|
5 september 1995/ nr. BZ/AV/95/3033
Directie Bijstandszaken
De
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op artikel 55 van de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers en van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
Besluit:
Art. 1.
Burgemeester en wethouders verstrekken maandelijks aan
de Directeur-Generaal van de Statistiek, overeenkomstig
de in de bijlagen bij deze regeling opgenomen overzichten, gegevens met betrekking tot personen
en gezinnen aan wie zij
uitkering hebben verleend op grond van
de Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers dan wel
de Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
Art. 1a.
Burgemeester en wethouders
verstrekken maandelijks aan de Directeur-Generaal van de Statistiek,
overeenkomstig het in de bijlage bij deze regeling opgenomen overzicht, gegevens
met betrekking tot personen
en gezinnen aan wie zij betalings- en aflossingsverplichtingen
hebben opgelegd met betrekking tot verleende bijstand ¹.
1. Volgens de redactie
dient "bijstand" te worden vervangen door: uitkering.
Art. 2.
Met betrekking tot de belanghebbende die op 31 december 1995 uitkering
ontving op grond van een van de in
artikel 1 genoemde wetten en deze
uitkering niet langer dan een
kalendermaand is onderbroken, is deze
regeling van toepassing met ingang
van het tijdstip van het
heronderzoek als bedoeld in artikel 14 van de genoemde wetten, doch uiterlijk
met ingang van 31 december
1996.
Art. 3.
Burgemeester en wethouders verstrekken de in de artikelen
1 en 1a bedoelde gegevens op een door de Directeur-Generaal van de Statistiek te bepalen wijze
en tijdstip.
Deze regeling treedt in
werking met ingang van 1 januari 1996.¹
1. Volgens de redactie
dient deze volzin, in Staatscourant 1995, 178, los geschreven van
artikel 3, te worden ondergebracht in een vierde artikel.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering
van de bijlagen, die ter inzage
worden gelegd in de bibliotheek van
het ministerie van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid te Den Haag. Van deze terinzagelegging
zal mededeling worden gedaan in
de Staatscourant.
's-Gravenhage, 5 september 1995.
De Minister voornoemd,
A.P.W. Melkert.
TOELICHTING
[5 september 1995]
Met de inwerkingtreding van
de nieuwe Algemene bijstandswet wordt de statistische
informatievoorziening
omtrent de bijstand ingrijpend
gewijzigd. Het gaat hierbij niet alleen om aanpassingen aan gewijzigde regelgeving, maar vooral om
een verbreding van de informatievoorziening, met
name waar het gaat om de factoren
die het beroep op bijstand
beïnvloeden. Daarmee hangt ook de
wijziging van de periodiciteit van de gegevensverstrekking door de gemeenten aan het CBS
[Centraal Bureau voor de Statistiek, red.]
samen.
In plaats van een jaarlijkse verstrekking zullen de
gemeenten vanaf 1 januari 1996 per
maand berichten over de
ontwikkelingen in de bijstandverlening.
Hiermee wordt het mogelijk de in- en uitstroom van de bijstand nauwkeurig in beeld te
brengen. Uitgangspunt bij de huidige statistieken met betrekking
tot de Ioaw en Ioaz is dat deze
zoveel mogelijk overeenkomen met de bijstandsstatistiek.
Achtergrond daarvan is dat deze
regelingen, naast de doorslaggevende verschillen, qua inhoud en procedure zijn geënt op de
bijstandsregelgeving. Het
heeft voor de gemeenten derhalve grote voordelen dat de statistische informatievoorziening in
beginsel gelijk is aan die van de
bijstand. In de regelgeving blijft die
aansluiting ook bij de nieuwe Abw gehandhaafd.
Waar voor de bijstandverlening een nieuwe statistiek wordt gerealiseerd, dient die met
betrekking tot de Ioaw en Ioaz eveneens te worden aangepast
om de beoogde aansluiting te handhaven. Evenals dat
momenteel het geval is, wordt voor
deze regelingen in beginsel
dezelfde vraagstelling gehanteerd als
bij de bijstandsstatistiek het geval is. De beperktere reikwijdte van de
Ioaw en Ioaz betekent dat een
groot gedeelte van de
vraagstelling niet behoeft te worden
overgenomen of belangrijk kan worden vereenvoudigd. Slechts op
een enkel punt is er sprake van
een afwijkende vraagstelling. De
wijze van gegevensverstrekking aan
het CBS wordt eveneens aangepast aan die van de nieuwe bijstandsstatistiek.
Overleg en advisering
In hetzelfde kader als
waarin met de VNG [Vereniging van Nederlandse
Gemeenten, red.], Divosa [Vereniging van
directeuren van overheidsorganen voor sociale arbeid, thans
directeuren van Sociale Diensten van gemeenten
respectievelijk afdelingshoofden Sociale Zaken van gemeenten, red.]
en enkele individuele gemeenten overleg is gevoerd over de nieuwe
bijstandsstatistiek, hebben besprekingen plaatsgevonden
over de nieuwe Ioaw- en Ioaz-statistieken. De bij
dit besluit als bijlagen opgenomen vraagstellingen ontmoetten
geen bezwaar.
Tezamen met de voorgestelde
nieuwe bijstandsstatistiek
is aan de Centrale Commissie voor de Statistiek advies gevraagd
over de doorwerking daarvan naar de Ioaw- en Ioaz-statistieken.
De CCS zag geen aanleiding om
de aandacht te vragen voor specifieke punten.
Overgangsperiode
De statistieken zoals deze
vanaf 1 januari 1996 voor de Ioaw en Ioaz
gelden, bevatten enkele
nieuwe gegevens, met name met betrekking tot de arbeidsmarktpositie en de
reden van beëindiging van de
uitkering. Deze informatie zal
doorgaans niet in de administratie zijn
opgenomen waarop de gemeente de
levering van de statistische gegevens baseert en zal veelal aan
het dossier moeten worden
ontleend. De invoering van de nieuwe statistiek wordt
vergemakkelijkt door hiervoor een
overeenkomstige systematiek te hanteren als
die geldt voor de nieuwe
statistiek voor de Algemene bijstandswet.
Dit houdt in dat de nieuwe
statistiek nog niet van toepassing is
als nog geen heronderzoek heeft plaatsgevonden. Evenals dat
het geval is bij de
herbeoordeling in 1996 bij de Abw, biedt het
reguliere heronderzoek bij de Ioaw en Ioaz de gemeenten de gelegenheid
om de nieuwe statistische
gegevens volledig te verzamelen.
Vanaf dat moment wordt voor het
betrokken geval de nieuwe statistiek
van toepassing. Als in het betrokken geval in 1996 geen heronderzoek zal plaatsvinden, is de
nieuwe statistiek op 31 december
1996 van toepassing. Aangezien het heronderzoek doorgaans
volgens een vast plan verloopt, zijn
de gemeenten in de gelegenheid
om - voor zover dat gezien de relatief beperkte omvang van deze regelingen noodzakelijk is -
ook voor deze gevallen geleidelijk de nieuwe statistische gegevens
te verzamelen. Ultimo 1996 is
immers voor het gehele Ioaw- en Ioaz-bestand de nieuwe
statistiek van toepassing.
Omdat de huidige Ioaz- en Ioaz-statistieken
uitsluitend een peiling aan het eind van het kalenderjaar omvatten, heeft
deze regeling tot gevolg dat een gegevensverstrekking volgens
de huidige systematiek niet
meer behoeft plaats te vinden.
Overige aspecten
Aan de invoering van de
nieuwe Ioaw- en Ioaz-statistieken
zullen naar verwachting slechts in
zeer beperkte mate extra kosten
voor de gemeenten verbonden zijn.
Door de aansluiting met de bijstandsstatistiek zijn er
geringe automatiseringskosten. Aan
de frequentere levering zal
voor de gemeenten evenmin
betekenisvolle extra kosten verbonden zijn,
omdat deze tezamen met de bijstandsgegevens door de geautomatiseerde systemen
kunnen worden gegenereerd en aan het CBS geleverd.
Eveneens als dat het geval
is met betrekking tot de bijstand,
is de verstrekking van de onderhavige gegevens bestemd voor de landelijke beleidsinformatie
en kunnen deze niet worden
gebruikt voor het toezicht op
individuele gemeenten.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert.
|