|
19 december 1995/nr.
BZ/UK/95/4377
Directie Bijstandszaken
De
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op artikel 5, zesde en zevende lid, van
de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen;
Besluit:
Art. 1.
A. De grondslag voor de
gewezen zelfstandige en de echtgenoot wordt
vastgesteld op: €|1544,46;
B. de grondslag voor de
alleenstaande gewezen zelfstandige met één
of meer kinderen wordt vastgesteld
op: €|1494,16;
C. de grondslag voor de
alleenstaande gewezen zelfstandige zonder
kinderen wordt vastgesteld op: €|1185,96.
Art. 2.
Deze regeling treedt in
werking per 1 januari 1996.
Art. 3.
Deze regeling wordt
aangehaald als: Regeling vaststelling grondslagen Ioaz.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
’s-Gravenhage, 19 december
1995.
De Minister voornoemd,
A.P.W. Melkert.
TOELICHTING
[19 december 1995]
Tot 1 januari 1996 werden de
grondslagen op grond van de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
zelfstandigen (Ioaz) zodanig vastgesteld
dat deze netto gelijk waren aan
de in het Bijstandsbesluit landelijke normering (Bln) genoemde normbedragen.
Met de inwerkingtreding van de
nieuwe Algemene bijstandswet is het
Bln ingetrokken, zodat deze
verwijzing niet langer kan plaatsvinden.
Bovendien wijzigt per 1 januari 1996
de landelijke normering voor de relevante
bijstandscategorieën.
Als gevolg van de gewijzigde
uitkeringssytematiek in de bijstand is de Ioaz op een aantal punten
technisch gewijzigd. Omdat de
bijstandsnormen bij de nieuwe Algemene bijstandswet werden gewijzigd en de
uitkeringsniveaus in de Ioaz gehandhaafd zijn, was aanpassing van de
desbetreffende artikelen van de Ioaz
noodzakelijk. Bij de Invoeringswet
herinrichting Algemene bijstandswet is de Ioaz zodanig gewijzigd dat in
die
wet wordt aangegeven waaraan de
vast te stellen grondslagen netto
gelijk zijn. De (bruto) grondslagen zelf
worden bij ministerieel besluit
vastgesteld. Dit besluit strekt daartoe.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert.
|