|
MEMORIE
VAN TOELICHTING
Nadere
regelgeving:
- Besluit
eenmalige herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten
-
Regeling afwijking datum Besluit
eenmalige herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten
- Regeling vermogensafdracht van het AAf
over 2001
- SZW-intrekkingsregeling
2004
Vervallen
nadere regelgeving:
- Besluit
afwijking herbeoordelingstermijnen WAO, WAZ en Wajong 2003 (vervallen)
- Regeling vrijwillige WAO-verzekering voor groepen gewezen
AAW-verzekerden en vrijwillig WW-verzekerden
(vervallen)
Relevante
overige regelgeving:
- Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
- Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
- Wet
premiedifferentiatie en marktwerking bij
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen
Inhoudsopgave
Inga
| Hoofdstuk
1 |
Algemeen |
artt.
I - II |
| Hoofdstuk
2 |
Overgangs-
en invoeringsbepalingen met betrekking tot de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Ziektewet en de Werkloosheidswet |
artt.
III - XI |
| Hoofdstuk
3 |
Overgangsbepalingen
met betrekking tot de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen |
artt.
XII - XXII |
| §
1x |
Overgangsrecht met
betrekking tot bestaande rechten op arbeidsongeschiktheidsuitkering |
artt.
XII - XIII |
| §
2x |
Overgangsrecht met
betrekking tot nieuwe rechten op arbeidsongeschiktheidsuitkering |
art.
XIV |
| §
3x |
Overgangsbepalingen
ten aanzien van vrijwillig verzekerden op grond van de Ziektewet (vervallen) |
artt.
XV - XVII |
| §
4x |
Uitkeringsrecht in
verband met bevalling op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen |
artt.
XVIII - XIX |
| §
5x |
Overige
invoerings- en
overgangsbepalingen met betrekking tot de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen |
artt.
XX - XXII |
| Hoofdstuk
4 |
Overgangsbepalingen
ten aanzien van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten |
artt.
XXIII - XXVIII |
| §
1x |
Overgangsrecht met
betrekking tot bestaande rechten op arbeidsongeschiktheidsuitkering |
artt.
XXIII - XXIV |
| §
2x |
Overgangsrecht met
betrekking tot nieuwe rechten op arbeidsongeschiktheidsuitkering |
art.
XXV |
| §
3x |
Overige
invoerings- en
overgangsbepalingen met betrekking tot de Wet werk en
arbeidsondersteuning jonggehandicapten |
artt.
XXVI - XXVIII |
| Hoofdstuk
5 |
Wijziging
van verschillende wetten |
artt.
XXIX - LIV |
| Hoofdstuk
6 |
Overgangs-
en slotbepalingen |
artt.
LV - LVIII |
| xxxxxxxxxxx| |
|
xxxxxxxxxxxxxx| |
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1995-1996, 1996-1997, 24 776.
Handelingen II 1996-1997, blz. 1658-1708, 1757-1784, 1931-1974, 2187.
Kamerstukken I 1996-1997, 24 776 (94, 94a, 94b, 94c, 94d, 94e).
Handelingen I 1996-1997, zie vergaderingen d.d. 15 en 22 april 1997.
Geschiedenis:
Staatsblad 1997, 178; Staatsblad 1997,
660; Staatsblad 1997, 768;
Staatsblad 1997, 794; Staatsblad 1998,
107; Staatsblad 1998, 742;
Staatsblad 1999, 26; Staatsblad 1999,
250; Staatsblad 1999, 564;
Staatsblad 1999, 594; Staatsblad 2001,
212; Staatsblad 2001, 625;
Staatsblad 2003, 544; Staatsblad
2004, 324; Staatsblad 2004, 416;
Staatsblad 2005, 525;
Staatsblad 2007, 302; Staatsblad
2007, 567; Staatsblad 2009, 580.
WET van 24 april 1997, Stb.
1997, 178, houdende overgangs- en invoeringsrecht voor de totstandkoming
van de Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Invoeringswet
nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen).¹ Laatste
tekstplaatsing: Stb. 1999, 26. Inwerkingtreding: 1 januari 1998 (Stb.
1997,
391), zie artikel LVII.
1. Ook wel Invoeringswet
Pemba genoemd, red.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het wenselijk is de invoering van de Wet
premiedifferentiatie en marktwerking bij
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
te
regelen, de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet in te trekken en in verband
daarmee enige wetten te wijzigen;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
HOOFDSTUK
1
Algemeen
Art. I.
Algemene begrippen [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb.
1997, 660; Stb. 1997, 794;
versie 1 januari 1999; Stb.
2001, 625; Stb. 2003, 544;
Stb. 2009, 580]
-1. In deze wet en de daarop
berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c.
Arbeidsongeschiktheidsfonds: het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in
artikel 72
van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
d. Algemeen
Arbeidsongeschiktheidsfonds: het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in
artikel 34 van de
Wet financiering volksverzekeringen;
e.
Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen: het Arbeidsongeschiktheidsfonds
zelfstandigen, bedoeld in artikel 78 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
f.
Arbeidsondersteuningsfonds jonggehandicapten: het
Arbeidsondersteuningsfonds jonggehandicapten, bedoeld in artikel
5:1 van de Wet werk en arbeidsondersteuning
jonggehandicapten.
-2. In deze wet en de daarop berustende
bepalingen wordt gelijkgesteld met:
a. echtgenoot: geregistreerde
partner;
b. echtgenoten: geregistreerde
partners.
-3. Onder Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet wordt verstaan: de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en de daarop berustende
bepalingen, zoals die
wet en
die bepalingen luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van
deze wet, met inbegrip van alle bij of krachtens wet met betrekking
tot bepalingen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet
getroffen invoerings- en overgangsbepalingen die op die dag van kracht
waren.
Art. II.
Intrekking AAW [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb.
1997, 794; versie 1 januari 1999]
-1. De
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet wordt ingetrokken, onverminderd de
artikelen VIII, zesde lid, IX, XIII,
XIV, XXIV en XXV.
-2. De intrekking van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, bedoeld in het eerste lid, geldt
met uitzondering van artikel 4, in combinatie met de artikelen 57,
57a, 58 en 59b van die
wet. Voor bepaalde categorieën van
werknemers kan bij wet worden bepaald dat de uitzondering, bedoeld
in de eerste zin, mede andere artikelen van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet betreft, in combinatie met de
artikelen 57, 57a, 58 en 59b van die
wet.
-3. Bij ministeriële regeling kan
worden bepaald dat de toepasselijkheid van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, bedoeld in het tweede lid, met
betrekking tot voorzieningen op grond van artikel 57, eerste en
tweede lid, onderdeel b en c, van die
wet met ingang van een bij
die regeling te bepalen datum eindigt.
-4. De algemene maatregel van bestuur
op grond van artikel
43 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet getroffen, berust
na de inwerkingtreding van deze wet op artikel
59, achtste lid, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en artikel
51, negende lid, van de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
Art. III.
Titel 4.2 van de Algemene
wet bestuursrecht [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb.
1997, 794; Stb. 1998, 742;
versie 1 januari 1999]
Titel 4.2 van de Algemene
wet bestuursrecht is niet van toepassing op aanspraken uit
hoofde van de in artikel II, tweede lid, genoemde artikelen.
HOOFDSTUK
2
Overgangs-
en invoeringsbepalingen met betrekking tot de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Ziektewet en de Werkloosheidswet
Art.
IV.
Invoeringsbepaling inzake artikel 82 WAO/64 ZW [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb.
1997, 794; versie 1 januari 1999]
-1. Artikel 81, eerste lid, onderdeel c, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals dat luidt op de dag
van inwerkingtreding van deze wet, is tevens van toepassing op een
persoon als bedoeld in dat onderdeel die vóór de dag van
inwerkingtreding van deze wet, doch niet eerder dan 21 april 1997,
de aldaar bedoelde werkzaamheden is gaan uitoefenen en overigens
voldoet aan de in dat onderdeel gestelde voorwaarden.
-2. In afwijking van artikel
83, eerste lid, onderdeel a, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
wordt het verzoek om
toelating tot de vrijwillige verzekering door de in het eerste lid
bedoelde persoon gedaan binnen drie maanden, te rekenen vanaf de
datum van inwerkingtreding van deze wet.
-3. Het eerste en tweede lid zijn van
overeenkomstige toepassing met betrekking tot de vrijwillige
verzekering op grond van de Ziektewet,
met dien verstande dat in plaats van het in het eerste lid
genoemde artikel 81, eerste lid, onderdeel c, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
wordt gelezen "artikel 64, eerste lid, onderdeel c, van de Ziektewet" en dat in
plaats van het in het tweede lid genoemde artikel
83, eerste lid, onderdeel a, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
wordt gelezen "artikel
66, eerste lid, onderdeel a, van de Ziektewet".
Art. V.
Beschikkingen inzake
vrijwillige algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb.
1997, 794; versie 1 januari 1999;
Stb. 2001, 625; Stb.
2003, 544]
-1. Beschikkingen van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen op grond van artikel
59a van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet worden
aangemerkt als beschikkingen op grond van artikel
81, tweede lid, onderdeel b, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
-2. Op verzoek van een belanghebbende
die als gevolg van de overgang van de vrijwillige verzekering op
grond van artikel 59a van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet naar de
vrijwillige verzekering op grond van hoofdstuk
VI van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, met
ingang van de dag van inwerkingtreding van deze wet:
a. een dagloon heeft op grond
van artikel 84, eerste lid, onderdeel b, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering dat lager is dan de
grondslag waarnaar zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering zou
zijn berekend op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet; of
b. een premie is verschuldigd op
grond van artikel 84, derde lid, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering die hoger is dan de
premie die hij op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet was verschuldigd op de dag
voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet;
stelt het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gedurende een
periode van vijf jaar vanaf de dag van inwerkingtreding van
deze wet een ander dagloon of een ander premiebedrag vast dan
als bedoeld in artikel 84, eerste lid, onderdeel b, en derde lid, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
-3. De vaststelling van het andere
dagloon, bedoeld in het tweede lid, geschiedt zodanig dat het
bedrag dat ten grondslag zou liggen aan de uitkering op grond van
de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet indien betrokkene op de dag
voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze wet recht zou hebben
gehad op een uitkering op grond van die
wet, elk jaar na de
inwerkingtreding van deze wet geleidelijk lager wordt vastgesteld.
De vaststelling van het andere premiebedrag, bedoeld in het tweede
lid, geschiedt zodanig dat het premiebedrag zoals dat op grond
van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet ten aanzien van betrokkene gold op
de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze wet, elk jaar
na de inwerkingtreding van deze wet geleidelijk hoger wordt
vastgesteld.
-4. Uiterlijk met ingang van de dag
gelegen vijf jaar na inwerkingtreding van deze wet worden het
dagloon en de premie voor de belanghebbende, bedoeld in het tweede
lid, vastgesteld op grond van artikel 84, eerste lid, onderdeel b, en derde lid, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
-5. Bij ministeriële regeling worden
regels gesteld met betrekking tot het tweede en derde lid. Bij die
regels kan voor situaties waarin het tweede of derde lid
onvoldoende voorziet, worden afgeweken van die leden. [RvWggAvW]
Art. VI.
Verhoging WAO-uitkering [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
versie 1 januari 1999; Stb.
2007, 567]
-1. De persoon die op de dag vóór inwerkingtreding van deze wet recht
had op verhoging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van
artikel 46a van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering behoudt
deze verhoging zolang hij daar op grond van dat artikel recht op zou
hebben als dat artikel en de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet nog van kracht zouden zijn geweest. De
verhoging wordt aangemerkt als uitkering op grond van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
-2. Indien de persoon, bedoeld in het
eerste lid, recht zou hebben op een arbeidsongeschiktheidsuitkering van
70% van de grondslag, bedoeld in de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, wanneer deze wet nog van kracht zou zijn
geweest, wordt bij de berekening van de verhoging, bedoeld in het eerste
lid, uitgegaan van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de
Algemene Arbeidsongeschiktheidswet van 75% van die grondslag.
Art. VIa. Wijziging grondslag AMvB ex WAO
[Geschiedenis:
Stb. 1997, 794; versie 1 januari 1999]
De algemene maatregel van bestuur op grond van artikel
52 van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals dat
artikel luidde op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van de
Wet
premiedifferentiatie en marktwerking bij
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, getroffen, berust na de
inwerkingtreding van die wet op artikel
65, tweede lid, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Art. VII.
Samenloop AAW- en
WAO-uitkering vrijwillig verzekerden [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb.
1997, 794; versie 1 januari 1999]
Artikel 84a van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals
dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van
deze wet, blijft van toepassing op de persoon, bedoeld in artikel
XII, ten aanzien van wie de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet op grond van artikel XIII van
toepassing blijft, met dien verstande dat in artikel 84a
van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering in plaats
van "Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" wordt gelezen: Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
Art. VIII.
Overgang
vermogensbestanddelen AAf en FAOP [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb.
1997, 768; Stb. 1997, 794;
versie 1 januari 1999]
-1. Met uitzondering van de
vermogensbestanddelen die noodzakelijk zijn ter financiering van
de toekenningen in het kader van de besluiten van het
Landelijk instituut sociale verzekeringen op grond van de artikelen
57, 57a, 58
en 59b
van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, met inbegrip van
kosten van uitvoering, beheer en administratie van die besluiten,
gaan alle vermogensbestanddelen die door het Landelijk instituut
sociale verzekeringen afzonderlijk worden beheerd en
geadministreerd in de vorm van het Algemeen
Arbeidsongeschiktheidsfonds, over op het
Arbeidsongeschiktheidsfonds en het Arbeidsongeschiktheidsfonds
zelfstandigen, overeenkomstig door Onze
Minister te stellen
regels. [RvA01]
-2. De bepalingen betrekking hebbend
op het beheer en de administratie van het Algemeen
Arbeidsongeschiktheidsfonds, zoals die vóór de datum van
inwerkingtreding van deze wet in de Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997 en de Wet
financiering volksverzekeringen voorkomen, blijven van kracht
voor zolang dit beheer en deze administratie nog plaatsvinden ter
uitvoering van hetgeen bij en krachtens het eerste lid is bepaald.
Art. IX.
AAW-declaraties [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb.
1997, 794; versie 1 januari 1999;
Stb. 2001, 625]
De op basis van artikel
8, derde lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet bij het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen ingediende declaraties
die op de datum van inwerkingtreding van deze wet nog niet zijn
afgehandeld, worden met ingang van die datum afgehandeld door het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten laste van het
Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds.
Art.
IXa. Overgangsrecht AAW en WAO [Geschiedenis:
Stb. 2007, 302]
-1. In dit
artikel wordt verstaan onder arbeidsongeschiktheidsuitkering: een
uitkering op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet of de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering of beide wetten.
-2. De artikelen 5, 12, tweede tot en met
vierde lid, en 23, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en de artikelen 18,
21, tweede tot en met vierde lid, en 32
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
zoals die artikelen luidden op de dag voorafgaande aan die waarop de Wet
van 6 november 1986, houdende nadere wijziging van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering (nadere regeling in verband met
verminderde gelegenheid tot het verkrijgen van arbeid), in werking is
getreden, blijven van toepassing op de persoon die op die dag recht had
op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en op die dag de leeftijd van 35
jaar heeft bereikt.
-3. De artikelen 5, 12, tweede tot en met
vierde lid, en 23 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die artikelen luidden op de dag
voorafgaande aan die waarop de Wet van 6 november 1986, houdende nadere
wijziging van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering (nadere regeling in verband met
verminderde gelegenheid tot het verkrijgen van arbeid), in werking is
getreden, blijven van toepassing op de persoon die op die dag recht had
op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 6, eerste
lid, onderdeel b, van die
wet.
-4. Vanaf de datum dat de Wet
terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen (Stb.
1993, 412) in werking is getreden, vinden de voorgaande leden nog
slechts toepassing met betrekking tot personen die op die datum de
leeftijd van 45 jaar hebben bereikt.
-5. De uitkeringsgerechtigde op grond van
de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering die zowel op 31 december
1986 als op 1 januari 1987 recht had op een uitkering op grond van die
wet, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65% of 65
tot 80%, heeft, zolang hij in dezelfde arbeidsongeschiktheidsklasse
blijft ingedeeld, in afwijking van artikel 21,
tweede lid, van die wet, recht op een uitkering
die per dag, de zaterdagen en de zondagen niet meegerekend, bedraagt bij
een arbeidsongeschiktheid van:
55-65%: 44% van 100/108 maal het dagloon of het vervolgdagloon;
65-80%: 57% van 100/108 maal het dagloon of het vervolgdagloon.
-6. Voor de toepassing van het vijfde lid
wordt te rekenen vanaf 30 januari 1986 een herziening van een uitkering
als bedoeld in artikel 38 van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering geacht niet te hebben
plaatsgevonden indien de uitkeringsgerechtigde binnen 48 weken na de
herziening weer wordt ingedeeld in dezelfde arbeidsongeschiktheidsklasse
als vóór die herziening.
Art. X.
Overgangsbepaling
inzake artikel 17 Wajong [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb.
1997, 794; Stb. 1998, 742;
versie 1 januari 1999;
Stb. 1999, 250; Stb.
1999, 594; Stb. 2001, 212]
-1. Artikel 17, eerste lid, onderdeel c, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten is niet
van toepassing ten aanzien van de jonggehandicapte die op de dag vóór
de inwerkingtreding van deze wet recht had op
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en niet in Nederland woonde, zolang
laatstgenoemde omstandigheid voortduurt.
-2. Het eerste lid is eveneens van
toepassing ten aanzien van de in dat lid genoemde jonggehandicapte
die na de inwerkingtreding van deze wet, maar vóór 1 januari
2003, in Nederland is gaan wonen en vervolgens weer niet in
Nederland is gaan wonen, zolang laatstgenoemde omstandigheid
voorduurt.
Art. XI.
Overgangsbepaling
inzake artikel 29b ZW [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
versie 1 januari 1999]
Voor de toepassing van artikel 29b, eerste lid, van de Ziektewet, zoals dit artikellid luidt na
inwerkingtreding van deze wet, wordt een uitkering op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet of de wachttijd van 52 weken, bedoeld
in artikel
6 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, genoten of
doorgemaakt vóór de dag van inwerkingtreding van deze wet,
aangemerkt als uitkering of wachttijd als bedoeld in een wet,
genoemd in artikel 29b, eerste lid, van de Ziektewet.
Art. XIa. Overgangsbepaling inzake artikel 90 WAO
[Geschiedenis:
Stb. 1997, 794; versie 1 januari 1999]
Artikel 90, eerste lid, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
zoals dat luidt na inwerkingtreding van de Wet premiedifferentiatie
en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, is slechts van toepassing
op arbeidsongeschiktheid die is ingetreden op of na de dag van
inwerkingtreding van die wet.
HOOFDSTUK
3
Overgangsbepalingen
met betrekking tot de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen
§ 1.
Overgangsrecht met
betrekking tot bestaande rechten op arbeidsongeschiktheidsuitkering
Art.
XII.
Personenkring WAZ [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
versie 1 januari 1999]
-1. De bepalingen van deze paragraaf
zijn uitsluitend van toepassing op personen die op de dag
voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet waren verzekerd
op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en op wie een omstandigheid als
bedoeld in artikel XIII van toepassing is, welke omstandigheid
rechtstreeks voortvloeit uit het hebben verworven van winst of
inkomsten uit werkzaamheden verricht in het bedrijfs- en
beroepsleven als:
a. zelfstandige;
b. meewerkende echtgenoot;
c. verzekerde op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zonder dat met betrekking tot
deze werkzaamheden een andere wettelijke regeling inzake
tegemoetkoming in de geldelijke gevolgen van langdurige
arbeidsongeschiktheid op hem van toepassing was.
-2. Als zelfstandige dan wel als
meewerkende echtgenoot wordt aangemerkt de persoon die op grond
van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet winst geniet uit bedrijf of
zelfstandig uitgeoefend beroep of twee personen die op grond van
de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet echtgenoten van elkaar zijn en
samenwerken in de uitoefening van een bedrijf of in de
zelfstandige uitoefening van een beroep, waarbij ieder van de
echtgenoten een deel van de winst geniet.
Art. XIII.
Toepasselijkheid
AAW- en WAZ-bepalingen op personenkring [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb.
1997, 794; Stb. 1998, 742;
versie 1 januari 1999;
Stb. 1999, 564; Stb.
2003, 544; Stb. 2004, 324]
-1. De Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die
wet op de dag
voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet te zijnen
aanzien gold, blijft, met uitzondering van de in het tweede lid
genoemde artikelen, van toepassing op de persoon:
a. wiens arbeidsongeschiktheid
in de zin van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet vóór de datum van
inwerkingtreding van deze wet is ingetreden en uitsluitend
omdat de wachttijd, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van die
wet, nog niet was verstreken, op de dag voorafgaand aan
de inwerkingtreding van deze wet geen recht op
arbeidsongeschiktheidsuitkering had, met betrekking tot het
recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering, onmiddellijk na
afloop van het in dat lid genoemde tijdvak van 52 weken of
binnen vier weken na afloop van dat tijdvak;
b. die op de dag voorafgaand
aan de inwerkingtreding van deze wet recht had op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, met betrekking tot dat recht;
c. vervallen;
d. die op de dag voorafgaand
aan de inwerkingtreding van deze wet geen recht op
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet had, doch met toepassing van
artikel 32a, 37 of 38 van die
wet in aanmerking zou komen
voor toekenning of heropening van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering, met betrekking tot die
arbeidsongeschiktheidsuitkering;
e. wiens arbeidsongeschiktheid
in de zin van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet vóór de dag van
inwerkingtreding van deze wet is ingetreden en voor wie de
wachttijd, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van die
wet, op
die dag was verstreken, doch die op die dag geen recht had
op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van die wet,
uitsluitend omdat een aanvraag tot toekenning van die
uitkering niet was ingediend, met betrekking tot die
arbeidsongeschiktheidsuitkering.
-2. De artikelen 3a, 10,
tweede, vijfde, zevende en achtste lid, 12,
eerste lid, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 20a, 20b,
20c, 20d, 20e, 20f, 20g, 25, 26a, 27, 28, 29,
29a, 30, 31, 32, 32a, 33, 37, 39, 40, 41, 41a, 44, 45, 47, 48,
48a, 48b, 50, 52, 53, 55, 56, 61, 62, 63, 65, 78, 86,
87
en 88
van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet blijven niet van
toepassing op de in het eerste lid bedoelde persoon. Artikel 36a blijft niet van
toepassing voor zover de hoogte van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de
Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen de
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering overtreft, tenzij artikel VI van toepassing
is.
-3. De toepasselijkheid van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet eindigt indien een persoon niet of
niet langer in aanmerking komt voor toekenning of heropening van
zijn recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering, anders dan op
grond van het eerste lid.
-4. Ten aanzien van de in het eerste
lid bedoelde persoon zijn uitsluitend de artikelen
7b, 8, zevende,
achtste, negende en tiende lid, 9, eerste lid, 10,
12, vijfde lid, 13,
14, 15, 16,
18, 19, 20,
21, 25, 26,
27, 29,
33, 36, 37,
38, 40, 41,
42, 43, 44,
45, 46, 47,
48, 49, 50,
51, 52, 53,
54, 55, 56,
57, 58,
60, 61, 62,
63, 64, 65,
66, 67, 70,
81, 82, 83,
84, 85,
86, 87, 94,
97, 99, 100 en
101 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen van
toepassing.
-5. Beschikkingen ten aanzien van de
in het eerste lid bedoelde persoon, genomen met toepassing van
bepalingen van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, worden aangemerkt als
beschikkingen op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
-6. De persoon, bedoeld in het eerste
lid, ten aanzien van wie geen beschikking als bedoeld in het
vijfde lid is genomen, wordt vanaf de dag van inwerkingtreding
van deze wet aangemerkt als verzekerde in de zin van artikel
3, eerste lid, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
-7. Betaling aan een persoon als
bedoeld in het eerste lid van een uitkering waarop over een
periode gelegen vóór de dag van inwerkingtreding van deze wet op
grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet recht bestond, met uitzondering
van een uitkering op grond van de artikelen
57, 57a, 58
of 59b
van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, die plaatsvindt
op of na de dag van inwerkingtreding van deze wet, wordt
aangemerkt als betaling van een uitkering op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
-8. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot dit artikel voor gevallen waarin dit artikel niet
voorziet, dan wel toepassing van dit artikel tot onbedoelde
consequenties leidt. Deze regels kunnen onder meer inhouden: [Beha]
a. de aanwijzing van andere
categorieën personen dan de in het eerste lid genoemde op
wie dit artikel mede van toepassing is;
b. het buiten toepassing
verklaren van meer artikelen van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet dan de in het tweede lid
genoemde, dan wel in afwijking van het tweede lid het
alsnog van toepassing verklaren van één of meer artikelen in
dat lid genoemd;
c. het van toepassing
verklaren van meer artikelen van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen dan de
in het vierde lid genoemde, dan wel in afwijking van het
vierde lid het alsnog buiten toepassing verklaren van één
of meer artikelen in dat lid genoemd;
d. het geheel of gedeeltelijk
buiten toepassing verklaren van artikelen van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet ten aanzien van bepaalde
personen;
e. het van toepassing
verklaren van bepalingen van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet ten aanzien van bepaalde
groepen van personen, anders dan uit het eerste tot en met
derde lid voortvloeit.
§ 2.
Overgangsrecht met
betrekking tot nieuwe rechten op arbeidsongeschiktheidsuitkering
Art.
XIV.
Van toepassing
blijvende AAW-bepalingen [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb.
1997, 794; versie 1 januari 1999;
Stb. 2004, 324]
-1. Voor een persoon die als zelfstandige, beroepsbeoefenaar of
meewerkende echtgenoot als bedoeld in de artikelen 4 tot en met 6 van de
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen recht krijgt op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van die
wet, blijven:
a. de artikelen
5, 12,
tweede tot en met vierde lid, en 23
van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die
artikelen luidden op 31 december 1986, van toepassing
indien hij op die dag recht had op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering en op 1 augustus 1993 de
leeftijd van 45 jaar heeft bereikt;
b. indien onderdeel a niet van
toepassing is, artikel
5 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals dat
artikel luidde op 31 juli 1993, van toepassing indien hij
op die dag recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering
en op 1 augustus 1993 de leeftijd van 45 jaar heeft bereikt;
c. de artikelen
24 en 26
van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die
artikelen luidden op 31 juli 1993, van toepassing indien
hij op die dag recht had op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering en op 1 augustus 1993 de
leeftijd van 50 jaar heeft bereikt.
-2. Bij algemene maatregel van
bestuur kan worden bepaald dat voor gevallen waarin dit artikel
niet voorziet, dan wel toepassing van dit artikel tot onbedoelde
consequenties leidt, zo nodig in afwijking van het eerste lid,
artikelen van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die artikelen luidden tot
een bij die maatregel te bepalen datum, gelegen vóór de datum
van inwerkingtreding van deze wet, voor al dan niet bepaalde
duur van toepassing blijven op een persoon als bedoeld in het
eerste lid.
§ 3.
Overgangsbepalingen
ten aanzien van vrijwillig verzekerden op grond van de Ziektewet
Vervallen
Art.
XV.
Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb.
1997, 794; versie 1 januari 1999]
Art.
XVI. Vervallen.
[Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb.
1997, 794; versie 1 januari 1999]
Art.
XVII. Vervallen.
[Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb.
1997, 794; versie 1 januari 1999]
§ 4.
Uitkeringsrecht in
verband met bevalling op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
Art.
XVIII.
Toepasselijkheid
WAZ ten aanzien van bevallingsuitkering [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb.
1997, 794; versie 1 januari 1999]
De vrouw die verzekerd is op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen heeft recht op
uitkering in verband met haar bevalling indien haar bevalling op
of na de dag van inwerkingtreding van deze wet plaatsvindt.
Art. XIX.
Uitzondering
meldingsplicht [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
versie 1 januari 1999]
Ten aanzien van de vrouw die vanaf de dag van inwerkingtreding van
deze wet op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen is verzekerd
en wier bevalling blijkens een verklaring van een arts of
verloskundige binnen drie maanden na de dag van inwerkingtreding
van deze wet is te verwachten, blijft artikel 34 van die wet buiten
toepassing.
§ 5.
Overige invoerings- en
overgangsbepalingen met betrekking tot de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
Art.
XX.
AAW-uitkering basis
voor vakantiebijslag [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
versie 1 januari 1999]
Voor de toepassing van de artikelen
25 en 26
van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen wordt onder arbeidsongeschiktheidsuitkering of uitkering in
verband met bevalling tevens verstaan de
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet.
Art. XXI. Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
versie 1 januari 1999;
Stb. 2004, 416]
Art. XXII.
AAW- en WAZ-verzekering
één verzekering [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
versie 1 januari 1999]
Aaneensluitende verzekeringen op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen gelden als
één verzekering.
HOOFDSTUK
4
Overgangsbepalingen
ten aanzien van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten
§ 1.
Overgangsrecht met
betrekking tot bestaande rechten op arbeidsongeschiktheidsuitkering
Art.
XXIII.
Personenkring
Wajong [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb.
1997, 794; versie 1 januari 1999]
-1. De bepalingen van deze paragraaf
zijn uitsluitend van toepassing op de persoon die op de dag
voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet:
a. verzekerd was op grond van
de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zonder dat ter zake van een op
hem betrekking hebbende situatie als bedoeld in artikel XXIV enige andere wettelijke regeling inzake tegemoetkoming
in de geldelijke gevolgen van langdurige
arbeidsongeschiktheid op hem van toepassing was;
b. op wie op die dag een
situatie als bedoeld in artikel XXIV van toepassing was; en
c. op wie artikel XII niet van
toepassing is.
-2. Voor de toepassing van het eerste
lid, onderdeel a, wordt mede als verzekerd op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet aangemerkt de persoon die op de
dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet recht had
op uitkering op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, doch op grond van die
wet en de
daarop berustende bepalingen niet als verzekerde werd
aangemerkt.
Art. XXIV.
Toepasselijkheid
AAW- en Wajong-bepalingen op personenkring [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb.
1997, 794; versie 1 januari 1999;
Stb. 2003, 544; Stb.
2009, 580]
-1. De Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die
wet op de dag
voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet te zijnen
aanzien gold, blijft, met uitzondering van de in het tweede lid
genoemde artikelen, van toepassing op de persoon:
a. wiens arbeidsongeschiktheid
in de zin van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet vóór de datum van
inwerkingtreding van deze wet is ingetreden en uitsluitend
omdat de wachttijd, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van die
wet, nog niet was verstreken, op de dag voorafgaand aan
de inwerkingtreding van deze wet geen recht op
arbeidsongeschiktheidsuitkering had, met betrekking tot het
recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering, onmiddellijk na
afloop van het in dat lid genoemde tijdvak van 52 weken of
binnen vier weken na afloop van dat tijdvak;
b. die op de dag voorafgaand
aan de inwerkingtreding van deze wet recht had op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, met betrekking tot dat recht;
c. vervallen;
d. die op de dag voorafgaand
aan de inwerkingtreding van deze wet geen recht op
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet had, doch met toepassing van
artikel 32a, 37 of 38 van die
wet in aanmerking zou komen
voor toekenning of heropening van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering, met betrekking tot die
arbeidsongeschiktheidsuitkering;
e. wiens arbeidsongeschiktheid
in de zin van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet vóór de dag van
inwerkingtreding van deze wet is ingetreden en voor wie de
wachttijd, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van die
wet, op
die dag was verstreken, doch die op die dag geen recht had
op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van die wet,
uitsluitend omdat een aanvraag tot toekenning van die
uitkering niet was ingediend, met betrekking tot die
arbeidsongeschiktheidsuitkering.
-2. De artikelen 3a, 10,
tweede, vijfde, zevende en achtste lid, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18,
19, 20, 20a, 20b, 20c, 20d, 20e, 20f,
20g, 25, 26a, 27, 28, 29, 29a, 30,
31, 32, 32a, 33, 37, 39, 40, 41, 41a, 43, 44, 45, 47, 48,
48a, 48b, 50, 52,
53, 55, 56, 61, 62, 63, 65, 78, 86, 87
en 88
van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet blijven niet van
toepassing op de in het eerste lid bedoelde persoon.
-3. De toepasselijkheid van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet eindigt indien een persoon niet of
niet langer in aanmerking komt voor toekenning of heropening van
zijn recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering, anders dan op
grond van het eerste lid.
-4. Ten aanzien van de in het eerste lid
bedoelde persoon zijn uitsluitend de artikelen
3:5, 3:7, 3:8,
3:9, 3:14,
3:15, 3:16,
3:17, 3:18,
3:19, 3:20,
3:21, 3:22,
3:24, 3:25,
3:26, 3:27,
3:29, 3:30,
3:31, 3:33,
3:34, 3:35,
3:36, 3:37,
3:38, 3:39,
3:40, 3:41,
3:42, 3:43,
3:45, 3:46,
3:47, 3:48,
3:50, 3:52,
3:54, 3:55,
3:56, 3:57,
3:61, 3:62,
3:73, 5:4,
7:1 en 7:2
van de Wet werk en arbeidsondersteuning
jonggehandicapten van toepassing.
-5. Beschikkingen ten aanzien van de
in het eerste lid bedoelde persoon, genomen met toepassing van
bepalingen van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, worden aangemerkt als
beschikkingen op grond van de Wet werk
en arbeidsondersteuning jonggehandicapten.
-6. Betaling aan een persoon als
bedoeld in het eerste lid van een uitkering waarop over een
periode gelegen vóór de dag van inwerkingtreding van deze wet op
grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet recht bestond, met uitzondering
van een uitkering op grond van de artikelen
57, 57a, 58
of 59b
van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, die plaatsvindt
op of na de dag van inwerkingtreding van deze wet, wordt
aangemerkt als betaling van een uitkering op grond van de Wet
werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten.
-7. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot dit artikel voor gevallen waarin dit artikel niet
voorziet, dan wel toepassing van dit artikel tot onbedoelde
consequenties leidt. Deze regels kunnen onder meer inhouden: [Beha]
a. de aanwijzing van andere
categorieën personen dan de in het eerste lid genoemde op
wie dit artikel van toepassing is;
b. het buiten toepassing
verklaren van meer artikelen van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet dan de in het tweede lid
genoemde, dan wel in afwijking van het tweede lid het
alsnog van toepassing verklaren van één of meer artikelen in
dat lid genoemd;
c. het van toepassing
verklaren van meer artikelen van de Wet werk en
arbeidsondersteuning jonggehandicapten dan
de in het vierde lid genoemde, dan wel in afwijking van het
vierde lid het alsnog buiten toepassing verklaren van één
of meer artikelen in dat lid genoemd;
d. het geheel of gedeeltelijk
buiten toepassing verklaren van artikelen van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet ten aanzien van bepaalde
personen;
e. het van toepassing
verklaren van bepalingen van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet ten aanzien van bepaalde
groepen van personen, anders dan uit het eerste tot en met
derde lid voortvloeit.
§ 2.
Overgangsrecht met
betrekking tot nieuwe rechten op arbeidsongeschiktheidsuitkering
Art.
XXV.
Van toepassing
blijvende AAW-bepalingen [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
versie 1 januari 1999; Stb.
2009, 580]
-1. Voor de persoon die als
jonggehandicapte, bedoeld in artikel
3:2 van de Wet werk en arbeidsondersteuning
jonggehandicapten, recht krijgt op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van
die wet blijft artikel
5 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals dat
artikel luidde op 31 juli 1993, van toepassing indien hij op
die dag recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op
grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van die
wet.
-2. Bij algemene maatregel van
bestuur kan worden bepaald dat voor gevallen waarin dit artikel
niet voorziet, dan wel toepassing van dit artikel tot onbedoelde
consequenties leidt, zo nodig in afwijking van het eerste lid,
artikelen van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die artikelen luidden tot
een bij die maatregel te bepalen datum, gelegen vóór de datum
van inwerkingtreding van deze wet, voor al dan niet bepaalde
duur van toepassing blijven op een persoon als bedoeld in het
eerste lid.
§ 3.
Overige invoerings- en
overgangsbepalingen met betrekking tot de Wet werk en
arbeidsondersteuning jonggehandicapten
Art.
XXVI.
AAW-uitkering
basis voor vakantiebijslag [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
versie 1 januari 1999; Stb.
2009, 580]
Voor de toepassing van de de artikelen
3:24 en 3:25 van de Wet
werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten wordt onder arbeidsongeschiktheidsuitkering tevens verstaan de
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet.
Art. XXVII. Vervallen.
[Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
versie 1 januari 1999;
Stb. 2004, 416]
Art.
XXVIII.
AAW-verzekering
en Wajong één verzekering [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
versie 1 januari 1999; Stb.
2009, 580]
Aaneensluitende verzekering op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en jonggehandicapt zijn in de zin
van de Wet werk en arbeidsondersteuning
jonggehandicapten wordt als
één ononderbroken verzekering dan wel situatie van
jonggehandicapt zijn aangemerkt.
HOOFDSTUK
5
Wijziging
van verschillende wetten
Art.
XXIX. Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb.
1997, 794; versie 1 januari 1999]
Art.
XXX. Coördinatiewet Sociale Verzekering [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb.
1997, 794; versie 1 januari 1999]
Artikel 9 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het derde lid komt te luiden:
-3. Bij de berekening van het loon waarnaar de premie op grond van de
Werkloosheidswet wordt geheven, blijft, wat het deel van de premie dat
ten gunste komt van het wachtgeldfonds dat het
Landelijk instituut sociale verzekeringen voor de betrokken sector afzonderlijk
administreert, betreft, het bij dezelfde werkgever genoten loon buiten
aanmerking tot een bedrag dat wordt verkregen door vermenigvuldiging
van een door Onze Minister vastgesteld bedrag met het aantal dagen van
het premiebetalingstijdvak waarover de werknemer het loon heeft genoten.
2. Het vierde lid wordt vervangen door:
-4. Bij de berekening van het loon, waarnaar de premie op grond van de
Werkloosheidswet wordt geheven, blijft, wat het door de werkgever en
door de werknemer verschuldigde gedeelte van het deel van de premie dat
ten gunste komt van het Algemeen Werkloosheidsfonds betreft, het bij
dezelfde werkgever genoten loon buiten aanmerking tot een bedrag dat
wordt verkregen door vermenigvuldiging van een door Onze Minister
vastgesteld bedrag met het aantal dagen van het premiebetalingstijdvak
waarover de werknemer het loon heeft genoten. Het bedrag, genoemd in de
eerste zin, kan voor de werkgever en voor de werknemer verschillend
worden vastgesteld.
3. In het zevende lid wordt de tweede zin
vervangen door: Bij die herziening wordt het voor de premieberekening in
aanmerking komende loon vastgesteld naar evenredigheid van het ten laste
van die werkgevers genoten loon en blijft, bij de berekening van het
loon waarnaar de premie op grond van de Werkloosheidswet wordt
vastgesteld, het voor premieberekening in aanmerking komende loon buiten
aanmerking tot een evenredig deel van het bedrag, bedoeld in het vierde
lid.
4. In het achtste lid wordt de tweede zin
vervangen door: In de te stellen regels wordt uitgegaan van een totaal
loonbedrag dat niet hoger is dan het bedrag, bedoeld in het eerste lid
onderscheidenlijk het tweede lid, en waarbij niet meer dan één keer
rekening wordt gehouden met dat bedrag.
Art. XXXI. Algemene Arbeidsongeschiktheidswet
[Geschiedenis:
versie 24 april 1997; Stb.
1997, 794; versie 1 januari 1999]
De Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet wordt als volgt gewijzigd:
A.
Voor de tekst van artikel 79 wordt de aanduiding "-1." geplaatst, waarna een tweede
lid wordt toegevoegd, luidende:
-2. Indien bezwaar wordt gemaakt tegen een besluit waaraan een medische
of arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt, beslist het
Landelijk instituut sociale verzekeringen binnen zeventien weken of, indien het
advies vraagt aan een deskundige die niet onder zijn
verantwoordelijkheid werkzaam is, binnen eenentwintig weken na ontvangst
van het bezwaarschrift.
B.
Na artikel 79 wordt een nieuw artikel 79a ingevoegd, luidende:
Art. 79a.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot de behandeling van bezwaarschriften tegen besluiten
waaraan een medische of arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt.
Art. XXXII. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
[Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb.
1997, 794; versie 1 januari 1999]
A.
Artikel 6 van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als
volgt gewijzigd:
1. Aan het eerste lid wordt, onder
vervanging van de punt aan het eind van onderdeel c door een puntkomma,
een onderdeel toegevoegd, luidende:
d. de directeur-grootaandeelhouder.
2. Het derde lid wordt vervangen door:
-3. Het eerste en tweede lid zijn alleen van toepassing op de aldaar
bedoelde arbeidsverhoudingen.
3. Aan het artikel wordt een vierde lid
toegevoegd, luidende:
-4. Door Onze Minister worden, in overeenstemming met
Onze Minister van
Financiën, regels gesteld omtrent hetgeen onder directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d,
wordt verstaan.
B.
In artikel 25, eerste lid, onderdeel c, wordt "de
bedrijfsvereniging"
telkens vervangen door "het
Landelijk instituut sociale verzekeringen"
en wordt "haar" vervangen door: hem.
C.
Artikel 29g wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid, wordt "de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
2. In het vierde lid wordt "het tweede of
derde lid" vervangen door: het derde lid.
D. Vervallen.
E.
In artikel 81, eerste lid, onderdeel c, wordt "de drie jaren"
vervangen door: één jaar.
F.
Artikel 82 wordt als volgt gewijzigd:
1. De aanhef van het eerste lid wordt
vervangen door: De in artikel 81, eerste lid, onderdeel c
respectievelijk d, genoemde termijn van één jaar respectievelijk van
drie jaren wordt geacht niet te zijn onderbroken:
2. Het tweede lid wordt vervangen door:
-2. De in artikel 81, eerste lid, onderdeel c respectievelijk d,
genoemde voorwaarde van een verzekeringsduur van één jaar
respectievelijk van drie jaren wordt geacht te zijn vervuld indien de
betrokkene in het genot is van een arbeidsongeschiktheidsuitkering.
G.
In artikel 87d van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt
de zinsnede "in afwijking van artikel 7:10 van de
Algemene wet
bestuursrecht" vervangen door: in afwijking van artikel 7:10, eerste
lid, van de Algemene wet
bestuursrecht.
Art. XXXIII. Wet terugdringing beroep op de
arbeidsongeschiktheidsregelingen [Geschiedenis:
versie 24 april 1997; versie 1 januari 1999]
Na artikel XXVII van de Wet terugdringing beroep op de
arbeidsongeschiktheidsregelingen worden twee nieuwe artikelen ingevoegd,
luidende:
Art. XXVIIa.
-1. In afwijking van artikel 7:10, eerste
lid, van de Algemene wet
bestuursrecht beslist de bedrijfsvereniging binnen dertien weken na
ontvangst van het bezwaarschrift.
-2. Indien bezwaar wordt gemaakt tegen een besluit waaraan een medische
of arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt, beslist de
bedrijfsvereniging binnen zeventien weken of, indien zij advies vraagt
aan een deskundige die niet onder haar verantwoordelijkheid werkzaam is,
binnen eenentwintig weken na ontvangst van het bezwaarschrift.
Art. XXVIIb.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot de behandeling van bezwaarschriften tegen besluiten
waaraan een medische of arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt.
Art. XXXIV. Ziektewet [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb.
1997, 794; versie 1 januari 1999]
De Ziektewet wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het eerste lid wordt, onder
vervanging van de punt aan het eind van onderdeel c door een puntkomma,
een onderdeel toegevoegd, luidende:
d. de directeur-grootaandeelhouder.
2. Het tweede lid, onderdeel f, wordt
vervangen door:
f. arbeidsongeschiktheid ter zake waarvan ziekengeld op grond
van deze wet of een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering is toegekend.
3. Aan het artikel wordt een vierde lid
toegevoegd, luidende:
-4. Door Onze Minister worden, in overeenstemming met
Onze Minister van
Financiën, regels gesteld omtrent hetgeen onder directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d,
wordt verstaan.
B.
Na artikel 11 wordt een nieuw artikel 11a
ingevoegd, luidende:
Art. 11a.
-1. Het ziekengeld van de werknemer die op de eerste dag van de
ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid ter zake waarvan
ziekengeld wordt uitgekeerd, in dienstbetrekking stond tot een werkgever
die het in artikel 75a, eerste lid, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering bedoelde risico zelf draagt, wordt
uitbetaald door tussenkomst van deze werkgever.
-2. Artikel 11, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
C. [MvT]
Artikel 29b, eerste lid, wordt vervangen door:
-1. De werknemer die in de drie jaren voorafgaand aan zijn
dienstbetrekking:
a. recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van
de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten; of
b. de wachttijd van 52 weken, bedoeld in artikel
19, eerste lid,
van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel
7, tweede
lid, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of
artikel 6, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, heeft doorgemaakt en aansluitend aan die wachttijd
niet arbeidsongeschikt is als bedoeld in die wetten;
heeft vanaf de
eerste dag van de ongeschiktheid tot werken recht op ziekengeld over
perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die gelegen zijn in
de drie jaren na aanvang van de dienstbetrekking.
D.
Artikel 32 wordt vervangen door:
Art. 32.
-1. Indien de verzekerde ter zake van de ongeschiktheid tot werken
wegens ziekte zowel recht heeft op toekenning van ziekengeld op grond
van deze wet als op heropening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering
in verband met artikel 47 van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 21 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen dan wel artikel 20 van
de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, wordt het
ziekengeld slechts uitbetaald voor zover het:
a. de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen dan wel de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten overtreft, indien
uitsluitend artikel 21 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, onderscheidenlijk artikel 20 van de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, van toepassing is;
of
b. de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering overtreft, indien zowel artikel 47 van
de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering als artikel 21 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of artikel 20 van de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten van toepassing zijn,
dan wel uitsluitend artikel 47 van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering van toepassing is.
-2. Indien de verzekerde ter zake van de ongeschiktheid tot werken
wegens ziekte zowel recht heeft op toekenning van ziekengeld op grond
van deze wet als op herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering
in verband met de artikelen 38 en 39 van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 14 en
15 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de artikelen 13 en
14
van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, wordt het
ziekengeld slechts uitbetaald voor zover het:
a. het bedrag waarmee de arbeidsongeschiktheidsuitkering op
grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
onderscheidenlijk de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten in verband met die herziening is verhoogd, overtreft,
indien uitsluitend artikel 14 of 15 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen onderscheidenlijk
artikel 13 of 14 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten van toepassing is; of
b. het bedrag, waarmee de arbeidsongeschiktheidsuitkering op
grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering in verband met
die herziening is verhoogd, overtreft, indien zowel artikel 38 of
39 van
de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering als artikel 14 of
15 van
de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of artikel 13 of
14 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten van
toepassing zijn, dan wel uitsluitend artikel 38 of
39 van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering van toepassing is.
-3. Het
Landelijk instituut sociale verzekeringen is bevoegd in
bijzondere gevallen van het ziekengeld een hoger bedrag uit te betalen
dan in het eerste en tweede lid is bepaald.
-4. Onze Minister kan met betrekking tot gevallen van samenloop van
ziekengeld met arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten regels stellen. Bij
deze regels kan worden afgeweken van het eerste tot en met derde lid.
E.
Artikel 45, eerste lid, onderdeel f, wordt vervangen door:
f. indien met betrekking tot de ongeschiktheid tot werken bij de
uitvoering van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen onderscheidenlijk de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten toepassing wordt
gegeven aan artikel 25 of 28, onderdeel a of b, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 44 of
45, onderdeel
a of b,
van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen onderscheidenlijk artikel 36 of
37, onderdeel
a of b, van de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten;.
F.
In artikel 45g, tweede lid, wordt "Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet"
vervangen door: Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen,
de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
G.
In artikel 64, eerste lid, onderdeel c, wordt "de drie jaren"
vervangen door: één jaar.
H.
Artikel 65 wordt als volgt gewijzigd:
1. De aanhef van het eerste lid wordt
vervangen door: De in artikel 64, eerste lid, onderdeel c
respectievelijk d, genoemde termijn van één jaar respectievelijk van
drie jaren wordt geacht niet te zijn onderbroken:
2. Het tweede lid wordt vervangen door:
-2. De in artikel 64, eerste lid, onderdeel c respectievelijk d,
genoemde voorwaarde van een verzekeringsduur van één jaar
respectievelijk van drie jaren wordt geacht te zijn vervuld indien de
betrokkene in het genot is van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op
grond van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
I. [MvT]
Artikel 69, tweede lid, wordt vervangen door:
-2. De vrouwelijke vrijwillig verzekerde heeft recht op ziekengeld in
verband met haar bevalling.
J.
De derde afdeling wordt vervangen door:
DERDE AFDELING. Bezwaar
§ 1. Algemeen
Art. 73.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot de behandeling van bezwaarschriften tegen besluiten
waaraan een medische beoordeling ten grondslag ligt.
Art. 74.
In afwijking van artikel 7:10, eerste
lid, van de Algemene wet
bestuursrecht beslist de bedrijfsvereniging binnen dertien weken na
ontvangst van het bezwaarschrift.
§ 2. Geschillen van geneeskundige aard
Art. 75.
Deze paragraaf is van toepassing op geschillen van geneeskundige aard
omtrent het al dan niet bestaan of voortbestaan van de ongeschiktheid
tot werken.
Art. 75a.
In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt
de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift twee weken.
Art. 75b.
-1. In afwijking van artikel 7:4, eerste lid, van de
Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden nog tijdens het horen nadere
stukken indienen.
-2. In afwijking van artikel 7:4, tweede lid, van de
Algemene wet bestuursrecht worden het bezwaarschrift en alle verder op de zaak
betrekking hebbende stukken:
a. voorafgaand aan het horen aan belanghebbenden gezonden; dan
wel
b. ten minste twee dagen voorafgaand aan de hoorzitting voor
belanghebbenden ter inzage gelegd.
-3. In afwijking van artikel 7:10, eerste
lid, van de Algemene wet
bestuursrecht beslist de bedrijfsvereniging binnen vier weken na
ontvangst van het bezwaarschrift.
Art. XXXV.
Werkloosheidswet [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb.
1997, 794; versie 1 januari 1999]
De
Werkloosheidswet wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst van het artikel wordt de aanduiding
"-1." geplaatst.
2. Aan het eind van onderdeel b vervalt "en".
3. De punt aan het eind van onderdeel c wordt vervangen door een
puntkomma, waarna een nieuw onderdeel wordt toegevoegd, luidende:
d. die directeur-grootaandeelhouder is.
4. Aan het artikel wordt een tweede lid toegevoegd, luidende:
-2. Door Onze Minister worden, in overeenstemming met
Onze Minister van
Financiën, regels gesteld omtrent hetgeen onder directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d,
wordt verstaan.
B.
Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, wordt vervangen door:
b. een uitkering ontvangt op grond van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, berekend naar een
arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%, of een uitkering ontvangt die
naar aard en strekking met één van de genoemde uitkeringen overeenkomt
of die een toelage ontvangt op grond van artikel 58, eerste of derde
lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet die, al dan niet
vermeerderd met één van de genoemde uitkeringen, 70% of meer bedraagt
van het dagloon of de grondslag waarnaar de
arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend;.
C.
In artikel 27g, tweede lid, wordt "de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering" vervangen door: de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
D.
In artikel 36b wordt de zinsnede "Het Landelijk instituut stelt regels
gesteld" vervangen door: Het
Landelijk instituut sociale verzekeringen stelt regels.
E.
In artikel 45, vierde lid, wordt "of de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: , de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
F.
In artikel 52j, eerste lid, vervalt de zinsnede "artikel 6 van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en".
Fa.
Aan artikel 58, derde lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:
Voor de toepassing van de eerste zin blijft bij het bedrag dat de
werkgever op grond van artikel 83 zou moeten betalen,
artikel 9, derde
en vierde lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering buiten
beschouwing.
G.
Artikel 81 wordt vervangen door:
Art. 81.
-1. De premie is verschuldigd door werkgevers en werknemers.
-2. Het deel van de premie dat ten gunste komt van het wachtgeldfonds dat
het
Landelijk instituut sociale verzekeringen voor de betrokken sector
afzonderlijk administreert, is verschuldigd door de werkgever.
-3. Het deel van de premie dat ten gunste komt van het Algemeen
Werkloosheidsfonds is gedeeltelijk verschuldigd door de werkgever en
gedeeltelijk door de werknemer. Bij ministeriële regeling wordt bepaald
welk gedeelte door de werkgever en welk gedeelte door de werknemer is
verschuldigd.
-4. Bij de vaststelling van de door werkgevers en werknemers
verschuldigde premie die ten gunste komt van het Algemeen
Werkloosheidsfonds blijft de premie, bedoeld in artikel 68 van de Ziektewet, buiten beschouwing.
H.
Artikel 85, vierde lid, wordt vervangen door:
-4. De in het derde lid bedoelde vervangende premie is door de werkgever
verschuldigd.
I.
Artikel 86 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:
a. In de eerste zin wordt de zinsnede "Het Tijdelijk instituut voor
coördinatie en afstemming stelt," vervangen door "Het
Landelijk instituut sociale verzekeringen stelt".
b. De tweede zin vervalt.
2. Het vierde lid wordt vervangen door:
-4. Indien een herziening van het in het eerste lid bedoelde
premiepercentage of een wijziging in de verdeling van de premie op grond
van artikel 81, derde lid, ingaat op een ander tijdstip dan met ingang
van 1 januari, stelt het Landelijk instituut sociale verzekeringen een
voor alle takken van bedrijf en beroep gemiddeld percentage vast voor
werkgevers respectievelijk werknemers dat zal gelden voor het gehele
kalenderjaar.
3. Het vijfde lid vervalt.
J.
Artikel 89, onderdeel d, wordt vervangen door:
d. het door de werkgever verschuldigde bedrag, bedoeld in artikel 52j
en
in artikel 46 van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;.
Ja.
In artikel 90, eerste lid, onderdeel f, wordt "74, zesde lid, van de
Organisatiewet sociale verzekeringen" vervangen door: 74, vijfde lid,
van de Organisatiewet sociale verzekeringen.
K. [MvT]
Aan artikel 93 wordt, onder vervanging van de punt aan het einde van
onderdeel f door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
g. de te betalen reïntegratie-uitkeringen ter zake van proefplaatsingen
als bedoeld in artikel 63 van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
L.
In artikel 100, tweede lid, onderdeel d, wordt "de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
Art. XXXVI.
Wet
financiering volksverzekeringen [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb.
1997, 794; versie 1 januari 1999]
De Wet financiering volksverzekeringen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT
+
bis]
Artikel 1, onderdeel e, wordt vervangen door:
e. algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering: de verzekering, bedoeld
in artikel 4 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals deze
verzekering gold tot de dag van de inwerkingtreding van de Invoeringswet
nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen;
f. Algemene Arbeidsongeschiktheidswet: de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en de daarop berustende bepalingen, zoals die
wet en die bepalingen luidden op de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde
arbeidsongeschiktheidsregelingen.
B. [MvT
+
bis]
Artikel 2, onderdeel d, wordt vervangen door:
d. vrijwillige algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering: de
verzekering, bedoeld in artikel 59a van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, zoals deze verzekering gold tot de dag van de
inwerkingtreding van de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde
arbeidsongeschiktheidsregelingen.
C.
In artikel 10, tweede lid, vervalt de zinsnede "en de algemene
arbeidsongeschiktheidsverzekering".
D. [MvT
+
bis]
In artikel 11 vervalt het derde lid en vervalt "en derde" in het
vierde lid, dat wordt vernummerd tot derde lid.
E.
In artikel 18, vierde lid, onderdeel c, vervalt de zinsnede
"de
algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering,".
F. [MvT
+
bis]
In artikel 25 wordt ", de vrijwillige nabestaandenverzekering en de
vrijwillige algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering" vervangen door:
en de vrijwillige nabestaandenverzekering.
G. [MvT
+
bis]
In artikel 26, eerste lid, wordt de puntkomma aan het einde van
onderdeel a vervangen door een punt en vervallen ": a." en onderdeel
b.
H. [MvT
+
bis]
In artikel 27, derde lid, wordt ", de vrijwillige
nabestaandenverzekering en de vrijwillige algemene
arbeidsongeschiktheidsverzekering" vervangen door: en de vrijwillige
nabestaandenverzekering.
I. [MvT
+
bis]
Voor de tekst van artikel 34 wordt de aanduiding "-1." geplaatst, waarna een tweede
lid wordt toegevoegd, luidende:
-2. Het beheer en de administratie in de vorm van een Algemeen
Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in het eerste lid, eindigen met
ingang van de dag gelegen vier jaar na de dag van inwerkingtreding van
de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen.
J. [MvT
+
bis]
Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdeel d, vervalt.
2. Het tweede lid wordt vervangen door:
-2. Uit het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds worden betaald de lasten
van toekenning uit hoofde van de verzekering voortvloeiend uit artikel
4, in combinatie met de artikelen 57, 57a, 58 en 59b van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet.
3. Aan het artikel wordt een derde lid toegevoegd, luidende:
-3. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat andere
bedragen dan als bedoeld in het tweede lid uit het Algemeen
Arbeidsongeschiktheidsfonds worden betaald, voor zover deze andere
bedragen betrekking hebben op lasten uit hoofde van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet.
K. [MvT
+
bis]
Artikel 37 vervalt.
Art. XXXVII.
Toeslagenwet [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb.
1997, 794; versie 1 januari 1999]
De Toeslagenwet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1, eerste lid, onderdeel f, wordt vervangen door:
f. loondervingsuitkering: een uitkering krachtens de verplichte
verzekering op grond van de
Werkloosheidswet, de Ziektewet, de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, alsmede een uitkering
op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
militairen;.
B.
In artikel 23, tweede lid, wordt "of artikel 40, eerste lid, van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: , artikel
19,
eerste lid, onderdeel a, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of artikel
17, eerste lid, onderdeel
a, van de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
C.
In artikel 27, eerste lid, wordt "Toeslagen fonds" vervangen door:
Toeslagenfonds.
D.
Aan artikel 38 wordt een tweede lid toegevoegd, luidende:
-2. Indien het bezwaarschrift, bedoeld in het eerste lid, verband houdt
met een bezwaar tegen een besluit waaraan een medische of arbeidskundige
beoordeling ten grondslag ligt, zijn de artikelen 79, tweede lid, van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, 87d
van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en XXVIIa, tweede lid, van de
Wet terugdringing beroep op de
arbeidsongeschiktheidsregelingen van
overeenkomstige toepassing.
Art. XXXVIII.
Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997; Stb.
1997, 794; versie 1 januari 1999]
De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
werkloze werknemers wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 2, eerste lid, onderdeel c,
onder 4º, vervalt
"de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1980, 28),".
B. [MvT]
In artikel 2, eerste lid, onderdeel d,
onder 2º, wordt
"de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, berekend naar een
arbeidsongeschiktheid van minder dan 80%, welke is toegekend op grond
van artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van die
wet" vervangen door: de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, berekend naar
een arbeidsongeschiktheid van minder dan 80%.
C.
Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt vervangen door:
-1. Op de uitkering wordt een bedrag ingehouden dat gelijk is aan het
bedrag van de premie dat een werkgever op grond van de
Werkloosheidswet op het overeenkomstige loon van een werknemer die verzekerd is op grond
van die wet inhoudt.
2. In het tweede lid wordt de zinsnede "een van de socialeverzekeringswetten"
vervangen door: de Werkloosheidswet.
D.
In artikel 20f, vierde lid, wordt "de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
Art. XXXIX.
Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
zelfstandigen [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997; Stb.
1997, 794; versie 1 januari 1999]
De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 2, eerste lid, onderdeel b,
onder 3º, wordt "de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
B. [MvT]
In artikel 6, tweede lid, wordt "de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet"
vervangen door: de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
C.
Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt vervangen door:
-1. Op de uitkering wordt een bedrag ingehouden dat gelijk is aan het
bedrag van de premie dat een werkgever op grond van de
Werkloosheidswet op het overeenkomstige loon van een werknemer die verzekerd is op grond
van die wet inhoudt.
2. In het tweede lid wordt de zinsnede "één van de socialeverzekeringswetten" vervangen door: de Werkloosheidswet.
D.
In artikel 20f, vierde lid, wordt "de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
E. [MvT]
Artikel 48, eerste lid, onderdeel b, wordt vervangen door:
b. de rijksbelastingdienst voor de heffing of invordering van enige
rijksbelasting, premies volksverzekeringen of premie op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;.
Art. XL.
Algemene
bijstandswet [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997; Stb.
1997, 794; versie 1 januari 1999]
De Algemene bijstandswet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 2, onderdeel a, vervalt
", de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet".
B. [MvT]
Artikel 2, onderdeel b, wordt vervangen door:
b. premies werknemersverzekeringen: de premie op grond van de
Werkloosheidswet.
C. [MvT]
In artikel 8, vierde lid, wordt "de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
D. [MvT]
In artikel 14f, vierde lid, wordt
"de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
Art. XLI.
Wet arbeid
gehandicapte werknemers [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997; Stb.
1997, 794; versie 1 januari 1999]
De Wet arbeid gehandicapte werknemers wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt:
1. Onderdeel b, onder 1º, wordt vervangen door:
1º. aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend op grond
van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten;.
2. Vervallen.
3. Na onderdeel b, onder 4º, wordt een subonderdeel toegevoegd, luidende:
5º. die in verband met arbeidsongeschiktheid, op grond van het
Pensioenreglement van de Stichting tot verzorging van de pensioenen van
het personeel van de Koninklijke Hofhouding van het Huis van
Oranje-Nassau een uitkering is toegekend;.
B. [MvT]
Artikel 12 wordt vervangen door:
Art. 12.
-1. De geldelijke bijdragen worden ten gunste gebracht van het
Arbeidsongeschiktheidsfonds, genoemd in artikel 72 van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
-2. De geldelijke tegemoetkomingen komen ten laste van het
Arbeidsongeschiktheidsfonds.
Art. XLII.
Wet op de
ondernemingsraden [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997; Stb.
1997, 794; Stb. 1998, 107;
versie 1 januari 1999]
De Wet
op de ondernemingsraden wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 25, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het
eind van onderdeel m door een puntkomma, een onderdeel
toegevoegd, luidende:
n. vaststelling van een regeling met betrekking tot het zelf
dragen van het risico, bedoeld in artikel 75,
derde lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering.
B. Vervallen. [MvT]
Art. XLIII.
Arbeidsomstandighedenwet [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
versie 1 januari 1999]
Artikel 18, eerste lid, onderdeel c, van de Arbeidsomstandighedenwet
wordt vervangen door:
c. het uitvoeren van:
1º. het arbeidsgezondheidskundig onderzoek, bedoeld in artikel 24a;
2º. de aanstellingskeuring, indien de werkgever deze laat verrichten;.
Art. XLIV.
Ziekenfondswet [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
versie 1 januari 1999]
De Ziekenfondswet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 3, eerste lid, onderdeel d, wordt de zinsnede "dan wel een
arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1980, 28), berekend naar een
arbeidsongeschiktheid van ten minste 45%, ontvangt" vervangen door: dan
wel een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, berekend naar een
arbeidsongeschiktheid van ten minste 45%, ontvangt, dan wel een
uitkering in verband met bevalling op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen ontvangt indien
betrokkene op de dag voorafgaande aan de dag waarop haar recht op die
uitkering ingaat, verzekerd was op grond van de Ziekenfondswet.
B. [MvT]
In artikel 4, tweede lid, onderdeel d, wordt "krachtens de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet dan wel ingevolge het bepaalde bij of
krachtens artikel 8 of artikel 90 van genoemde
wet geen recht op
toekenning van een zodanige uitkering hebben" vervangen door: op grond
van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
Art. XLV.
Wet op de
toegang tot ziektekostenverzekeringen [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
versie 1 januari 1999]
In artikel 16, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de toegang tot
ziektekostenverzekeringen wordt "Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet"
vervangen door: Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
Art. XLVI.
Wet op de
inkomstenbelasting 1964 [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997; Stb.
1997, 794; versie 1 januari 1999]
De Wet op de inkomstenbelasting 1964 wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 5, derde lid, onderdeel d, wordt "artikel 45, eerste lid,
onderdeel g" vervangen door: artikel 45, eerste lid, onderdeel
g en j.
B. [MvT]
In artikel 8, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het
einde van onderdeel h door een puntkomma, na dit onderdeel toegevoegd:
i. voordelen bestaande uit uitkeringen en aanspraken op uitkeringen op
grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
C. [MvT]
In artikel 8a, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het
einde van onderdeel f door een puntkomma, na dit onderdeel toegevoegd:
g. premies ingevolge de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
D. [MvT]
Artikel 30a wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt vervangen door:
-1. Tot de inkomsten in de vorm van bepaalde periodieke uitkeringen en
verstrekkingen welke van publiekrechtelijke aard zijn, behoren:
a. uitkeringen ingevolge vrijwillige verzekering op de voet van artikel
45 van de Algemene Ouderdomswet en artikel 63 van de
Algemene nabestaandenwet, alsmede uitkeringen ingevolge
artikel 48 van de
Algemene Ouderdomswet;
b. uitkeringen ingevolge de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
2. In het tweede lid vervalt "(Stb. 1986, 347)".
E. [MvT]
Aan artikel 36, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het
einde van onderdeel p door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd,
luidende:
q. premies ingevolge de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
F. [MvT]
1. In artikel 37, tweede lid, wordt de zinsnede "de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1987, 89)" vervangen door: de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen behoudens uitkeringen in
verband met bevalling, en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
2. In het derde lid vervalt "(Stb. 1963, 229)".
G. [MvT]
In artikel 45, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het
einde van onderdeel i door een puntkomma, na dit onderdeel toegevoegd:
j. premies ingevolge de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
H. [MvT]
In artikel 46, twaalfde lid, wordt de zinsnede "de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering" vervangen door: de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen behoudens uitkeringen in
verband met bevalling, en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
I. [MvT]
In artikel 48, derde lid, wordt in onderdeel a ", en" vervangen door
een puntkomma en wordt, onder wijziging van de onderdeelaanduiding b in
c, na onderdeel a ingevoegd:
b. verminderd met de als persoonlijke verplichtingen aan te merken
premies ingevolge de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen; en.
J. [MvT]
Na artikel 71 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 72.
Uitkeringen ingevolge artikel 81, tweede lid, onderdeel b, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering die voortvloeien uit aanspraken op
uitkeringen ingevolge artikel 59a van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet zoals die
wet luidde op 31 december 1997,
behoren tot de inkomsten in de vorm van bepaalde periodieke uitkeringen
en verstrekkingen welke van publiekrechtelijke aard zijn.
Art. XLVII. Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997; Stb.
1997, 768; Stb. 1997, 794;
versie 1 januari 1999]
Art.
XLVIII. Vervallen.
[Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997; Stb.
1997, 768; Stb. 1997, 794;
versie 1 januari 1999]
Art.
XLIX. Vervallen.
[Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997; Stb.
1997, 768; Stb. 1997, 794;
versie 1 januari 1999]
Art.
L. Vervallen.
[Geschiedenis:
versie 24 april 1997; Stb.
1997, 768; versie 1 januari 1999]
Art.
LI. Vervallen.
[Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997; Stb.
1997, 768; versie 1 januari 1999]
Art. LII.
Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997; Stb.
1997, 794; versie 1 januari 1999]
A. [MvT]
Aan artikel 5, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
militairen wordt een zin toegevoegd, luidende: Hoofdstuk IIa van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering is van overeenkomstige
toepassing.
B. [MvT]
Artikel 6, eerste lid, wordt vervangen door:
-1. Het uitvoeringsorgaan houdt op de uitkering ingevolge deze wet en de
toeslag op deze uitkering ingevolge de Toeslagenwet een bedrag
in dat
gelijk is aan het bedrag van de premie die een werkgever op grond van de
Werkloosheidswet op het overeenkomstige loon van een
werknemer die
verzekerd is op grond van die wet inhoudt.
Art. LIII.
Burgerlijk
Wetboek [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997; Stb.
1997, 794; versie 1 januari 1999]
Het Burgerlijk
Wetboek wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 197, eerste lid, onderdeel a, van Boek
6 wordt vervangen door:
a. bij de vaststelling van het totale bedrag waarvoor aansprakelijkheid
naar burgerlijk recht zou bestaan, vereist voor de berekening van het
bedrag waarvoor verhaal bestaat krachtens artikel 107a en de artikelen
90 van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 68 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 60 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, 52a van de Ziektewet,
61 van de Algemene
nabestaandenwet, 83b, eerste lid, van de
Ziekenfondswet en 8 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
militairen;.
B. [MvT]
Artikel 629, vierde lid, eerste zin, van Boek
7 wordt vervangen door: Het loon wordt verminderd met het bedrag van enige geldelijke
uitkering die de werknemer toekomt krachtens enige wettelijk
voorgeschreven verzekering of krachtens enige verzekering of uit enig
fonds waarin de werknemer niet deelneemt.
C. [MvT]
Aan het slot van artikel 631, derde lid, van Boek
7 wordt een zin
toegevoegd, luidende: Onder enig ander fonds als bedoeld in onderdeel c wordt niet verstaan
een fonds dat tot doel heeft aan de werkgever of aan de werknemer een
uitkering te doen die verband houdt met het recht van de werknemer op
doorbetaling van loon tijdens ziekte, zwangerschap of bevalling als
bedoeld in artikel 629, eerste lid, of met de betaling van
arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in artikel 75a
van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Art. LIV.
Wet brutering
overhevelingstoeslag lonen [Geschiedenis:
versie 24 april 1997; versie 1 januari 1999]
Aan artikel 2, tweede lid, van de Wet
brutering overhevelingstoeslag lonen wordt een zin toegevoegd, luidende: Daarbij kan dit percentage voor verschillende categorieën
inhoudingsplichtigen of personen verschillend worden vastgesteld.
HOOFDSTUK
6
Overgangs-
en slotbepalingen
Art.
LV.
Wijziging in
verband met Invoeringswet Osv 1997 [Geschiedenis:
versie 24 april 1997; versie 1 januari 1999]
Indien het bij koninklijke boodschap van 8 oktober 1996 ingediende
voorstel van wet houdende invoering van de Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997 (Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen
1997; Kamerstukken 25 047) in werking is getreden, wordt in de artikelen
74 en 75b,
derde lid, van de Ziektewet, 79, tweede lid, van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, 87c en 87d
van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en artikel XXVIIa
van de
Wet terugdringing beroep op de
arbeidsongeschiktheidsregelingen "de bedrijfsvereniging" vervangen door: het
Landelijk instituut sociale verzekeringen.
Art. LVa. Vervallen. [Geschiedenis:
Stb. 1997, 794; versie 1 januari 1999;
Stb. 2005, 525]
Art. LVI.
Van toepassing
blijvend recht inzake bezwaar en beroep [Geschiedenis:
versie 24 april 1997; versie 1 januari 1999]
-1. Met betrekking tot de mogelijkheid
tot het maken van bezwaar en het instellen van beroep tegen
besluiten, die geen betrekking hebben op het verzekerd zijn of op
de verschuldigde premie, op grond van:
a. de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. de Ziektewet;
c. de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet met uitzondering van de
artikelen 57, 57a en 58;
d. de Toeslagenwet
over de toeslag op een uitkering op grond van de in de
onderdelen a tot en met c genoemde wetten;
e. de Wet terugdringing beroep op de
arbeidsongeschiktheidsregelingen;
die zijn bekendgemaakt vóór de datum van inwerkingtreding als
bedoeld in artikel LVII, tweede lid, blijven de wettelijke
bepalingen van toepassing zoals deze golden vóór die datum.
-2. Met betrekking tot de in het eerste
lid bedoelde besluiten die zijn bekendgemaakt binnen dertien weken
na de inwerkingtreding als bedoeld in artikel LVII, tweede lid, en
die reeds aan een heroverweging onderworpen zijn geweest, vindt afdeling
7.1 van de Algemene wet bestuursrecht geen toepassing.
-3. Met betrekking tot de behandeling
van het beroep of hoger beroep tegen een besluit op grond van de Ziektewet
dat is bekendgemaakt vóór de datum van inwerkingtreding als
bedoeld in artikel LVII, tweede lid, en dat uitsluitend betrekking
heeft op het bestaan of voortbestaan van de ongeschiktheid tot
werken, blijft het recht van toepassing zoals het gold vóór die
datum.
Art. LVII.
Inwerkingtreding [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997; Stb.
1997, 794; versie 1 januari 1999;
Stb. 1999, 564]
-1. Deze wet treedt in werking op een
bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor verschillende
artikelen, onderdelen of subonderdelen verschillend kan worden
vastgesteld.¹
-2. In afwijking van het eerste lid
treden de artikelen XXXI, XXXIII,
XXXIV, onderdeel H, XXXVII,
onderdeel B, XLVIII, onderdeel A, onder 1,
LV en LVI in werking
met ingang van 1 januari 1997. Indien het Staatsblad waarin deze
wet wordt geplaatst, dan wel het Staatsblad waarin de Wet
premiedifferentiatie en marktwerking bij
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen wordt geplaatst, wordt
uitgegeven na 31 december 1996, treden de in de eerste zin
bedoelde artikelen in werking met ingang van de eerste dag van de
kalendermaand na zowel de datum van uitgifte van het Staatsblad
waarin deze wet wordt geplaatst als de datum van uitgifte van het
Staatsblad waarin de Wet
premiedifferentiatie en marktwerking bij
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen wordt geplaatst.
-3. Indien de datum van
inwerkingtreding als bedoeld in het tweede lid is gelegen na 1
januari 1997, is afdeling
7.1 van de Algemene wet bestuursrecht
tot die datum niet van toepassing op
besluiten die geen betrekking hebben op de verzekeringsplicht of
de verschuldigde premie op grond van:
a. de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. de Ziektewet;
c. de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet met uitzondering van de
artikelen 57, 57a en 58;
d. de Toeslagenwet
over de toeslag op een uitkering op grond van de in de
onderdelen a tot en met c genoemde wetten;
e. de Wet terugdringing beroep op de
arbeidsongeschiktheidsregelingen;
f. paragraaf 9 van de Wet
privatisering ABP.
1. Bij Besluit
van 2 september 1997, Stb. 1997, 391, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 januari 1998, met uitzondering van het in artikel
XLII, onderdeel A, opgenomen artikel 25, eerste lid, onderdeel k,
van de Wet op
de ondernemingsraden, dat in werking treedt met ingang van
19 september 1997, red.
Art. LVIII. [Geschiedenis:
versie 24 april 1997; versie 1 januari 1999]
Deze wet wordt aangehaald als: Invoeringswet nieuwe en gewijzigde
arbeidsongeschiktheidsregelingen.¹
1. Ten
tijde van het advies van de Raad van State
luidde de citeertitel nog Invoeringswet premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (Invoeringswet
Pemba), red.
Lasten en bevelen dat
deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de
nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
24 april 1997
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave
Uitgegeven de negenentwintigste
april 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
MEMORIE
VAN TOELICHTING
|
|