |
12,0 |
| Wymbritseradiel |
4 |
4 |
5,4 |
9,4 |
9,4 |
9,4 |
| Zaanstad |
176 |
200 |
86,8 |
286,8 |
310,8 |
334,8 |
| Zaltbommel |
9 |
10 |
3,0 |
13,0 |
13,0 |
13,0 |
| Zandvoort |
10 |
13 |
13,0 |
26,0 |
29,0 |
32,0 |
| Zederik |
2 |
2 |
1,2 |
3,2 |
3,2 |
3,2 |
| Zeevang |
1 |
1 |
0,0 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
| Zeewolde |
3 |
3 |
1,0 |
4,0 |
4,0 |
4,0 |
| Zeist |
57 |
71 |
103,8 |
174,8 |
188,8 |
202,8 |
| Zelhem |
2 |
2 |
2,5 |
4,5 |
4,5 |
4,5 |
| Zevenaar |
15 |
19 |
24,4 |
43,4 |
47,4 |
51,4 |
| Zevenhuizen-Moerkapelle |
2 |
2 |
2,0 |
4,0 |
4,0 |
4,0 |
| Zijpe |
3 |
3 |
5,0 |
8,0 |
8,0 |
8,0 |
| Zoetermeer |
81 |
98 |
64,4 |
162,4 |
179,4 |
195,4 |
| Zoeterwoude |
2 |
2 |
14,9 |
16,9 |
16,9 |
16,9 |
| Zuidhorn |
5 |
6 |
30,5 |
36,5 |
40,5 |
40,5 |
| Zundert |
3 |
3 |
13,4 |
16,4 |
16,4 |
16,4 |
| Zutphen |
88 |
108 |
14,9 |
122,9 |
141,9 |
160,9 |
| Zwartwaterland |
6 |
6 |
13,2 |
19,2 |
19,2 |
19,2 |
| Zwijndrecht |
38 |
45 |
38,1 |
83,1 |
90,1 |
97,1 |
| Zwolle |
291 |
329 |
155,9 |
484,9 |
523,9 |
562,9 |
| xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx |
|
|
|
|
|
|
|
|