|
MEMORIE VAN TOELICHTING
Relevante
overige regelgeving:
- Besluit afschaffing Pemba WAO
- Invoeringswet nieuwe en gewijzigde
arbeidsongeschiktheidsregelingen
- Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Inhoudsopgave
Pemba
| Hoofdstuk
1 |
Wijziging
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering |
art.
I |
| Hoofdstuk
2 |
Overgangs-
en slotbepalingen |
artt.
II - IX |
| xxxxxxxxxxx |
|
xxxxxxxxx| |
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 1995-1996, 1996-1997, 24 698.
Handelingen II 1996-1997, blz. 1658-1708, 1757-1784, 1931-1974,
2185-2187.
Kamerstukken I 1996-1997, 24 698 (97, 97a, 97b, 97c, 97d, 97e).
Handelingen I 1996-1997, zie vergaderingen d.d. 15 en 22 april 1997.
Geschiedenis:
Staatsblad
1997, 175; Staatsblad 1997,
768; Staatsblad 1997, 794;
Staatsblad 2005, 37.
WET van 24 april 1997, Stb.
1997, 175, tot wijziging van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering en enkele andere wetten
in verband met premiedifferentiatie en marktwerking bij
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (Wet premiedifferentiatie en
marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen).
Inwerkingtreding: 1 januari 1998 (Stb.
1997, 391), zie artikel IX.
WIJ BEATRIX, bij
de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen,
die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is de
Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering
te wijzigen zodat op grond
van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering te heffen premies
gedifferentieerd worden en werkgevers de mogelijkheid krijgen het risico
van de arbeidsongeschiktheidsverzekering van hun werknemers bepaalde
tijd zelf te dragen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
HOOFDSTUK
1
Wijziging
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Art.
I.
[Wijziging WAO] [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb. 1997, 794]
De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
In artikel 1 wordt de punt aan het einde
van onderdeel f vervangen door een puntkomma en worden twee
onderdelen toegevoegd, luidende:
g. Arbeidsongeschiktheidskas: de Arbeidsongeschiktheidskas, bedoeld
in
artikel 73;
h. eigenrisicodrager: de werkgever aan wie de toestemming is
verleend, bedoeld in artikel 75, eerste
lid.
B.
[MvT]
De artikelen 2a en 2b
vervallen.
C.
[MvT]
In artikel 6, tweede lid, onderdeel f,
vervalt ", de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet dan wel deze wet en de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet tezamen".
D. Vervallen.
[MvT]
E.
[MvT]
Aan artikel 18 wordt een tiende lid
toegevoegd, luidende:
-10. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels
worden gesteld omtrent een afwijkende wijze van vaststelling van de mate
van arbeidsongeschiktheid in gevallen waarin recht bestaat op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van deze wet en een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van een andere wettelijke
regeling ter verzekering tegen geldelijke gevolgen van langdurige
arbeidsongeschiktheid.
F.
[MvT]
In artikel 22 vervallen het tweede lid en
de aanduiding "-1." voor het eerste lid.
G.
[MvT]
In artikel 23, eerste lid, wordt onderdeel c
vervangen door:
c. degene ten aanzien van wie of ten behoeve van wie een
voorziening tot behoud, herstel of ter bevordering van de
arbeidsgeschiktheid, een toelage of vergoeding als bedoeld in artikel 57
of 58 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet dan wel loonsuppletie is toegekend of
waarvan toekenning wordt overwogen.
H.
[MvT]
In artikel 34 wordt het tweede lid
vervangen door:
-2. Het Landelijk instituut sociale
verzekeringen stelt de belanghebbende van de mogelijkheid van het
doen van een aanvraag schriftelijk in kennis uiterlijk vier maanden
vóór de datum waarop:
a. de wachttijd van 52 weken, bedoeld in artikel
19, eerste lid, verstrijkt;
b. de periode waarover de arbeidsongeschiktheidsuitkering is
toegekend, verstrijkt.
I.
Na artikel 36a wordt een artikel
ingevoegd, luidende:
Art. 36b.
-1. De intrekking of verlaging van een arbeidsongeschiktheidsuitkering
die voortvloeit uit het door de werkgever ingesteld bezwaar of beroep,
vindt niet eerder plaats dan zes weken na de dag waarop de beslissing op
bezwaar is bekendgemaakt of de uitspraak is gedaan. De eerste zin is van
overeenkomstige toepassing in geval van intrekking van het bezwaar of
beroep omdat het Landelijk instituut sociale
verzekeringen geheel of gedeeltelijk is tegemoet gekomen aan het
bezwaar of beroep van de werkgever.
-2. Het eerste lid geldt niet indien de uitkering door eigen schuld of
toedoen van de werknemer ten onrechte of tot een te hoog bedrag is
vastgesteld.
J.
[MvT]
De artikelen 37 en 38
worden vervangen door:
Art. 37. [MvT]
-1. Ter zake van toeneming van arbeidsongeschiktheid vindt herziening
van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een
arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%, onverminderd de artikelen 39
en 39a, plaats zodra de toegenomen
arbeidsongeschiktheid onafgebroken 52 weken heeft geduurd.
-2. De in het eerste lid bedoelde herziening vindt niet plaats indien de
uitkeringsgerechtigde bij het intreden van de arbeidsongeschiktheid
uitsluitend verzekerd is op grond van artikel 7b,
dan wel
artikel
7b en
artikel 7a, onderdeel a, en de toeneming kennelijk is
voortgekomen uit een andere oorzaak dan die waaruit de ongeschiktheid
ter zake waarvan de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt ontvangen, is
voortgekomen.
-3. Voor het bepalen van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste
lid, worden perioden van toegenomen arbeidsongeschiktheid samengeteld
indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken
opvolgen.
Art. 38.
[MvT]
-1. Ter zake van toeneming van arbeidsongeschiktheid vindt herziening
van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een
arbeidsongeschiktheid van ten minste 45%, onverminderd artikel
39, plaats zodra de toegenomen arbeidsongeschiktheid onafgebroken
vier weken heeft geduurd.
-2. Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een
arbeidsongeschiktheid van ten minste 45%, doch minder dan 80%, wegens
afneming van de arbeidsongeschiktheid is herzien naar een
arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%, doch binnen vier weken na de
dag met ingang waarvan die uitkering is herzien, de
arbeidsongeschiktheid weer toeneemt, is het eerste lid van toepassing,
onder afwijking van artikel 37.
-3. Voor het bepalen van het tijdvak van vier weken, bedoeld in het
eerste lid, worden perioden van toegenomen arbeidsongeschiktheid
samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier
weken opvolgen.
K.
[MvT]
In artikel 39a, tweede lid, wordt
"minder dan één maand" vervangen door: minder dan vier
weken.
L.
[MvT]
Artikel 43a wordt als volgt gewijzigd:
1º. In het tweede lid wordt "minder
dan één maand" vervangen door: minder dan vier weken.
2º. Onder vernummering van het derde
lid tot vierde lid wordt een nieuw derde lid ingevoegd, luidende:
-3. In de gevallen waarin artikel 20 van
de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen onderscheidenlijk
artikel 19 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten geen toepassing vindt omdat artikel 29b
van de
Ziektewet toepassing kan vinden, wordt het aan de
arbeidsongeschiktheidsuitkering ten grondslag te leggen dagloon niet
lager gesteld dan de grondslag die voor de berekening van de laatstelijk
ontvangen arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen onderscheidenlijk
de
Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten in aanmerking
werd genomen, dan wel de grondslag die in aanmerking zou zijn genomen
indien na het einde van de wachttijd, bedoeld in artikel
6, eerste lid, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen onderscheidenlijk
artikel 6, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, recht zou hebben bestaan op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van een laatstbedoelde wet,
zoals die sinds de beëindiging van die uitkering onderscheidenlijk
sinds het einde van die wachttijd op grond van artikel 7
van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen onderscheidenlijk
artikel 7 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten zou zijn herzien.
M.
[MvT]
In het vierde lid van artikel 44 wordt na
de zinsnede "alsmede van de dientengevolge niet uitbetaalde
vakantie-uitkeringen" ingevoegd: , vermeerderd met het bedrag aan
premies dat het
Landelijk instituut sociale
verzekeringen bij uitbetaling daarover op grond van enige wet
verschuldigd zou zijn en dat niet op de uitkeringen in mindering kan
worden gebracht,.
N.
[MvT]
In artikel 46 vervallen het tweede lid en
de aanduiding "-1." voor het eerste lid.
O.
[MvT]
Artikel 46a vervalt.
P.
In artikel 50 wordt, onder vernummering
van het derde tot en met zevende lid tot vierde tot en met achtste lid,
het tweede lid vervangen door twee nieuwe leden, luidende:
-2. Het Landelijk instituut sociale
verzekeringen kan een uitkering als bedoeld in het eerste lid over
een door hem te bepalen tijdvak bij wege van voorschot betaalbaar
stellen indien onzekerheid bestaat over het recht op of de hoogte van de
uitkering of de hoogte van het te betalen bedrag aan uitkering. Een
verleend voorschot wordt verrekend met het definitief vastgestelde
bedrag aan uitkering dat over het desbetreffende tijdvak wordt betaald.
-3. Onverminderd het tweede lid schort het Landelijk instituut sociale
verzekeringen de betaling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op of
schorst het de betaling, indien het op grond van duidelijke aanwijzingen
van oordeel is of het gegronde vermoeden heeft dat:
a. het recht op uitkering niet of niet meer bestaat;
b. recht op een lagere uitkering bestaat;
c. degene aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend
of zijn wettelijke vertegenwoordiger een verplichting als bedoeld in
artikel 25, 28 of 80
niet of niet behoorlijk is nagekomen.
Q.
[MvT]
Artikel 52 vervalt.
R.
[MvT]
In artikel 53 vervalt het elfde lid.
S.
[MvT]
Artikel 58 vervalt.
T.
In artikel 59d vervalt ", 58".
U.
[MvT]
Het opschrift voor artikel 60
"HOOFDSTUK IIA. Reïntegratiemaatregelen" wordt vervangen
door: HOOFDSTUK IIA. Reïntegratiemaatregelen, samenloop, verstrekkingen
die onvervreemdbaar zijn en verstrekkingen die niet vatbaar zijn voor
beslag.
V.
[MvT]
In artikel 64 vervalt de zinsnede
"binnen de grenzen van het daarvoor gereserveerde budget, bedoeld
in artikel 76, vierde lid,".
W.
[MvT]
Na artikel 64 worden twee
paragrafen ingevoegd, luidende:
§ 6. Samenloop van arbeidsongeschiktheidsuitkering
met andere uitkeringen
Art. 65.
[MvT
+
bis]
-1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld ter voorkoming of beperking van samenloop van
arbeidsongeschiktheidsuitkering met arbeidsongeschiktheidsuitkering op
grond van andere wetten.
-2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter
voorkoming of beperking van samenloop van
arbeidsongeschiktheidsuitkering met uitkering op grond van de sociale
wetgeving van de Nederlandse Antillen, Aruba of van een andere
mogendheid.
§ 7. Verstrekkingen die onvervreemdbaar zijn en
verstrekkingen die niet vatbaar voor beslag zijn
Art. 65a.
[MvT
+
bis]
-1. De arbeidsongeschiktheidsuitkering en de vakantie-uitkering op grond
van deze wet zijn onvervreemdbaar en niet vatbaar voor verpanding of
belening.
-2. Volmacht tot ontvangst van een uitkering onder welke vorm of
benaming ook verleend, is steeds herroepelijk.
-3. Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
Art. 65b.
[MvT
+
bis]
Niet vatbaar voor beslag zijn:
a. de verhoging, bedoeld in artikel 22;
b. de overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 53.
X.
[MvT]
Artikel 68 wordt als volgt gewijzigd:
1º. Het eerste lid, onderdeel c,
wordt vervangen door:
c. indien betrokkene recht heeft op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten die is toegekend met ingang van een dag gelegen
vóór de dag waarop hij recht heeft op toekenning van
arbeidsongeschiktheidsuitkering: uitgevoerd door de
uitvoeringsinstelling die ten aanzien van betrokkene deze
werkzaamheden verrichtte met betrekking tot de
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
of op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
2º. Het tweede lid wordt vernummerd tot
derde lid, waarna een lid wordt toegevoegd, luidende:
-2. Indien betrokkene in geval van arbeidsongeschiktheid recht heeft op
toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering en met ingang van
dezelfde dag recht heeft op toekenning van
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, worden de
werkzaamheden, bedoeld in
artikel 41 van de
Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997, uitgevoerd door de uitvoeringsinstelling die ten
aanzien van betrokkene de werkzaamheden verricht met betrekking tot de
arbeidsongeschiktheidsuitkering.
3º. Vervallen.
Y.
Artikel 70 komt als volgt te luiden:
Art. 70.
De uitvoeringsinstelling
die de werkzaamheden, bedoeld in artikel 41
van de Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997, met betrekking tot de
arbeidsongeschiktheidsuitkering van betrokkene verricht, verricht tevens
de werkzaamheden met betrekking tot de uitvoering van hoofdstuk
IIa.
Z.
Artikel 71 komt als volgt te luiden:
Art. 71.
-1. Indien artikel 68, eerste lid,
onderdeel a, van toepassing is, wordt de
arbeidsongeschiktheidsuitkering betaald door het
Landelijk instituut sociale
verzekeringen, ook indien één of meer werkgevers eigenrisicodrager
zijn.
-2. In de situatie, bedoeld in het eerste lid, verhaalt het Landelijk
instituut sociale verzekeringen op de eigenrisicodrager, naar rato van
de loonsom en met inachtneming van het derde lid, de door hem
verschuldigde arbeidsongeschiktheidsuitkering, alsmede de op grond van
enige wet over deze uitkering verschuldigde premies die niet op deze
uitkering in mindering kunnen worden gebracht.
-3. De arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt niet verhaald op de
eigenrisicodrager indien de werknemer met behoud van hetzelfde loon bij
die werkgever arbeid is blijven verrichten.
-4. Onze Minister kan omtrent de betaling
en het verhaal regels stellen, zo nodig in afwijking van dit artikel.
AA.
[MvT]
Hoofdstuk III, paragraaf 2, wordt vervangen door:
§ 2. Arbeidsongeschiktheidsfonds en
arbeidsongeschiktheidskas
Art. 72.
[MvT]
Het Landelijk instituut sociale
verzekeringen beheert en administreert afzonderlijk de middelen tot
dekking van de uitgaven, bedoeld in artikel 76,
eerste lid, alsmede de middelen benodigd voor het vormen en in stand
houden van een reserve, in de vorm van een Arbeidsongeschiktheidsfonds
dat deel uitmaakt van het Landelijk instituut sociale verzekeringen.
Art. 73.
[MvT]
Het Landelijk instituut sociale
verzekeringen beheert en administreert afzonderlijk de middelen tot
dekking van de uitgaven, bedoeld in artikel 76,
tweede lid, alsmede de middelen benodigd voor het vormen en in stand
houden van een reserve, in de vorm van een Arbeidsongeschiktheidskas die
deel uitmaakt van het Landelijk instituut sociale verzekeringen.
Art. 74.
[MvT]
Het Landelijk instituut sociale
verzekeringen kan in het belang van de bij deze wet geregelde
verzekering ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds subsidies
verlenen aan instellingen of organisaties die ten doel hebben het nemen
of bevorderen van maatregelen die strekken tot behoud, herstel of
bevordering van de arbeidsgeschiktheid.
BB.
[MvT]
Na hoofdstuk III wordt een nieuw hoofdstuk
IIIa
ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK IIIA. Eigen risico dragen door de
werkgever
Art. 75.
[MvT]
-1. Het Landelijk instituut sociale
verzekeringen verleent aan een werkgever op aanvraag toestemming om
het risico van betaling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering zelf te
dragen indien de werkgever een schriftelijke garantie overlegt waaruit
blijkt dat een kredietinstelling of een verzekeraar zich jegens het
Landelijk instituut sociale verzekeringen verplicht, op het eerste
verzoek van het Landelijk instituut sociale verzekeringen waarbij het
Landelijk instituut sociale verzekeringen schriftelijk meedeelt dat de
verplichtingen die voortvloeien uit het zelf dragen van het risico niet
worden nagekomen, die verplichtingen na te komen. De overheidswerkgever,
bedoeld in artikel 1, onderdeel k,
van de Wet overheidspersoneel
onder de werknemersverzekeringen, voor zover door Onze Minister
in overeenstemming met Onze Minister van Financiën
aangewezen, is ontheven van de verplichting tot het overleggen van een
schriftelijke garantie, bedoeld in de eerste zin. De toestemming wordt
niet verleend gedurende drie jaren nadat het door de werkgever zelf
dragen van het in de eerste zin bedoelde risico is beëindigd.
-2. Onder een kredietinstelling als bedoeld in het
eerste lid wordt verstaan een op grond van artikel 52, tweede lid, van
de Wet
toezicht kredietwezen 1992 geregistreerde kredietinstelling.
-3. Onder een verzekeraar als bedoeld in het
eerste lid wordt verstaan een verzekeraar:
1º. die in het bezit is van de op grond van artikel 24, eerste lid, van
de Wet
toezicht verzekeringsbedrijf 1993 vereiste vergunning of heeft
voldaan aan de op grond van de artikelen 37 of 38 van die
wet vereiste procedure met betrekking tot een bijkantoor in
Nederland; of
2º. die heeft voldaan aan de vereiste procedure, bedoeld in de
artikelen 111, eerste lid, onderdeel a tot en met c, of
tweede lid, 113, eerste of vierde lid, 116, eerste lid, onderdeel a
tot en met
c, of derde lid, of 118, tweede of vijfde lid, van de Wet
toezicht verzekeringsbedrijf 1993 indien het de aldaar bedoelde
dienstverrichting naar Nederland betreft.
-4. De schriftelijke garantie, bedoeld in het
eerste lid, wordt voor onbepaalde tijd afgegeven, strekt zich uit tot
rechtsopvolgers onder algemene titel van de eigenrisicodrager en tot het
risico dat overgaat op de verkrijgende werkgever, bedoeld in artikel 75b,
vierde en zesde lid, en bepaalt dat de desbetreffende kredietinstelling
of verzekeraar de garantie kan beëindigen door schriftelijke opzegging
bij het Landelijk instituut sociale verzekeringen.
-5. De schriftelijke garantie, bedoeld in het
eerste lid, strekt zich niet uit tot:
a.
arbeidsongeschiktheidsuitkeringen ter zake van arbeidsongeschiktheid die
is ontstaan door een omstandigheid als bedoeld in artikel 64, tweede
lid, van de Wet
toezicht verzekeringsbedrijf 1993 of door een kernongeval als
bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet
aansprakelijkheid kernongevallen;
b. de boete, bedoeld in
artikel 75e, vijfde lid.
-6. De toestemming, bedoeld in het eerste lid,
wordt verleend met ingang van 1 januari of 1 juli van enig jaar, mits de
aanvraag ten minste dertien weken vóór de desbetreffende datum is
ingediend. Aan een startende werkgever wordt op zijn verzoek toestemming
verleend met ingang van het tijdstip waarop deze start.
-7. Het door de werkgever zelf dragen van het
risico, bedoeld in het eerste lid:
a. eindigt met ingang van de dag waarop de schriftelijke garantie,
bedoeld in het eerste lid, eindigt, onderscheidenlijk met ingang van de
dag waarop de eigenrisicodrager in staat van faillissement is verklaard
of ophoudt werkgever te zijn;
b. wordt door de het Landelijk instituut sociale verzekeringen op 1
januari of 1 juli van enig jaar beëindigd op aanvraag van de werkgever,
mits deze aanvraag ten minste dertien weken vóór de desbetreffende
datum is ingediend;
c. kan door het Landelijk instituut sociale verzekeringen zonder
aanvraag van de werkgever met onmiddellijke ingang worden beëindigd
indien de rechtbank de noodregeling, bedoeld
in hoofdstuk IX van de Wet
toezicht verzekeringsbedrijf 1993, onderscheidenlijk de bijzondere
voorziening als bedoeld in hoofdstuk X van de Wet
toezicht kredietwezen 1992 heeft uitgesproken over de betrokken
verzekeraar onderscheidenlijk kredietinstelling.
Art. 75a.
[MvT]
-1. De eigenrisicodrager draagt gedurende de periode van vijf jaar nadat
de arbeidsongeschiktheidsuitkering is ingegaan het risico van de
betaling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering die is toegekend:
a. aan de werknemer die op de eerste dag van de ongeschiktheid tot
het verrichten van zijn arbeid als bedoeld in artikel 19
van de
Ziektewet tot de eigenrisicodrager in dienstbetrekking stond en ter
zake van die ongeschiktheid de wachttijd van 52 weken, bedoeld in artikel
19, heeft doorgemaakt;
b. met toepassing van artikel 43a,
eerste lid, onderdeel a, nadat de arbeidsongeschiktheidsuitkering
toegekend aan de werknemer, bedoeld in onderdeel a, is
ingetrokken op grond van artikel
43, eerste lid;
c. met toepassing van artikel 43a,
eerste lid, onderdeel b, aan de werknemer, bedoeld in onderdeel a,
die aan het einde van de wachttijd ongeschikt was tot het verrichten van
zijn arbeid wegens ziekte of gebreken, maar geen recht had op toekenning
van arbeidsongeschiktheidsuitkering omdat hij niet arbeidsongeschikt
was.
-2. Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend met
toepassing van artikel 43a, eerste
lid, vangt de in het eerste lid bedoelde periode van vijf jaar aan na
het verstrijken van de wachttijd van 52 weken, bedoeld in het eerste
lid, onderdeel a.
-3. Het eerste lid is niet van toepassing, indien:
a. de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend in
aansluiting op een voordien op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten toegekende uitkering;
b. als gevolg van het intreden van de arbeidsongeschiktheid tevens
recht bestaat op toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op
grond van
artikel 20 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of
artikel 19 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
-4. De eigenrisicodrager betaalt, met inachtneming van artikel
71, de door het Landelijk instituut sociale
verzekeringen toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkering namens het
Landelijk instituut sociale verzekeringen aan de werknemer, bedoeld in
het eerste lid. Indien de eigenrisicodrager de
arbeidsongeschiktheidsuitkering niet betaalt, betaalt het Landelijk
instituut sociale verzekeringen de arbeidsongeschiktheidsuitkering en
verhaalt het Landelijk instituut sociale verzekeringen deze uitkering,
alsmede de op grond van enige wet over deze uitkering verschuldigde
premies die niet op deze uitkering in mindering kunnen worden gebracht,
op de eigenrisicodrager.
-5. Indien de door het Landelijk instituut sociale verzekeringen
toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkering geheel of ten dele niet aan
de werknemer, bedoeld in het eerste lid, wordt betaald wegens het
genieten van loon als bedoeld in artikel 44,
derde lid, wordt na afloop van een kalenderkwartaal het gezamenlijke
bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en de niet-uitbetaalde
vakantie-uitkeringen, vermeerderd met het bedrag aan premies dat de
eigenrisicodrager bij wel-uitbetaling daarover op grond van enige wet
verschuldigd zou zijn en dat niet op de uitkeringen in mindering kan
worden gebracht, door de eigenrisicodrager aan ’s Rijks kas
afgedragen.
Art. 75b.
[MvT]
-1. Indien een werkgever eigenrisicodrager wordt, wordt het risico van
de betaling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering aan de werknemer,
bedoeld in artikel 75a, die is
ingegaan vóór de dag waarop deze werkgever eigenrisicodrager wordt,
vanaf die dag door de eigenrisicodrager gedragen, overeenkomstig
artikel 75a.
-2. In geval van overgang van een onderneming in de zin van artikel 662
van Boek 7 van
het Burgerlijk Wetboek, alsmede in geval van een dergelijke overgang
bij faillissement, waarbij de werkgever die de onderneming overdraagt
geen eigenrisicodrager is en de werkgever die de onderneming verkrijgt
eigenrisicodrager is of wordt, wordt door de eigenrisicodrager het in
het derde lid beschreven risico zelf gedragen.
-3. Het tweede lid betreft het risico van de betaling van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering, overeenkomstig artikel 75a,
die is of wordt toegekend aan de werknemer die op de eerste dag van de
ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid in dienstbetrekking
stond tot de werkgever die de onderneming heeft overgedragen.
-4. Indien de werkgever wiens onderneming wordt overgenomen als bedoeld
in het tweede lid eigenrisicodrager is, gaat het risico van de betaling
van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, overeenkomstig artikel 75a,
die is of wordt toegekend aan de werknemer die op de eerste dag van de
ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid in dienstbetrekking
stond tot de werkgever die de onderneming heeft overgedragen, over op de
werkgever die de onderneming verkrijgt, ook indien hij geen
eigenrisicodrager is.
-5. Indien het zelf dragen van het risico eindigt of wordt beëindigd
anders dan als gevolg van overgang van onderneming van de werkgever,
bedoeld in het vierde lid, blijft de werkgever het risico van de
betaling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering dragen, overeenkomstig
artikel 75a, die is of wordt toegekend aan de werknemer die
op de eerste dag van de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn
arbeid tot hem in dienstbetrekking stond. Indien de werkgever in staat
van faillissement is verklaard of ophoudt werkgever te zijn, betaalt het Landelijk instituut sociale
verzekeringen de in de eerste zin bedoelde
arbeidsongeschiktheidsuitkering en verhaalt het Landelijk instituut
sociale verzekeringen deze uitkering, alsmede de op grond van enige wet
over deze uitkering verschuldigde premies die niet op deze uitkering in
mindering kunnen worden gebracht, op de kredietinstelling of
verzekeraar, bedoeld in
artikel 75, eerste lid.
-6. Indien de onderneming van de werkgever, bedoeld in het vijfde lid,
wordt overgenomen als bedoeld in het tweede lid en de werkgever die de
onderneming verkrijgt geen eigenrisicodrager is, gaan de verplichtingen
met betrekking tot de betaling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering,
bedoeld in het vijfde lid, over op de laatstgenoemde werkgever.
-7. Indien slechts een deel van een onderneming als bedoeld in het
tweede lid overgaat, vindt het tweede lid toepassing naar rato van het
deel van de loonsom dat het overgegane deel van de onderneming deel
uitmaakte van de gehele onderneming in het kalenderjaar voorafgaande aan
dat van overgang, doch blijft de betaling van een
arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in het derde lid berusten
bij het Landelijk instituut sociale verzekeringen. Het Landelijk
instituut sociale verzekeringen verhaalt op de eigenrisicodrager de door
hem op grond van de eerste zin verschuldigde
arbeidsongeschiktheidsuitkering, alsmede de op grond van enige wet over
deze uitkering verschuldigde premies die niet op deze uitkering in
mindering kunnen worden gebracht.
-8. Indien slechts een deel van een onderneming als bedoeld in het
vierde en zesde lid overgaat, blijft het risico van de betaling van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in het vierde en zesde lid,
berusten bij de werkgever die een deel van de onderneming overdraagt.
Art. 75c.
[MvT]
-1. De eigenrisicodrager is over het loon van de tot hem in
dienstbetrekking staande werknemers de gedifferentieerde premie, bedoeld
in artikel 78, eerste lid, en over de door
hem te betalen arbeidsongeschiktheidsuitkeringen de vervangende premie,
bedoeld in artikel 78, zevende lid, niet
verschuldigd.
-2. De startende werkgever, bedoeld in artikel 75,
zesde lid, is in afwachting van de door het Landelijk instituut sociale
verzekeringen te verlenen toestemming, bedoeld in artikel 75,
eerste lid, over het loon van de tot hem in dienstbetrekking staande
werknemers de gedifferentieerde premie, bedoeld in
artikel 78, eerste lid, niet verschuldigd.
-3. De eigenrisicodrager die ter dekking van het risico, bedoeld in artikel 75a,
eerste lid, een verzekering heeft afgesloten, mag de door hem ter zake
van die verzekering verschuldigde premie niet verhalen op de werknemer.
Elk beding waarbij van de eerste zin wordt afgeweken, is nietig.
Art. 75d.
[MvT]
-1. De eigenrisicodrager is niet verplicht tot het doen van de aangifte
van ongeschiktheid tot werken, bedoeld in artikel 38
van de
Ziektewet.
-2. De eigenrisicodrager doet, uiterlijk acht maanden nadat de
ongeschiktheid tot werken van een werknemer voor wie hij het risico,
bedoeld in artikel 75a, eerste lid,
draagt, zijn verstreken, aangifte van die ongeschiktheid bij het Landelijk instituut sociale
verzekeringen. De werkgever geeft daarbij de eerste dag van de
ongeschiktheid tot werken op. Voor het bepalen van het tijdvak van acht
maanden worden tijdvakken van ongeschiktheid tot werken samengeteld
indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken
opvolgen.
-3. Onverminderd het tweede lid doet de eigenrisicodrager aangifte van
de ongeschiktheid tot werken van een werknemer voor wie hij het in
artikel 75a, eerste lid, bedoelde risico draagt, op de
laatste werkdag voordat de dienstbetrekking eindigt.
Art. 75e.
-1. De eigenrisicodrager stelt, uiterlijk dertien weken na het ontstaan
van de ongeschiktheid tot werken van de werknemer voor wie hij het
risico, bedoeld in artikel 75a,
eerste lid, draagt, een reïntegratieplan op als bedoeld in
artikel 71a. Hij behoeft dit plan
niet aan Landelijk instituut sociale
verzekeringen over te leggen. Artikel 71a,
tweede tot en met zevende lid, is ten aanzien van die werkgever niet van
toepassing.
-2. Het reïntegratieplan, bedoeld in het eerste lid, wordt door het
Landelijk instituut sociale verzekeringen opgesteld:
a. op verzoek van de eigenrisicodrager; of
b. op verzoek van de werknemer voor wie het risico, bedoeld in artikel 75a,
eerste lid, wordt gedragen, indien de eigenrisicodrager geen
reïntegratieplan heeft opgesteld of een reïntegratieplan heeft
opgesteld dat niet aan de op grond van het vierde lid gestelde
minimumeisen voldoet.
-3. Indien de werknemer voor wie het risico, bedoeld in artikel 75a,
eerste lid, wordt gedragen, weigert mee te werken aan een geneeskundige
behandeling of aan zijn genezing, of aan een voorziening tot behoud,
herstel of ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid, of anderszins
weigert mee te werken aan zijn herintreding in het arbeidsproces, kan de
werkgever het Landelijk instituut sociale verzekeringen verzoeken
toepassing te geven aan
artikel 21, vierde lid, 24, 25
of
28.
-4. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen stelt minimumeisen ten
aanzien van de begeleiding van de werknemer, bedoeld in
artikel 75a, eerste lid, door de
eigenrisicodrager gericht op het herstel van de arbeidsgeschiktheid,
teneinde de herintreding van die werknemer in het arbeidsproces te
bevorderen.
-5. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen stelt drie jaar nadat
de arbeidsongeschiktheidsuitkering van de werknemer, bedoeld in artikel 75a,
eerste lid, is ingegaan, vast of de werkgever de in het vierde lid
bedoelde minimumeisen heeft nageleefd. Indien de werkgever deze eisen
zonder deugdelijke grond niet of niet naar behoren heeft nageleefd, legt
het Landelijk instituut sociale verzekeringen hem een boete op van ƒ25
000,00. De artikelen 29a, derde,
vierde en zesde lid,
29b, 29c, 29e,
eerste lid, eerste volzin, en tweede lid, en 29g,
eerste, vijfde, zevende, negende en tiende lid, zijn van overeenkomstige
toepassing.
Art. 75f.
-1. Het Landelijk instituut sociale
verzekeringen brengt bij de eigenrisicodrager de kosten in rekening
ter zake van:
a. de beoordeling van de aanvraag, bedoeld in artikel
75, eerste lid;
b. de betaling van de uitkering door het Landelijk instituut
sociale verzekeringen en het verhaal op de eigenrisicodrager, bedoeld in artikel 75a,
vierde lid;
c. het opstellen van het reïntegratieplan, bedoeld in artikel 75e,
tweede lid.
-2. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen vergoedt aan de
eigenrisicodrager op aanvraag de schade die deze lijdt door toepassing
van artikel 36b, eerste lid.
-3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot het eerste lid.
Art. 75g.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere en zo nodig afwijkende
regels worden gesteld met betrekking tot dit hoofdstuk.
CC.
[MvT]
Hoofdstuk IV wordt vervangen door:
HOOFDSTUK IV. Financiering
§ 1. Middelen tot
dekking van de uitgaven
Art. 76.
[MvT
+
bis]
-1. De middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van het
Arbeidsongeschiktheidsfonds, alsmede de middelen benodigd voor het
vormen en in stand houden van een reserve in het
Arbeidsongeschiktheidsfonds, worden verkregen door het heffen van de in
artikel 76a, onderdeel a, bedoelde basispremie.
-2. De middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van de
Arbeidsongeschiktheidskas, alsmede de middelen benodigd voor het vormen
en in stand houden van een reserve in de Arbeidsongeschiktheidskas,
worden verkregen door het heffen van de in artikel 76a,
onderdeel
b, bedoelde gedifferentieerde premie.
-3. Onze Minister stelt regels omtrent de
vorming en instandhouding van de reserve in het
Arbeidsongeschiktheidsfonds en in de Arbeidsongeschiktheidskas alsmede
omtrent de belegging van de middelen.
Art. 76a.
[MvT
+
bis]
De premie die door de werkgever verschuldigd is, bestaat uit:
a. een basispremie waarop de artikelen 76b,
77, 77a,
77b, 77c, 77d
en 77e van toepassing zijn;
b. een gedifferentieerde premie waarop de artikelen 76b
en
78 van toepassing zijn.
Art. 76b.
[MvT
+
bis]
-1. De werkgever betaalt de basispremie en de gedifferentieerde premie
aan het Landelijk instituut sociale
verzekeringen.
-2. De werkgever mag de door hem verschuldigde premie niet verhalen op
de werknemer. Elk beding waarbij van de eerste zin wordt afgeweken, is
nietig.
Art. 76c.
[MvT
+
bis]
Ten gunste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds komen:
a. de gelden die het Landelijk instituut sociale
verzekeringen ontvangt door het heffen van de basispremie, bedoeld
in
artikel
77;
b. de gelden die het Landelijk instituut sociale verzekeringen
ontvangt door toepassing van artikel 29a;
c. de gelden die het Landelijk instituut sociale verzekeringen
ontvangt door toepassing van artikel 75f,
eerste lid;
d. de gelden die de het Landelijk instituut sociale verzekeringen
met toepassing van verhaal als bedoeld in artikel 90
ontvangt in verband met uitkeringen als bedoeld in artikel 76d,
eerste lid, onderdeel a;
e. de gelden die het Landelijk instituut sociale verzekeringen
ontvangt door toepassing van artikel 46 in
verband met uitkeringen als bedoeld in artikel 76d,
eerste lid, onderdeel
a;
f. de gelden die het Landelijk instituut sociale verzekeringen
ontvangt door toepassing van artikel 57 in
verband met uitkeringen als bedoeld in artikel 76d,
eerste lid, onderdeel
a;
g. de gelden die het Landelijk instituut sociale verzekeringen
ontvangt door toepassing van artikel XIV
van de Wet afschaffing malus en bevordering
reïntegratie.
Art. 76d.
[MvT
+
bis]
-1. Ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds komen, met
inachtneming van artikel 76f
en artikel
76g:
a. de door het Landelijk instituut sociale
verzekeringen te betalen arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, alsmede
de op grond van enige wet over deze uitkeringen door het Landelijk
instituut sociale verzekeringen verschuldigde premies die niet op deze
uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht;
b. de kosten die zijn verbonden aan de uitvoering van deze wet;
c. de in artikel 60
bedoelde loonsuppletie die wordt toegekend aan personen die op grond van
deze wet recht hebben op een arbeidsongeschiktheidsuitkering;
d. de in artikel 62
bedoelde loonkostensubsidie die wordt toegekend aan werkgevers die een
privaatrechtelijke dienstbetrekking of daarmee gelijkgestelde
arbeidsverhouding zijn aangegaan met een persoon die op grond van deze
wet recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering;
e. de in artikel 64
bedoelde kosten van opleiding of scholing van een persoon die op grond
van deze wet recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering;
f. de in artikel XIII van de Wet
afschaffing malus en bevordering reïntegratie bedoelde
bonusuitkeringen;
g. de gelden die door toepassing van artikel 79
worden overgeheveld naar de Arbeidsongeschiktheidskas;
h. de schade, bedoeld in
artikel 75f, tweede lid, die wordt vergoed aan een
eigenrisicodrager;
i. het gezamenlijke bedrag van de
arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en de vakantie-uitkeringen die niet
zijn uitbetaald wegens het genieten van loon als bedoeld in artikel 44,
derde lid, en dat op grond van
artikel 44, vierde lid, wordt afgedragen
aan ’s Rijks kas, vermeerderd met het bedrag aan premies dat het
Landelijk instituut sociale verzekeringen bij wel-uitbetaling daarover
op grond van enige wet verschuldigd zou zijn en dat niet op de
uitkeringen in mindering kan worden gebracht.
-2. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen bezigt de middelen die
zijn gereserveerd ten behoeve van het Arbeidsongeschiktheidsfonds niet
tot bestrijding van uitgaven ten laste van het
Arbeidsongeschiktheidsfonds dan met toestemming van Onze Minister.
Art. 76e.
[MvT
+
bis]
Ten gunste van de Arbeidsongeschiktheidskas komen:
a. de gelden die het Landelijk instituut sociale
verzekeringen ontvangt door het heffen van de gedifferentieerde
premie, bedoeld in artikel 78, eerste lid,
en de vervangende premie, bedoeld in artikel 78,
zevende lid;
b. de gelden die het Landelijk instituut sociale verzekeringen
ontvangt met toepassing van
artikel 46, in verband met uitkeringen als bedoeld in artikel 76f,
eerste lid;
c. de gelden die het Landelijk instituut sociale verzekeringen
ontvangt met toepassing van
artikel 57 in verband met uitkeringen als bedoeld in artikel 76f,
eerste lid;
d. de gelden die het Landelijk instituut sociale verzekeringen
ontvangt met toepassing van verhaal als bedoeld in artikel 75a,
vierde lid, en
artikel 75b, vijfde lid en zevende
lid;
e. de gelden die het Landelijk instituut sociale verzekeringen
ontvangt door toepassing van
artikel 78a;
f. de gelden die door toepassing van artikel 79
worden overgeheveld uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds;
g. de gelden die het Landelijk instituut sociale verzekeringen
ontvangt met toepassing van verhaal als bedoeld in artikel 90
in verband met uitkeringen als bedoeld in artikel 76f,
eerste lid.
Art. 76f.
[MvT
+
bis]
-1. Ten laste van de Arbeidsongeschiktheidskas komen gedurende de
periode van vijf jaar te rekenen vanaf de dag waarop een
arbeidsongeschiktheidsuitkering is ingegaan:
a. de door het Landelijk instituut sociale
verzekeringen te betalen arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, alsmede
de op grond van enige wet over deze uitkeringen door het Landelijk
instituut sociale verzekeringen verschuldigde premies die niet op deze
uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht;
b. het gezamenlijke bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen
en de vakantie-uitkeringen die in de in de aanhef bedoelde periode niet
zijn uitbetaald wegens het genieten van loon als bedoeld in artikel
44, derde lid, en dat op grond van artikel 44,
vierde lid, wordt afgedragen aan ’s Rijks kas, vermeerderd met het
bedrag aan premies dat het Landelijk instituut sociale verzekeringen bij
wel-uitbetaling daarover op grond van enige wet verschuldigd zou zijn en
dat niet op de uitkeringen in mindering kan worden gebracht.
-2. Indien een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend met
toepassing van artikel
43a, eerste lid, onderdeel a, vangt de in het eerste
lid bedoelde periode van vijf jaar aan op de dag waarop de in artikel 43a,
eerste lid, onderdeel
a, bedoelde ingetrokken arbeidsongeschiktheidsuitkering is
ingegaan.
-3. Indien een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend met
toepassing van artikel
43a, eerste lid, onderdeel b, vangt de in het eerste
lid bedoelde periode van vijf jaar aan na het verstrijken van de in artikel
43, eerste lid, onderdeel
b, bedoelde wachttijd van 52 weken.
-4. Het eerste lid is niet van toepassing:
a. indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend in
aansluiting op een voordien op grond van de
Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten toegekende uitkering;
b. indien als gevolg van het intreden van de arbeidsongeschiktheid
tevens recht bestaat op toekenning van een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 20
van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of artikel
19 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten;
c. indien het een arbeidsongeschiktheidsuitkering betreft die op
grond van artikel
71, eerste lid, door het Landelijk instituut sociale verzekeringen
wordt betaald en op grond van artikel 71,
derde lid, niet op een eigenrisicodrager wordt verhaald;
d. indien het een arbeidsongeschiktheidsuitkering betreft die op
grond van artikel 75a, vierde lid,
door het Landelijk instituut sociale verzekeringen wordt betaald en niet
kan worden verhaald op een kredietinstelling of verzekeraar als bedoeld
in artikel 75.
-5. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen bezigt de middelen die
zijn gereserveerd ten behoeve van de Arbeidsongeschiktheidskas niet tot
bestrijding van uitgaven ten laste van de Arbeidsongeschiktheidskas dan
met toestemming van Onze Minister.
-6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere en zo nodig
afwijkende regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
Art. 76g.
[MvT
+
bis]
De gelden gemoeid met de in artikel 76d,
eerste lid, onderdeel c, d en e, bedoelde
reïntegratiemaatregelen die ten laste kunnen worden gebracht van het
Arbeidsongeschiktheidsfonds, worden per kalenderjaar, per
reïntegratiemaatregel en per sector door het
Landelijk instituut sociale
verzekeringen, gemaximeerd.
Art. 76h. Vervallen.
[MvT
+
bis]
§ 2. De basispremie
Art. 77.
[MvT
+
bis]
-1. De basispremie wordt door het Landelijk instituut sociale
verzekeringen geheven in een overeenkomstig dit artikel vastgesteld
percentage van het loon dat, in het tijdvak waarover de betaling loopt,
is genoten door de werknemer.
-2. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen stelt voor de
berekening van de basispremie, onder goedkeuring van Onze Minister,
een voor alle takken van bedrijf en beroep gelijk percentage vast,
alsmede de periode waarvoor dit percentage zal gelden.
-3. Indien Onze Minister zijn goedkeuring onthoudt aan een door het
Landelijk instituut sociale verzekeringen op grond van het tweede lid
vastgesteld percentage of vastgestelde periode, stelt hij het percentage
of de periode vast.
Art. 77a.
[MvT
+
bis]
-1. Indien een herziening van het in artikel 77
bedoelde percentage ingaat op een ander tijdstip dan met ingang van 1
januari, gaat het
Landelijk instituut sociale
verzekeringen bij de berekening en de inning van de premie uit van
een, onder goedkeuring van Onze Minister,
voor alle takken van bedrijf en beroep vast te stellen gemiddeld
percentage dat zal gelden voor het gehele kalenderjaar.
-2. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen kan, in afwijking van
het eerste lid, in bijzondere gevallen, onder goedkeuring van Onze
Minister, voor één of meer sectoren uitgaan van de percentages,
bedoeld in artikel
77.
Art. 77b.
[MvT
+
bis]
-1. De basispremie is niet verschuldigd over het loon van gehandicapte
werknemers als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet
arbeid gehandicapte werknemers indien het totaalbedrag van de loonsom
van deze werknemers die tot de werkgever in dienstbetrekking staan in
een kalenderjaar en de som van de aan hen in dat kalenderjaar verstrekte
arbeidsongeschiktheidsuitkeringen ten minste gelijk is aan 5 procent van
de loonsom van de werkgever in dat kalenderjaar.
-2. Indien het eerste lid toepassing vindt, kent het Landelijk instituut sociale
verzekeringen voorts een korting toe op de door de werkgever in het
in het eerste lid bedoelde kalenderjaar verschuldigde basispremie, die
gelijk is aan een percentage van het premieplichtige loon van de
werkgever in dat kalenderjaar, doch ten hoogste tot een bedrag dat
gelijk is aan een percentage van vijftienmaal het gemiddelde
premieplichtige loon per werknemer in dat kalenderjaar. Bij de
vaststelling van het in de eerste zin bedoelde premieplichtige loon van
de werkgever blijft het bedrag aan loon van de gehandicapte werknemers,
bedoeld in het eerste lid, buiten beschouwing.
-3. Het eerste lid is niet van toepassing indien het loon wordt
verkregen uit een dienstbetrekking op grond van de Wet Sociale
Werkvoorziening.
Art. 77c.
[MvT
+
bis]
-1. Het Landelijk instituut sociale
verzekeringen kent aan de werkgever die één of meer opdrachten
verleent aan een bedrijf waar arbeid wordt verricht onder aangepaste
omstandigheden als bedoeld in de Wet Sociale Werkvoorziening, een
korting toe op de door de werkgever verschuldigde basispremie indien
twee derde van de netto toegevoegde waarde die met de opdrachten is
gemoeid ten minste gelijk is aan 5 procent van de loonsom van de
werkgever in het kalenderjaar waarin de opdrachten zijn verleend.
-2. De korting, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan een percentage
van twee derde van de netto toegevoegde waarde, bedoeld in het eerste
lid, welk percentage gelijk is aan het premiepercentage, bedoeld in artikel 77.
-3. Indien het eerste lid toepassing vindt, kent het Landelijk instituut
sociale verzekeringen voorts een korting toe op de door de werkgever in
het in het eerste lid bedoelde kalenderjaar verschuldigde basispremie,
die gelijk is aan een percentage van het premieplichtige loon van de
werkgever in dat kalenderjaar, doch ten hoogste tot een bedrag dat
gelijk is aan een percentage van vijftienmaal het gemiddelde
premieplichtige loon per werknemer in dat kalenderjaar.
Art. 77d.
[MvT
+
bis]
Onverminderd de artikelen 77b en 77c
is de werkgever die één of meer opdrachten verleent aan een bedrijf
waar arbeid wordt verricht onder aangepaste omstandigheden als bedoeld
in de Wet Sociale Werkvoorziening, de basispremie niet verschuldigd over
het loon van de tot hem in dienstbetrekking staande gehandicapte
werknemers, bedoeld in artikel 77b,
en wordt door het Landelijk instituut sociale
verzekeringen een korting toegekend op de door hem verschuldigde
basispremie overeenkomstig artikel 77b,
tweede lid, en
artikel 77c, tweede en derde lid,
indien de som van twee derde van de netto toegevoegde waarde, bedoeld in artikel 77c,
eerste lid, en het totaalbedrag, bedoeld in
artikel 77b, eerste lid, ten minste gelijk is aan 5 procent
van de loonsom van de werkgever in het kalenderjaar waarin de opdracht
is verleend.
Art. 77e.
[MvT]
-1. Het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer, bedoeld in artikel 77b
en artikel
77c, wordt vastgesteld door het Landelijk instituut sociale
verzekeringen.
-2. De in artikel 77b, tweede lid,
en artikel 77c, derde lid, bedoelde
percentages worden bij ministeriële regeling vastgesteld.
-3. Met betrekking tot de
artikelen 77b, 77c en 77d
kunnen bij algemene maatregel van bestuur nadere en zo nodig afwijkende
regels worden gesteld.
§ 3. De
gedifferentieerde premie
Art. 78.
[MvT
+
bis]
-1. De gedifferentieerde premie wordt door het Landelijk instituut sociale
verzekeringen geheven in een overeenkomstig dit artikel vastgesteld
percentage van het loon dat, in het tijdvak waarover de betaling loopt,
is genoten door de werknemer.
-2. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen stelt, onder
goedkeuring van Onze Minister:
a. voor de berekening van de gedifferentieerde premie een voor alle
takken van bedrijf en beroep gelijk rekenpercentage vast, alsmede de
periode waarover dit percentage zal gelden;
b. voor de berekening van het rekenpercentage, bedoeld in onderdeel a,
een voor alle takken van bedrijf en beroep gelijk gemiddeld percentage
vast, alsmede de periode waarover dit percentage zal gelden.
-3. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen stelt elk jaar met
ingang van 1 januari voor elke werkgever een opslag of korting vast
waarmee voor die werkgever het in het tweede lid, onderdeel a,
bedoelde percentage wordt verhoogd respectievelijk verlaagd. Indien een
werkgever met toepassing van artikel 52
van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997
is aangesloten bij meer dan één sector, worden de in de eerste zin
bedoelde opslag en korting afzonderlijk vastgesteld voor elk
bedrijfsonderdeel van de werkgever waar werkzaamheden worden verricht
die behoren tot een afzonderlijke sector.
-4. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen stelt in geval van
overgang van een onderneming in de zin van artikel 662 van Boek 7 van
het Burgerlijk Wetboek, alsmede in geval van een dergelijke overgang
bij faillissement, de vastgestelde opslag of korting, bedoeld in het
derde lid, opnieuw vast voor de werkgever die een onderneming of een
deel daarvan verkrijgt en voor de werkgever die een deel van zijn
onderneming overdraagt.
-5. De verhoging en verlaging van de gedifferentieerde premie bedraagt
op verzoek van een kleine werkgever als bedoeld in de algemene maatregel
van bestuur, bedoeld in het zesde lid, per kalenderjaar maximaal één
procentpunt. Een verzoek als bedoeld in de eerste zin wordt ten minste
dertien weken vóór de aanvang van enig kalenderjaar ingediend. De
maximering, bedoeld in de eerste zin, eindigt op het moment dat de
kleine werkgever de minimumpremie bedoeld in de algemene maatregel van
bestuur, bedoeld in het zesde lid, weer verschuldigd is.
-6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels
gesteld:
a. omtrent de wijze waarop het rekenpercentage, bedoeld in het
tweede lid, onderdeel a, en het gemiddelde percentage, bedoeld in
het tweede lid, onderdeel b, worden vastgesteld;
b. omtrent de wijze waarop de in het derde of vierde lid bedoelde
opslag of korting door het Landelijk instituut sociale verzekeringen op
basis van het arbeidsongeschiktheidsrisico wordt berekend;
c. omtrent de percentages die op grond van dit artikel ten hoogste
aan een werkgever in rekening mogen worden gebracht en omtrent de
percentages die op grond van dit artikel ten minste aan een werkgever in
rekening moeten worden gebracht.
-7. In afwijking van het eerste lid wordt over een uitkering op grond
van deze wet, de
Ziektewet, de Werkloosheidswet, over een
toeslag op grond van de
Toeslagenwet en over het loon uit een
dienstbetrekking op grond van de Wet Sociale Werkvoorziening in plaats
van een gedifferentieerde premie een vervangende premie vastgesteld. Het
percentage van de vervangende premie is gelijk aan het percentage,
bedoeld in het tweede lid, onderdeel a.
-8. Behalve voor degene die loon ontvangt uit een dienstbetrekking op
grond van de Wet Sociale Werkvoorziening wordt het zevende lid niet
toegepast ingeval het Landelijk instituut sociale verzekeringen de
uitkering, vermeerderd met de daarover door de werkgever verschuldigde
premies, betaalt aan de werkgever, bedoeld in
artikel 8, 9 of 11
van deze wet en in
artikel 9, 10 of 12
van de Werkloosheidswet
en de
Ziektewet, onafhankelijk van het voortbestaan van de
dienstbetrekking met die werkgever.
-9. Indien Onze Minister zijn goedkeuring onthoudt aan een door het
Landelijk instituut sociale verzekeringen op grond van tweede lid,
onderdeel a of onderdeel b, vastgesteld percentage of
vastgestelde periode, stelt hij het percentage of de periode vast.
-10. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere en zo
nodig afwijkende regels worden gesteld met betrekking tot het vijfde
lid.
Art. 78a.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld:
a. omtrent de vaststelling van het bedrag dat een werkgever als
bedoeld in artikel
78, vijfde lid, aan het Landelijk instituut sociale
verzekeringen verschuldigd is indien hij eigenrisicodrager wordt
voordat hij de in dat artikellid bedoelde minimumpremie weer
verschuldigd is;
b. omtrent de vaststelling van het bedrag dat een werkgever aan
wie op grond van artikel
78, zesde lid, onderdeel c, het hoogste percentage in
rekening wordt gebracht, aan het Landelijk instituut sociale
verzekeringen verschuldigd is indien hij eigenrisicodrager wordt voordat
het in dat artikelonderdeel bedoelde laagste percentage bij hem in
rekening wordt gebracht.
Art. 79.
[MvT
+
bis]
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent
de overheveling van gelden uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds naar de
Arbeidsongeschiktheidskas.
DD.
[MvT]
In artikel 84 wordt het derde lid
vervangen door:
-3. De premie bedraagt een door het Landelijk instituut sociale
verzekeringen te bepalen percentage van het in het eerste lid
bedoelde dagloon, met dien verstande dat de premie niet meer bedraagt
dan de in artikel 76a bedoelde
basispremie, vermeerderd met een premieopslag die wordt berekend op
grond van het in artikel
78, tweede lid, onderdeel a, bedoelde percentage.
EE.
[MvT]
Artikel 84a vervalt.
FF.
[MvT]
Hoofdstuk VII wordt vervangen door:
HOOFDSTUK VII. Bepalingen in verband met de Algemene
wet bestuursrecht
§ 1. Algemeen
Art. 87.
[MvT]
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot de termijn waarbinnen een beschikking op aanvraag
ingevolge deze wet dient te worden gegeven. Deze algemene maatregel van
bestuur vervalt op 1 januari 1999.
Art. 87a.
[MvT]
In afwijking van artikel
7:2 van de Algemene wet bestuursrecht
wordt de belanghebbende in een bezwaarschriftprocedure ten aanzien van
een besluit inzake de premie die verschuldigd is op grond van deze wet
op zijn verzoek gehoord.
Art. 87b.
[MvT]
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten
aanzien van de behandeling van bezwaarschriften tegen besluiten waaraan
een medische of arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt.
Art. 87c.
In afwijking van artikel 7:10, eerste
lid, van de
Algemene wet bestuursrecht beslist het Landelijk instituut sociale
verzekeringen binnen dertien weken na ontvangst van het
bezwaarschrift.
Art. 87d.
Indien bezwaar wordt gemaakt tegen een besluit waaraan een medische of
arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt, beslist het Landelijk instituut sociale
verzekeringen, in afwijking van artikel 7:10,
eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht,
binnen zeventien weken of, indien het advies vraagt aan een deskundige
die niet onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam is, binnen
eenentwintig weken na ontvangst van het bezwaarschrift.
Art. 87e.
Het bezwaar of beroep van een werkgever tegen de in artikel 75a,
vierde lid, bedoelde betaling dan wel tegen de in artikel 78,
derde of vierde lid, bedoelde opslag of korting kan niet zijn gegrond op
de grief dat de arbeidsongeschiktheidsuitkering ten onrechte of tot een
te hoog bedrag is vastgesteld.
§ 2. Medische
besluiten
Art. 88.
[MvT]
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
a. medisch besluit: een besluit waaraan een beoordeling van
medische gegevens ten grondslag ligt;
b. werknemer: degene op wiens medische gegevens de beoordeling
betrekking heeft;
c. de werkgever: de belanghebbende bij een medisch besluit, die
niet de werknemer is.
Art. 88a.
[MvT]
-1. De werkgever heeft slechts recht op inzage in, dan wel kennisname of
toezending van enig stuk dat medische gegevens bevat, indien de
werknemer hiervoor toestemming heeft gegeven.
-2. De toestemming wordt schriftelijk gegeven.
-3. De toestemming kan te allen tijde schriftelijk worden ingetrokken.
-4. Tijdens het horen in bezwaar of ter zitting van de rechtbank
kan de toestemming ook mondeling worden ingetrokken.
Art. 88b.
De artikelen 88c en 88d
zijn, voor zover nodig in afwijking van de Algemene wet
bestuursrecht, van toepassing indien de in artikel
88a bedoelde toestemming niet is gegeven.
Art. 88c.
[MvT]
-1. Inzage in dan wel kennisname of toezending van enig stuk dat
medische gegevens bevat, is voorbehouden aan een gemachtigde van de
werkgever, die arts is.
-2. De gemachtigde, die arts is, treedt in de plaats van de werkgever
bij:
a. de voorbereiding van een medisch besluit;
b. het opstellen van een bezwaar- of beroepschrift; en
c. de behandeling van een bezwaar of beroep, voor zover betrekking
hebbend op medische gegevens.
Art. 88d.
[MvT]
-1. Het Landelijk instituut sociale
verzekeringen vermeldt de motivering van een medisch besluit, voor
zover betrekking hebbend op medische gegevens, op een aparte bijlage.
-2. De bijlage wordt niet aan de werkgever verstrekt.
-3. Desgevraagd wordt de bijlage verstrekt aan de gemachtigde van de
werkgever, die arts is.
-4. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een
rapport of een advies van een arts of een psycholoog waarnaar bij de
motivering van een medisch besluit wordt verwezen.
Art. 88e.
[MvT]
Bij de bekendmaking van een medisch besluit wordt gewezen op de artikelen 88a tot en met
88d en 88f.
Art. 88f.
[MvT]
In afwijking van artikel
6:5 van de Algemene wet bestuursrecht
worden de gronden van het bezwaar en beroep die betrekking hebben op
medische gegevens, op een aparte bijlage vermeld.
Art. 88g.
[MvT]
De artikelen 7:4, zesde lid, 8:29
en 8:32, tweede lid, van de
Algemene wet bestuursrecht zijn niet van
toepassing op stukken of inlichtingen die medische gegevens bevatten.
Art. 88h.
[MvT]
-1. In afwijking van
artikel 8:62 van de Algemene wet bestuursrecht
vindt het onderzoek ter zitting, voor zover betrekking hebbend op
medische gegevens, met gesloten deuren plaats.
-2. In de uitnodiging als bedoeld in artikel 8:56
van de Algemene wet bestuursrecht
wordt mededeling gedaan van het bepaalde in het vorige lid.
Art. 88i.
[MvT]
De toepassing van de
artikelen 8:81 tot en met 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht,
alsmede de behandeling van het hoger beroep als bedoeld in artikel 18
van de Beroepswet, geschiedt voor zover nodig
met inachtneming van deze paragraaf.
GG.
[MvT]
Artikel 90 wordt als
volgt gewijzigd:
1º. In het eerste lid
vervalt de tweede zin.
2º. Toegevoegd wordt een
derde lid, luidende:
-3. De eigenrisicodrager
treedt voor de toepassing van het eerste en het tweede lid in de plaats
van het Landelijk instituut sociale
verzekeringen voor zover hij het risico van de betaling van arbeidsongeschiktheidsuitkering draagt.
HOOFDSTUK
2
Overgangs-
en slotbepalingen
Art. II.
[Uitbreiding begripsbepalingen]
[Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb. 1997, 768; Stb.
1997, 794]
-1. Onder de uitkeringen, bedoeld in
artikel 76d, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, worden mede verstaan:
a. de op grond van artikel
13,
eerste of tweede lid, eerste volzin, van de Wet overheidspersoneel
onder de werknemersverzekeringen toegekende uitkeringen;
b. de op grond van artikel
13,
tweede lid, tweede volzin, van de Wet overheidspersoneel
onder de werknemersverzekeringen bij wijze van voorschot toegekende uitkeringen;
c. de op grond van artikel
23,
eerste lid, van de Wet overheidspersoneel
onder de werknemersverzekeringen toegekende uitkeringen.
-2. Onder de uitvoeringskosten, bedoeld in
artikel 76d, eerste lid, onderdeel b, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
worden mede verstaan de kosten die zijn verbonden aan de uitvoering van
de artikelen 13, eerste en tweede lid, en 23, eerste lid, van de Wet overheidspersoneel
onder de werknemersverzekeringen.
-3. Onder de loonsuppletie, bedoeld in
artikel 76d, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, wordt mede verstaan de in artikel
20, tweede lid, van de Wet overheidspersoneel
onder de werknemersverzekeringen of artikel
28, tweede lid, van die wet bedoelde
loonsuppletie.
-4. Onder de loonkostensubsidie, bedoeld
in
artikel 76d, eerste lid, onderdeel
d, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
wordt mede verstaan de in artikel 20, tweede lid, van de Wet overheidspersoneel
onder de werknemersverzekeringen of artikel
28,
tweede lid, van die wet bedoelde loonkostensubsidie.
-5. Onder de kosten van opleiding of
scholing, bedoeld in
artikel 76d, eerste lid, onderdeel
e, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
worden mede verstaan de kosten van een opleiding of scholing als bedoeld
in artikel 20, tweede lid, van de Wet overheidspersoneel
onder de werknemersverzekeringen of artikel
28, tweede lid, van die wet.
-6. Onder de voorzieningen, bedoeld in
artikel 76d, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, worden mede verstaan de in
artikel 20, tweede lid, van de Wet overheidspersoneel
onder de werknemersverzekeringen of artikel
28, tweede lid, van die wet
bedoelde
voorzieningen.
-7. Onder de vergoedingen, bedoeld in
artikel 76d, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, worden mede verstaan de in
artikel 20, tweede lid, van de Wet overheidspersoneel
onder de werknemersverzekeringen of artikel
28, tweede lid, van die wet
bedoelde
vergoedingen.
-8. Onder de toelagen en vergoedingen,
bedoeld in
artikel 76d, eerste lid, onderdeel h, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, worden mede verstaan de in
artikel 20, tweede lid, van de Wet overheidspersoneel
onder de werknemersverzekeringen of artikel
28, tweede lid, van die wet
bedoelde
toelagen en vergoedingen.
Art.
III. Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb. 1997, 768]
Art.
IV. Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb. 1997, 768]
Art.
V. Vervallen.
[Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb. 1997, 768; Stb.
1997, 794]
Art.
VI. Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb. 1997, 768]
Art. VII.
[Begripsbepaling door eigenrisicodrager te betalen
arbeidsongeschiktheidsuitkering | Begripsbepaling overgang onderneming] [Geschiedenis:
MvT; versie 24 april 1997;
Stb. 1997, 768; Stb.
1997, 794; Stb.
2005, 37]
-1. Onder uitkeringen als bedoeld in artikel
75b en in artikel 76f van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals deze artikelen luidden op de dag
voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van de desbetreffende
bepalingen van de Invoeringswet Wet financiering sociale
verzekeringen, worden
uitsluitend verstaan de uitkeringen die zijn ingegaan op of na de dag
van inwerkingtreding van deze wet.
-2. Onder overgang van een onderneming als bedoeld in
artikel 78, vierde lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals dit
artikel luidde op de dag
voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van de desbetreffende
bepalingen van de Invoeringswet Wet financiering sociale verzekeringen, wordt uitsluitend verstaan de overgang van een onderneming die heeft
plaatsgevonden op of na de dag van inwerkingtreding van deze wet.
Art. VIIa.
[Wijziging WAO i.v.m. aanvang fase 1 OOW] [Geschiedenis:
Stb. 1997, 794]
Met ingang van het
tijdstip van aanvang van fase 1 van de Wet overheidspersoneel
onder de werknemersverzekeringen wordt aan artikel
78, zevende lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering een derde en vierde zin
toegevoegd, luidende:
Met een uitkering op
grond van de Werkloosheidswet wordt gelijkgesteld een wachtgeld als bedoeld
in artikel 1, onderdeel r, van de Wet overheidspersoneel
onder de werknemersverzekeringen. De derde zin en deze zin vervallen met
ingang van het tijdstip van aanvang van fase 3 als bedoeld in artikel 54 van
de Wet overheidspersoneel
onder de werknemersverzekeringen.
Art. VIII.
[Citeertitel] [Geschiedenis:
versie 24 april 1997]
Deze wet wordt aangehaald als: Wet premiedifferentiatie en marktwerking
bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen.
Art.
IX. [Inwerkingtreding] [Geschiedenis:
versie 24 april 1997]
-1. De artikelen van deze wet treden in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de
verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden
vastgesteld.¹
-2. In afwijking van het eerste lid treden
van
artikel I, onderdeel FF, de artikelen 87b
en 87d
in werking met ingang van 1 januari 1997. Indien het Staatsblad
waarin deze wet wordt geplaatst, dan wel het Staatsblad
waarin de Invoeringswet
nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen wordt
geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 1996, treden de in de eerste
zin genoemde artikelen in werking met ingang van de eerste dag van de
kalendermaand na zowel de datum van uitgifte van het Staatsblad
waarin deze wet wordt geplaatst als de datum van uitgifte van het Staatsblad
waarin de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde
arbeidsongeschiktheidsregelingen wordt geplaatst.
1. Bij Besluit van 2
september 1997, Stb. 1997, 391, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 januari 1998, met uitzondering van het in
artikel I, onderdeel BB, opgenomen artikel 75
van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, dat in werking treedt met ingang
van 1 oktober 1997, red.
Lasten en
bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage,
24 april 1997
BEATRIX
De Staatssecretaris
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave
Uitgegeven de negenentwintigste
april 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
MEMORIE VAN TOELICHTING
|
|