|
MEMORIE
VAN TOELICHTING
Nadere
regelgeving:
- Besluit gelegenheidsarbeiders sector Agrarisch bedrijf
(vervallen)
- Besluit nadere regelen aanvraag PMA
(vervallen)
Relevante
overige regelgeving:
- Besluit schadebeleid
- Invoeringswet
Wet financiering sociale verzekeringen
- Reglement behandeling bezwaarschriften Lisv 2001
(vervallen)
- Wet
financiering sociale verzekeringen
Inhoudsopgave
PMA
| Hoofdstuk
1 |
Begripsbepalingen |
art.
1 |
| Hoofdstuk
2 |
Vrijstelling
van premies werknemersverzekeringen |
artt.
2 - 6 |
| §
1x |
Vrijstelling van premies |
artt.
2 - 3 |
| §
2x |
Premievrijstelling voor aangewezen categorieën werknemers |
artt.
4 - 5 |
| §
3x |
Herziening beslissing |
art.
6 |
| Hoofdstuk
3 |
Financiering
premievrijstelling voor aangewezen categorieën werknemers |
artt.
7 - 8 |
| Hoofdstuk
4 |
Bezwaar
en beroep |
artt.
9 - 10 |
| Hoofdstuk
5 |
Slotbepalingen |
artt.
11 - 12 |
| xxxxxxxxxxx |
|
xxxxxxxxxx| |
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1994-1995, 1995-1996, 1996-1997, 24 236.
Handelingen II 1996-1997, blz. 223-242, 247-271, 273-291, 309-310.
Kamerstukken I 1996-1997, 24 236 (30, 30a, 30b, 30c).
Handelingen I 1996-1997, blz. 540.
Geschiedenis:
Staatsblad
1997, 85; Staatsblad 1997,
96; Staatsblad 1997, 789;
Staatsblad 1997, 794; Staatsblad 2000,
627; Staatsblad 2001, 625;
Staatsblad 2003, 376; Staatsblad 2003,
544; Staatsblad 2005, 37.
WET van 23 januari 1997, Stb.
1997, 85, houdende een regeling voor vrijstelling van premies
werknemersverzekeringen bij arbeid van zeer korte duur van
uitkeringsgerechtigden en aangewezen categorieën werknemers (Wet
premieregime bij marginale arbeid). Inwerkingtreding: 26 februari
1997.
WIJ BEATRIX, bij de
gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz.
enz. enz.
Allen, die deze zullen
zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het uit het oogpunt van arbeidsmarktbeleid
wenselijk is een vrijstelling van de betaalde premies voor de
werknemersverzekeringen te introduceren bij dienstbetrekkingen van
uitkeringsgerechtigden en bepaalde
categorieën aangewezen werknemers van zeer korte duur;
Zo is het, dat Wij, de
Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal,
hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
HOOFDSTUK
1
Begripsbepalingen
Art. 1.
[Begripsbepalingen] [Geschiedenis:
MvT; versie 23 januari 1997; Stb.
1997, 96; Stb. 1997, 794;
Stb. 2001, 625; Stb.
2003, 376; Stb.
2005, 37]
In deze wet en de
daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. werknemer: de
werknemer bedoeld in paragraaf 2
van respectievelijk hoofdstuk I van de
Werkloosheidswet en de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering en van de eerste afdeling van de Ziektewet;
b. werkgever: de
natuurlijke persoon tot wie, of het lichaam tot welk, één of meer natuurlijke
personen in dienstbetrekking staan in de zin van de Ziektewet, van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en van de Werkloosheidswet;
c. premies
werknemersverzekeringen: de premies die werkgevers en werknemers verschuldigd zijn
ingevolge de Ziekenfondswet, de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering
en de
Werkloosheidswet;
d.
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen: het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,
genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;
e. Algemeen
Werkloosheidsfonds: het fonds, genoemd in artikel 103 van de Werkloosheidswet;
f.
uitkeringsgerechtigde: degene wiens inkomen uit en in verband met
arbeid in het bedrijfs- en
beroepsleven onmiddellijk voorafgaande aan de aanvang van de
dienstbetrekking waarop deze wet betrekking heeft
uitsluitend bestaat uit een
uitkering ingevolge de Wet werk en bijstand, de
Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers,
de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen, de Werkloosheidswet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen, de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de
Toeslagenwet of uit een uitkering ingevolge vergelijkbare regelingen dan wel uit een combinatie van deze
uitkeringen en die bij de Centrale organisatie
werk en inkomen als werkzoekende is geregistreerd.
HOOFDSTUK
2
Vrijstelling
van premies werknemersverzekeringen
§
1. Vrijstelling van premies
Art. 2.
[Voorwaarden premievrijstelling marginale arbeid]
[Geschiedenis:
MvT; versie 23 januari 1997; Stb.
1997, 96; Stb. 2001,
625; Stb. 2003, 544;
Stb.
2005, 37]
-1. Op aanvraag van een
werkgever verleent het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ter zake
van een dienstbetrekking tussen deze werkgever en een uitkeringsgerechtigde vrijstelling van de verplichting tot het
betalen van de door de
werkgever en die uitkeringsgerechtigde verschuldigde premies werknemersverzekeringen.
-2. De vrijstelling
wordt verleend, indien:
a. de dienstbetrekking
ten hoogste zes aaneengesloten weken duurt; en
b. de werkgever in het
kalenderjaar niet eerder een dienstbetrekking met die
uitkeringsgerechtigde is aangegaan; en
c. voor een
dienstbetrekking van die uitkeringsgerechtigde in het kalenderjaar niet eerder
vrijstelling is verleend.
-3. Voor de toepassing
van het tweede lid worden dienstbetrekkingen tussen de werkgever en de uitkeringsgerechtigde geacht eenzelfde,
niet-onderbroken
dienstbetrekking te zijn indien die dienstbetrekkingen elkander met tussenpozen van
niet meer dan 31 dagen zijn opgevolgd.
-4. De vrijstelling
gaat in op het tijdstip waarop de dienstbetrekking aanvangt.
Art. 3.
[Aanvraag] [Geschiedenis:
MvT; versie 23 januari 1997; Stb.
1997, 96; Stb. 1997, 789;
Stb. 2000, 627; Stb.
2001, 625; Stb.
2005, 37]
-1. De werkgever vraagt
de vrijstelling aan vóór de afloop van de dienstbetrekking. De aanvraag wordt mede
door de uitkeringsgerechtigde ondertekend.
-2. De aanvraag bevat
in ieder geval het sociaal-fiscaal nummer,
bedoeld in artikel
1,
onderdeel k, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen, van de
uitkeringsgerechtigde.
-3.
Vervallen.
-4. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
kan nadere regels stellen voor de aanvraag door
de werkgever. [BnraP]
§ 2.
Premievrijstelling voor aangewezen categorieën werknemers
Art. 4.
[Aanwijzing categorieën werknemers] [Geschiedenis:
MvT; versie 23 januari 1997; Stb.
1997, 96; Stb. 2001,
625; Stb.
2005, 37]
-1.
Bij ministeriële
regeling kunnen voor de Tabakverwerkende en Agrarische sector
categorieën van werknemers aangewezen worden waarvoor het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de
werkgever ter zake van
een dienstbetrekking met een onder die categorie vallende werknemer
vrijstelling van de verplichting tot het betalen van de door die werkgever en die
werknemer verschuldigde premies werknemersverzekeringen
kan verlenen. [BgsAb]
-2. Voor aanwijzing
komen in aanmerking categorieën van werknemers die behalve uit de in het
eerste lid bedoelde dienstbetrekking bij aanvang van die
dienstbetrekking niet aangewezen zijn op inkomen uit arbeid en geen uitkeringsgerechtigde zijn.
Art. 5.
[Premievrijstelling aangewezen categorieën]
[Geschiedenis:
MvT; versie 23 januari 1997; Stb.
1997, 96; Stb. 2001,
625; Stb.
2005, 37]
-1. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
verleent voor de Tabakverwerkende en Agrarische sector
op aanvraag van een werkgever vrijstelling van de verplichting
tot het betalen van premies ter zake van een dienstbetrekking met
een werknemer vallend onder een categorie als bedoeld in artikel
4, eerste
lid.
-2. De
artikelen 2,
tweede tot en met vierde lid, en 3 zijn van overeenkomstige toepassing.
§ 3.
Herziening beslissing
Art. 6.
[Herziening beslissing bij verstrekking onjuiste
of onvolledige gegevens] [Geschiedenis:
MvT; versie 23 januari 1997; Stb.
1997, 96; Stb. 2001,
625; Stb.
2005, 37]
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
herziet de beslissing over de premievrijstelling
indien deze vrijstelling ten onrechte is verleend, omdat onjuiste of onvolledige
gegevens zijn vertrekt.
HOOFDSTUK
3
Financiering
premievrijstelling voor aangewezen categorieën werknemers
Art. 7.
[Wijziging WW] [Geschiedenis:
MvT; versie 23 januari 1997;
Stb.
2005, 37]
De Werkloosheidswet
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 90, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het
slot door een puntkomma, een nieuw onderdeel h toegevoegd,
luidende:
h. de premies voor de betaling waarvan aan werkgevers op grond
van artikel 5 van de Wet premieregime bij marginale arbeid vrijstelling
is verleend.
B. [MvT]
Aan artikel 93 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot door een
puntkomma, een nieuw onderdeel g toegevoegd, luidende:
g. de premies voor de betaling waarvan aan werkgevers op grond
van artikel 5 van de Wet premieregime bij marginale arbeid vrijstelling
is verleend, voor zover deze niet ten laste komen van een
wachtgeldfonds.
C. [MvT]
In artikel 94 wordt na de eerste volzin een nieuwe volzin toegevoegd,
luidende: Voor het vaststellen van het maximum blijven de premies ten
laste van een wachtgeldfonds op grond van artikel
90, eerste lid,
onderdeel h, buiten beschouwing.
Art. 8.
[Financiering premievrijstelling aangewezen
categorieën werknemers voor 1997, 1998 en 1999] [Geschiedenis:
MvT; versie 23 januari 1997; Stb.
1997, 96; Stb.
2005, 37]
-1. Voor de jaren 1997,
1998 en 1999 komt respectievelijk 25, 50 en 75% van de totale premies
voor de betaling waarvan op grond van paragraaf 2 van hoofdstuk 2 aan
werkgevers vrijstelling is verleend ten laste van een wachtgeldfonds.
-2. Met toepassing van
het eerste lid komen in de jaren 1997, 1998 en 1999 premies voor de
betaling waarvan op grond van paragraaf 2 van hoofdstuk
2 aan werkgevers
vrijstelling is verleend, voor maximaal 200 000 werknemers ten laste van het
Algemeen Werkloosheidsfonds. Bij het bereiken van dit maximum komen die
premies in afwijking van het eerste lid geheel ten laste van een
wachtgeldfonds.
HOOFDSTUK
4
Bezwaar
en beroep
Art. 9.
[Afwijking hoorplicht] [Geschiedenis:
MvT; versie 23 januari 1997;
Stb.
2005, 37]
In afwijking van
artikel 7:2 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de
belanghebbende in een
bezwaarschriftprocedure ten aanzien van een besluit op grond van deze wet
gehoord op zijn verzoek.
Art. 9a.
[Beslistermijn bezwaar] [Geschiedenis:
Stb. 1997, 789; Stb.
2001, 625; Stb.
2005, 37]
In afwijking van
artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht
beslist het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
binnen dertien weken na ontvangst van het
bezwaarschrift.
Art. 10.
[Wijziging bijlage Bw] [Geschiedenis:
MvT; versie 23 januari 1997;
Stb.
2005, 37]
In de bijlage
bij de Beroepswet, onderdeel C, wordt na onderdeel 4 een onderdeel
4a ingevoegd, luidende:
4a. Wet premieregime bij marginale arbeid.
HOOFDSTUK
5
Slotbepalingen
Art. 11.
[Inwerkingtreding] [Geschiedenis:
versie 23 januari 1997; Stb.
2005, 37]
Deze wet treedt in
werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad
waarin zij wordt geplaatst.
Art. 12.
[Citeertitel] [Geschiedenis:
versie 23 januari 1997; Stb.
2005, 37]
Deze wet wordt
aangehaald als: Wet premieregime bij marginale arbeid.
Lasten en bevelen dat
deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministers,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven te
's-Gravenhage, 23 januari 1997
BEATRIX
De Staatssecretaris
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave
Uitgegeven de vijfentwintigste
februari 1997
De Minister van
Justitie,
W. Sorgdrager
MEMORIE VAN
TOELICHTING
|
|