|
BESLUIT
van 10 oktober 2003 tot vaststelling van een algemene maatregel van
bestuur ter uitvoering van de Ioaw en Ioaz
(Besluit uitkeringen
gemeenten Ioaw en Ioaz voor het jaar 2004) ¹
1. Redactie:
ingevolge artikel II, onderdeel B, van het Besluit van 22
september 2004, houdende wijziging van het Besluit
Wwb en het Besluit uitkeringen gemeenten Ioaw en Ioaz voor het jaar
2004 in verband met de berekening van de uitkeringen voor het jaar 2005
(Stb. 2004, 490), is het Besluit uitkeringen gemeenten Ioaw en Ioaz
voor het jaar 2004 voorzien van een nieuwe citeertitel, luidende:
Besluit uitkeringen gemeenten Ioaw en Ioaz.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op
de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid van 3 september 2003, Directie Bijstand en Gemeentelijk
Activeringsbeleid, nr. B&GA/WWB/03/70144;
Gelet op de artikelen 58, tweede lid, van de
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen en 58, tweede lid, van de
Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
De Raad van State gehoord (advies van 18
september 2003, nr. W12.03.0368/IV);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 9 oktober
2003, Directie Werk en Bijstand, nr. W&B/WWB/03/76818;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Art. 1.
Begripsbepaling
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. de uitkering Ioaw: de uitkering, bedoeld in
artikel 58, eerste lid,
van de Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
b. de uitkering Ioaz: de
uitkering, bedoeld in artikel 58, eerste lid, van de
Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
Art. 2.
Berekening
uitkering Ioaw voor gemeenten
Voor gemeenten wordt de
uitkering Ioaw
berekenend aan de hand van de volgende formule:
UGIoaw
= (KIoaw
: TKIoaw) x
TBIoaw
waarbij:
a. UGIoaw
de uitkering Ioaw aan de gemeente is;
b. KIoaw
de gemeentelijke uitkeringsuitgaven Ioaw in het uitvoeringsjaar 2007 zijn;
c. TKIoaw
het totaal is van
de gemeentelijke uitkeringsuitgaven Ioaw
in het uitvoeringsjaar 2007;
d. TBIoaw
het totale bedrag
is dat beschikbaar is voor de uitkeringen Ioaw
aan gemeenten.
Art. 3.
Berekening
uitkering Ioaz voor gemeenten
Voor gemeenten wordt de
uitkering Ioaz
berekenend aan de hand van de volgende formule:
UGIoaz
= (KIoaz
: TKIoaz) x
TBIoaz
waarbij:
a. UGIoaz
de uitkering Ioaz aan de gemeente is;
b. KIoaz
de gemeentelijke uitkeringsuitgaven Ioaz in het uitvoeringsjaar 2007
zijn;
c. TKIoaz
het totaal is van
de gemeentelijke uitkeringsuitgaven Ioaz in het uitvoeringsjaar 2007;
d. TBIoaz
het totale bedrag
is dat beschikbaar is voor de uitkeringen Ioaz aan gemeenten.
Art.
3a. Te late indiening verantwoordingsinformatie 2007
Indien de bijlage bij de jaarrekening met verantwoordingsinformatie over
specifieke uitkeringen, bedoeld in artikel 58a, eerste lid, van
het Besluit
begroting en verantwoording provincies en gemeenten, voor zover deze
betrekking heeft op de uitvoering van de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers of de Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen over
2007, en de daarbij behorende goedkeurende verklaring van de accountant
niet door Onze Minister van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties zijn ontvangen uiterlijk op 15 augustus 2008,
wordt voor de toepassing van artikel 2, onderdeel b
en c, voor "de gemeentelijke uitkeringsuitgaven Ioaw in het
uitvoeringsjaar 2007" gelezen: "de gemeentelijke
uitkeringsuitgaven Ioaw in het uitvoeringsjaar 2006" en wordt voor
de toepassing van artikel 3, onderdeel b en c,
voor "de gemeentelijke uitkeringsuitgaven Ioaz in het
uitvoeringsjaar 2007" gelezen: de gemeentelijke uitkeringsuitgaven
Ioaz in het uitvoeringsjaar 2006.
Art. 4.
Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in
werking met ingang van 1 januari 2004.
Art. 5.
Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald
als: Besluit uitkeringen gemeenten Ioaw en Ioaz.
Lasten en bevelen dat dit
besluit en de bijlage ¹ met de daarbij behorende nota van toelichting in het
Staatsblad zal worden geplaatst.
1. De bijlage is niet in (de
digitale versie van) het Staatsblad geplaatst, red.
’s-Gravenhage, 10 oktober
2003
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
M. Rutte
Uitgegeven de veertiende
oktober 2003
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
NOTA
VAN TOELICHTING
[10 oktober 2003]
Inleiding
Dit besluit regelt voor het
jaar 2004 welke uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere
en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) en de
Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
zelfstandigen (Ioaz) aan gemeenten wordt verstrekt.
WFA-financieringssystematiek
De Wet financiering Abw,
Ioaw en Ioaz
(WFA) komt met de inwerkingtreding van de Wet werk en bijstand
(Wwb) te vervallen. Dit vanwege het feit dat voor de Wwb een
andere financieringssystematiek geldt voor de Algemene
bijstandswet.
Hiermee is de WFA niet meer van toepassing op de Wwb. De financiering van de
Wwb wordt nu nader uitgewerkt in de Wwb zelf.
Met betrekking tot de
uitkeringsuitgaven en uitvoeringskosten van de Ioaz
blijft in tegenstelling
tot de Wwb dezelfde financieringssystematiek gelden. Dat betekent dat de
WFA van toepassing blijft op de Ioaz. Hiertoe zijn de bepalingen uit de
WFA die van toepassing zijn en blijven op de Ioaz opgenomen in de Ioaz zelf, met uitzondering van het artikel in de WFA dat betrekking heeft op
terugvordering van de uitkering. Dit komt overeen met de Wwb. In het
nieuwe hoofdstuk V, Financiering, zijn twaalf nieuwe artikelen geplaatst
die gaan over de financiering van de uitkeringsuitgaven en uitvoeringskosten van de
Ioaz. Het gaat om de artikelen 56 tot en met 59h.
Voor de Ioaw
geldt hetzelfde
met als uitzondering dat artikel 59e
niet van toepassing is. Dit
artikel regelt de vergoeding van uitvoeringskosten voor door burgemeester en
wethouders bij de toepassing van artikel 14, tweede lid, van de
Ioaz
aan
derden opgedragen onderzoek. De artikelen 59f tot en met artikel
59h in de Ioaz
slaan terug op artikel 59e en zijn daarmee ook niet van
toepassing op de Ioaw.
Tijdelijke regelingen
Het kabinet gaat ervan
uit
dat de regelingen Ioaw, Ioaz
en het Besluit bijstandverlening
zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) in hun huidige vorm een tijdelijk karakter hebben.
In de toekomst wordt de bijstandverlening aan zelfstandigen neergelegd in een aparte
wet, waarvan het wetsvoorstel naar verwachting in 2004 ter behandeling aan
de Tweede Kamer zal worden aangeboden.
De
zelfstandigenwet gaat in
elk geval gelden voor de huidige doelgroepen van het Bbz 2004, met uitzondering van degenen die nog in een
oriëntatiefase zijn ter
voorbereiding op hun bestaan als zelfstandige.
Het is de bedoeling dat de
zelfstandigenwet ook gaat gelden voor de Ioaz-doelgroepen.
Het voorliggende besluit
regelt niet de financiering van het Bbz
2004; dit wordt in lagere regelgeving
geregeld.
Een zelfde aanpak geldt voor
de Ioaw. De Ioaw is aan de gemeenten ter uitvoering opgedragen.
Er wordt gewerkt aan de opzet van een nieuwe wettelijke regeling voor
arbeidsongeschikten. Overwogen wordt de bepalingen aangaande de
gedeeltelijk arbeidsongeschikten en de jonggehandicapten in deze
nieuwe regeling te incorporeren en deze groepen uit de Ioaw
te
halen. Eén en ander heeft grote gevolgen voor de Ioaw. Definitieve
besluitvorming zal plaatsvinden in het kader van de stelselherziening van de
arbeidsongeschiktheidsregelingen. Het kabinet zal zijn voornemens met
betrekking tot de herziening van de WAO dit najaar
bekendmaken. Daarbij
zullen ook de consequenties voor de Ioaw betrokken worden. Bij die gelegenheid komt ook de uitvoering aan de
orde.
Het kabinet is van oordeel
dat het beoogde tijdelijke karakter van deze regelingen en de
mogelijkheid dat in de toekomstige regelingen geen sprake zal zijn van
volledige budgettering voldoende reden is om vast te houden aan de financiële
verhouding Rijk/gemeenten van 75/25.
Verdeelsystematieken
Ioaw respectievelijk Ioaz
Het uitkeringsbedrag
Ioaw voor het uitvoeringsjaar 2004 is berekend als het procentuele aandeel
van de gemeente in de totale landelijke uitkeringslasten
Ioaw in het
uitvoeringsjaar 2001, vermenigvuldigd met het macrobudget Ioaw 2004.
De gegevens over de uitkeringslasten 2001 zijn afkomstig uit de
gemeentelijke jaaropgaven over 2001.
Het uitkeringsbedrag
Ioaz
voor het uitvoeringsjaar 2004 is berekend als het procentuele aandeel van
de gemeente in de totale landelijke
uitkeringslasten Ioaw
in
het uitvoeringsjaar 2001, vermenigvuldigd met het macrobudget Ioaz 2004.
De gegevens over de uitkeringslasten 2001 zijn afkomstig uit de
gemeentelijke jaaropgaven over 2001.
Binnen de
verdeelsystematieken voor de Ioaw
en de Ioaz
wordt derhalve geen gebruik
gemaakt van het objectief verdeelmodel. In 2003 werd in het kader van de
WFA
nog één budget verstrekt ten behoeve van de Abw,
Ioaw en de Ioaz. Dit
budget was gebaseerd op een objectief verdeelmodel voor deze drie
regelingen samen.
Met de invoering van de
Wwb en het vervallen van de WFA
wordt de financiering van de algemene periodieke bijstand, de Ioaw
en de Ioaz
weer gescheiden. Het
objectief verdeelmodel dat onder de WFA gebruikt werd, kan daarom niet meer
gebruikt worden.
Ten behoeve van de verdeling
van het inkomensdeel Wwb 2004 is een aangepast objectief
verdeelmodel ontwikkeld, gebaseerd op de uitkeringslasten in verband met
bijstandsuitkeringen aan personen jonger dan 65 jaar. Uitkeringslasten in
verband met bijstandsuitkeringen aan personen vanaf 65 jaar alsmede
uitkeringen krachtens de Ioaw, Ioaz
en de Bbz 2004 zijn bij de selectie
van de verdeelkenmerken en de bepaling van de gewichten van deze
verdeelkenmerken buiten beschouwing gelaten.
Gezien de inspanning die
hiermee gemoeid is, in combinatie met het beoogde tijdelijke karakter
van deze regelingen in hun huidige vorm, zijn voor de Ioaw en de Ioaz
geen
afzonderlijke objectieve verdeelmodellen ontwikkeld. Op grond van
statistische wetmatigheden is het aanmerkelijk moeilijker om een separaat
objectief verdeelmodel te ontwikkelen voor regelingen met een zeer
specifieke doelgroep en relatief beperkte uitgaven, zoals de Ioaw en Ioaz, dan voor regelingen als de
Wwb of de WFA.
Een logisch gevolg is dat er
- in tegenstelling tot de verdeelsystematiek WFA
2003 [zie Besluit uitkering gemeenten Wet
financiering Abw, Ioaw en Ioaz voor het jaar 2003, red.] - bij de verdeelsystematieken voor
Ioaw en Ioaz
geen
rekening wordt gehouden met
drie gemeentegrootteklassen. De opdeling in drie
gemeentegrootteklassen binnen de verdeelsystematiek WFA 2003 is gehanteerd in
verband met
de toepassing van het objectief verdeelmodel. De verdeelmaatstaf op basis
van de historische kostenaandelen 2001 werkt voor alle gemeenten op dezelfde manier, ongeacht de gemeentegrootte.
Financiering voorzieningen
gericht op arbeidsinschakeling ten laste van de uitkering werkdeel Wwb
In het nieuwe artikel 59i
van de Ioaz
is de financiering van de voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in
artikel 34, eerste lid, onderdeel a, geregeld. In de
Ioaw is dit in
artikel 59e geregeld. In tegenstelling tot het inkomensdeel
Wwb is
voor de Ioaz
en Ioaw wel het werkdeel Wwb van toepassing.
De artikelen van de Wwb die het werkdeel betreffen, zijn van
overeenkomstige toepassing. Het gaat hierbij om de artikelen 34, eerste
lid, onderdeel a, van de Ioaw
en de Ioaz
en 69, eerste lid, onderdeel
a, van
de Wwb. Dit in verband met het feit dat wat betreft de
arbeidsinschakelingsbepalingen zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de
Wwb.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
M. Rutte
|