|
13 juni 1996/nr.
BZ/VOL/96/2471
Directie Bijstandszaken
De
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op de artikelen 35, vijfde lid, van de
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
werkloze werknemers en 35, vijfde lid, van de Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
Besluit:
Art. 1.
-1. Van de verplichtingen,
bedoeld in de artikelen 35, eerste lid,
onderdeel a, e en f, van de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers en 35,
eerste lid, onderdeel a, e en f, van de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
zelfstandigen, zijn belanghebbenden die ouder zijn dan 57,5 jaar
vrijgesteld. Belanghebbenden die op 1
mei 1999 ouder zijn dan 57,5 jaar,
zijn eveneens vrijgesteld van de
verplichtingen, bedoeld in de artikelen 35, eerste lid, onderdeel b,
c en d, van de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers en 35, eerste lid, onderdeel b,
c en d, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.¹
-2. Burgemeester en
wethouders kunnen, gehoord de Centrale
organisatie werk en inkomen, in een bijzonder geval van het eerste lid afwijken.
1. Zie wijzigingsregeling
van 25 februari 1999, red.
Art. 2.
De Regeling van de
Staatssecretaris van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid van 29 juni 1987 inzake
vrijstelling van verplichtingen ingevolge de
Ioaw en de Ioaz (Stcrt. 1987, 122)
wordt ingetrokken.
Art. 3.
Deze regeling treedt in
werking met ingang van de tweede dag na
de dagtekening van de Staatscourant waarin
zij wordt geplaatst en werkt
terug tot en met 1 januari 1996.
Art. 4.
Deze regeling wordt
aangehaald als: Regeling vrijstelling
verplichtingen Ioaw en Ioaz.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
’s-Gravenhage, 13 juni
1996.
De Minister voornoemd,
A.P.W. Melkert.
TOELICHTING
[13 juni 1996]
De artikelen
35, eerste lid,
van de Wet inkomensvoorziening oudere
en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) en 35,
eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz)
bevatten op de arbeidsinpassing
gerichte verplichtingen die rusten op de belanghebbende die voor zijn
bestaansvoorziening is aangewezen op arbeid in dienstbetrekking. De
artikelen 35, vijfde lid, van de Ioaw en
35,
vijfde lid, van de Ioaz geven de minister de
bevoegdheid over het toepassen of niet
toepassen van deze verplichtingen ten
aanzien van groepen van
belanghebbenden regels te stellen.
In artikel 1, eerste lid,
van deze regeling worden 57,5-jarigen of ouder vrijgesteld van de bedoelde
arbeidsverplichtingen.¹ Aan de categoriale
ontheffing ligt de overweging ten grondslag dat onder de huidige
arbeidsmarktomstandigheden wederinpassing in het arbeidsproces van
deze groep van werklozen in het
algemeen niet mag worden verwacht.
De belanghebbenden behouden
het recht als werkzoekende te
worden ingeschreven. De Arbeidsvoorzieningsorganisatie [zie Centrale
organisatie werk en inkomen (CWI), red.] zal in dat geval haar
bemiddelingsrol blijven
vervullen.
In artikel 1, tweede lid,
wordt aan burgemeester en wethouders
de mogelijkheid gelaten in individuele situaties waarin naar hun oordeel wel
uitzicht bestaat op arbeidsinpassing,
van vrijstelling af te zien.
Alvorens hiertoe te besluiten, dient het advies van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
te worden ingewonnen.
Met de regeling wordt een
reeds enige tijd bestaande
uitvoeringspraktijk, gebaseerd op de regeling van de Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 29
juni 1987 (Stcrt. 1987, 122)
betreffende de ontheffing van verplichtingen gericht
op arbeidsinpassing ten aanzien
van 57,5-jarigen of ouder,
gecontinueerd. De hernummering van de Ioaw en
de Ioaz (Stb. 1995, 205 en 206) maakt
evenwel hernieuwde vaststelling van
de vrijstellingsregeling
noodzakelijk.
1. Zie wijzigingsregeling
van 25 februari 1999, red.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert.
|
|