|
REGELING van de
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, M. Rutte, houdende regels met betrekking tot verstrekking van een eenmalige
subsidie aan werkgevers die een dienstbetrekking als bedoeld in het
Besluit in- en doorstroombanen omzetten in een reguliere
dienstbetrekking voor onbepaalde tijd
14 februari 2003/nr. ABG/GA/2003/11852
Directie ABG
De
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, M. Rutte;
Gelet op de artikelen 3, eerste lid, 5 en 8,
eerste lid, van de Kaderwet
SZW-subsidies;
Besluit:
Art. 1.
Definities
-1. In deze regeling wordt verstaan onder:
a. minister: de Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid;
b. ID-dienstbetrekking: een
dienstbetrekking als bedoeld in artikel 3,
eerste lid, van het Besluit in- en
doorstroombanen, zoals dit besluit luidde op 31 december 2003;
c. reguliere dienstbetrekking: een
privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking waarvoor de
werkgever geen voorziening ontvangt als bedoeld in artikel
7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet
werk en bijstand;
d. werkgever:
1º. een publiekrechtelijk lichaam of een
instelling als bedoeld in het vierde of vijfde lid van ¹ het van Besluit
in- en doorstroombanen, zoals dat besluit luidde op 31 december
2003, die ondernemer is als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d,
van de Wet op
de ondernemingsraden; dan wel
2º. een rechtspersoon waarvoor de
werknemer die een ID-dienstbetrekking heeft met de in onderdeel d,
ten eerste, genoemde werkgever gewoonlijk arbeid verricht.
-2. Onder een
ID-dienstbetrekking wordt mede verstaan het, op
grond van een ID-dienstbetrekking
met een werkgever als bedoeld in het
eerste lid, onderdeel d, ten
eerste, gewoonlijk verrichten van arbeid bij een werkgever als bedoeld in
het eerste lid, onderdeel d, ten
tweede.
-3. In deze regeling wordt verstaan onder
loon hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 9 van het
Besluit in- en
doorstroombanen, zoals dat luidde
op 31 december 2003.
1. Volgens de redactie
dient na "vierde of vijfde lid van" te worden ingevoegd: artikel
1 van.
Art. 2.
Subsidie aan
werkgever
-1. De minister verstrekt
op aanvraag een subsidie aan een werkgever die een werknemer die vóór
21 februari 2003 werkzaam was in een ID-dienstbetrekking, in dienst
neemt op basis van een reguliere dienstbetrekking voor onbepaalde tijd,
tenzij de ingangsdatum van de reguliere dienstbetrekking ligt vóór 1
januari 2003.
-2. Geen subsidie wordt verstrekt wanneer
de werkgever een natuurlijke persoon of rechtspersoon is die in het
kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van
personen in het arbeidsproces bevordert.
-3. Voorts wordt met ingang van 1 januari
2004 geen subsidie verstrekt aan een werkgever die vóór 1 januari 2004
een ID-dienstbetrekking heeft omgezet in een reguliere dienstbetrekking,
tenzij het een reguliere dienstbetrekking betreft met de eigen werknemer
die vóór 21 februari 2003 werkzaam was in een ID-dienstbetrekking.
Art. 3.
Subsidieplafond
-1. Voor de verstrekking van
de subsidies, bedoeld in artikel 2, eerste
lid, is in totaal €|170 000 000,00 beschikbaar.
-2.
Voor de bepaling van het bereiken van het subsidieplafond, bedoeld in
het eerste lid, worden de subsidieaanvragen behandeld in volgorde van ontvangst van
de aanvragen. Indien de aanvrager in de gelegenheid wordt gesteld de
onvolledige aanvraag aan te vullen, geldt voor de bepaling van het
bereiken van het subsidieplafond als datum van ontvangst de datum waarop de aanvraag volledig
is aangevuld.
Art. 4.
Subsidieaanvraag
-1. De minister
ontvangt
uiterlijk 30 juni 2004 de
subsidieaanvraag. De werkgever maakt bij de aanvraag gebruik van het
formulier dat is ingericht
overeenkomstig het model van bijlage 1 van deze regeling.
-2. In de subsidieaanvraag
vermeldt de werkgever in ieder geval:
a. tot
welke sector, zorg, jeugdhulpverlening, welzijn, onderwijs,
kinderopvang, openbare veiligheid, beheer openbare ruimte, cultuur,
sport of overige, de werkgever die de aanvraag indient, gerekend wordt,
dan wel indien de werkgever een gemeente is,
de sector waartoe de in een reguliere dienstbetrekking voor onbepaalde
tijd om te zetten ID-dienstbetrekking gerekend wordt; en
b. de naam en de geboortedatum van de werknemer, het loon
en de arbeidsduur per week van de ID-dienstbetrekking en het loon en de
arbeidsduur per week van de overeen te komen of gekomen reguliere
dienstbetrekking.
-3. In de subsidieaanvraag
verklaart de werkgever in ieder geval:
a. dat hij met een werknemer
die werkzaam is in een
ID-dienstbetrekking een reguliere dienstbetrekking voor onbepaalde tijd is
aangegaan of zal aangaan, zonder daarbij
een proeftijd te bedingen, welke
reguliere dienstbetrekking uiterlijk 20 weken na de datum van de beschikking
tot subsidieverlening en niet later dan op 1 december 2004 is ingegaan
of ingaat;
b. dat
van de ingangsdatum van de reguliere dienstbetrekking mededeling wordt
gedaan aan de gemeente indien die, op grond van artikel
7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet
werk en bijstand, een voorziening verstrekt voor de ID-dienstbetrekking
waarin de werknemer werkzaam is opdat die voorziening door de
betreffende gemeente wordt beëindigd uiterlijk de datum waarop de
reguliere dienstbetrekking ingaat;
c. dat het loon van de werknemer door de omzetting van de
ID-dienstbetrekking in een reguliere dienstbetrekking niet vermindert;
d.
dat hij geen natuurlijke persoon of rechtspersoon is die in het kader
van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in
het arbeidsproces bevordert;
e. dat aan alle in deze
regeling opgenomen en in de beschikking tot
subsidieverlening op te nemen voorwaarden en verplichtingen zal worden voldaan.¹
1. Volgens de redactie
dient ingevolge artikel I, onderdeel D, onder 6, van Regeling van de Staatssecretaris
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 5 februari 2004, nr. ABG/GA/2004/2684,
tot wijziging van de Tijdelijke stimuleringsregeling regulier maken
10.000 ID-banen en de Tijdelijke
aanvullende stimuleringsregeling regulier maken 10.000 ID-banen in
verband met de verlenging van de termijn waarop aanvragen voor subsidie
kunnen worden ingediend (Stcrt. 2004, 30), aan artikel 4 een lid
te worden toegevoegd, luidende:
-4. De termijn van 20 weken alsmede de datum van 1 december 2004,
bedoeld in het derde lid, onderdeel a, is ook van toepassing op
aanvragen die vóór 1 januari 2004 door de minister zijn ontvangen en
waarop door de minister op grond van artikel 5, eerste
lid, nog niet is beslist.
Art. 5.
Subsidieverlening
Op de aanvraag voor
subsidieverlening wordt binnen acht weken na
ontvangst van de aanvraag beslist.
Art. 6.
Voorwaarde: in te
dienen documenten
-1. De subsidie wordt
verleend onder de voorwaarde dat de minister
van de werkgever binnen 20 weken na
de datum van de beschikking tot
subsidieverlening, doch uiterlijk 31 januari 2005, de volgende documenten heeft ontvangen:
a. een kopie van de voor de
reguliere dienstbetrekking gesloten
schriftelijke arbeidsovereenkomst of het
op de reguliere dienstbetrekking
betrekking hebbende aanstellingsbesluit als bedoeld in artikel
4, derde
lid, onderdeel a, in welke documenten in
ieder geval zijn opgenomen de
arbeidsduur per week, de ingangsdatum
van de dienstbetrekking, het loon, de naam
van de werkgever en de naam en geboortedatum van de werknemer;
b.
indien de arbeidsduur per week van de om te zetten ID-dienstbetrekking
hoger is dan de arbeidsduur per week van de reguliere dienstbetrekking:
een kopie van de voor de ID-dienstbetrekking gesloten schriftelijke
arbeidsovereenkomst of het op de ID-dienstbetrekking betrekking hebbende
aanstellingsbesluit, waarin het loon is vermeld;
c. een door middel van
het formulier, dat is ingericht
overeenkomstig het model van bijlage 2 van deze
regeling, opgestelde verklaring van
burgemeester en wethouders dat indien op
grond van artikel
7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet
werk en bijstand aan de
in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, ten
eerste, bedoelde werkgever een voorziening
wordt verleend, deze is beëindigd met
ingang van de datum waarop de
reguliere dienstbetrekking voor onbepaalde tijd
tussen de werkgever en de werknemer
is ingegaan of zal ingaan, onder
vermelding van de naam en de geboortedatum
van de werknemer, de sector waartoe de
werkgever dan wel de
ID-dienstbetrekking overeenkomstig artikel 4, tweede lid,
onderdeel a, gerekend wordt en de
arbeidsduur per week van de ID-dienstbetrekking;
d. een
begeleidingsformulier dat is ingericht overeenkomstig het model
van bijlage 3 van deze
regeling.
-2. Indien de beschikking tot
subsidieverlening is gedateerd na 12 november 2004, geldt, in afwijking
van het eerste lid, dat de minister van de werkgever de in het eerste
lid genoemde documenten uiterlijk 31 januari 2005 heeft ontvangen. Bij toepassing van de
vorige volzin gaat de reguliere dienstbetrekking uiterlijk vier weken na
de datum van de beschikking tot subsidieverlening in.
Art. 7.
Hoogte subsidie,
tijdvak en betaling
-1. De subsidie bedraagt
maximaal €|17 000,00 voor een reguliere
dienstbetrekking met een arbeidsduur van 32 uren of meer per week en
wordt verleend voor een tijdvak van twee jaren.
-2. De subsidie wordt naar
rato van 32 uren verminderd wanneer
de arbeidsduur minder dan 32
uren per week bedraagt.
-3. De subsidie wordt bij
wijze van voorschot betaalbaar
gesteld.
-4. Het eerste voorschot van
maximaal €|10 500,00 wordt betaalbaar
gesteld binnen zes weken na ontvangst van de in artikel 6 genoemde
documenten.
-5. Het tweede voorschot van
maximaal €|6500,00 wordt betaalbaar
gesteld binnen zes weken na ontvangst van de in artikel 9 genoemde
rapportage.
Art. 8.
Beëindiging
dienstbetrekking
-1. Indien gedurende het
tijdvak van twee jaren waarin de in
artikel 2, eerste lid, bedoelde subsidie wordt
verstrekt de reguliere
dienstbetrekking wordt beëindigd, doet de
werkgever hiervan zo spoedig mogelijk
mededeling aan de minister door middel
van het overleggen van een
document waaruit blijkt dat de
reguliere dienstbetrekking is beëindigd.
-2. De subsidieverlening
wordt in de situatie, bedoeld in het
eerste lid, verlaagd in evenredigheid met het
aantal dagen van het
subsidieverleningstijdvak waarin de dienstbetrekking
niet meer wordt vervuld, tenzij
de werkgever binnen twaalf weken na de
beëindiging van de reguliere
dienstbetrekking ter invulling van de
vrijgevallen functie in overleg met de gemeente
een nieuwe dienstbetrekking aangaat
met:
a. een persoon aan wie
een voorziening is aangeboden als bedoeld
in artikel
7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet
werk en bijstand; dan wel
b. een werkloze
werkzoekende.
-3. De werkgever overlegt,
indien hij ter invulling van de
vrijgevallen functie een nieuwe dienstbetrekking
aangaat, aan de minister:
a. een kopie van de voor de
reguliere dienstbetrekking gesloten
schriftelijke arbeidsovereenkomst of het
op de reguliere dienstbetrekking
betrekking hebbende aanstellingsbesluit als bedoeld in artikel
4, derde
lid, onderdeel a, welke overeenkomst of
besluit voldoet aan de in artikel 6,
eerste lid, onderdeel a, genoemde
criteria;
b. een verklaring van
burgemeester en wethouders, door middel van
een formulier dat is ingericht overeenkomstig het model van bijlage 4 bij
deze regeling, waarin wordt
bevestigd dat de werknemer voldoet aan de
in het tweede lid gestelde
criteria.
-4. Wanneer de invulling van
de vrijgevallen functie, bedoeld in het
tweede lid, plaatsvindt in het eerste jaar van het
subsidieverleningstijdvak, worden de in het derde lid genoemde documenten door
de minister
uiterlijk tegelijkertijd met de
rapportage, bedoeld in artikel 9,
ontvangen. Wanneer de invulling van de
vrijgevallen functie, bedoeld in het
tweede lid, plaatsvindt in het
tweede jaar van het subsidieverleningstijdvak, worden de in het derde lid genoemde
documenten door de minister uiterlijk tegelijkertijd met de
aanvraag tot vaststelling van de
subsidie, bedoeld in artikel 12, ontvangen.
Art. 9.
Rapportageformulier
De minister ontvangt
binnen acht weken na afloop van één
jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening een rapportage over dat
tijdvak. De werkgever maakt
bij deze rapportage gebruik van het
formulier dat is ingericht
overeenkomstig het als bijlage 5 bij deze
regeling opgenomen model.
Art. 10.
Andere subsidies
-1. De werkgever ontvangt voor de
betreffende werknemer of de reguliere dienstbetrekking gedurende het
subsidieverleningstijdvak geen voorzieningen als bedoeld in artikel
7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet
werk en bijstand.
-2. In afwijking van het eerste lid en
artikel 1, eerste lid, onderdeel c, mag de werkgever een
eenmalige gemeentelijke subsidie ontvangen wanneer deze subsidie is
verleend in aanvulling op de op basis van deze regeling verstrekte
subsidie. Bij toepassing van dit lid door de gemeente
wordt hiervan mededeling gedaan in de in bijlage 2 genoemde verklaring
van burgemeester en wethouders.
Art. 11.
Overige
verplichtingen
-1. De werkgever doet
gedurende het subsidieverleningstijdvak
onverwijld mededeling aan de minister van wijzigingen in de bij de
subsidieaanvraag verstrekte gegevens en
overlegt op verzoek van de minister de
daarop betrekking hebbende
bescheiden. De verplichting van de eerste
volzin geldt niet voor loonsverhogingen.
-2. De werkgever verstrekt
desgevraagd aan de minister kosteloos
alle inlichtingen die hij voor
het toezicht, de evaluatie,
informatievoorziening en beleidsvorming met
betrekking tot deze regeling nodig heeft en
verleent kosteloos inzage in de
administratie inzake van belang zijnde
bescheiden.
-3. De werkgever richt de
administratie voor de uitvoering van deze
regeling zodanig in dat alle van belang zijnde vastleggingen en
bewijsstukken ten behoeve van het controle-, besluitvormings- en verantwoordingsproces
zichtbaar, ordelijk en
controleerbaar zijn vastgelegd. De
werkgever bewaart de op de subsidieverstrekking
betrekking hebbende administratie tot twee jaren
na de datum van de beschikking
tot subsidievaststelling.
Art. 12.
Subsidievaststelling
-1. De aanvraag tot
vaststelling van de subsidie wordt binnen acht weken na afloop van het tijdvak waarover de subsidie is verleend,
ontvangen door de minister. De werkgever
maakt bij de aanvraag tot vaststelling
van de subsidie gebruik van het
formulier dat is ingericht
overeenkomstig het model van bijlage 7 van deze
regeling.
-2. De minister stelt de
subsidie vast binnen één jaar na ontvangst
van de aanvraag tot vaststelling
van de subsidie.
-3. Indien de aanvraag tot
vaststelling van de subsidie niet of niet
tijdig is ontvangen, stelt de minister de subsidie ambtshalve vast.
Art. 13.
Toezicht
-1. Met het toezicht op de
naleving van deze regeling zijn
belast de daartoe bij besluit van de minister
aangewezen ambtenaren van het Agentschap SZW en de Accountantsdienst, beide
onderdeel van het ministerie van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
-2. De werkgever verleent aan
de toezichthouders alle medewerking die dezen redelijkerwijs kunnen vorderen
bij de uitoefening van hun
bevoegdheden.
Art. 14.
Algemene Regeling SZW-subsidies
De Algemene
Regeling SZW-subsidies is niet van toepassing.
Art. 15.
Inwerkingtreding
-1. Deze regeling treedt in
werking met ingang van 1 maart 2003
en vervalt met ingang van 1 juli 2006.
-2. De regeling blijft van
toepassing op de financiële afwikkeling
van de op basis van deze regeling verstrekte subsidies.
Art. 16.
Citeertitel
Deze regeling wordt
aangehaald als: Tijdelijke
stimuleringsregeling regulier maken 10i000
ID-banen.
Deze regeling zal met de
toelichting en bijlage 1 in de
Staatscourant worden geplaatst. De bijlagen 2 tot
en met 7 worden met ingang van 1 maart 2003 ter inzage gelegd in de bibliotheek van
het ministerie van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid te Den Haag.¹
1. De bijlagen 1 tot en met 7 liggen met ingang van 1
maart 2004 ter inzage in de bibliotheek van
het ministerie van SZW (Stcrt. 2004,
30), red.
’s-Gravenhage, 14 februari
2003.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
M. Rutte.
TOELICHTING
[14 februari 2003]
Algemeen
Inleiding
In het tripartiete overleg
met sociale partners in de Stichting van
de Arbeid op 28 november 2002
is afgesproken dat het kabinet een
tijdelijke basisregeling voor het
regulier maken van 10 000 instroom- en
doorstroombanen (ID-banen, in de regeling
aangeduid als ID-dienstbetrekkingen)
zal ontwikkelen. Met deze
regeling wordt de doorstroom van werknemers
in ID-dienstbetrekkingen naar
reguliere arbeidsplaatsen
gestimuleerd. Het doel van deze
stimuleringsregeling is het behoud van vitale ID-banen in maatschappelijke sectoren en
werkgelegenheid voor ID-werknemers. De regeling wordt uitgevoerd
door het Agentschap van het ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid. In de brief aan de Tweede
Kamer van 4 december 2002 is de
Tweede Kamer geïnformeerd over de
te ontwikkelen regeling (Kamerstukken II 2002-2003, 28 600 XV, nr.
27). In het Convenant Gesubsidieerde
Arbeid 2003 van 20 december 2002
(ook op die datum verzonden aan de
Tweede Kamer) zijn het kabinet, de
sociale partners en de VNG [Vereniging van
Nederlandse Gemeenten, red.] tot een
nadere uitwerking van deze regeling gekomen. In het Convenant Gesubsidieerde Arbeid 2003
is tevens aangegeven dat extra geld beschikbaar is voor de sectoren
onderwijs, zorg, welzijn, sport,
kinderopvang en veiligheid om aanvullende
afspraken te maken over het regulier
maken van de huidige ID-banen en het
bevorderen van doorstroom van
ID-werknemers naar reguliere functies.
Voor deze sectoren kan
aangesloten worden bij deze regeling door
eveneens subsidies te verstrekken die
als doel hebben het omzetten van
ID-dienstbetrekkingen in reguliere
dienstbetrekkingen te stimuleren. De
departementen zullen, indien zij een aanvulling gaan geven op de
op grond van deze regeling
verstrekte stimuleringssubsidie, daartoe zelf een regeling opstellen.
Omzetten in een reguliere
baan en verdringing
De stimuleringsregeling is
bedoeld om een huidige
ID-dienstbetrekking met een ID-werknemer om te zetten in een reguliere baan met
dezelfde werknemer. De functie-inhoud van de regulier gemaakte baan is
gelijk aan of vergelijkbaar met de functie-inhoud van de voormalige ID-dienstbetrekking, zodat de reguliere functie
passend is voor de werknemer
die de functie vervult. Er mag geen
sprake zijn van verdringing bij het
regulier maken van een ID-baan (artikelen 4, derde lid, onderdeel c, en
9, tweede lid). Dat wil zeggen dat
door het regulier maken van de
ID-dienstbetrekking onder geen enkele voorwaarde een andere binnen de
organisatie bestaande baan geheel of
gedeeltelijk mag komen te vervallen.
Hoogte en spreiding van het
subsidiebedrag
Per regulier gemaakte
ID-baan van ten minste 32 uur per week
ontvangt de werkgever in totaal een subsidie van €|17
000,-. Indien het
een baan van minder dan 32 uur
betreft, ontvangt de werkgever een subsidiebedrag naar rato, waarbij 32
uur als basis geldt. De subsidie zal
over twee jaar worden gespreid: de
werkgever ontvangt in het eerste jaar
maximaal €|10 500,- en in het tweede
jaar maximaal €|6500,-. Door de spreiding
over twee jaar wordt de overgang
naar een volledige ongesubsidieerde
baan makkelijker voor de werkgever vanwege de hierdoor geleidelijk
oplopende loonkosten.
Aantal regulier te maken
dienstbetrekkingen via de subsidieregeling en verdeling
Met de basisregeling kunnen
ten minste 10 000 ID-dienstbetrekkingen regulier gemaakt worden. De verlening
van de subsidie gaat in
volgorde van ontvangst van de
aanvragen. Om een goede verdeling van de
subsidie uit de stimuleringsregeling
over sectoren mogelijk te maken, worden de middelen in eerste instantie
proportioneel voor de sectoren
gereserveerd. Daarmee wordt een evenredig
gebruik van de stimuleringsregeling
door de sectoren mogelijk gemaakt.
De verdeling over sectoren
wordt in de onderstaande tabel
weergegeven.
| xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx |
Gereserveerdevmiddelen
(x €|1000) |
Banen
per sector |
|
Zorg en Jeugdhulpverlening
|
143
962
|
12
586 |
| Welzijn
|
115
419 |
1x|907 |
| Onderwijs
|
132
810 |
11
930 |
| Kinderopvang
|
112
240 |
1x|720 |
| Openbare veiligheid
|
130
770 |
11
810 |
| Beheer openbare ruimte
|
117
663 |
11
039 |
| Overig
|
117
136 |
11
008 |
| Totaal
|
170
000
|
10
000
|
De sectorale verdeling geldt
tot 1 juli 2003. Op 1 juli 2003 wordt
de benutting van de regeling per sector
bezien. De sectoren die de voor hen
gereserveerde subsidiegelden dan volledig hebben benut, kunnen dan ook gebruik maken van de
mogelijk nog resterende middelen van
andere sectoren. Onderbenutting in een
bepaalde sector valt dus per 1 juli
2003 vrij voor alle sectoren en
toewijzing geschiedt wederom in
volgorde van ontvangst van de aanvragen.
Dit betekent dat de aanvragen
die vóór 1 juli 2003 worden ontvangen
maar niet toegekend kunnen worden
omdat de voor de betreffende
sector beschikbare middelen reeds zijn benut,
worden aangehouden tot 1 juli 2003.
Dan zal bezien worden of deze
aanvragen alsnog uit eventueel van
andere sectoren resterende middelen toegekend kunnen worden. Ook na 1 juli
2003 kunnen werkgevers aanvragen
indienen als er dan nog middelen
beschikbaar zijn. Voorwaarde voor
subsidietoekenning is dat de aanvraag uiterlijk 31 december 2003
wordt ontvangen en dat de baan binnen zes weken na de datum van de
subsidieverleningsbeschikking, doch uiterlijk 31 december 2003, regulier
gemaakt wordt.
Rol werkgever en gemeente
Werkgevers vragen zelf
subsidie aan door een aanvraagformulier
op te sturen naar het Agentschap SZW. Het Agentschap SZW, de
uitvoeringsorganisatie, behandelt en verwerkt de aanvragen. Als de aanvraag
aan alle in de regeling opgenomen
vereisten voldoet, maakt het
Agentschap SZW de subsidie over op de
betaalrekening van de betreffende
werkgever.
De gemeente speelt bij de
uitvoering van de Tijdelijke
stimuleringsregeling regulier maken 10 000 ID-banen (stimuleringsregeling)
een belangrijke rol. Aanvraagpakketten voor de
stimuleringsregeling worden door de gemeenten (of de
uitvoeringsorganisaties van de gemeenten) verspreid
onder alle ID-werkgevers. Gemeenten
kunnen daarnaast werkgevers nader
informeren over de regeling en ze stimuleren van de regeling gebruik te
maken. Ook geeft de gemeente
verklaringen af die de werkgever nodig
heeft om voor de subsidie in
aanmerking te komen (zie artikel 6).
Vroegtijdig contact tussen de werkgever
en de gemeente is dus belangrijk
om de subsidieprocedure van de stimuleringsregeling vlot te kunnen doorlopen.
Hulp en ondersteuning bij
het invullen en indienen van het
aanvraagformulier wordt ook geboden door een speciale helpdesk
van het Agentschap SZW.
Opschorten voorschotten,
intrekking en wijziging verlening en
lagere vaststelling subsidie
De stimuleringssubsidie
wordt bij wijze van voorschot in twee
termijnen betaalbaar gesteld. De betaling van deze voorschotten kan worden
opgeschort wanneer de werkgever niet
aan de in de regeling en de
subsidiebeschikking opgenomen voorwaarden en verplichtingen voldoet,
onjuiste of onvolledige gegevens heeft
verstrekt of activiteiten waarvoor de
subsidie is verleend niet of niet geheel
hebben plaatsgevonden (artikelen
4:48 en 4:46 van de Algemene wet
bestuursrecht (Awb)). De opschorting van de betalingen wordt binnen
dertien weken opgeheven, tenzij overgegaan
wordt tot intrekking of wijziging
van de subsidieverleningsbeschikking.
Verder kan de subsidie lager worden vastgesteld dan is verleend indien
blijkt dat zich één of meerdere van
de in artikel 4:46, tweede lid, van de Awb genoemde situaties heeft
voorgedaan.
Artikelsgewijs
Artikel 1
De in onderdeel
d opgenomen
definitie van het begrip werkgever
omvat zowel de formele werkgever (degene met wie de ID-werknemer een
dienstbetrekking is aangegaan) (onderdeel d, ten eerste) als de
materiële werkgever (onderdeel d, ten tweede).
Met deze laatste werkgever wordt
de werkgever bedoeld waarvoor
de ID-werknemer werkzaamheden verricht op basis van een
detacheringsovereenkomst; deze werknemer is dus
officieel in dienst bij een formele
werkgever. Nu het detacheringsverbod
voor ID-dienstbetrekkingen (tot
die tijd vervat in artikel 6, tweede
lid, onderdeel d en e, van het Besluit in-
en doorstroombanen) per 1
januari 2003 is vervallen, wordt ook de
materiële werkgever in de gelegenheid
gesteld met de ID-werknemer een
dienstbetrekking voor onbepaalde tijd aan te gaan en daarvoor de
stimuleringssubsidie van deze regeling te
ontvangen. Wanneer in de regeling dus
de term "de werkgever" wordt
gebruikt, heeft deze betrekking op zowel de
formele als de materiële werkgever, al naargelang het de formele dan
wel de materiële werkgever is die
een aanvraag indient. Aangezien er geen sprake kan zijn van een
ID-dienstbetrekking, zoals gedefinieerd in
onderdeel b, tussen de materiële
werkgever en de ID-werknemer, is in
het tweede lid bepaald dat onder een
ID-dienstbetrekking ook moet worden verstaan het gewoonlijk verrichten
van arbeid bij een materiële
werkgever.
Het spreekt voor zich dat
wanneer deze een reguliere
dienstbetrekking wil aangaan met een "ingeleende" ID-werknemer, de materiële werkgever in overleg zal dienen te treden
met de formele werkgever en dat de
wettelijke opzegtermijnen in acht
dienen te worden genomen.
Met de woorden "gewoonlijk
arbeid verricht" in onderdeel d,
ten eerste, wordt uitgesloten dat een formele werkgever die de werknemer
voornamelijk arbeid laat verrichten bij
één of meerdere materiële
werkgevers in aanmerking komt voor de
stimuleringssubsidie.
Artikel 2
In dit artikel wordt de
activiteit beschreven waarvoor een
stimuleringssubsidie kan worden aangevraagd: het omzetten van een ID-dienstbetrekking in een reguliere dienstbetrekking. Uit het gebruik van
het woord "omzetten"
vloeit voort dat er sprake dient te zijn van
een werkgever die met een werknemer, die reeds bij deze werkgever
werkzaam was in een
ID-dienstbetrekking, een reguliere dienstbetrekking
aangaat. De werkzaamheden van de
werknemer dienen gelijk aan of vergelijkbaar met de functie-inhoud van de
voormalige ID-dienstbetrekking te zijn. Op grond van deze regeling
kan alleen subsidie worden aangevraagd
wanneer de om te zetten ID-baan is ingegaan voordat deze regeling
gepubliceerd is, zo is in het tweede lid bepaald.
Aangezien
in het Convenant Gesubsidieerde Arbeid 2003
overeen is gekomen dat de regeling
terug dient te werken tot 1
januari 2003, is in het derde lid bepaald dat
subsidie kan worden aangevraagd voor
reguliere dienstbetrekkingen die vanaf
die datum zijn ingegaan. Wel
dient vanzelfsprekend ook in die gevallen aan alle in deze regeling
opgenomen voorwaarden en verplichtingen te zijn en worden voldaan.
Artikelen
3, 4 en 5
Voor de verstrekking van
stimuleringssubsidies is een bedrag van €|170
mln beschikbaar. Dit bedrag
wordt over de sectoren zorg en
jeugdhulpverlening, welzijn, onderwijs,
kinderopvang, openbare veiligheid, beheer openbare ruimte en overig
(onderverdeeld in cultuur, sport en overig)
verdeeld. De daartoe in artikel 3,
tweede lid, genoemde bedragen zijn
overeengekomen in het Convenant Gesubsidieerde Arbeid 2003.
Bij de bepaling welke sector
in het aanvraagformulier moet
worden vermeld, dient de werkgever de sector
op te geven waartoe de
werkgever zelf gerekend moet worden. Op
deze regel wordt een uitzondering
gemaakt voor de gemeenten: deze dienen de
sector op te geven waartoe het betreffende dienstonderdeel waarvoor de
ID-werknemer werkzaam is (en zal zijn in zijn reguliere dienstbetrekking),
gerekend moet worden. De
reden voor dit onderscheid is dat
de gemeente als werkgever tot
de sector "overig" gerekend moet
worden. Het is echter niet de bedoeling
geweest bij het sluiten van het
Convenant Gesubsidieerde Arbeid 2003
dat alle van gemeentelijke werkgevers afkomstige aanvragen uit het voor de
sector "overig" beschikbare
budget worden betaald. Beoogd werd juist
bijvoorbeeld subsidieaanvragen voor het regulier maken van de
dienstbetrekkingen van stadswachten te laten
vallen onder de sector "openbare
veiligheid". Door bij de gemeenten de toepasselijke sector vast te
stellen door naar het
dienstonderdeel te kijken waarvoor de werknemer werkzaam is, wordt de sectorale
indeling bij aanvragen van de
gemeenten in lijn gebracht met de strekking van het convenant.
De sectorale verdeling van
artikel 3 geldt voor subsidieaanvragen
die vóór 1 juli 2003 zijn ontvangen. Na die datum wordt de sectorale
verdeling van het budget losgelaten.
Het dan nog resterende deel van het
budget wordt in eerste instantie
verdeeld over de aanvragen die zijn
ontvangen vóór 1 juli 2003 en die zijn
aangehouden omdat het beschikbare budget
voor de betreffende sector al
volledig benut was. Ook na 1 juli 2003
kunnen aanvragen worden ingediend, mits deze uiterlijk 31 december 2003
zijn ontvangen en de ID-dienstbetrekking
binnen zes weken na de dagtekening
van de beschikking tot
subsidieverlening, doch uiterlijk 31 december
2003, is omgezet in een reguliere
dienstbetrekking.
De subsidieaanvraag wordt
ingediend door middel van een
formulier (zie bijlage 1). Dit formulier is verkrijgbaar bij het Agentschap van het
ministerie van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid en de gemeenten. De betrokken gemeente kan de
werkgever ondersteunen bij het
invullen van het aanvraagformulier.
Daarnaast
wordt de werkgever aangeraden tijdig contact op te nemen
met de gemeente, omdat deze kort
na de subsidieverlening een
verklaring af zal moeten geven dat de voor de betreffende ID-dienstbetrekking aan
de formele werkgever
verleende subsidie is stopgezet.
De - eventueel met
toepassing van de artikelen 3:18 en 4:5 van de
Algemene wet bestuursrecht
aangevulde - subsidieaanvragen die
aan alle in de regeling
opgenomen eisen voldoen, worden toegekend in
volgorde van ontvangst. Dit betekent
dat hoe later de aanvraag wordt
ontvangen, hoe groter de kans is dat
het subsidieplafond is bereikt
en de aanvraag wordt afgewezen.
Als ontvangstdatum geldt de
datum waarop het aanvraagformulier
met daarop de originele handtekening(en) door het Agentschap is
ontvangen. Dit betekent dat
aanvraagformulieren niet per fax of e-mail
kunnen worden ingediend.
Artikel 6
De subsidieaanvraag bestaat,
zoals beschreven in artikel 4, uit
de indiening van een ondertekend formulier waarop de werkgever een
aantal zaken vermeldt en verklaart.
Nadat de subsidieaanvraag is
toegekend, wordt van een aantal van die
verklaringen een bewijsstuk verlangd. De werkgever dient binnen zes
weken na de datum van de
subsidieverleningsbeschikking een kopie van de arbeidsovereenkomst of het aanstellingsbesluit
in om aan te tonen dat de ID-dienstbetrekking daadwerkelijk is omgezet in een reguliere
dienstbetrekking voor onbepaalde tijd, zonder proeftijd. Het
aanstellingsbesluit of de arbeidsovereenkomst bevat in
ieder geval een aanduiding van het aantal arbeidsuren per week, de
ingangsdatum van de reguliere
dienstbetrekking en de naam van de werkgever
en de werknemer.
Verder verstrekt de
werkgever een door de gemeente afgegeven
verklaring, zoals beschreven in onderdeel b van artikel
6, eerste lid,
waarin de gemeente verklaart dat de
ID-subsidie aan de formele werkgever is
stopgezet. De stimuleringssubsidie is bedoeld als stimulans voor
het omzetten van ID-dienstbetrekkingen in reguliere dienstbetrekkingen
of banen. Hieruit volgt logischerwijs
dat de door de gemeente verstrekte
ID-subsidie moet worden stopgezet
wanneer de ID-dienstbetrekking regulier is gemaakt. Wanneer het een
materiële werkgever betreft die de
stimuleringssubsidie ontvangt, betekent dit dat
de aan de formele werkgever
verstrekte ID-subsidie wordt stopgezet.
De gemeente dient verder onder
andere aan te geven tot welke van
de in artikel 4, tweede lid, onderdeel a, genoemde sectoren de door de
werkgever in een reguliere
dienstbetrekking omgezette ID-baan gerekend dient te worden. In de
toelichting bij de artikelen 3, 4 en 5 is
aangegeven hoe vastgesteld wordt welke
sector opgegeven dient te worden. Wanneer de werkgever de
termijn van zes weken laat verstrijken,
zonder de gevraagde documenten in te
dienen, vervalt zijn aanspraak op de stimuleringssubsidie.
De verklaring van artikel 4,
derde lid, onderdeel b, dat de
voormalig ID-werknemer geen werkzaamheden worden opgedragen waardoor andere
dienstbetrekkingen geheel of
gedeeltelijk komen te vervallen
(verdringing), wordt onderbouwd door een
verklaring van een door de werkgever ingesteld medezeggenschapsorgaan dat
er geen verdringing heeft
plaatsgevonden. Na afloop van het eerste jaar van de
subsidieverlening moet deze verklaring worden
overlegd (zie artikel 9, tweede
lid),
maar de werkgever kan ervoor kiezen
om deze verklaring op een eerder
tijdstip over te leggen, bijvoorbeeld
tegelijkertijd met de in dit artikel
genoemde documenten.
Artikel 7
De werkgever ontvangt een
subsidie van maximaal €|17 000,-,
uitbetaald in twee termijnen over een periode van twee jaren, gerekend vanaf
de datum van de beschikking tot
subsidieverlening. Wanneer de dienstbetrekking een arbeidsduur van minder
dan 32 uren per week omvat, wordt
de hoogte van de subsidie evenredig
verlaagd. Bij de aanvang van de
subsidieverlening wordt het maximumsubsidiebedrag bepaald op basis van het
aantal arbeidsuren dat is opgegeven
in de aanvraag (en de reeds
gesloten of nog te sluiten
arbeidsovereenkomst voor de reguliere
dienstbetrekking, dan wel het daarop betrekking
hebbende aanstellingsbesluit). Wanneer gedurende het
subsidieverleningstijdvak een langere arbeidsduur overeen wordt
gekomen, bijvoorbeeld een uitbreiding
van 20 naar 32 arbeidsuren per
week, kan de werkgever geen aanspraak
maken op een subsidie voor een
reguliere dienstbetrekking van 32 uren
per week; de subsidie wordt niet
verhoogd. Een afname van het aantal arbeidsuren per week leidt
wel tot een verlaging van het
subsidiebedrag.
Artikel 8
Dit artikel bevat een
regeling voor de situatie waarin gedurende de
twee jaren waarvoor de subsidie is verleend de dienstbetrekking wordt
beëindigd. De werkgever is verplicht
het Agentschap SZW hiervan
tijdig op de hoogte te stellen door
bijvoorbeeld een kopie van de aan de
werknemer gerichte brief op te sturen
waarin de opzegging van de
dienstbetrekking wordt aanvaard dan wel het
ontslag wordt meegedeeld of de
beëindiging van de aanstelling wordt
meegedeeld. Vanaf de datum waarop de
beëindiging van de dienstbetrekking
ingaat, heeft de werkgever geen
recht meer op de subsidie en wordt deze
stopgezet.
De werkgever kan de subsidie
echter behouden wanneer hij ter
invulling van de ontstane vacature binnen twaalf weken een dienstbetrekking
aangaat met iemand anders die
voldoet aan de in het tweede lid, onderdeel a en b, geformuleerde criteria.
Hij dient daarbij in overleg te treden
met de gemeente; deze zal immers
een verklaring af moeten geven dat de
nieuwe werknemer aan de criteria
voldoet. Daarnaast kan de gemeente
een rol spelen in het voordragen van
geschikte kandidaten voor de functie.
De werkgever heeft enige
vrijheid bij het bepalen van het moment
waarop hij de kopie van de arbeidsovereenkomst of het aanstellingsbesluit
en de verklaring van de gemeente
overlegt: meteen na het in dienst nemen van de nieuwe werknemer of (in het
eerste subsidiejaar) bij het
indienen van het rapportageformulier,
respectievelijk (in het tweede subsidiejaar)
de aanvraag tot vaststelling van de
subsidie.
Artikel 9
De tussentijdse rapportage
wordt binnen acht weken na afloop van het
eerste subsidiejaar door de werkgever ingediend bij het Agentschap SZW. Het
formulier (zie bijlage 5)
dat daarvoor wordt gebruikt, wordt door
het Agentschap SZW aan de
werkgever gezonden.
Ter voorkoming van
verdringing (verdringing wil zeggen dat de voormalig ID-werknemer werkzaamheden
worden opgedragen waardoor andere reguliere dienstbetrekkingen
geheel of gedeeltelijk komen te
vervallen) wordt een verklaring (zie bijlage
6) van de ondernemingsraad (of een
ander medezeggenschapsorgaan)
gevraagd, tenzij een dergelijk orgaan
niet is ingesteld. Met de verklaring
van het medezeggenschapsorgaan wordt
aangetoond dat met het omzetten van de ID-banen in een reguliere
dienstbetrekking geen verdringing heeft plaatsgevonden. Deze
verklaring kan door de werkgever uiterlijk
tegelijkertijd met het rapportageformulier
worden ingediend.
Artikel 10
In dit artikel wordt bepaald
dat de werkgever naast de
stimuleringssubsidie voor de regulier gemaakte
dienstbetrekking geen reïntegratiesubsidies op grond van de Wet
inschakeling werkzoekenden of het Besluit
in- en doorstroombanen voor die
dienstbetrekking mag ontvangen. Het gaat immers om een reguliere baan
en reïntegratiebudgetten van
gemeenten zijn niet bedoeld voor mensen met een reguliere baan.
Wel bestaat de mogelijkheid
dat andere departementen aan
zullen sluiten bij deze regeling met subsidies die eveneens als doel hebben het
omzetten van ID-dienstbetrekkingen in reguliere dienstbetrekkingen
te stimuleren. Deze subsidies mogen
vanzelfsprekend wel worden gecombineerd met de stimuleringssubsidie.
Zoals reeds in het algemene deel
van deze toelichting is aangegeven, zullen de andere departementen, indien
zij een aanvulling gaan geven op de
op grond van deze regeling
verstrekte stimuleringssubsidie, daartoe zelf een regeling opstellen.
Artikel 11
In dit artikel wordt een
aantal verplichtingen genoemd waaraan de werkgever zich heeft te houden gedurende
het tijdvak van subsidieverlening.
Het
eerste lid ziet op wijzigingen in de bij de aanvraag
verstrekte gegevens zoals een wijziging in de arbeidsduur. Dergelijke wijzigingen
dienen doorgegeven te worden omdat
zij van invloed kunnen zijn op de
hoogte van de verstrekte subsidie. Een
vermindering van het contractueel overeengekomen dan wel in het
aanstellingsbesluit opgenomen aantal arbeidsuren per week leidt tot een
evenredige vermindering van het subsidiebedrag. Een toename van het aantal
arbeidsuren ten opzichte van het aantal arbeidsuren zoals
overeengekomen in de arbeidsovereenkomst of
het aanstellingsbesluit, dat binnen zes weken na de datum van de
beschikking tot subsidieverlening aan het
Agentschap SZW is gestuurd, leidt
overigens niet tot een verhoging van het
subsidiebedrag, omdat de subsidie voor een maximumbedrag wordt verleend
(zie ook de toelichting bij
artikel 7).
Het derde lid bevat de
verplichting om de op de
subsidieverstrekking betrekking hebbende documenten te bewaren. Dit betekent ook
dat een kopie van de
arbeidsovereenkomst (of het besluit) dat ten
grondslag lag aan de ID-dienstbetrekking
bewaard moet worden.
Artikel 12
Het formulier waarmee de
aanvraag tot subsidievaststelling
dient te worden ingediend (zie bijlage 7), wordt door het Agentschap SZW aan
de werkgever verzonden.
Wanneer blijkt dat de
werkgever niet aan de aan de
subsidieverlening verbonden voorwaarden en verplichtingen heeft voldaan, kan de
verleende en betaalde subsidie op
grond van de betreffende bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht
bij de vaststelling geheel of
gedeeltelijk worden teruggevorderd, zoals in het
algemeen deel van deze toelichting
reeds is aangegeven.
Artikel 13
Het Agentschap
SZW en de
Accountantsdienst SZW zijn belast met het toezicht. Het Agentschap is verantwoordelijk
voor de inrichting en de uitvoering van het toezicht.
Voor de uitoefening van het toezicht
zal het Agentschap onderzoeken
instellen bij werkgevers (die
steekproefsgewijs of op basis van ontvangen
signalen worden geselecteerd) om de
getrouwheid en rechtmatigheid van de ingediende rapportage of aanvraag tot
subsidievaststelling na te gaan. De uitkomsten van het onderzoek worden bij
de vaststelling van de subsidie
betrokken.
De Accountantsdienst is
verantwoordelijk voor het afgeven van de accountantsverklaring bij
het jaarverslag van het ministerie van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De accountantsverklaring heeft
betrekking op de getrouwheid en de
rechtmatigheid. Om de rechtmatigheid van de uitgaven vast te kunnen
stellen, kan de Accountantsdienst
gebruik maken van de
toezichtsresultaten van het Agentschap of besluiten
zelf onderzoeken in te stellen
bij de werkgevers.
Publicatie
De bijlagen 2 tot en met 7
worden niet gepubliceerd in de
Staatscourant, maar ter inzage gelegd bij het ministerie van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid. Deze kunnen
daar worden ingezien, maar informatie daarover kan ook worden
ingewonnen bij het Agentschap SZW. De
bijlagen worden in ieder geval
toegezonden aan werkgevers waaraan een stimuleringssubsidie is
verleend.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
M. Rutte.
BIJLAGE
1
[14 februari 2003, vervallen]
| xxx |
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx
Aanvraagformulier
stimuleringsregeling ID-banen
Met dit formulier kunt u een aanvraag indienen voor een subsidie
op grond van de Tijdelijke stimuleringsregeling regulier maken 10
000 ID-banen. Lees voor het invullen van dit formulier eerst de
invulinstructie uit het aanvraagpakket. In de bijgesloten brochure
voor de werkgever treft u meer informatie over de regeling aan.
1. Gegevens werkgever
(Vul hieronder de
gegevens in van de werkgever die een regulier arbeidscontract gaat
afsluiten met een ID-werknemer)
Naam organisatie:
.......................................................................................
Adres:
..........................................................................................................
Postcode:
....................................................................................................
Bank- of gironummer:
.................................................................................
Naam contactpersoon:
...................................................................
m / v (1)
Telefoonnummer contactpersoon:
..............................................................
E-mailadres contactpersoon:
.......................................................................
CAO die voor betreffende functie geldt:
......................................................
2. Sector
(De subsidies worden
tot 1 juli 2003 proportioneel verdeeld over de verschillende
arbeidssectoren. Kruis daarom hieronder de sector aan waar de
betreffende functie onder valt) (2)
0 Zorg
0 Jeugdhulpverlening
0 Welzijn
0 Onderwijs
0 Kinderopvang
0 Openbare veiligheid
0 Beheer openbare ruimte
0 Cultuur
0 Sport
0 Overig, namelijk:
.....................................................................................
3. Gegevens werknemer
(Vul hieronder de
gegevens in van de ID-werknemer met wie het reguliere
arbeidscontract wordt afgesloten)
Naam (voorletters en
achternaam):
.............................................................
Geslacht: m / v (1)
Geboortedatum: .......... - ............. - .......... (dd-mm-jj)
Arbeidsduur ID-dienstbetrekking: ....................... uur per
week (3)
Ingangsdatum ID-dienstbetrekking: .......... - .............
- .......... (dd-mm-jj)
Arbeidsduur (toekomstige) reguliere dienstbetrekking ......
uur per week (3)
Ingangsdatum reguliere dienstbetrekking: ...... - ........... -
...... (dd-mm-jj) (4)
4. Ondertekening
(Om uw aanvraag in
behandeling te kunnen nemen, dient u dit aanvraagformulier te
ondertekenen)
Met de ondertekening van
dit formulier verklaart u dat:
• u met bovengenoemde werknemer een reguliere dienstbetrekking
voor onbepaalde tijd bent aangegaan op bovengenoemde datum of dit
zult doen, uiterlijk zes weken na de datum van de beschikking tot
subsidieverlening, maar niet later dan op 31 december 2003;
• deze reguliere dienstbetrekking geen proeftijd kent;
• deze reguliere dienstbetrekking ten minste dezelfde
arbeidsduur per week beslaat als de om te zetten
ID-dienstbetrekking
• de ID-werknemer bij u in dienst blijft / bij u, als zijnde
zijn huidige materiële werkgever, in dienst zal treden (5);
• de reguliere dienstbetrekking onder de CAO valt die voor de
betreffende functie geldt;
• door deze reguliere dienstbetrekking geen andere reguliere
functie bij u geheel of gedeeltelijk komt te vervallen (geen
verdringing);
• u na de ontvangst van de beschikking tot subsidieverlening op
gezette tijden onderstaande documenten op zult sturen (zie
invulinstructie en brochure voor werkgevers):
- een kopie van het arbeidscontract/aanstellingsbesluit,
- een verklaring van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat
de ID-subsidie voor de betreffende dienstbetrekking is stopgezet
op dezelfde datum als het reguliere contract ingaat en in welke
sector de functie valt,
- een verklaring van de ondernemingsraad,
personeelsvertegenwoordiging of medezeggenschapsorgaan, indien
ingesteld, dat geen verdringing is opgetreden.
Met de ondertekening van dit
formulier verklaart tevens dat:
• u dit aanvraagformulier volledig en naar waarheid hebt ingevuld;
• u aan alle voorwaarden en verplichtingen zult voldoen die zijn
opgenomen in de regeling en/of worden opgenomen in de beschikking tot
subsidieverlening
(Ondertekening door
een functionaris die bevoegd is tot het indienen van een aanvraag)
Naam:
..........................................................................................................
Functie:
.......................................................................................................
Plaats:
.........................................................................................................
Datum:
.........................................................................................................
Handtekening:
.............................................................................................
Stuur het ingevulde
en ondertekende formulier naar het Agentschap SZW. Gebruik
hiervoor de retourenveloppe uit het aanvraagpakket.
(In te vullen door het Agentschap SZW):
Registratienummer:
Datum
binnenkomst:
(1) Omcirkel het antwoord
dat van toepassing is.
(2) Kruis aan wat van toepassing is. Indien van toepassing wordt u
automatisch op de hoogte gesteld van een eventueel aanvullende
sectorale regeling die voortvloeit uit het Convenant
Gesubsidieerde Arbeid 2003 (zie ook de brochure voor de werkgever
uit het aanvraagpakket).
(3) Vul hier het gemiddeld aantal uren per week in.
(4) Deze regel hoeft u alleen in te vullen als de ingangsdatum
bekend is.
(5) Haal door wat niet van toepassing is.
|
x |
|
|