|
REGELING houdende regels
inzake het aanmerken van de in artikel 48,
eerste lid, van de
invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid bedoelde
verhoging als uitkering op grond van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering,
de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
18 december 1997/nr. SV/AVF/97/5390
Directie Sociale Verzekeringen
De
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op artikel 48, vierde lid, van de
Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid;
Besluit:
Art. 1.
-1. De verhoging van de uitkering op grond van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen respectievelijk de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, bedoeld in artikel
48, eerste lid, van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid,
wordt aangemerkt als uitkering op grond van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen onderscheidenlijk de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.
-2. Indien gelijktijdig recht bestaat op twee of meer van de in het
eerste lid bedoelde uitkeringen, wordt de verhoging, bedoeld in artikel
48, eerste lid, van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid,
naar rato van de uit te betalen uitkeringen aangemerkt als uitkering op
grond van de desbetreffende wetten.
Art. 2.
Het Besluit van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
van 23 december 1986, houdende regels inzake het aanmerken van een
verhoging als bedoeld in artikel 48, vierde lid, van de
Invoeringswet
stelselherziening sociale zekerheid als een uitkering op grond van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet (Stcrt. 1986, 250) wordt ingetrokken.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
’s-Gravenhage,
18 december 1997.
De Staatssecretaris voornoemd,
F.H.G. de Grave.
TOELICHTING
[18 december 1997]
Met ingang van 1 januari
1998 wordt de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) ingetrokken. Voor
werknemers is de verzekering krachtens
de AAW geďncorporeerd in de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Voor niet-werknemers
komen er twee wettelijke
regelingen inzake geldelijke gevolgen van
langdurige arbeidsongeschiktheid. Voor zelfstandigen, beroepsbeoefenaren en
meewerkende echtgenoten de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) en voor
jonggehandicapten de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten (Wajong). In verband hiermee wordt deze nieuwe regeling
getroffen. De Ministeriële Regeling
van 23 december 1986, houdende regels inzake
het aanmerken van een verhoging
als bedoeld in artikel 48,
vierde lid, van de Invoeringswet
stelselherziening sociale zekerheid als een uitkering
op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (Stcrt. 1986, 250) wordt ingetrokken. In de
situatie vanaf 1 januari 1998 ligt het in
de rede om een verhoging op grond van
de WAO aan te merken als een
uitkering op grond van de WAO, een
verhoging op grond van de WAZ aan te
merken als een uitkering op grond van
de WAZ en een verhoging op grond van
de Wajong aan te merken als een
uitkering op grond van de Wajong. Indien
zich de situatie voordoet dat er
recht bestaat op twee of meer van de in
het eerste lid genoemde uitkeringen, wordt
de verhoging naar rato van de uit te
betalen uitkeringen aangemerkt als een uitkering op grond van de desbetreffende wetten
opdat de kosten van de
verhogingen zuiver worden doorberekend
naar de desbetreffende fondsen.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave.
|